Het Vredesverdrag van Versailles 1919

Door J.H.J.Andriessen

 

DE VREDESPLANNEN

Reeds in 1917 waren er in Duitsland politici die niet meer in een overwinning geloofden en een snelle vrede noodzakelijk achtten.

Een van hen, gedelegeerde Erzberger, vernam in de zomer van 1917 via een bevriende relatie binnen de strijdkrachten, dat de militaire situatie voor Duitsland steeds moeilijker werd en dat bondgenoot Oostenrijk-Hongarije de strijd mogelijk eenzijdig zou moeten staken.

Erzberger vormde daarop een groep van leden van de Rijksdag, van het Centrum, Sociaal Democraten en Progressieven, die samen een “vredesresolutie” opstelden, een initiatief om snel tot vrede te komen.

 

Deze groep was van mening dat daartoe in elk geval eerst de constitutie veranderd diende te worden in een Parlementair systeem.

Het plan ontving al spoedig brede steun maar de Rijkskanselier, von Bethmann Hollweg, die overigens wel in grote lijnen met het plan instemde, achtte invoering daarvan nog te vroeg en het plan ging dan ook niet door. Bij de daaropvolgende regeringscrisis moest Bethmann Hollweg aftreden waarmede tevens een eind kwam aan de vredespoging en aan een mogelijke vervroegde invoering van een Parlementair systeem in Duitsland.

 

Ook de Amerikanen werkten aan een vredesplan. Het waren de ambities en persoonlijke inzet van president Wilson, die daartoe de toon zetten. De eerste echte grote bemiddelingspoging vond plaats kort na de torpedering van het Britse passagiersschip Lusitania in 1915.

De Amerikaanse president liet de Duitse ambassadeur ontbieden en stelde hem voor dat Duitsland de duikbootoorlog zou beëindigen in ruil voor Amerikaanse druk op Gr.Brittannie om een einde te maken aan de blokkade.*1, maar deze poging liep op niets uit.

Daarop zond de president, in de winter van 1915-1916, zijn vertrouweling, colonel House, naar Gr.Brittannie waar deze een gesprek voerde met de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Edward Grey, bij wie hij de mogelijkheden om tot vredesbesprekingen te komen, verkende.

 

Enkele maanden later herhaalde House zijn bezoek waarbij hij overigens de eerder nog strikt in acht genomen neutraliteitsgedachte liet varen. Hij vroeg Grey naar diens wensen en vertelde hem dat de USA zich graag zo zouden willen opstellen dat het de geallieerden tot maximale steun  kon zijn bij het winnen van de oorlog of zoals hij het letterlijk stelde: “The USA wanted the British Government to do what would enable the USA to do what was necessary for the Allies to win the War”.*2

 

Hij stelde zich nog nadrukkelijker op achter de geallieerden toen hij bij een daaropvolgend bezoek aan Parijs verklaarde dat, indien de geallieerden de oorlog dreigden te verliezen, de president van de USA tussenbeide zou komen.*3 en de geallieerden maakten daaruit op dat alsdan de USA aan hun kant aan de oorlog zouden gaan deelnemen. Later verklaarde House echter dat hij dat nooit zo had bedoeld en dat dit een onjuiste gevolgtrekking was geweest, overigens zonder er bij te vertellen wat hij dan eigenlijk wel had bedoeld.

 

House stelde nu voor om z.s.m. een vredesconferentie te organiseren waarbij hij er dan voor zou zorgdragen dat de aldaar te bespreken punten zodanig zouden worden geformuleerd  dat ze ten gunste van de geallieerden zouden uitvallen. Als Duitsland zich dan zou verzetten, dan zou Amerika aan de oorlog gaan deelnemen aan de zijde van de geallieerden*4.

Een en ander werd daarop in een memorandum, het beruchte “House-Grey” memorandum van 22 juni 1916, vastgelegd.

De “adder onder het gras” in dit memorandum, dat toch zo gunstig leek voor de geallieerden, was gelegen in het feit dat de Amerikanen, na acceptatie van dit voorstel, in feite de te stellen vredesvoorwaarden zouden kunnen dicteren en dat leidde tot enorme weerstanden, vooral bij de Fransen.

Het hele plan ging dan ook niet door en wederom liep een vredesinitiatief van de Amerikaanse president op niets uit.

 

De Nederlandse historicus Prof.Dr.Willem Schulte Nordholt, schreef in zijn boek “Woodrow Wilson” dat dit “House-Grey” memorandum door het Britse Parlement unaniem werd afgewezen *5, maar men moet zich afvragen of dat wel juist was. In zijn memoires vertelde Grey namelijk dat hij het stuk zo complimenterend achtte, dat hij het niet aan het kabinet ter lezing had aangeboden maar uitsluitend aan het “Imperial War Committee .” dat, met zijn volle toestemming, besloot er verder geen ruchtbaarheid aan te geven.*6. Men moet zich zelfs afvragen of Grey het stuk inderdaad wel aan het IWC heeft toegespeeld want het kwam niet voor op de lijst met “over te dragen stukken” toen hij aftrad maar werd, na zijn dood, teruggevonden in zijn privé papieren.

De initiatieven om toch tot vrede te geraken waren overigens al eerder gestart.

Na mislukte pogingen in 1915 was het Duitsland, dat zich op 12 december 1916, na de overwinning op Roemenië, sterk genoeg achtte om een poging tot “vrede onder voorwaarden” te wagen. Het benaderde de USA en vroeg dit land daarbij te bemiddelen.*7.

Twee dagen later zond de Amerikaanse president daarop een nota aan de strijdende partijen waarin hij hen vroeg wat nu precies hun wensen en eisen waren om tot een duurzame vrede te komen.

Deze nota werd aan geallieerde zijde nogal bekritiseerd. Het werd Wilson kwalijk genomen dat hij zich nog steeds niet openlijk aan de kant van de geallieerden had geschaard. Desondanks voldeed men schoorvoetend aan zijn verzoek en men legde z’n eisen op tafel.

De kern ervan was:”Onvoorwaardelijke capitulatie van Duitsland”. De Duitse eisen waren onduidelijk en ook niet erg toeschietelijk Beide partijen waren duidelijk nog niet aan vrede toe en kwamen eigenlijk steeds onverzoenlijker ten opzichte van elkaar te staan.

Toch beseften de Duitsers dat hun positie er op den duur niet beter op zou worden en ten einde een oplossing te forceren, grepen ze nu naar het wapen van de “onbeperkte Duikbootoorlog” waarmede echter de kans op een vergelijk tussen beide partijen welhaast tot nul werd gereduceerd.

 

PEACE WITHOUT VICTORY

De Amerikaanse president bleef echter in zijn rol van “vredestichter” volharden en op 22 januari 1917 hield hij een rede waarmede hij zich tot de gehele wereld richtte met een opzienbarend vredesplan. Hoofdthema was zijn stelling: “Peace without Victory”.

 

De strijdende partijen moesten op basis van vooraf gemaakte afspraken, zoals vrijheid der zeeën, zelfbeschikkingsrecht aller volkeren, afschaffing van geheime allianties en verdragen, de strijd staken en zich ieder op z’n eigen gebied terugtrekken. Dit alles op basis van volstrekte gelijkheid zonder nog verder de schuldvraag te stellen.

 

Waarlijk, het was een edel plan maar tegelijkertijd ook nogal naïef en het werd dan ook niet door iedereen positief ontvangen. Intussen stonden de ontwikkelingen niet stil, de hervatting van de onbeperkte duikbootoorlog door Duitsland, het berucht “Zimmermanntelegram” en het verloop van de strijd in Europa deed de Amerikaanse president besluiten om Amerika aan de kant van de geallieerden, in de oorlog te brengen. Op 3 februari 1917 verbrak Wilson de diplomatieke betrekkingen met Duitsland maar het duurde nog tot 2 april alvorens hij, in een indrukwekkende rede voor het Amerikaanse Congres, zijn besluit tot oorlog officieel aankondigde. Al spoedig daarna stroomden de eerste Amerikaanse troepen Frankrijk binnen en namen hun posities in.

 

HET VEERTIEN PUNTENPLAN VAN PRESIDENT WILSON

Wilson’s besluit om Amerika aan de oorlog te laten deelnemen, weerhield hem er overigens niet van om door te gaan met zijn vredesinitiatieven. Integendeel, zijn besluit om Amerika in de oorlog te betrekken, werd mede ingegeven door de gedachte dat hij daardoor veel meer invloed zou kunnen uitoefenen dan wanneer Amerika buiten de oorlog zou blijven en daarin had hij natuurlijk gelijk. Door partij te worden kon hij ook eisen stellen en zijn invloed doen gelden. Inmiddels werkte hij de hele zomer en het begin van de winter van `1917-1918 aan de uitwerking van zijn “Peace without Victory” plan en op 8 januari 1918 hield hij zijn beroemd geworden “Veertien Punten rede” die, met name in de USA, met gejuich werd ontvangen.


In Europa was dat echter veel minder het geval. De geallieerden waren het met de meeste van Wilson’s veertien punten volstrekt oneens. De Franse minister-president Clemenceau maakte enkele spottende opmerkingen en de “Times” merkte op dat president Wilson kennelijk van mening was dat het “Rijk der Gerechtigheid” reeds op aarde was neergedaald.*8.

Ook Duitsland reageerde koel en toonde zich niet erg toeschietelijk.

 

Wat behelsde Wilson’s “veertien punten programma” nu eigenlijk in concreto?.

Kort samengevat stelde hij het volgende voor:

  1. Vredesonderhandelingen dienden volledig in het openbaar te worden gevoerd.
  2. Het principe van de vrije zee diende door alle landen te worden aanvaard.
  3. In de “nieuwe orde” dienden alle economische barrières te verdwijnen, dus open grenzen en vrije handel voor iedereen.
  4. De bewapeningswedloop diende terstond te worden beëindigd en alle landen moesten zich te ontwapenen.
  5. Er moet een eerlijke regeling komen mbt alle koloniale afspraken, waarbij het belang van de betrokken bevolking even zwaar moet wegen als dat van de kolonialiserende macht.
  6. Het Westen zou niet mogen interveniëren in Polen.
  7. Herstel van België als vrije onafhankelijke natie.
  8. Duitsland diende Frankrijk te verlaten en Elzas Lotharingen aan Frankrijk teruggeven.
  9. Voor Italië moesten definitieve grenzen worden vastgesteld langs lijnen van nationaliteit.
  10. Handhaving van Oostenrijk-Hongarije als Staat, maar met het recht op autonome ontwikkeling voor de verschillende volkeen in de Dubbelmonarchie.
  11. De Balkanstaten kregen het recht op zelfbeschikking en Servië een uitweg naar zee.
  12. Turkije kon behouden wat haar etnisch toekwam maar alle andere nationaliteiten in het Ottomaanse Rijk dienden het recht op een autonome ontwikkeling te krijgen en de Dardanellen zou vrij toegankelijk worden voor alle scheepvaart.
  13. Polen werd een onafhankelijke staat met een duidelijk Poolse bevolking. Ook zou Polen een haven aan zee moeten krijgen.
  14. Er zou een Volkerenbond moeten komen waarin alle naties, groot en klein, de zelfde rechten op politieke onafhankelijkheid en territoriale integriteit dienden te krijgen.

Op het eerste gezicht een schitterend plan maar de praktische uitvoering er van lag wel wat moeilijker.

Zo was een open vrije zee voor Gr.Brittannie onaanvaardbaar, het zou haar heerschappij ter zee immers aantasten. De teruggave van Elzas Lotharingen lag Duitsland zeer zwaar op de maag en de voorstellen mbt de koloniën, vonden natuurlijk bij niemand een begripvol oor.

 

De Amerikaanse president gaf het echter niet zo gauw op,

Op 1 februari hield hij weer een rede waarin hij nog eens vier, min of meer nieuwe punten (the Four Principles) aan de eerdere 14 toevoegde. Deze luidden:

  1. Elk probleem dat zou ontstaan bij de introductie van het 14 puntenplan, diende apart op zijn merites te worden bestudeerd.
  2. De vrede zou niet langer door enkele grote staten onderling, maar door alle betrokkenen moeten worden geregeld.
  3. Elke territoriale afspraak diende in het belang van het betrokken land te zijn.
  4. Men diende zoveel mogelijk tegemoet te komen aan de nationale aspiraties van de betreffende landen.

Ook op deze rede van Wilson werd weer niet echt enthousiast en positief gereageerd.

Het leek er op dat de president niet besefte wat zijn voorstel, dat neer kwam op het recht op zelfbeschikking voor alle volkeren, in de praktijk zou gaan betekenen.

In Gr.Brittannie dacht men onmiddellijk aan het koloniale imperium met landen als India, Z.Afrika, Syrië, Palestina  etc. Wat Wilson hier voorstelde betekende dé facto de ontmanteling van het Britse koloniale Rijk. Niemand, zeker de Britten niet, zat daar op te wachten en Wilson kreeg dan ook nu weer geen “voet aan de grond”.

 

Ook nu ging de president echter onverdroten voort met de uitbouw van zijn plan.

Op 4 juni 1918, tijdens een rede in Mount Vernon, de voormalige residentie van George Washington, voegde hij wederom vier punten aan zijn programma toe, ditmaal de “four points” genaamd.

In het kort kwamen ze hier op neer:

  1. Onpartijdigheid en rechtvaardigheid tussen de volkeren.
  2. Definitieve regeling van het recht op zelfbeschikking.
  3. Voor alle volkeren de zelfde morele principes.
  4. Een nadere uitwerking van de stichting van een Wereld vrede organisatie.

Ditmaal werkte de oorlogssituatie in zijn voordeel.

De Duitsers waren een groot offensief begonnen en in juni stond de zaak er voor de geallieerden zeer slecht voor. Die raakten dan ook in paniek en vreesden de oorlog alsnog te gaan verliezen.

Ze smeekten de USA om meer troepen te zenden en men leek nu meer bereid om naar Wilson’s plannen en voorstellen te luisteren.

 

Op 27 september voegde deze nu nog eens 5 punten, the “Five Particulars” toe aan zijn “masterplan”, te weten:

  1. Onpartijdigheid en rechtvaardigheid tussen de volkeren.
  2. Volstrekte gelijkheid van alle deelnemers aan de komende vredesbesprekingen.
  3. Verbod op het vormen van geheime allianties of verdragen.
  4. Verbod op het vormen van economische blokken.
  5. Alle bestaande geheime verdragen en afspraken dienden openbaar gemaakt te worden.

Vooral dit laatste punt was uitermate belangrijk omdat dit de geallieerden in een lastig parket bracht. Zij hadden immers tijdens en vóór de oorlog een aantal geheime verdragen gesloten, onder andere met Servië, Italië en Roemenie waarin ze die landen na de oorlog Duitse en Oostenrijk-Hongaarse gebieden hadden toegezegd en als dat nu bekend zou worden zou dat natuurlijk grote gevolgen kunnen hebben voor het vredesproces en voor de toekomstige verhoudingen met die landen.

 

Het waren deze 5 punten die voor Duitsland een belangrijk aspect vormden en dan natuurlijk vooral punt twee.

Op 4 oktober zonden de Duitsers hun eerder genoemde nota met het verzoek te bemiddelen bij het starten van wapenstilstands onder handelingen met de geallieerden, op basis van zijn “veertien punten” programma.*9. Dit betekende derhalve dat Duitsland in principe akkoord ging met Wilson’s plan en op basis daarvan bereid was met de geallieerden aan tafel te gaan zitten.

De geallieerden waren, zoals gezegd, absoluut niet gelukkig met Wilson’s “Veertien punten - beter eigenlijk - Wilson’s 27 punten”.

 

Clemenceau kon niet nalaten op te merken dat: “de goede God zelf slechts 10 punten nodig had gehad” en hij wees het Duitse verzoek om wapenstilstandsonderhandelingen direct af omdat hij van mening was dat Duitsland zich niet tot Amerika, maar tot de geallieerden had moeten wenden.

Lloyd George was een andere mening toegedaan. Hij was bevreesd dat Wilson toch zijn zin zou doorzetten, desnoods zonder medewerking van de geallieerden en dan waarschijnlijk militair te toegeeflijk zou zijn. Amerika had de sleutels in handen. Eind 1919 was Amerika financieel oppermachtig geworden en de geallieerden stonden voor miljarden bij haar in het krijt. De Amerikaanse goudvoorraad was sinds 1914 bijna verdubbeld en bijna gelijk aan de helft van de wereldvoorraad en zonder verdere Amerikaanse kredieten zouden de geallieerde economieën volstrekt zijn ingestort.*10 Ook gezien de militaire situatie kon Wilson zonder problemen de geallieerden buiten spel zetten bij de vredesonderhandelingen. Die waren immers absoluut niet meer in staat de oorlog nog zonder de hulp van Amerika tot een goed einde te brengen. .

De Britse minister-president begreep echter heel goed dat Wilson’s plannen dan wel edel en verheven, maar niet erg doordacht en zeker niet erg praktisch waren en dat men met scherp onderhandelen waarschijnlijk nog heel wat aan die plannen zou kunnen bijschaven. :  Daar kwam nog bij, dat de persoonlijke vertegenwoordiger van president Wilson, kolonel House, dreigde dat als de geallieerden het 14 puntenplan van Wilson niet zouden aanvaarden, dit zou betekenen dat de president dit openbaar zou moeten maken. De geallieerden zouden daarmede het odium op zich laden niet mee te willen werken aan een snelle vrede en dit zou natuurlijk door hun volken niet begrepen worden. Toen House ook nog liet doorschemeren dat bij niet aanvaarden van het plan Amerika mogelijk een aparte vrede met Duitsland zou sluiten, wist Lloyd George Clemenceau en Orlando er van te overtuigen dat het verstandiger was om Wilson’s voorstellen te aanvaarden, zij het met enige wijzigingsvoorstellen. Pas op 5 november 1918, zes dagen voor de wapenstilstand, zonden de geallieerden een telegram aan de Amerikaanse president waarin zij: ”declared their willingness to make peace with the Government of Germany on the terms of peace laid down in the President’s address to Congress of january ,1918. and the principles of settlement enunciated  in his subsequent addresses”., waarbij ze echter aantekenden niet akkoord te kunnen gaan met het gestelde over de “Vrije Zee” terwijl ze tegelijkertijd een clausule over het betalen door Duitsland van alle oorlogsschade wilden zien opgenomen.*11. De president zond daarop een telegram aan de Duitse regering waarin hij hen van deze geallieerde beslissing op de hoogte stelde.  

Kolonel House noteerde op die dag in zijn dagboek:

”De geallieerden zijn nu niet meer vrij om met de Duitsers te doen wat ze willen. Nu ook Duitsland het plan aanvaard heeft zijn de geallieerden moreel en wettelijk gebonden aan de belofte vrede te sluiten op basis van het 14 puntenplan van de president”.

 

Wilson zelf bevond zich, nadat de Duitsers positief op zijn plan hadden gereageerd, overigens in een lastig parket. Hij wist natuurlijk dat de geallieerden niet van blijdschap stonden te juichen over zijn 14 puntenplan. Ook over de reacties in eigen land was hij niet zeker. Hij had het Amerikaanse volk juist in een oorlogsstemming gebracht en zijn “peace without victory” plannen strookte op dat moment niet meer zo met de actuele situatie en hoe kon hij er zeker van zijn dat de Duitsers oprecht waren met hun verzoek om tot wapenstilstand te komen? 

Het was eigenlijk een soort anticlimax. Nu het grote moment naderbij leek te komen en de wapenstilstand binnen de mogelijkheden kwam te liggen, begon Wilson te aarzelen. Vanaf dat moment leek hij de vaste lijn van zijn beleid los te laten. Op 8 oktober zond hij een nota aan de Duitse regering met de mededeling dat het niet alleen om zijn “veertien puntenplan” ging, maar ook om de onmiddellijke ontruiming van alle bezette gebieden. Voorts eiste hij de garantie dat de Duitse regering uit naam van het Duitse volk, en niet uit naam van de Keizer en het Opperbevel sprak.

Deze nota was uiteraard van verstrekkende aard. Wilson, eiste hier min of meer mee dat de keizer en het opperbevel aan de kant moesten worden gezet. In feite deed hij met deze eisen zijn “veertien puntenplan” reeds geweld aan.

Tot zijn verrassing ontving hij op 12 oktober uit Duitsland echter een positief antwoord. Men verzekerde hem dat de Duitse regering uit naam van het Duitse volk sprak.

Dit gaf Wilson kennelijk de moed om weer met nieuwe aanvullende eisen te komen. Op 14 oktober zond hij een nota waarin hij stelde dat er ook aan een aantal militaire voorwaarden voldaan zou moeten worden en hij deelde mede dat die voorwaarden door de geallieerden zouden worden opgesteld. Tevens diende Duitsland onmiddellijk de onderzeebootoorlog te staken en de systematische vernietiging van bezet gebied te beëindigen.

 

Op 20 oktober antwoordde de Duitse regering dat het ook deze eisen zou inwilligen en gaf ze uitvoerig rekenschap over de reeds aan de gang zijnde democratisering in het land. In feite was dit dus een volledige capitulatie voor Wilson’s eisen en e.e.a maakte duidelijk dat de regering het door Ludendorff voorgestelde beleid had afgewezen en thans haar eigen weg ging.

Men dient zich echter te realiseren dat in Wilson’s nota’s aan de Duitse regering met geen woord werd gerept over de zwaarte van de militaire wapenstilstandeisen. Hij verwees daarvoor slechts naar de geallieerden die deze eisen zouden opstellen. De Duitsers hadden dan ook geen flauw idee wat die voor hen in petto hadden.

 

FOCH’S WAPENSTILSTANDEISEN

Op 24 oktober had Foch zijn voornaamste eisen op een rijtje gezet en legde die aan Haig en zijn generaals voor. Foch stelde dat, om er zeker van te zijn dat Duitsland de strijd niet meer zou kunnen hervatten en de haar opgelegde herstelbetalingen ook zou voldoen, het noodzakelijk was om Duits gebied te bezetten en daar ook bruggenhoofden te vestigen. Haigs commentaar was dat de argumenten van Foch zuiver politiek en niet militair waren hij toonde zich geschokt door de onrealistische wijze waarop Foch de militaire situatie beoordeelde. Hij vond dat Foch zich beter kon afvragen in hoeverre de geallieerde situatie het toestond zulke zware eisen te stellen en als die door Duitsland zouden worden geweigerd, of de geallieerden dan wel in staat waren hun eisen kracht bij te zetten. *12.

 

De volgende dag, op 25 oktober riep Foch alle militaire leiders bijeen en las hen zijn pakket wapenstilstandeisen voor. Pershing, die enkele dagen daarvoor heel andere geluiden tegen Haig had laten horen, ging nu geheel akkoord. Hij verklaarde zelfs dat hij er de voorkeur aan gaf om van de Duitsers complete capitulatie te eisen. Ook Petain ging nu met Fochs voorstellen akkoord en voegde er zelfs enkele eisen aan toe. Ook nu weer verklaarde Haig zich een fel tegenstander. Hij waarschuwde Foch dat als de Duitsers zijn voorwaarden zouden weigeren, de oorlog daardoor onnodig verlengd zou worden en dat z.i. de geallieerden militair niet in staat zouden zijn om daaraan snel een eind te maken. *13.

Foch echter verwierp Haig’s argumenten en zette zijn voorstellen, tegen de uitdrukkelijke zin van Haig, toch door. De wapenstilstand voorwaarden zoals door Foch opgesteld luidden:

  1. De onmiddellijke evacuatie van al het door de Duitsers bezette gebied inclusief Alsac Lorraine en de repatriëring van alle inwoners van die gebieden.
  2. Overdracht door Duitsland van 5000 kanonnen, 30000 machinegeweren en 3000 mijnenwerpers.
  3. Evacuatie door het Duitse leger van de gehele linkeroever van de Rijn, bezetting door de geallieerden van bruggenhoofden op de rechteroever van de Rijn bij Mayence, Coblenz en Staatsburg en de vorming van een neutrale zone op de rechteroever van 25 breed aan de oostkant van de rivier.
  4. Het verbod op vernielingen en het aanbrengen van schade in het te evacueren gebied.
  5. Overdracht van 5000 locomotieven en 150.000 spoorwagons in bruikbare staat.
  6. Overdracht van 150 onderzeeboten, internering van de Duitse oorlogsvloot en bezetting door de geallieerden van Cuxhaven en Helgoland.
  7. De blokkade van Duitsland zal voorlopig worden voortgezet.

Het zal duidelijk zijn, dit waren geen wapenstilstandeisen maar regelrechte capitulatie-eisen en e.e.a had niets meer van doen met een gewone wapenstilstandovereenkomst.

De volgende dag toonde Foch zijn eisenpakket aan de Franse president Poincaré die hem vroeg wat hij zou doen als de Duitsers ze zouden weigeren.

Foch antwoordde daarop dat er dan niets anders zou opzitten dan de strijd voort te zetten tot de eindoverwinning  *14. Er was nu dus een levensgroot meningsverschil tussen de Britse (Haig’s) en Franse (Foch’s) zienswijze over hoe de Duitsers zouden reageren. We weten ook dat de Britse regering vooralsnog het standpunt van Haig en zijn generaals had overgenomen en de discussie over de uiteindelijke wapenstilstandvoorwaarden kon dan ook niet op korte termijn worden afgerond.

De dag na de bijeenkomst van de militaire leiders schreef Haig: ”ït is most important that our statesmen should think over the situation carefully and not attempt to so humiliate Germany as to produce a desire for revenge in years to come”*15.

 

DE WAPENSTILSTANDONDERHANDELINGEN EN DE WIJZIGINGEN IN HET 14 PUNTENPLAN VAN PRESIDENT WILSON

Intussen was de Amerikaans-Duitse notawisseling de geallieerden natuurlijk niet ontgaan. Men ergerde zich wezenloos over het feit dat Wilson daarbij de geallieerden geheel buiten spel liet. Lloyd George zond daarom, samen met Clemenceau en de Italiaanse  minister-president Orlando, een woedend telegram naar Wilson waarin ze hem verweten veel te slap en eigenmachtig op te treden.*16.

Geschrokken breidde Wilson zijn eisen nu nog verder uit en vroeg nu ook om het aftreden van de keizer waarbij hij dreigde dat als dit niet zou geschieden, hij niet meer over vrede, maar nog slechts over capitulatie zou willen spreken.*17.

Zoals we inmiddels weten werd ook op deze nota door de Duitse Rijkskanselier positief gereageerd, Hierop zond de president op 5 november 1918 een concept vredesvoorstel naar Duitsland. Inmiddels waren er echter wel een aantal wijzigingen in Wilson’s 14 puntenplan aangebracht.

Een van deze wijzigingen die, onder druk van Gr.Brittannie, was ingebracht betrof punt 2, dat van de “vrije zee” en onder druk van Frankrijk verscheen er nu ook een eis tot volledige herstelbetalingen door Duitsland. Van een “peace without victory” was steeds minder sprake en terwijl Duitsland, gedwongen door de interne situatie als gevolg van de revolutie, steeds meer en meer moest toegeven, verscherpte Wilson zijn voorwaarden telkenmale.

 

De dag voordat Wilson zijn nota verzond en nadat men op de hoogte was gekomen van de precaire situatie die in Duitsland was ontstaan door het uitbreken van de revolutie, werden de geallieerden het eindelijk eens over de wapenstilstandseisen m.u.v. de eis dat Duitsland haar gehele oorlogsvloot moest inleveren.

Men was bevreesd dat die eis door Duitsland definitief geweigerd zou worden en dat ze dan de oorlog alsnog zou willen voortzetten. E.e.a. geeft wel aan hoe bevreesd men, ondanks alles, toch nog steeds was dat Duitsland nog zou doorvechten. Besloten werd dat de Duitse vloot voorlopig in neutrale havens ligging zou moeten nemen en derhalve nog niet in beslag genomen zou worden. Zoals we weten hielden de Britten zich achteraf niet aan deze afspraak en interneerden de gehele Duitse oorlogsvloot in een van hun eigen havens te Scapa Flow.

Over het al dan niet in beslag nemen van de gehele Duitse vloot ontstond overigens nog een ernstig meningsverschil tussen de Fransen en de Britten. De Britse admiraals hadden, in aansluiting op de door maarschalk Foch opgestelde wapenstilstandvoorwaarden, geëist dat de gehele Duitse vloot zou worden geïnterneerd. Verrassend genoeg was Foch daar mordicus op tegen. Tijdens een bijeenkomst op 4 november verklaarde hij dat dit een eis was die de Duitsers waarschijnlijk zouden weigeren. “Moeten we de oorlog voortzetten alleen om de Duitse vloot geïnterneerd te krijgen terwijl die vloot eigenlijk nimmer een gevaar heeft opgeleverd, in feite zelfs nimmer gebruikt is?” zo was zijn vraag.

Lloyd George antwoordde daarop dat de Duitse vloot wel degelijk een gevaar opleverde en ook steeds opgeleverd had. “Als die vloot niet had bestaan, dan hadden we waarschijnlijk 350.000 man, mogelijk zelfs 500.000 man meer aan land kunnen inzetten en dan hadden we tevens kunnen beschikken over voldoende voorraden aan kolen, olie en andere belangrijk materiaal voor de oorlogvoering”.

Foch merkte daarop op: “de oorlog ter zeer wordt momenteel niet door slagschepen maar door onderzeeboten gevoerd.

Wat denkt u te doen als de Duitsers weigeren om hun vloot over te geven? Als ze trouwens onze wapenstilstandvoorwaarden accepteren, dan is de doorlog afgelopen en waarom zouden we die voortzetten om slagschepen te interneren terwijl die dan toch al werkeloos in hun havens liggen?

Lloyd George gaf daarop een wat onduidelijk antwoord en vond dat, als de Duitsers zouden weigeren, men altijd nog wel kon bepalen wat het antwoord daarop zou moeten zijn. Uiteindelijk kwam men tot de conclusie dat Duitsland al haar onderzeeboten zou moeten overgeven terwijl de oppervlaktevloot zou worden geïnterneerd in neutrale havens *18.

 

DE WAPENSTILSTAND

Op 8 november trok een Duitse onderhandelingdelegatie naar Compiegne in Frankrijk alwaar ze door maarschalk Foch, namens de geallieerden, in een spoorwegwagon werden ontvangen.

 

Foch vroeg naar de reden van hun komst. De Duitse afgevaardigde Erzberger vroeg naar de voorstellen van de geallieerden voor het sluiten van een wapenstilstand. Foch antwoordde geen voorstellen te hebben.

 

“Wij vragen naar uw voorwaarden”, probeerde een ander delegatielid waarna een diepe stilte volgde.

“Wenst u om een wapenstilstand te vragen?” antwoordde Foch. “Zo ja, zeg dat dan, dan zal ik u onze eisen noemen” en daarop liet hij, in het Frans, een van zijn medewerkers de voornaamste eisen opsommen.

De Duitse delegatie was ronduit verbijsterd.

De eisen behelsden niets meer of minder dan een volledige capitulatie. Foch merkte daarbij nog op dat ze konden worden aangenomen of verworpen, een tussenweg was er niet.

De eisen omvatten o.a:

  1. Onmiddellijke ontruiming van alle bezette gebieden.
  2. Onmiddellijke ontruiming van de westoever van de Rijn.
  3. Beschikbaar stellen van bruggenhoofden bij Mainz, Coblenz en Keulen, elk met een straal van 30 km.
  4. Repatriëring van alle krijgsgevangenen.
  5. Onmiddellijke overdracht van 5000 kanonnen, 25000 machinegeweren, 3000 mortieren, 1700 vliegtuigen en alle onderzeeboten.
  6. Internering van de Duitse Hoge Flotte.
  7. Betaling van alle kosten voor het geallieerde bezettingsleger in Duitsland.
  8. Herstel van alle door Duitsland aangerichte schade in de bezette gebieden.
  9. Overdracht van 5000 locomotieven en 15000 goederenwagons, alles in gebruiksklare toestand met bijbehorende reserveonderdelen alsmede 5000 vrachtwagens.
  10. De blokkade ter zee werd vooralsnog volledig gehandhaafd.*19.

Het was duidelijk, de geallieerden maakten gebruik van de wetenschap dat Duitsland geen enkele keus had nu de revolutie in het land was uitgebroken en elke weerstand, laat staan het voortzetten van de strijd, uitgesloten was.

Van onderhandelen was dan ook geen sprake meer en het bleek al ras dat de geallieerden dat ook helemaal niet meer van plan waren. Duitsland had nog slechts te gehoorzamen en werd behandeld als een verslagen vijand.

Toch zag men in Duitsland nog een laatste strohalm in Wilson’s mededeling dat de geallieerden uiteindelijk wel akkoord gegaan waren met een vrede op basis van zijn “veertien punten” programma. Men werd nu wel gedwongen om vernederende wapenstilstandseisen te aanvaarden maar het uiteindelijke vredesverdrag zou dan toch gesloten worden op basis van het “Peace without Victory” programma, een redelijke en voor iedereen aanvaardbare en eervolle vrede dus en dit werd dan ook voortdurend publiekelijk herhaald door de Duitse regering die hoopte daarmede al te grote publieke onrust te voorkomen.

Ook hierin zouden de Duitsers echter bedrogen uitkomen. Ondanks de beloften en toezeggingen, van een “Peace without Victory” zou geen sprake meer zijn.

Inmiddels bleef er voor de Duitse delegatie niets anders over dan, met het mes op de keel, de wapenstilstandsovereenkomst uiteindelijk te ondertekenen. Op 11 november te 1100 uur kwam er een eind aan de gevechtshandelingen en zwegen de kanonnen voorgoed.

 

11: DE LAATSTE FASE

HET VREDESVERDRAG

De geallieerden begonnen nu met het opstellen van een vredesverdrag, maar het zou nog tot 28 juni 1919 duren alvorens dit verdrag, onder protest, door Duitsland kon worden ondertekend.

Het verdrag zou, naar later is gebleken, rampzalige gevolgen hebben.

 

Duitsland verloor zo’n 13% van zijn oorspronkelijke gebied en 10% van z’n gehele bevolking, alle koloniën en alle bezittingen in die koloniën, praktisch zijn gehele koopvaardijvloot en het grootste deel van alle spoorwegmateriaal waardoor de kans op een economisch herstel voor jaren geblokkeerd werd. Wat nog erger was, de Britse hongerblokkade werd nog tot in 1919 voortgezet waardoor nog vele Duitsers, vooral vrouwen en kinderen, stierven van honger en gebrek.

De Britten wilden op deze wijze voorkomen dat Duitsland te snel opnieuw handelscontacten zou vestigen voordat zijzelf die zouden hebben zeker gesteld. Zonder koopvaardijvloot was daar natuurlijk toch al geen kans op, maar Duitsland kreeg ook nog de verplichting opgelegd gedurende een periode van vijf jaar minstens 200.000 ton scheepsruimte per jaar, voor de geallieerden te bouwen. Bovendien moest Duitsland het kolenbekken van de Saar, dat meer kolen bevatte dan in Frankrijk aanwezig waren, voor een periode van 35 jaar afstaan.

 

Terwijl het land dus werd ontdaan van z’n voornaamste mogelijkheden van bestaan, kreeg het voorts ook nog de verplichting opgelegd een volstrekt willekeurig geschatte schade van ruim 1000 miljard goudmark, aan de geallieerden te betalen terwijl iedereen begreep dat zo’n bedrag niet op te brengen zou zijn.

 

De grootste smaad was echter de vaststelling door de Vredes Conferentie, dat Duitsland als enige schuld had aan het ontstaan van de oorlog en derhalve ook als enige de volledige schade ontstaan door die oorlog, zou moeten dragen, een schade overigens waarvan de grootte niet door een onpartijdige commissie, maar door Duitslands vijanden werd vastgesteld.

 

De beroemde Britse econoom Keynes, die als delegatielid deelnam aan de conferentie betitelde het verdrag als “immoral and incompetent”*20 en nam uit protest tegen de gang van zaken ontslag. Hij was niet de enige die protesteerde. Zelfs Lloyd George probeerde te elfder ure nog veranderingen aan te brengen maar Clemenceau blokkeerde elke suggestie tot versoepeling en vreemd genoeg werd hij daarbij door president Wilson gesteund.

Het was generaal Smuts die later opmerkte: “In plaats van vrede te maken, gaan we door met de oorlog en reduceren we Europa tot een ruïne. Onder dit vredesverdrag zal de situatie in Europa ondraaglijk worden en uiteindelijk tot revolutie en opnieuw tot oorlog leiden”. Profetische woorden, die maar al te snel zouden uitkomen.

 

Voor de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Brockdorff-Rantzau, was het duidelijk. Hij stelde vast dat: “degene die dit verdrag ondertekende, het doodvonnis uitsprak over vele miljoenen Duitsers, vrouwen, mannen en kinderen!”.

 

LLOYD GEORGE’S OMMEZWAAI

Lloyd George begon zich grote zorgen te maken over de consequenties van de vredesvoorwaarden. Niet alleen was hij bevreesd dat dit tot een tweede revolutie in Duitsland zou leiden en de weg voor het Bolsjewisme daar zou vrijmaken, maar ook was hij bang dat Frankrijk na de oorlog een te dominante rol op het wereldtoneel zou krijgen en dat dit land in de toekomst wel eens haar grootste concurrent zou kunnen worden. Zoals gezegd, hij besloot nu een poging te doen om de uitermate zware eisen van het vredesverdrag af te zwakken. Hij was, ook na gesprekken met o.a. generaal Smuts, tot de conclusie gekomen dat de eisen van het vredesverdrag niet alleen het gevaar opleverden dat Duitsland ze zou kunnen weigeren waardoor de oorlog weer verlengd zou worden (terwijl hij er aan twijfelde of het Britse volk nog wel bereid zou zijn opnieuw ten strijde te trekken), maar ook vreesde hij nu dat zelfs als Duitsland het verdrag wel zou tekenen, dit in de toekomst tot zeer grote problemen zou leiden en uiteindelijk weer op oorlog zou uitdraaien.

 

Het was niet alleen voornoemde overwegingen, die Lloyd George tot deze gedachten bracht. Ook de Duitse antwoordnota op het vredesverdrag had grote indruk op hem gemaakt. De Duitsers hadden een team van wetenschappers en juristen bijeen gebracht die de door de geallieerden gestelde eisen punt voor punt ontzenuwden. Ze toonden zonneklaar aan dat die eisen niet alleen voor een groot deel onmogelijk waren en Duitsland over de rand van de afgrond zouden duwen maar ook dat ze in volstrekte tegenspraak waren met Wilson’s 14 puntenprogramma en juridisch dan ook contractbreuk betekenden. Duitsland stelde zich op het standpunt dat de aanvaarding van de 14 punten door beide partijen geleid had tot het aanvaarden door Duitsland van de wapenstilstand en dat beide partijen zich dan ook legaal verbonden hadden om dit 14 puntenprogramma uit te voeren.

Het Duitse leger had niet gecapituleerd maar een wapenstilstand aanvaard op basis van vooraf gemaakte en duidelijke afspraken. De Duitse linies waren niet doorbroken en het leger bezette nog grote stukken vijandelijk gebied.

Nu de geallieerden zich kennelijk niets meer aantrokken van deze gemaakte afspraken, zagen de Duitse juristen dit als een flagrante schending van een internationaal overeengekomen verdrag tussen democratische staten.

Daar kwam nog bij dat de voornaamste geallieerde leiders tijdens de oorlog regelmatig in het openbaar hadden verklaard dat ze geen oorlog voerden tegen het Duitse volk maar uitsluitend tegen de Duitse militaire en autocratische leiders. Die leiders waren nu van het toneel verdwenen en Duitsland was nu een democratie geworden maar de vredeseisen troffen toch het gehele Duitse volk.*21.

De Duitse tegenargumenten waren zo duidelijk en helder dat Lloyd George nu plotseling totaal van mening veranderde. Hij nam het dramatische besluit om het Britse kabinet in z’n geheel naar Parijs te ontbieden om daar over revisie van het verdrag te discussiëren.

 

DE BRITSE REGERING BESLUIT TOT REVISIE VAN HET VERDRAG

Op 1 juni 1919 kwam het Britse Kabinet om die reden in de privé vertrekken van de Britse Minister President bijeen. Lloyd George opende de zitting en verklaarde dat het vredesverdrag z.i. tot grote problemen zou leiden, problemen die Europa tot in lengte van dagen zouden blijven vervolgen en hij zag daarbij twee hoofdrichtingen. Of, de Duitse regering weigerde te tekenen en dan zou men de oorlog weer moeten voortzetten terwijl men daartoe waarschijnlijk niet meer in staat zou zijn, of de Duitsers tekende wel maar:” kunnen en zullen niet voldoen aan de eisen hetgeen dan zal leiden tot met name Franse tegenmaatregelen en wij zullen daar dan noodgedwongen aan mee moeten werken”.

Hij voorzag de noodzaak van het handhaven van een groot en kostbaar bezettingsleger en eindeloze militaire en politieke problemen.

 

De speciale kabinetsbijeenkomst duurde twee dagen waarna besloten en de regering kwam tot een dramatisch besluit waarin tot een totale revisie van het vredesverdrag werd besloten. De Duitse tegenargumenten werden op veel en belangrijke punten juist geacht en men was van mening dat het Verdrag grondig moest worden gewijzigd. De Britse Minister President kreeg opdracht om aanpassing van het verdrag met de meeste nadruk bij de geallieerden te bepleiten en indien die dat zouden weigeren dan diende hij eventueel Britse medewerking te weigeren aan een invasie in Duitsland en te dreigen met een opheffing van de blokkade. *22. Dit Britse kabinetsbesluit is natuurlijk van uitzonderlijk historisch belang, De gehele toenmalige Britse regering kwam tot de erkenning dat het Verdrag een dramatische vergissing was, dat het onrechtvaardig, ja onrechtmatig was en dat het zeker zou leiden tot toekomstige problemen in Europa en in de gehele wereld.

In feite hield deze conclusie tevens de erkenning in dat het Vredesverdrag van Versailles een flagrante schending was van de gemaakte beloften en afspraken (Wilson’s 14 puntenplan) tussen partijen op basis waarvan de Duitsers waren overgegaan tot het vragen om een wapenstilstand en zich daarbij in goed vertrouwen aan de geallieerden hadden overgeleverd.

 

De Britse premier stelde nu een nota op waarin hij zijn standpunt en zijn redenen om revisie van de vredesvoorwaarden te adviseren, uiteen zette.*23

 

 Zoals we nu weten kreeg Lloyd George echter geen voet aan de grond bij Wilson en Clemenceau. Hij had min of meer gerekend op de steun van president Wilson die toch ook moet hebben gezien dat er van zijn edele “14 puntenplan’ geen spaan terecht was gekomen. Het memorandum van Lloyd George bood hem nu een gouden kans om in een slag zijn verloren prestige (en dromen) terug te winnen. Vreemd genoeg greep Wilson die kans echter niet. Integendeel, hij confirmeerde zich geheel aan de felle tegenstand van de Franse premier Clemenceau die elke versoepeling afwees en Lloyd George met verwijten overlaadde. Als deze dan vond dat men Duitsland tegemoet moest komen, waarom gaf Engeland dan niet de Duitse vloot op, waarom gaf Engeland dan niet de Duitse koloniën terug enz. enz. Hij weigerde het memorandum verder nog maar een woord waardig te keuren en omdat ook president Wilson van geen verandering meer wilde weten (hij zou een gek figuur slaan in Amerika als hij nu weer van mening zou veranderen) kwam er van het Britse plan niets terecht en Lloyd George, die nb door zijn regering gemachtigd was om dan desnoods verdere Britse medewerking aan de uitvoering van het verdrag te weigeren, had niet de moed en de kracht zich tegen beide opponenten te verzetten. Hij bond in en verklaarde zich uiteindelijk toch met de harde eisen akkoord. Het lot van Duitsland en haar bondgenoten werd daarmede beslist en uiteindelijk, op de wat langere termijn, daarmede ook het lot van de wereld. Het zaad van een nieuwe vreselijke wereldoorlog zou in vruchtbare bodem vallen.

 

DE OVERHANDIGING VAN HET CONCEPTVERDRAG AAN DE DUITSE DELEGATIE

Op 7 mei 1919 was het dan zover. De geallieerden waren eindelijk gereed met hun beraadslagingen. Op de 25e april hadden de Duitsers het verzoek gekregen om naar Parijs te komen om aldaar het vredesverdrag te ontvangen. De Duitse delegatie was in de nacht van de 29e aangekomen en werd in een streng bewaakt hotel ondergebracht van waaruit ze zich niet zonder toestemming mochten verwijderen. De geallieerden waren echter nog steeds niet gereed met hun beraadslagingen en raakten in grote verlegenheid.

Dag en nacht moest gewerkt worden om het verdrag gereed te krijgen en dat lukte uiteindelijk pas in de nacht van zes op zeven mei.

Intussen hadden de Duitsers gedreigd weer naar hun land te zullen terugkeren als ze nu niet spoedig van de voorwaarden van het verdrag op de hoogte zouden worden gesteld. Het had geen zin langer te blijven en men kon in Duitsland nuttiger werk doen, zo deelde men de geallieerden mede.

 

Alvorens het verdrag aan de Duitsers werd overhandigd, werden, vroeg in de ochtend eerst nog een aantal kopieën gebracht naar een aantal geallieerde sleutelfiguren die het haastig doornamen. De algemene reactie was er een van schrik en ongeloof.

President Wilson zei tegen zijn perschef Baker:” Als ik Duitser was zou ik dit nimmer ondertekenen”.

 

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Robert Lansing dicteerde een memorandum waarin hij een dramatische maar realistische visie op het verdrag gaf. Hij stelde vast dat:

” Ik zie nu het complete verdrag voor de eerste keer in z’n geheel. De indruk is er een van teleurstelling, spijt en uitermate deprimerend. De voorwaarden zijn onbegrijpelijk hard en vernederend en aan de meeste eisen zal niet voldaan kunnen worden. .Ik stel vast dat de Volkerenbond, die met dit verdrag wordt gecreëerd, in feite een kunstmatige constructie heeft, gebaseerd op een compromis tussen de tegengestelde belangen van de deelnemende landen met de bedoeling om de verliezers onder controle te houden. De absurde voorwaarden die in het verdrag zijn opgenomen, dragen het zaad van een volgende oorlog reeds in zich. In alle eerlijkheid moet worden vastgesteld dat de Volkerenbond op deze wijze een instrument wordt van de machtigen met de bedoeling om de normale groei en nationale aspiraties van de verslagen landen onder controle te houden. Bestudering van de verdragsvoorwaarden leert dat de bevolking van bepaalde gebieden tegen hun wil wordt overgeleverd aan hen door wie ze worden gehaat, terwijl ze worden ontdaan van hun bestaansmogelijkheden en hun economische bronnen aan anderen worden gegeven. Haat, bitterheid en wraakgevoelens zullen hiervan de consequenties zijn. Het kan mogelijk jaren duren alvorens de verslagenen zich zullen kunnen bevrijden van deze onderdrukking maar met dezelfde zekerheid waarmede de dag door de nacht wordt gevolgd, zal de tijd aanbreken waarop zij hierin zullen slagen. Deze oorlog werd door de Verenigde Staten gevoerd om een eind te maken aan de condities waaronder ze kon uitbreken. Die condities blijken nu te worden vervangen door nog ergere condities die de oorzaak zullen worden van haat, jaloezie en argwaan. In plaats van de Triple Alliantie en de Entente is nu de Quintruple Alliantie gevormd met als doel de wereld te overheersen. De overwinnaars uit deze oorlog hebben de bedoeling hun wil op te leggen aan de verslagen landen en daarmede hun belangen ondergeschikt te maken aan die van henzelf. Er rest ons niets anders dan vast te stellen dat de zogenaamde Volkerenbond in feite niets anders is dan een alliantie van de vijf militaire Grootmachten. Het heeft geen zin onze ogen te sluiten voor het feit dat machtsuitoefening en het afdwingen tot gehoorzaamheid door de vijf grootmachten, het primaire doel van de Volkerenbond is. Recht komt pas op de tweede plaats. We hebben nu een vredesverdrag, maar het is zeker dat dit verdrag geen duurzame vrede zal brengen omdat het gebaseerd is op het drijfzand van het eigenbelang.” *24.

 

Dramatische woorden die aan duidelijkheid niets te wensen overlieten maar het was allemaal al te laat. Men had de trein in gang gezet en niemand kon die nu nog tegenhouden.

 

Het is werkelijk dramatisch te moeten constateren dat bijna iedereen van gezag in die tijd de voorwaarden van het Vredes Verdrag van Versailles als onderdrukkend, onrechtvaardig, onwijs en zelfs crimineel beschouwde, dat de Britten zich er zelfs faliekant tegen keerden, dat het voor iedereen zonneklaar was dat hier sprake was van het verbreken van een legaal bindend contract door de geallieerden (een scrap of paper?) maar dat dit er niet toe leidde dat het verdrag en de verdragsbepalingen werden gewijzigd. Het waren vooral de Amerikaanse president Wilson en de Franse minister-president Clemenceau , die hierbij instrumentaal waren en elke versoepeling van de voorwaarden hardnekkig tegenhielden, maar ook de Britse Minister-president Lloyd George  en de Italiaanse premier Vittorio Orlando die zich bij de beslissingen van deze mannen neerlegden. Zij allen namen daarmede een grote verantwoording op zich en, gezien de vele waarschuwingen die zij ontvingen en de consequenties die uiteindelijk uit hun houding volgden, moet worden vastgesteld dat zij daardoor medeverantwoordelijk werden voor het uitbreken van een nog ernstiger en bloediger conflict, het conflict dat thans als “Tweede Wereldoorlog” haar plaats in de geschiedenis heeft ingenomen.

 

In de ochtend van die zevende mei vond dan uiteindelijk in het Trinanon Palace te Versailles de overhandigingceremonie plaats

Toen de Duitse delegatie de Spiegelzaal te Versailles als laatste betrad, verstomde het rumoer. De Franse minister-president, Clemenceau, stond op en met hem de overige ca 200 gedelegeerden.

 

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Brockdorff –Rantzau, liep aan het hoofd van zijn delegatie langzaam langs de zwijgende massa naar de hem aangewezen zetel, boog stijfjes en ging zitten. Ook alle andere aanwezigen zetten zich weer neer met uitzondering van Clemenceau die zich, na een kort welkomstwoord, staande tot de Duitse delegatie richtte met de woorden:

“Heren afgevaardigden van Duitsland. Wij zijn hier bijeengekomen om onze rekeningen definitief te vereffenen. U hebt om vrede gevraagd, wij zijn bereid U die te geven. We zullen U thans onze voorwaarden overhandigen. U krijgt ruim de tijd ze te bestuderen maar het moet U duidelijk zijn dat de geallieerden volledige genoegdoening wensen. Wij verwachten Uw antwoord binnen 15 dagen. Wenst U nog wat te zeggen?”.

 

Brockdorff-Rantzau maakte, door het opsteken van zijn hand, duidelijk dat hij inderdaad wat te zeggen had. Toen hij met spreken begon, stond hij echter niet op maar bleef, tot verbijstering van alle aanwezigen, zitten. Het signaal was duidelijk en werd ook door eenieder ervaren als een klap in het gelaat, vooral ook omdat Clemenceau wel was gaan staan toen hij het woord tot de Duitse delegatie richtte.

Met een door emoties schor klinkende stem las de Duitse minister van Buitenlandse Zaken zijn antwoord voor dat als volgt luidde:

Mijne Heren,

We zijn zeer onder de indruk van de uitermate grote verantwoordelijkheid voor de taak die ons vandaag met u samenbrengt, namelijk het realiseren van een snelle en vooral blijvende vrede.

We koesteren geen enkele illusie met betrekking tot onze nederlaag en onze onmogelijkheid daar nog iets aan te veranderen. We zijn ons er terdege van bewust dat de macht van het Duitse wapen gebroken is zoals we ons bewust zijn van de haat waarmede we hier zijn ontvangen. We hebben de gepassioneerde eisen van onze overwinnaars gehoord die ons land willen laten boeten als verliezers en het willen straffen voor onze schuld aan deze oorlog. Van ons wordt verlangd toe te geven dat alleen Duitsland schuldig is. Zulk een erkenning uit mijn mond zou echter een leugen zijn.

We zijn absoluut niet van plan om te proberen Duitsland van alle verantwoordelijkheid vrij te pleiten voor het uitbreken van de oorlog en voor de wijze waarop die is gevoerd. De houding van de vroegere Duitse regering  tijdens de vredesconferentie te Den Haag  en haar daden en nalatigheden tijdens de tragische twaalf dagen in juli 1914, hebben mogelijk bijgedragen aan het uitbreken van de oorlog maar wij verzetten ons met de meeste nadruk tegen de gedachte dat Duitsland, waarvan het volk overtuigd was een defensieve oorlog te voeren, nu als enige de schuld daarvan zou moeten dragen.

 

Niemand van ons zal beweren dat het ontstaan van de oorlog uitsluitend het gevolg was van de moordaanslag op de Oostenrijk-Hongaarse troonopvolger. Gedurende de afgelopen vijftig jaar heeft het imperialisme van alle Europese Staten, de internationale verhoudingen chronisch vergiftigd.

De gevoerde politiek van compensatie en expansie en het niet erkennen van het recht van volkeren op zelfbeschikking, heeft bijgedragen tot de ziekte van Europa, een ziekte die uiteindelijk culmineerde in het uitbreken van de wereldoorlog. De Russische mobilisatie ontnam de staatslieden de controle over de gang van zaken en veroorzaakte een situatie waarbij het nemen van de beslissingen aan de militairen autoriteiten moest worden overgelaten.

Vandaag de dag is de publieke opinie in de landen van onze tegenstanders overtuigd van de misdaden die wij tijdens de oorlog zouden hebben begaan. . Wij zijn bereid om, als er misdaden zijn gepleegd, dat ook te erkennen. We zijn hier niet gekomen om te proberen de verantwoordelijkheid van diegenen die de oorlog politiek of militair hebben geleid, te bagatelliseren of het verbreken van internationale verdragen en het schenden van internationale wetten te ontkennen.

Ik wijs met nadruk naar de verklaring van de toenmalige Duitse regering in de Rijksdag bij het begin van de oorlog, dat de inval in België onwettig was en dat Duitsland haar fout later zou herstellen

Met betrekking tot de wijze waarop de oorlog werd gevoerd wil ik hier stellen dat ons land niet de enige was die oorlog voerde. Oorlogsmisdaden zijn zeker begaan en elke oorlogvoerende natie kent haar eigen gevallen van misdaden begaan door eigen onderdanen tijdens de oorlog. Het is me echter volstrekt onduidelijk waarom nu alleen Duitsland daarvoor gestraft moet worden.

Ik wijs vervolgens op het feit dat het u zes weken heeft gekost om ons uw wapenstilstandeisen te doen toekomen en het heeft vervolgens ruim zes maanden geduurd alvorens wij kennis konden nemen van uw vredesvoorwaarden. Oorlogsmisdaden zijn niet te excuseren maar ze worden veelal gepleegd in de hitte van strijd voor de overwinning of in de strijd voor het nationale voortbestaan of tijdens de oorlogsroes welke het bewustzijn van mensen en naties vertroebelt.

De honderdduizenden Duitse burgers die sinds 11 november nog van de honger stierven als gevolg van het feit dat de blokkade werd voortgezet, zijn echter in koelen bloede vermoord nadat door u de overwinning reeds was behaald en wij geen enkel gevaar meer voor onze tegenstanders opleverde. Ik verzoek U daaraan te denken als u het woord “schuld” in de mond neemt.

 

De mate van schuld van alle deelnemers aan de oorlog kan uitsluitend worden vastgesteld middels een onafhankelijk onderzoek door een neutrale commissie die alle deelnemers aan de oorlog zal moeten ondervragen en waarvoor alle archieven ter beschikking moeten worden gesteld. Wij hebben om zo’n neutraal onderzoek gevraagd en ik herhaal dat verzoek hierbij.

Alhoewel wij hier alleen staan op deze bijeenkomst, zonder vrienden of bondgenoten, tegenover al onze tegenstanders, voelen wij ons toch niet weerloos. Uzelf heeft ons een bondgenoot bezorgd, namelijk “justice’, het recht dat gegarandeerd werd in het “14 punten” programma van de Amerikaanse president Wilson dat als basis dient voor het bereiken van de vrede.

Tussen 5 oktober en 5 november hebben de geallieerden en de met haar geassocieerde regeringen de gedachte opgegeven aan een “vrede met geweld” en die vervangen door een “vrede door recht”.

Op de vijfde oktober 1918 heeft de Duitse regering het 14 puntenprogramma van de Amerikaanse president officieel als basis voor vredesonderhandelingen aanvaard en op 5 november daaropvolgend ontving de Duitse regering in antwoord daarop het bericht van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Lansing, dat de geallieerde en met haar geassocieerde regeringen dit “14 puntenplan” eveneens, zij het met 2 specifieke uitzonderingen, had aanvaard als basis voor vredesbesprekingen.

Het “14 punten plan” van president Wilson werd daarmede bindend voor beide partijen, voor ons zowel als voor u alsmede voor onze voormalige bondgenoten.

Dit “14 puntenplan” vraagt van ons enorme en pijnlijke nationale en economische opofferingen maar de heilige en fundamentele rechten van alle naties worden door deze overeenkomst tenminste volledig beschermd.

Het “program” wordt gedragen door het geweten van de gehele wereld en geen natie kan zich daaraan straffeloos onttrekken.

Het is op deze basis dat u ons bereid zult vinden uw vredesvoorwaarden te onderzoeken met als doel om samen met u te beginnen aan de gezamenlijke taak van de opbouw van wat vernietigd werd, het goedmaken van wat anderen werd aangedaan, vooral en in de eerste plaats met betrekking tot België en de mensheid naar nieuwe doelen op het gebied van sociale en politieke vooruitgang te leiden.

 

Met het oog op de enorme hoeveelheid problemen die op ons afkomen, zullen we trachten om de meest belangrijke kwesties zo snel mogelijk door een commissie van experts te laten onderzoeken voor verdere discussie. Ik beschouw het herstel van het Belgische en Frans grondgebied, dat door ons werd bezet en door de oorlogshandelingen schade opliep, als tweede belangrijke doelstelling.

Wij hebben ons plechtig verplicht dit te doen en zullen ons aan onze belofte houden overeenkomstig de nog te maken afspraken daaromtrent. Hierbij zullen we een beroep moeten doen op de overwinnaars zonder wiens financiële en technische hulp wij deze taak onmogelijk zullen kunnen uitvoeren.

Het is duidelijk dat de reconstructie zo succesvol en economisch mogelijk ter hand zal moeten worden genomen en hiertoe is het noodzakelijk dat er een duidelijk en zakelijk plan wordt opgesteld. Natuurlijk kunt u besluiten om hiervoor Duitse krijgsgevangenen in te schakelen. Dat lijkt het goedkoopste maar uiteindelijk zal dat de wereld duur komen te staan door de haat en wanhoop die dit bij het Duitse volk zal veroorzaken bij de gedachte dat haar zonen, broeders en vaders na het bereiken van de vrede nog verder zullen moeten lijden.

Om een snelle en duurzame vrede te bereiken zal deze kwestie zo spoedig mogelijk moeten worden opgelost.

Financiële Experts van beide partijen zullen moeten onderzoeken hoe Duitsland het best aan haar herstel verplichtingen zal kunnen voldoen zonder dat die verplichtingen tot haar bankroet zullen leiden.

Dat zou niet alleen het doel voorbij schieten omdat Duitsland dan niet meer kan voldoen aan de gestelde eisen maar tevens in geheel Europa een economische chaos veroorzaken. Beide partijen dienen voor de consequenties daarvan bedacht te zijn. Er is slechts een manier om dit te voorkomen en dat is absolute erkenning van de economische en sociale solidariteit tussen de volkeren van een vrije en voor elk land open te stellen Volkerenbond.

Mijne heren, de gedachte dat de meest vreselijke gebeurtenis van deze eeuw uiteindelijk toch moge leiden tot een vooruitgang in de relaties tussen de volkeren nu is nu vastgelegd en die gedachte zal zeker gerealiseerd worden. Als we willen voorkomen dat de oorlog voor niets is geweest en als we onze nieuwe doelen willen bereiken, dan zullen de deuren van de nieuwe Volkerenbond, wijd open moeten worden gezet voor alle naties van goede wil. Het Duitse volk is bereid de harde maatregelen die haar zullen worden opgelegd zonder klacht te dragen vooropgesteld dat de fundamenten van de overeenkomst waarop de vrede gesloten wordt, overeind blijven staan. Een onrechtvaardige dictaatvrede die ons zou worden opgelegd, zal daarentegen  tot voortdurende weerstand leiden en niemand zal verantwoordelijk willen zijn voor de acceptatie van zo’n verdrag.

Wij zullen uw voorwaarden nu gaan bestuderen in vol vertrouwen en met goede wil en in de hoop dat daarna een duurzame in gezamenlijke overeenstemming een duurzame vrede gesloten kan worden. *25.

   

Even bleef het stil in de zaal maar daarna brak een luid tumult uit. Het feit dat Brockdorff Rantzau was blijven zitten en niet uit respect voor de voorzitter Clemenceau was gaan staan tijdens het uitspreken van zijn rede, werd als uitermate arrogant en beledigend beschouwd. Dat de inhoud van de rede in feite eerlijk en to the point was viel de meeste waarnemers op dat moment niet op. 

De rede was overigens vrij naïef want Brockdorff Rantzau deed het voorkomen alsof hij er van uitging dat er sprake zou zijn van onderhandelingen en dat discussie over de voorwaarden mogelijk zou zijn, zoals dat gewoonte is tijdens onderhandelingen. Hij wist echter wel beter en de geallieerden lieten al snel merken dat van onderhandelingen en discussie geen sprake zou zijn. De Duitse delegatie kreeg te verstaan dat het “slikken of stikken” zou zijn en dat een weigering om het verdrag te tekenen voortzetting van de oorlog met alle middelen zou betekenen.

 

DE DUITSE TEGENARGUMENTEN

Zoals we weten kreeg Duitsland slechts 14 dagen de tijd om een reactie te geven op de door de geallieerde samengestelde vredesvoorwaarden. Hen werd overigens wel duidelijk gemaakt dat het niet de bedoeling was om te gaan discussiëren over deze voorwaarden. Het nut van het beantwoorden was dan ook niet geheel duidelijk maar toch werd een poging gedaan om de Duitse visie naar voren te brengen en op 29 mei, nadat ze uitstel hadden gevraagd en verkregen, dienden ze hun antwoordnota bij de geallieerden in.

 

Natuurlijk begon de Duitse nota met de vermelding dat Duitsland haar wapens had neergelegd nadat ze officieel door de Amerikaanse president was verwittigd dat de geallieerden zijn “14 puntenplan” hadden geaccepteerd als de basis waarop de vredesonderhandeling zouden worden gevoerd, De Duitse nota constateerde dat de geallieerden het “14 puntenplan” echter totaal hadden losgelaten en daarmede een internationaal rechtsgeldige overeenkomst met voeten traden.

Alhoewel de Duitsers praktisch alle voorwaarden van het verdrag verwierpen en daarop tegenvoorstellen inbrachten, concentreerde hun verweer zich toch in belangrijke mate op de drie voornaamste eisen, de kwestie van de schuldvraag, de herstelbetalingen en het verlies van grondgebied.

 

In de nota verklaarde de Duitse delegatie akkoord te gaan met de overdracht van grondgebied aan Polen voor zover die voor het grootste deel door Polen bewoond werden. Ze verzette zich echter tegen de overdracht van Opper Silezie, waar zich de voornaamste kolenmijnen bevonden en waarschuwde dat indien Duitsland hiertoe gedwongen zou worden dit zeker in de toekomst de wereldvrede zeker in gevaar zou brengen. Ze voerden aan dat Opper Silezie voor het grootste deel door Duitsers werd bewoond en dat nog tijdens de verkiezingen van 1907 gebleken was dat de inwoners voor het overgrote deel voor Duitse afgevaardigden had gekozen. Omdat de geallieerden het kolenbekken van de Saar reeds aan Frankrijk hadden toegezegd, bleef er, als Opper Silezië Pools zou moeten worden, voor de Duitse industrie geen mogelijkheid meer over om nog te overleven. Derhalve weigerde de commissie akkoord te gaan met de overdracht van dit gebied aan Polen.

 

Het voornaamste bezwaar van de Duitse delegatie richtte zich echter tegen artikel 231 van het vredesverdrag, het artikel dat vaststelde dat Duitsland de volledige schuld aan de oorlog droeg en daarvoor volledig verantwoordelijk was. Het artikel luidde: “The Allied and Associated Governments affirm and Germany accepts the responsibility of Germany and her Allies for  all the loss  to which the Allied and Associated  Governments and their nationals  have been subjected as a consequence of the war imposed upon them  by the aggression of Germany and her Allies”.

 

Dit artikel was opgenomen op instigatie van de Fransen die zo een morele redden voor de herstelbetalingen dachten vast te leggen.

De Duitsers protesteerden heftig. Ze deelden de geallieerden mede dat Duitsland zichzelf noch als hoofdschuldige noch als enige schuldige aan het ontstaan van de oorlog beschouwde. Ze vroegen inzage in het rapport dat een geallieerde commissie had samengesteld met betrekking tot de schuldvraag maar de geallieerden weigerden dit te overhandigen. Duitsland verzocht nu om in de gelegenheid te worden gesteld zich te verdedigen tegen de beschuldigingen als vervat in artikel 231 en stelde tevens voor om een onafhankelijke en neutrale onderzoek commissie in te stellen die de schuldkwestie zou moeten onderzoeken.

 

Beide verzoeken werden door de geallieerden geweigerd. Ze vreesden, niet onlogisch, dat als zo’n onderzoek niet positief voor hen zou uitvallen, de gehele basis onder het verdrag zou wegvallen en, mede gegtriggerd door het nieuws dat de Duitse Hochsee Flotte zichzelf te Scapa Flow tot zinken had gebracht, gingen ze nu in de tegenaanval en deelden ze de Duitsers mede dat ze aan zo’n neutrale onderzoekscommissie geen behoefte hadden omdat het duidelijk genoeg was dat de door Duitsland begonnen oorlog als gevolg van haar “lust for tyrannie by resort to war, de grootste misdaad tegen de mensheid en de vrijheid der volkeren was geweest die ooit door een zichzelf geciviliseerd noemde natie was begaan”. *26. 

Het was zonneklaar, de geallieerden hadden geen boodschap aan de Duitse argumenten en ze weigerden daar op in te gaan. Toegeven dat artikel 231 onjuist was zou betekenen dat men moest toegeven dat Duitsland niet als enige schuld had aan het ontstaan van de oorlog en dat, op zijn beurt, zou betekenen dat het gehele Vredesverdrag weer herschreven zou moeten worden en dat mogelijk alsdan de rol van de geallieerden zelf wel eens door een nauwkeurig en onafhankelijk onderzoek tegen het licht zou worden gehouden. Het is duidelijk dat ze daar niets voor voelden en zoals we thans weten, dat konden ze zich ook inderdaad niet permitteren want het gestelde in artikel 231 kon de toets van een neutraal en onafhankelijk onderzoek zeker niet doorstaan.*27. 

 

WERD DUITSLAND BEDROGEN?

Was de klacht van Duitsland dat ze door de geallieerden bedrogen was omdat die, nadat eerder verklaard was dat ook zij het 14 puntenplan van president Wilson als basis voor een komend vredesverdrag hadden aanvaard, dit 14 puntenplan naast zich neer legden toen bleek dat Duitsland volledig aan hun wil was overgeleverd?

De Duitsers vonden van wel.

Men had de wapenstilstand aanvaard op basis van Wilson’s “veertien punten” programma en dit ook expliciet verwoord in de nota van 4 oktober 1918.

De Amerikaanse president had deze nota bevestigd, tweemaal zelfs, de eerste keer op 23 oktober en de tweede keer op 5 november toen hij bevestigde dat ook de geallieerden zijn “veertien punten” programma hadden geaccepteerd.*28. De president verzuimde daarbij echter de Duitsers te informeren dat reeds wijzigingen op zijn 14 puntenprogram waren aangebracht, wijzigingen welke in gesprekken tussen zijn persoonlijke vertegenwoordiger, kolonel House en de geallieerde leiders tot stand waren gekomen. Die wijzigingen werden echter niet aan de Duitsers gecommuniceerd. Hierdoor kon het gebeuren dat de geallieerden over een ander 14 puntenprogramma spraken dan de Duitsers en toen die daar uiteindelijk achter kwamen was het al te laat en ze voelden zich uiteraard en terecht bedrogen, *29 vooral toen bleek dat de geallieerden er niet over piekerden op hun beslissingen terug te komen en uiteindelijk de meeste punten van Wilson’s vredesplan aan hun laars lapten.

 

Ook het Duitse verweer tegen artikel 231 waarin het de schuld kreeg van het veroorzaken van de oorlog, stoelde op zeer krachtige argumenten. Heden ten dage is er in feite geen enkele historicus meer die nog zal volhouden dat Duitsland als enige schuldig was aan dit mondiale conflict. Het was nb de Amerikaanse president zelf die daar al veel eerder van overtuigd was. Op 26 oktober 1916 verklaarde hij in een rede: “No single fact has been the cause of the war, but in the last resort the deeper responsibility for the war is born by the whole European system. its combination of alliances, a complicated web of intrigue and espionage which inevitably caught the whole family of peoples in its meshes. The explanation of the present war is not so simple and its roots sink deeper into the dark soil of history”.*30

 

De Nederlandse historicus Jan Willem Schulte Nordholt zei over de schuldvraag in 1990 in zijn zeer lezenswaardige boek “Woodrow Wilson, een leven voor de wereldvrede” het volgende: Werd met artikel 231 niet tot uitdrukking gebracht dat Duitsland en Duitsland alleen alle schuld had, niet alleen voor alle schade maar ook voor het uitbreken van de oorlog? Dat Duits militarisme, Duitse grootheidswaan, Duits gebral en gepraal de oude wereld in het verderf hadden gestort? Het is hier niet de plaats om de billijkheid van zulke redeneringen te toetsen, er is nu eenmaal een Duits probleem, Maar het moet anderzijds gezegd dat er in het vooroorlogse Franse en Britse verleden toch ook wel een en ander te vinden was aan imperialisme, jingoïsme, arrogantie, missiegevoel, antisemitisme, kortom, het hele complex van verziekte eigenwaan, waar Duitsland nu zo exclusief de schuld van kreeg. En als het niet te ontkennen is dat de Duitsers een groot aandeel hadden aan 1914 en dat ze gedurende de oorlog hun “Kriegziele’ met hartstocht hebben gekoesterd, moet men zich toch afvragen. Gold dat alleen voor de Duitsers?. Was er zoveel verschil, zoals Golo Mann, ik meen terecht, opmerkt tussen de Duitse begeerte naar gebiedsuitbreiding en de Geheime Verdragen waarin de geallieerden hun hebzucht vastlegden? *31.

 

Door blind te vertrouwen op Wilson en de wapens neer te leggen, had Duitsland zich volledig afhankelijk gemaakt van de goede wil van de geallieerden. Welnu, die goede wil bleek niet aanwezig te zijn. Duitsland had zijn deel ingevuld en het rekende er nu op dat de geallieerden hun woord gestand zouden doen. Dat nu was niet het geval.

 

Harold Nicholson schreef hier later over dat:

“If I were the Germans, I shouldn’t sign for a moment

 

Hij ging dan voort:

”of president Wilson’s twenty-three conditions„ only four can, with any accuracy, be said to have been incorporated in the Treaties of Peace”

en zo was het ook. Als we een vergelijking maken dan zien we dat er van openbare onderhandelingen geen sprake was, het vredesverdrag kwam onder de grootste geheimhouding tot stand. Van een vrije scheepvaart kwam niets terecht, van een vrije handel zonder tariefbarrières was ook al geen sprake, algemene nationale ontwapening vond niet plaats, de Duitse kolonies werden verdeeld onder de overwinnaars op een wijze die op geen enkele wijze rekening hield met de wensen van de inwoners, Rusland werd niet toegelaten tot de Volkerenbond, de wensen van de inwoners van de Saar, Shantung, Syrië etc. werden op flagrante wijze genegeerd, de grenzen van Italië werden niet vastgelegd langs lijnen van nationaliteit, de Turkse delen van het oude Ottomaanse Rijk kregen geen soevereiniteit en Polen kreeg vele inwoners die voorheen niet Pools maar Duits waren, de Volkerenbond bleek niet in staat kleine en grote staten als gelijke te behandelen en zelfs het oude systeem van geheime verdragen bleef gewoon voortbestaan.*32

 

DUITSLAND BUIGT VOOR DE OVERMACHT

De teerling was geworpen, het lot van Duitsland definitief beslist. Hoewel het nu duidelijk was dat het vredesverdrag van Versailles inderdaad een dictaatverdrag zou worden was de vrees dat Duitsland daardoor uiteindelijk het vredesverdrag toch niet zou ondertekenen tot op het allerlaatste moment aanwezig. Nog op 19 juni noteerde Nicolson in zijn dagboek: “General pessimism as to the Germans signing” Enkele dagen eerder schreef hij: “Keynes (de beroemde econoom) is very pessimistic about the Treaty. He considers it not only immoral but also incompetent. The Germans can gain nothing by signing and lose nothing more by refusing to sign” . *33.

 

Duitsland werd geen enkele keus meer gelaten. De nieuwe regering dacht er nog serieus over het verdrag inderdaad niet te ondertekenen en de wapens opnieuw op te nemen. Een onderzoek door het opperbevel om de mogelijkheden daartoe te inventariseren leerde al snel dat dit nu echt niet meer tot de mogelijkheden behoorde. Hindenburg schreef dat men in het Oosten wel in staat zou zijn om de provincie Posen te heroveren en daar de grenzen te verdedigen tegen het Rode Leger, maar dat gezien de nummerieke overmacht van de geallieerden in het Westen de mogelijkheid dat die de beide flanken van de Duitse strijdkrachten zouden kunnen omsingelen, het z.i. zeer te betwijfelen was of een eventuele aanval zou kunnen worden gekeerd. Een positieve uitkomst van een hervatting van de strijd achtte hij dan ook niet waarschijnlijk. *34. Er bleef de regering daarna niets anders over dan de schande te accepteren en af te treden En zo was Duitsland, slechts een dag voor de definitieve afloop van de termijn waarbinnen het vredesverdrag ondertekend zou moeten worden, ineens zonder regering. Slechts met de grootste moeite slaagde men er daarop in om tot de vorming van een nieuwe regering te komen die de ondankbare taak kreeg de capitulatie te aanvaarden en dit aan de geallieerden bekend te maken. Een nota met de volgende inhoud maakte de overgave definitief:

“Buigend voor de overweldigende macht doch nochtans zonder haar standpunt te herzien inzake de ongehoorde onrechtvaardigheid van de vredesvoorwaarden, verklaart de regering van de Duitse republiek bereid te zijn de vredesvoorwaarden, zoals vastgesteld door de geallieerde en verbonden landen, te accepteren en te zullen ondertekenen”. *35.

 

Aldus geschiedde en de basis voor een nieuw drama, dat van de “Tweede Wereldoorlog”, vond in Versailles zijn begin. Lloyd George’s uiterst sombere voorspelling zou spoedig uitkomen, de voorbereidingen op de “revanche” zouden niet lang meer op zich laten wachten.

 

Het was pas in de vijftiger jaren dat, tijdens een bijeenkomst van internationale historici te Verdun, officieel erkend werd dat het ontstaan van de Eerste Wereldoorlog, niet de schuld was van slechts een enkel land of bevolking, maar een gevolg van een complex van oorzaken en reacties.

 

Helaas waren er toen opnieuw weer miljoenen slachtoffers gevallen.

Voor hen kwam die erkenning te laat.

 

Bronnen

1        : Schulte Nordholt,J.W., Woodrow Wilson, p.175.

2        : Ibid, p.178.

3        : ibid, p.179.

4        : ibid.

5        : ibid. p.181.

6        : Grey of Fallodon, Twenty Five Years, Vol.2, p.129, 130

7        . Ibid.

8        : Schulte Nordholt, J.W., Twenty Five Years, p.262.

9        :Gelfand, L.E., The Inquiry, Britain and the Paris Peace Conference, p.17

10    : Walworth,L.E., America’s Moment, p.40.

11    : Czernin.F., Versailles 1919, p.31. Wat.R.M., The Kings Depart, p.35.

12    : Terraine,J., To win a War, p.215.

13    : Ibid.p.216.

14    : Ibid.p.218.

15    : Ibid.p.219.

16    : Schulte Nordholt,J.W., Woodrow Wilson, p.275.

17    : Ibid, p.276.

18    : Rudin, H.R., Armistice 1918, p.304,305.

19    : Pitt,B., Het laatste bedrijf, p.319, 320.

20    : Nicolson,H., Peacemaking 1919 (reprint 1967) p.350.

21    : Watt, R.M., The Kings depart, p.398.

22    : Lloyd George, D., Memoirs of the Peace Conference, p.480, 481.

23    : Churchill,W., The World Crisis, Vol.5, p.193 e.v.

24    : Lansing,R., The Peace Negotiations, p.272.

25    : Lloyd George,D., The Truth about the Peace Treaties, Vol.1, p.677-682.

26    : Lentin,A.H., Lloyd George, Woodrow Wilson and the guilt of Germany, p.102.

27    : Andriessen,J.H.J., De andere waarheid, p.9.

28    : Schulte Nordholt,J.W., Woodrow \Wilson, p.280.

29    : Nicolson, H., Peacemaking 1919, (reprint 1967) p.16.

30    : Schulte Nordholt,J.W., Woodrow Wilson, p.36d1.

31    : Ibid, p.337.

32    : Nicolson,H., Peacemaking 1919 (reprint 1967) p.43, 350.

33    : Ibid, p.350.

34    : Watt,R.M., The Kings Depart, p.477.

35    : Ibid, p.496, quote hankey, The Suppreme Control.

overzicht: