1917, week 14 Goede Vrijdag te Ede

Op Goede Vrijdag kwamen in de kerk in Ede burgers en soldaten samen om de lijdensweg en de kruisiging van Jezus Christus te herdenken. Het woord ‘lijden’ kreeg een dubbele betekenis in het licht van de nog altijd voortwoekerende wereldoorlog.

Men schrijft ons: Zooals te verwachten was, bleek ons houten bedehuis des avonds weer als altijd tot in alle hoekjes gevuld. Als één man zijn onze Kath. jongens opgekomen, om Jezus’ smartelijk lijden te gedenken.
Hoe aandoenlijk klonk het „Stabat Mater” uit die honderden soldatenkelen. Aan het slot van den Kruisweg dankte de majooraalmoezenier Padberg de velen, die opgekomen waren, de vele soldaten, om te protesteeren tegen het leed, dat voornamelijk heidensche krijgslieden onzen Goddelijken Meester hebben aangedaan.

Hoe zoet moet het Jezus zijn, een duizend soldaten zich zoo openlijk te zien vereenigen met den hoofdman aan den voet van het Kruis, die, toen de Godmensch den geest gaf uitriep: „Waarlijk, Deze is de Zoon Gods”.
Na de oefening hield de Majoor-Aalm. een lezing in het vereenigingsgebouw. In kernachtige taal schetste de Eerw. spreker liet antwoord op de in deze droeve dagen zoo vaak gestelde vraag: „Waarom moeten wij lijden?”

Bron: Het Centrum, 7 april 1917

Bekijk de volledige krant op www.delpher.nl

overzicht: