1918, week 18 Levensmiddelen voor krijgsgevangenen in het buitenland

Terwijl in Nederland grote schaarste aan levensmiddelen heerste, ontstond onrust over „de vele honderdduizenden kilo’s” voedsel die vanuit ons land naar de krijgsgevangenen in Engeland en Duitsland zouden gaan. De Telegraaf deed er alles aan om deze geruchten te weerleggen en gaf aan dat het slechts om kleine hoeveelheden ging.

’s-Gravenhage, 26 april
De opmerking is gemaakt, dat nog steeds groote hoeveelheden voedingsmiddelen het land verlaten ten behoeve van krijgsgevangenen in het buitenland.

Een inzender in een der bladen sprak zelfs van honderdduizenden kilo’s per week. Inderdaad wordt nog aan de hulpcomité’s, die zich daarmee belasten, toegestaan aan de ongelukkigen, die zich in Duitschland en Engeland in gevangenkampen bevinden, eenige verlichting in hun lot te brengen; maar de voorstelling als zou het hondderduizenden kilo’s per week betreffen, is schromelijk overdreven.
Integendeel is juist in den laatsten tijd om dezen uitvoer beter te controleeren en te beperken, een centralisatie tot stand gebracht, waardoor niet meer afzonderlijke comité’s, maar alleen het Nederlandsche Roode Kruis aanvragen voor de verzending tot de regeering mag richten. Het Nederlandsche Roode Kruis regelt dan verder de zaak met de verschillende comité’s.

Het gaat hier om zeer beperkte hoeveelheden van sommige artikelen, die voor het meerendeel overvloedig aanwezig zijn. De voornaamste voedingsmiddelen komen er niet onder voor. Er is geen sprake van honderdduizenden kilo’s per week. Naar den maatstaf, die thans wordt gevolgd, beloopt de totale hoeveelheid, die voor dit liefdadig doel het land verlaat, nog niet 1 ons per hoofd der Nederlandsche bevolking over een heel jaar.
(Corr. Bureau).

Bron: De Telegraaf, 27 april 1918

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl

overzicht: