Max Liebermann en de tekeningen voor Kriegszeit

Tekening van Liebermann op de voorkant van KriegszeitIn het Haags Gemeentemuseum wordt vanaf 24 maart tot 24 juni 2018 een tentoonstelling gehouden over de Duitse schilder Max Liebermann (1847-1935) met als titel ‘Een zomers impressionist’. Na de Frans-Pruisische oorlog van 1870-1871 ging Liebermann op jonge leeftijd naar Frankrijk om daar de Franse schilderkunst te ontdekken en ontwikkelde zich van realist tot impressionist. Zijn schilderkunst werd gewaardeerd en in 1889 werd hij zelfs genomineerd voor het Legion d’honneur, maar onder druk van de Duitse keizer Wilhelm II zag hij af van de onderscheiding. Liebermann raakte bevriend met de Nederlandse schilder Jozef Israëls en diens zoon Isaac Israëls en bezocht in de zomer graag Scheveningen. Op de tentoonstelling hangen dan ook kleurrijke strandtaferelen van hem. Maar dat vrolijke zomerse beeld verandert plotsklaps in een van de kabinetten gelegen langs de museumzalen. Daar hangen namelijk vijf zwart-wit tekeningen die Liebermann maakte voor het blad Kriegszeit.

In augustus 1914 was het afgelopen met de jaarlijkse reizen naar Nederland. De kosmopoliet Liebermann werd evenals zoveel Duitse kunstenaars en intellectuelen bevangen door een golf van patriottisme. Hij werd een ondertekenaar van een manifest dat op 4 oktober 1914 in het Berliner Tageblatt werd gepubliceerd onder de titel Aufruf an der Kulturwelt. De oproep werd ondertekend door 93 kunstenaars en wetenschappers, de dragers van de Duitse cultuur. Hun stem ging aan de beschaafde wereld de waarheid verkondigen, Glaubt uns! In het manifest werd in paragrafen startend met de litanie ‘Es ist nicht wahr ...‘ puntsgewijs het volgende gesteld: ontkend dat Duitsland schuld had aan het uitbreken van de oorlog, het opgenomen voor keizer Wilhelm II, ontkend dat de Belgische neutraliteit op misdadige wijze was geschonden, dat Duitse soldaten geen wandaden tijdens de inval in België hadden gepleegd, ze niet schuldig waren aan de verwoesting van Leuven en dat de Duitse legerleiding het volkenrecht niet minachtte. Maar de uitsmijter was toch dat gesteld werd dat het Duitse militarisme de verdediger was van de Duitse cultuur: Deutsches Heer und deutsches Volk sind eins.

En dat laatste wordt duidelijk als men de tekeningen van Liebermann en andere kunstenaars bekijkt die op de voorkant van Kriegszeit: Künstlerflugblätter verschenen. Zoals van het nummer van 24 december 1914 (Kerstavond) met Duitse militairen in de aanval met de bajonet op het geweer: ‘Marsch, Marsch, Hurrah!!’ Alle nummers van Kriegszeit, verschenen van augustus 1914 tot maart 1916, werden gedigitaliseerd en staan op de website van de digitale bibliotheek van de Universiteit van Heidelberg.

Sommige ondertekenaars verklaarden later spijt te hebben dat ze in 1914 impulsief het manifest hadden ondertekend, maar vooral de Fransen waren de ondertekenaars na het einde van de oorlog niet vergeten. In 1933 moest Liebermann als joodse Duitser ondervinden dat er voor hem in Duitsland geen plaats meer was. Hij overleed in februari 1935 en hoefde de gewelddadige excessen tegen de joden niet meer te ondergaan.

overzicht: