Mijnenslag bij Mesen in juni 1917

Op 7 juni 1917 liet het Britse leger in de vroege ochtend 19 mijnen ontploffen onder de Duitse stellingen op een heuvelrug bij de dorpen Mesen en Wijtschate. Elke mijn bestond uit rond de 25.000 kilo springstof opgestapeld aan het einde van een tunnel, zodat in totaal ca. 500.000 kilo(0,5 kiloton) springstof ontplofte. Vier mijnen werden niet tot ontploffing gebracht. De schokgolf was enorm. Het was een escalatie van de mijnenoorlog die al in het begin van de oorlog was begonnen. Tunnelgravers (‘clay-kickers’) hadden in ruim een jaar tijd de tunnels gegraven en de Britse chemische industrie had de enorme hoeveelheid springstof geproduceerd.

De heuvelrug was in de weken voorafgaand aan 7 juni zwaar gebombardeerd dus de Duitsers wisten dat er een aanval aanstaande was. Toch kwam de ontploffing als een grote verrassing. Direct na de ontploffing volgde een infanterieaanval met Engelse, Ierse, Australische en Nieuw-Zeelandse divisies en de heuvelrug kwam in Britse handen. De succesvol verlopen aanval werd noodzakelijk geacht voor de volgende fase die bekend staat als de slag om Passendale. Vanaf de heuvelrug zou de Duitse artillerie de Britse opmars in de rug kunnen raken.

Begin juni 2017 wordt de mijnenslag bij Mesen en het Heuvelland herdacht met een uitgebreid programma met ceremonies, museumexposities en een muziekoptreden. Meer informatie over het programma wordt gegeven op de website Zero Hour.

In de herdenking is zo te lezen geen plaats voor de Duitsers die in de lucht werden geblazen of omkwamen tijdens de Britse infanterieaanval. Peter Barton in zijn boek Passendale uit 2007 schat dat er zo’n 20.000 Duitsers sneuvelden.

overzicht: