Welkomsrede studiedag 9 november 2012

Welkomrede ter gelegenheid van de Erasmus Studiedag d.d.

 9 november 2012 van de voorzitter van de SSEW,

drs. Anton T. Kruft

 

Allereerste een hartelijk welkom aan de  SSEW donateurs, leden van de WFA, vertegenwoordigers van musea, de Nederlandse Consul in België en de Loco Burgemeester van de Utrechtse Heuvelrug.

De Erasmus studiedagen kunnen i.v.m. verbouwingen nog steeds niet in Rotterdam plaats vinden, vandaar deze uitwijk naar Maarn. Desalniettemin is deze dag toch een Erasmus studiedag, vanwege onze dagvoorzitter die verbonden is met de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Dit keer echter niet Prof. Dr. Klemann. I.v.m.  programmaoverleg binnen de universiteit  kon hij helaas niet aanwezig zijn. Daartoe hebben wij Dr. Martin Kraaijestein van de Erasmus Universiteit bereid gevonden vandaag als dagvoorzitter op te treden.

 Zoals u gemerkt zult hebben is dit de tweede studiedag van dit jaar. Wij hebben binnen het bestuur inderdaad besloten om het aantal studiedagen van één per jaar te verdubbelen, d.w.z. één in mei en de ander in november. De redenen daarvoor zijn allereerst een groeiende belangstelling voor de SSEW studiedagen. Voorts vindt steeds meer onderzoek plaats dat gerelateerd is aan de Grote Oorlog. En ten derde is er de 100-jarige herdenking van WO I in 2014, waarin veel staat te gebeuren en waar wij u ook met studie, lezingen en projecten op de hoogte willen brengen en houden.

 

100-jarige herdenking

Die 100-jarige herdenking is voor ons heel belangrijk.  Niet alleen vanwege de doelstelling van de SSEW om de Eerste Wereldoorlog onder een breed publiek in Nederland  bekender te maken, maar ook omdat er weer veel onderzoek plaatsvindt en plaats zal vinden, waarbij gestreefd zal worden om –zoals de Amerikaanse historicus Jon Lukacs zegt- onwaarheden uit te bannen.

Daarnaast zien we nu al dat er historici komen met andere visies over de oorzaken van de Eerste Wereldoorlog dan die waarmee we bekend zijn. Een voorbeeld daarvan is de revisionistische Britse historicus Clive Ponting, die een historisch werk heeft gepubliceerd en in het Imperial War Museum in Londen een belangrijke plek heeft gekregen.  Daarbij legt Ponting niet alleen de aanleiding maar ook de oorzaak van de Eerste Wereld volledig  bij de Balkan crises. Dit in teenstelling tot de traditionele oorzaken die hij stuk voor stuk afgaat. Hij begint dan bij

 

  • het imperialisme. Daarvan zegt hij dat imperialistische belangen al vele decennia speelden en die werden allemaal opgelost. Denk aan Frans-Engelse tegenstelling in Fashoda, de inname van Egypte ten koste van de Fransen, de tegenstelling tussen Groot Brittannië en Rusland m.b.t. Perzië en Afghanistan. En zelfs de twee Marokko crises, met Duitsland in de hoofdrol, werden via de diplomatie opgelost.
  • Bondgenootschappen is een andere reden die vaak wordt aangevoerd. Met name de tegenstelling tussen de Triple Entente en de Triple Alliantie. Maar, vindt Ponting, door de eeuwen heen waren er wisselende  bondgenootschappen dat een middel was om een doel te bereiken dat een land voor ogen stond. Het was zoiets als wat Lord Palmerstone eens verklaarde: we hebben geen vaste bondgenoten, maar wel  vaste belangen die we in bondgenootschappen nastreven. En dat deden de Engelsen inderdaad eeuwen lang.
  • De bewapeningswedloop. Ook dat aspect als exclusieve verklaring voor het ontstaan van de  Eerste Wereldoorlog, vindt hij niet opgaan. Door de eeuwen heen hadden landen zich bewapend, vooral ook toen het mercantilisme opkwam, waarbij staten gewapenderhand de handelsconcurrenten aanvielen. Denk in dit verband ook aan bijvoorbeeld de Nederlands-Britse handelsoorlogen.
  • De concurrentiële handelspositie tussen Duitsland en Groot Brittannië is ook vaak aangehaald als de oorzaak, zoals sterk beargumenteerd door Paul Kennedy. Maar handelsconcurrentie is ook iets dat al eeuwen geleden plaatsvond en ook nu volop bestaat. Denk in dit verband maar aan de handelsrelaties tussen de VS en Europa enerzijds en de BRIC-landen, Brazilië, Rusland, India en China, anderzijds.
  • En wat te denken van de revanchepolitiek van Frankrijk ten opzichte van Duitsland om Elzas-Lotharingen weer binnen de Franse landsgrenzen te brengen?   Ook daarvan kan je zeggen dat landen in het verleden gebieden innamen en weer kwijtraakten, zoals in de tijd van Frederic de Grote en later van Napoleon.
  • En ook het verval van Oostenrijk-Hongarije kon volgens Clive Ponting geen exclusieve reden zijn waarom de Eerste Wereldoorlog was gestart, want landen in verval waren er altijd al. Ook Nederland raakte na de  Gouden Eeuw in verval en werd later zelfs bij Frankrijk ingelijfd.

 

Wat Ponting onderstreept, en zo zijn er meerdere historici, is dat we de fout maken om vanuit het resultaat (de Wereldoorlog), terug te redeneren naar situaties die toen bestonden en van daaruit het resultaat verklaren. Maar in iedere periode van de geschiedenis bestonden dit soort politieke, militaire en economische tegenstellingen en situaties. Om daaruit de wereldoorlog te verklaren is volgens Ponting niet juist. Naar zijn inzichten moet je naar de chronologie van de gebeurtenis in de regio kijken en die kritisch analyseren. En dat doet hij met de Balkanoorlogen van 1912, 1913 en tenslotte die van 1914. Precies 100 jaar geleden, op 8 oktober 1912 brak de 1ste Balkanoorlog uit. En wat gebeurde er toen?

De neergang van het Osmaanse Rijk (Turkije) bracht niet alleen conflicten op de Balkan met zich mee, maar verscherpte ook de rivaliteit tussen Rusland en Oostenrijk-Hongarije. Dat haalde het fundament van het 19e eeuwse Europese Statensysteem van Von Metternich in 1815, onderuit.

Vanwege het opkomend nationalisme hadden in de loop van de 19e eeuw al een aantal staten zich van de Turkse overheersing vrijgevochten, m.n. Griekenland, Bulgarije, Servië en Roemenië, waardoor rond 1910 Europees Turkije enkel nog bestond uit Macedonië (het huidige Noord Griekenland) en een deel van Bulgarije. Tekenend voor dat Balkangebied waren de etnische tegenstellingen, niet alleen tussen de landen maar ook binnen de eigen landsgrenzen, zoals ook nu nog steeds het geval is.

Dat nationalisme nam steeds sterkere vormen aan, waardoor er tussen de jaren 1908-1913 een crisis op de Balkan ontstond. Een belangrijke gebeurtenis, wat een scherpe scheiding van de geesten met zich meebracht, was het overleg tussen Rusland en Oostenrijk-Hongarije met als uitkomst dat Oostenrijk Bosnië Herzegovina kon annexeren, waarover het al een beheer voerde (overeenkomt van Berlijn).  Als tegenprestatie zou Oostenrijk-Hongarije Rusland helpen bij het verkrijgen van toegang tot de Middellandse. Maar dat stuitte op grote bezwaren van Engeland, want het vreesde dat Rusland dan ook gebruik kon maken van het Suezkanaal en dan een groot concurrent in Azië zou worden.  Dit werd door Rusland geïnterpreteerd als een vorm van verraad en eiste nu een conferentie voor een definitieve regeling van Bosnië-Herzegovina, waar ook Servië –bondgenoot van Rusland- op uit was. Daarop overwoog de Dubbelmonarchie een preventieve oorlog tegen Servië te voeren, wat door de Duitse kanselier Von Bülow werd tegengehouden; daarvoor in de plaats kwam een ultimatum van Oostenrijk-Hongarije aan Servië en een waarschuwing van Duitsland aan Rusland Servië niet verder te steunen in haar activiteiten Bosnië binnen  haar grenzen te brengen.

Maar de spanningen bleven aan  en in 1912 brak de 1e Balkanoorlog uit.  Intussen was al wel een Balkanbond opgericht door Servië, Bulgarije, Griekenland en Montenegro. Het doel was om met steun van Russische diplomaten Macedonië, dat nog Turks bezit was, los te weken en onder elkaar te verdelen. Nadat een opstand plaatsvond in Albanië, dat zich van Turkije wilde verlossen, vielen de vier landen van de Balkanbond Turkije aan en, verrassend genoeg, de Turken versloegen. Daarop ontstond een kritieke situatie.

Servië wilde een kustgebied aan de Adriatische Zee (met steun van Rusland). Italië was het daarmee niet eens en wilde zelf Albanië inlijven. Griekeland protesteerde tegen Italië dat een eilandengroep bij Turkije in bezit wilde nemen. En Oostenrijk-Hongarije was faliekant tegen iedere machtsuitbreiding van Servië en Italië. Tot slot wilde Rusland niet  dat Bulgarije druk zou uitoefenen op Servië en Turkije.  Op 13 mei 1913 werd de Vrede van Londen gesloten, waarin de Engelse minister van Buitenlandse Zaken Edward Grey en de Duitse kanselier Bethmann Hollweg een bepalende rol speelden.  Turkije moest alle gebieden in Europa afstaan, met uitzondering van Constantinopel.

Maar die vrede was van zeer korte duur, want een maand later brak de 2e Balkanoorlog uit. Bulgarije lanceerde een aanval op Servië om haar aandeel van de gebiedsuitbreiding op te eisen. Het was in hoge mate  gefrustreerd vanwege de weinige winst die de vorige oorlog had opgeleverd.  Daarop kwamen  Roemenië, Griekenland, Montenegro en Turkije met een interventie ten gunste van Servië. Dat weer als gevolg had een verkoeling tussen de Dubbelmonarchie en Roemenië en dreigde met ingrijpen ten gunste van Bulgarije. Maar weer werd Oostenrijk-Hongarije tegengehouden door zowel Duitsland als Italië. Snel daarop, in augustus 1913, volgt de Vrede van Boekarest. De belangrijkste bepalingen daarvan waren dat Bulgarije Macedonië verloor. Vervolgens dat Kreta bij Griekenland zou komen en dat Albanië een zelfstandig vorstendom zou worden. Eén van de resultaten van dit alles was dat Servië zeer teleurgesteld was omdat het door toedoen van Oostenrijk-Hongarije geen kuststrook kreeg aan de Adriatische Zee.

Op basis van een zeer kritische analyse van de 13 dagen voorafgaande aan de Wereldoorlog, is de conclusie van Clive Ponting dat de 3e Balkanoorlog van 1914, met de moord in Sarajevo, niet de aanleiding was van het uitbreken van de Grote Oorlog, maar de hoofdoorzaak ervan. De redenen dat dit conflict deze keer niet via diplomatieke acties ingedamd kon worden zoals bij de voorafgaande conflicten was, dat de communicatie primitief was (telefoon onbetrouwbaar; telegrafisch verkeer duurde te lang). Voorts was geen enkele Europese diplomaat in staat om controle uit te oefenen op de ontwikkelingen die plaats vonden.  Vervolgens waren de beleidsmakers afhankelijk van Ambassadeurs ter plaatse en was men er niet zeker van of de opdrachten aan die Ambassadeurs wel werden uitgevoerd en of deze wel de goede berichten terugzonden. Desondanks werden wel diplomatieke interventies ondernomen, maar het probleem dat men op wilde oplossen werd steeds weer opnieuw door nieuwe gebeurtenissen ingehaald. 

Het gaat er nu niet om of het betoog van Clive Ponting al of niet steekhoudend is. Wat we wel kunnen vaststellen is dat met de 100-jarige herdenking opnieuw veel vernieuwend onderzoek verricht zal worden. Nieuwe analyses zullen worden gemaakt en hopelijk zullen daardoor nieuwe, interessante en andere  interpretaties komen van de feitelijke gebeurtenissen en zullen, naar verwachting, ook wat meer onwaarheden uitgebannen worden.

Voor de SSEW is dat reden genoeg om twee studiedagen  per jaar te organiseren. Het  vele materiaal dat verwacht wordt willen wij graag met onze donateurs en historische geïnteresseerden delen. Zo zullen eveneens de Kronieken zoveel mogelijk in het teken staan van het vernieuwde onderzoek als gevolg van de 100-jarige herdenking.

Dames en heren ik wens u een zeer vruchtbare dag toe  met de vele interessante lezingen en verklaar bij deze de studiedag voor geopend.

 

SSEW/ATK/05.11.12

 

 

 

 

overzicht: