1917, week 42 Nog eens de schuldvraag

De Tijd haalde op 17 oktober 1917 een gezaghebbende (maar niet nader genoemde) Britse bron aan, die een reactie gaf op de eerder die maand in gepubliceerde Duitse verklaring over de verantwoordelijkheid voor de oorlog. Het mag geen verrassing zijn, dat de Britten de schuld volledig bij de Duitsers legden. Cruciaal in deze beschuldiging was een telegram, waarin Oostenrijk zich in juli 1914 bereid verklaarde Britse bemiddeling toe te staan, dat door de Duitsers nooit naar Londen zou zijn gestuurd.

LONDEN, 16 Oct. (Reuter). Wij ontvingen uit gezaghebbende Britsche bron een uiteenzetting der feiten betreffende de jongste Duitsche verklaring omtrent de verantwoordelijkheid voor den oorlog, gepubliceerd in de „Nordd. Allg. Ztg.” van 12 October en verspreid door de Duitsche radiogrammen, en waarin o.a. gezegd wordt:
„Het doel der publicatie is blijkbaar, Duitschland vrij te pleiten van de beschuldiging, dat het „gedurende de kritieke dagen van Juli 1914 telegrammen uit Weenen heeft achtergehouden, welke, indien zij bijtijds naar Londen waren doorgeseind, het uitbreken van den oorlog zouden hebben verhinderd.” Het eenige telegram, waaromtrent deze beschuldiging is geuit, is gedateerd 31 Juli. (Oostenrijksch Roodboek No. 51).

Dit telegram is van groot belang, omdat, ofschoon de Oostenrijksche regeering daarin weigert toe te stemmen in Sir Edward Grey’s laatste voorstel omtrent een formule, zij een belangrijke concessie doet, n.l. dat zij zich bereid verklaart „het voorstel van Grey, om bemiddelend op te treden tusschen ons en Servië, in overweging te nemen.”

Dit telegram werd door Berlijn nooit naar Londen overgebracht. In plaats daarvan zond de Duitsche regeering een ultimatum naar Petrograd van zoodanigen aard, dat het onvermijdelijk den oorlog moest ontketenen en aan niemand werd medegedeeld, dat Oostenrijk bereid was. het geschil met Servië, dat de oorsprong van alle moeilijkheden was, aan arbitrage te onderwerpen. Latere publicaties behandelen dit punt in ‘t geheel niet, en de geuite beschuldiging blijft als voorheen onbeantwoord.

De andere telegrammen berusten alle op de veronderstelling, dat Rusland de verovering van Servië door de Oostenrijksche wapenen lijdelijk zou kunnen aanzien. Hiertegen heeft de Russische regeering altijd aangevoerd, dat zelfs indien zij in dezen toestand had berust, het voor haar noodzakelijk zou zijn geweest, althans een deel van haar leger te mobiliseeren. De Oostenrijksche regeering schijnt dit gezichtspunt te hebben aanvaard. Zij was volkomen bereid de onderhandelingen met Rusland voort te zetten, zelfs na de mobilisatie.

De Duitsche regeering was het, die tusschen beide kwam en met oorlog dreigde, zelfs in geval van een gedeeltelijke mobilisatie der Russische legermacht. De Duitsche regeering was het, welke daardoor Rusland dwong tot de volledige mobilisatie en toen dit als verontschuldiging voor den oorlog aanvoerde. Niets in de thans gepubliceerde telegrammen verandert iets aan de hoofdzaak, dat het alleen de tusschenkomst van Duitschland was, welke, door de verklaring, dat de mobilisatie den oorlog mede moest brengen, de hoop vernietigde op een overeenstemming, welke zonder deze blijvend zou zijn geweest.

Bron: De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad, 17 oktober 1917

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl

overzicht: