De noodzaak van mobiele zware artillerie in het Nederlandse leger anno 1918

In het Nederlandse leger werden de ontwikkelingen in de strijd in de Eerste Wereldoorlog nauwlettend gevolgd zoals de inzet van de zware artillerie aan de verschillende oorlogsfronten. In 1918 bracht De Amsterdammer, Weekblad voor Nederland een speciaal nummer uit over ‘Onze Weermacht van 1914 tot 1918’. Daarin is opgenomen een artikel van de kapitein van de artillerie K.E. Oudendijk, tevens lid van de Commissie van Proefneming. Het artikel getiteld ‘Bespannen zware artillerie’ werd gedigitaliseerd met behoud van de oorspronkelijke spelling en is als pdf-bestand te downloaden: Weermacht 1914-1918 zware artillerie

Zware artillerie betekende in het Nederlandse leger in de Eerste Wereldoorlog per definitie vestingartillerie om de forten en stellingen te verdedigen tegen een potentiele aanvaller. Bij de strijd aan de oorlogsfronten bleek het bezit van mobiele zware kanonnen en houwitsers een essentiële factor in de veldslagen. Zonder massale artilleriesteun was een infanterieaanval bij voorbaat al mislukt en leidde tot grote verliezen. Kapitein Oudendijk pleitte dan ook in zijn artikel voor de opbouw van modern, gemakkelijk verplaatsbaar, snelvurend en verdragend geschut in het Nederlands leger.

overzicht: