Franse schilders en camouflage

Franse FT-17 tank uit 1918 in camouflagekleuren (foto Eric R.J. Wils)In de tentoonstelling ‘Impressionism & beyond. A Wonderful Journey’, die nog tot 6 mei 2018 loopt in het museum Singer Laren, zijn schilderijen van voornamelijk Franse impressionisten, postimpressionisten en expressionisten te zien. De kunstwerken zijn afkomstig uit de kunstverzameling van de Van Vlissingen Art Foundation. Er hangt ook een klein schilderij van Louis-Abel Truchet (1857-1918), een nu minder bekende Franse impressionist. De naast het schilderij opgehangen tekst vermeldt dat hij vrijwillig dienst had genomen, commandant was in de camouflagedivisie tijdens de Eerste Wereldoorlog en sneuvelde in september 1918. Dat roept twee vragen op. Een commandant van een camouflagedivisie die sneuvelde op ruim 60-jarige leeftijd? En wat was nu precies die camouflagedivisie?

In Truchets overlijdensfiche, op te vragen op de website Mémoire des hommes, staat dat hij op 9 september 1918 is overleden in zijn domicilie te Auxerre aan een ‘maladie aggravée’, een ernstige ziekte. In het fiche wordt als zijn rang luitenant bij de genie opgegeven. Indien dit fiche de primaire bron is, dan is er geen sprake van sneuvelen. Het lemma op de Franse Wikipedia vermeldt daarentegen dat hij is gestorven ten gevolge van een oorlogsverwonding. Truchet behoorde tot een Franse camouflagesectie die werd geleid door Lucien-Victor Guirand de Scévola (1871-1950) en hij had de leiding over het atelier van die eenheid in Paris. Truchet werkte dus ver achter het front, maar Parijs lag ook wel eens onder vuur door Duits lange afstandsgeschut in 1918 en luchtbombardementen.

Toen het Franse leger in augustus 1914 ten aanval trok was de infanterie uitgerust met blauwe tunieken en rode broeken. Mikpunten bij uitstek voor de vijand en van enige vorm van camouflage was totaal geen sprake. De Britse en Duitse soldaten waren qua uniform betreft beter voorzien. Maar de Fransen leerden snel.

Tot de opgeroepen of vrijwillig dienst nemende mannen in het Franse leger behoorde een aantal kunstenaars met onder hen bovengenoemde Guirand de Scévola. Hij en enkele andere kunstenaars dienden bij de artillerie van het fort van Dongermain bij Toul en zagen de kanonlopen blinken in de zon. Zij bedachten dat de kanonnen praktisch onzichtbaar konden worden gemaakt indien die werden bedekt met beschilderde doeken in de omgevingskleuren van het gras, de bomen en rotsen. En niet in een uniforme kleur maar met patronen.

Een jaar na het begin van de oorlog werd in augustus 1915 de sectie camouflage officieel opgericht in het Franse leger als een onderdeel van het eerste genieregiment. Schilders, beeldhouwers en decorbouwers konden hun talenten nu daarin aanwenden voor ‘la patrie’ in plaats van ergens in een fort of loopgraaf te bivakkeren.

De camouflage-eenheid zou in de loop van de oorlog uitgroeien tot ongeveer 3000 militairen en 10.000 vrouwen. Camouflage werd geen wapen dat doodde, maar een wapen dat misleidde. Er dienden zo’n 200 kunstenaars in met naast Truchet bekende schilders als Charles Camoin, Roger de la Fresnaye en Jacques Villon. En Truchet was nog geeneens de oudste, de schilder Jean-Louis Forain was zelfs vijf jaar ouder. Die overleefde de oorlog wel en stierf in 1931.

Meer informatie over camouflage in het Franse leger is te lezen op de volgende websites:

centenaire.org/fr/autour-de-la-grande-guerre/camouflage/le-camouflage-en-1914-1918-les-artistes-combattants-au-secours

centenaire.org/fr/camouflage/le-camouflage-pendant-la-premiere-guerre-mondiale-une-arme-qui-trompe-mais-qui-ne-tue-pas

overzicht: