Nederlandse kijk op de aanleg van loopgraven

In het Nederlandse leger werden de ontwikkelingen in de strijd in de Eerste Wereldoorlog nauwlettend gevolgd zoals de loopgravenoorlog aan het westelijk front. In 1918 bracht De Amsterdammer, Weekblad voor Nederland een speciaal nummer uit over ‘Onze Weermacht van 1914 tot 1918’. Daarin is opgenomen een artikel van de kapitein van de genie P.W. Scharroo over ‘Moderne terreinversterkingen’. Het artikel werd gedigitaliseerd met behoud van de oorspronkelijke spelling en is als pdf-bestand te downloaden: Weermacht 1914-1918 loopgraven.

Vier jaar lang stonden de troepen aan het westelijk front in loopgraven tegenover elkaar. In de loop van de oorlog werden die loopgraven steeds meer versterkt en zodanig ingericht dat praktisch elke aanval smoorde. In het artikel geeft kapitein Scharroo aan hoe in Nederland versterkingen aangelegd dienen te worden. Daarbij werd speciaal gekeken naar het IJzerfront waar sprake was van een polderlandschap en inundaties waren toegepast.

In het interbellum veranderde het krijgsbedrijf echter aanzienlijk van karakter. Aangelegde loopgraven in de Grebbelinie bleken in mei 1940 de Duitse troepen slechts enkele dagen tegen te kunnen houden. Het veel zwakker ingerichte zuidfront bij de Moerdijk werd ingenomen door Duitse parachutisten. De inmiddels tot kolonel bevorderde Scharroo was in mei 1940 de stadscommandant van Rotterdam en gaf de stad over aan de Duitsers.

overzicht: