Draadloze telegrafie in het Nederlandse leger in de Eerste Wereldoorlog

In het Nederlandse leger werden de technische ontwikkelingen in de strijd in de Eerste Wereldoorlog nauwlettend gevolgd. In 1918 bracht De Amsterdammer, Weekblad voor Nederland een speciaal nummer uit over ‘Onze Weermacht van 1914 tot 1918’. Daarin is opgenomen een artikel van de kapitein der genie A.W. De Blauw met als titel ‘De draadlooze telegrafie in den modernen oorlog’. Het artikel werd gedigitaliseerd met behoud van de oorspronkelijke spelling en is als pdf-bestand te downloaden. Kapitein De Blauw geeft daarin een goed overzicht van de stand van zaken van de communicatie op het slagveld anno 1918: Weermacht 1914-1918 telegrafie

De technologische voortuitgang, begonnen in de tweede helft van de 19e eeuw op het gebied van de elektriciteit en magnetisme, zorgde voor een evolutie van de communicatiemiddelen in de Eerste Wereldoorlog. Radio, telefonie en telegrafie deden meer en meer hun opmars aan het oorlogsfront naast de klassieke methoden zoals het gebruik van postduiven. Aan het einde van de oorlog werd de draadloze apparatuur klein genoeg om in te zetten bij de infanterie. De inzet van de moderne draadloze communicatiemiddelen veranderde voorgoed de oorlogsvoering en maakte gecoördineerde acties tussen verschillende legeronderdelen mogelijk. En het Nederlandse leger was zich daarvan in 1918 terdege bewust. Zoals uit het einde van het artikel van kapitein De Blauw blijkt, kon het Nederlandse leger een beroep doen op de eigen industrie. Reeds in 1914 werd De Nederlandse Radio Industrie opgericht in Den Haag als Technisch Bureau “Wireless” door de omroeppionier ir. Hanso Schotanus à Steringa Idzerda.

overzicht: