1918, week 8 De bommen bij Terneuzen

Op 17 februari werd het Zeeuws-Vlaamse Mauritsfort, een gehucht vlakbij Terneuzen, onder vuur genomen door een bombardement vanuit de lucht. Waarom de bommen in dit afgelaten gebied werden gedropt en door wie, bleef een mysterie… Afgezien van enkele geraakte telefoonpalen, bleef de schade verder ook beperkt. De opwinding in de dunbevolkte streek was er echter niet minder om.

(Van onzen H-correspondent.) VLISSINGEN, 17 Febr.


‘t Was gisteravond zeer roerig in de lucht boven Vlaanderen. Immers de nachten met maneschijn breken weer aan. In de omgeving van Zeebrugge werd een groot aantal vliegtuigen opgemerkt, misschien was het ‘t eskader dat naar Engeland overstak. Omstreeks acht uur had ook een bomaanval bij Gent plaats en nam men daar een luchtgevecht waar.


Als de maanperiode aanbreekt, wordt men in Zeeuwsch Vlaanderen onrustig. In de heldere nachten snorren daar boven België de aeroplanen rond en in de laatste maanden kreeg ook Zeeland zijn beurt en zoo is het ook nu weer gegaan, gelukkig zonder persoonlijke ongelukken of schade. In de eenzame streek tusschen Terneuzen en de Braakman ligt het kleine dorp Hoek en onder deze gemeente zijn gisteravond vijf bommen geworpen sommigen spreken zelfs van zeven. Deze kwamen bij het gehucht Mauritsfort terecht. De naam Mauritsfort moet niet in militaire beteekenis opgevat worden en geen vesting kan hier de aandacht van een vlieger gewekt hebben, want de sterkte in 1586 hier door Prins Maurits opgericht tegen de Braakman, de toenmalige Spaansche schans Philipine, is sinds lang verdwenen en bestaat alleen nog in naam en enkele sporen van hoogten en een watergang. Wat den aviateur hier verlokt kan hebben om bommen uit te gooien is dan ook onbegrijpelijk, zeker toch niet de nog in aanleg zijnde tramlijn Neuzen-Philipine.

‘t Was even na achten, toen men het geronk van een machine hoorde en slagen van bommen, wier kracht echter gebroken werd door de zware klei, waarin ze terecht kwamen. Het toestel verdween en weer heerschte de diepste stilte. Menschen stroomden toe en men zag dat alles goed was afgeloopen, eenige schade aan de telefoonlijn dat is alles. Een bom is in de Koudenpolder gevallen en de andere sloegen putten in den grond van den Westenrijkpolder. De projectielen moeten van klein kaliber zijn geweest. Stukken werden gevonden en aan de bevoegde autoriteit afgegeven voor nader onderzoek. Omtrent de nationaliteit is nog niets bekend.

We herhalen, dat deze zonderlinge aanval wel op een vreemde plaats is geschied, ver van een centrum op vrij grooten afstand van Terneuzen en het kanaal in een verlaten stille streek zonder groote gebouwen en waar alleen de uitgestrekte Braakman om Philippine’s smalle vaargeul haar grauwe slikken uitstrekt, dat de gebeurtenis niet van aard is de grensbewoners gerust te stellen.

Bron: De Telegraaf, 18 februari 1918

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl

overzicht: