1917, week 44 Een vliegtuig gedaald

Het Overijsselse dorp Holten werd op 31 oktober 1917 opgeschrikt door een Duits watervliegtuig, dat een noodlanding in een nabijgelegen weiland maakte. De beide piloten waren in de veronderstelling in Duitsland te zijn geland.

Woensdagmorgen werd ‘t dorp Holten in zijn rustige rust gestoord door het gesnor van een vliegmachine, die zeer laag vloog. Al spoedig bemerkte men, dat de inzittenden, die af en toe schoten losten, wilden landen. Een half uur buiten de kom van het dorp streek het watervliegtuig neer op een ondergeloopen wei, die de aviateurs zeker voor een meertje hadden aangezien.

‘t Bleek een Duitsche tweedekker te zijn. De inzittenden keken vreemd op, toen ze hoorden, dat ze in Holland waren; ze meenden in Duitschland te zijn. Door het mistige weer en het onklaar worden van hun kompas, waren ze verdwaald. Spoedig waren bij den naastbijwonenden boer eenige bossen stroo en een bijl gehaald, het benzinereservoir stuk geslagen en de machine in brand geschoten.

De beide militairen, Eugenie Zapp, luitenant ter zee v. h. vliegstation Vlaanderen I, uit Berlijn, en Carl Hutmacher, Flieg-obermaat, uit Frankfort a. Main, werden naar het gemeentehuis geleid. De heeren, die sedert 7 uur ‘s morgens niet gegeten hadden, lieten zich den maaltijd goed smaken. Ze schenen ‘t geval heel kalmpjes op te vatten en vertelden o.m. dat ze ‘s morgens om 7 uur in Zeebrugge opgestegen waren. („Standaard”)

Bron: Algemeen Handelsblad, 2 november 1917

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl

De krant Tubantia publiceerde op 31 oktober 2017 ook uitgebreid over dit voorval.

overzicht: