Het verzilveren van de dood

Tijdens mijn lezing, welke ik onlangs mocht houden in het IJzermuseum te Diksmuide, sprak ik o.a. met iemand uit de Westhoek, genaamd Steven Maes.

Hij had een interessante en duidelijke visie op het „herdenkingsgebeuren”, de vredesgedachten en de toch steeds weer terugkerende oorlogen en het geweld op onze aardbol. Hij maakte daarbij een vergelijking met de economische facetten verbonden aan het oorlogstoerisme in Vlaanderen en het beleid dat meer en meer gericht wordt op het bevorderen van dit soort toerisme uit puur economische motieven

Omdat ik zijn mening hierover deel verzocht ik hem zijn visie op schrift te zetten zodat ik ze op onze website kon publiceren. Aan dit verzoek heeft hij voldaan en derhalve kunt u er nu hier kennis van nemen.

J.H.J. Andriessen

 

Het verzilveren van de dood

(Of hoe je slachtoffers exploiteert)

Door: Steven Maes.

 

Overal in de Westhoek stijgt de bloeddruk en versnelt de hartslag. Immers, de honderdjarige herdenking van de grote oorlog komt er aan. De grote oorlog, ontstaan uit machtshonger en economische belangen kostte het leven aan een slordige negen miljoen mensen. De eerste wereldoorlog was ook de prelude van een eeuw vol oorlogen en spanningen. De overheidsuitgaven van defensie gingen sindsdien alsmaar crescendo, net zoals de internationale retoriek waarbij steeds nieuwe gevaren en nieuwe vijanden gezocht en gevonden werden. Noch steeds krijgen sommigen het echter niet gezegd dat oorlog gevoerd wordt om economische doeleinden. Vooral de Angelsaksische wereld verstopt zich achter terminologie zoals de” war on terror” en the “axis of evil”

Dit is een oud zeer, de Britten hebben de helft van de Westhoek al volgepropt met protserige monumenten en begraafplaatsen die hun dierbare doden, die natuurlijk niet kapotgeschoten zijn voor de handelsbelangen van hun meesters, maar wel gevallen zijn voor de vrede en voor de vrijheid van die arme Belgen. Dat deze zingeving heel interessant is voor die arme Belgen, die op deze manier horden Britten zien neerstrijken in de Westhoek waar ze lustig centjes besteden, zal er ook wel mee te maken hebben dat iedereen hier zedig zwijgt over de perversiteit van de

“ Remembrance”.

Wij hier, in de Westhoek en in België, kunnen met recht en reden zeggen dat wij anders dan de Britten en Fransen, die eerste wereldoorlog niet gewild hebben. Onze economie en industriële activiteiten hadden anno 1914 geen oorlog nodig om de concurrentie het hoofd te bieden. Wij hebben dus ook geen valse zingeving nodig, toen niet….

 

In 1992 zong Luc de Vos al in zijn lied “Mia “ de middenstand regeert het land meer dan ooit tevoren”

Dit is er niet op verbeterd. Elk normaal denkend mens zou toch wel van mening mogen zijn dat de herdenking van WOI in het teken zou staan van Nooit meer Oorlog. Dat we 100 jaar na datum deze gebeurtenis nu eens zouden aangrijpen om ons te bezinnen rond ‘Oorlog en Vrede’ en de eigen verantwoordelijkheid in deze materie. De grote promotor van deze herdenking is toerisme Vlaanderen. Je hoort het goed, Niet de “nooit meer oorlog” gedachte, niet de vredesboodschap, niet de morele gevolgtrekkingen overheersen de herdenking 2014 maar wel hoe zo veel mogelijk toeristen naar de Westhoek trekken om het geld uit hun zakken te kloppen.

 

De speerpunt van deze herdenking is natuurlijk de vredesstad Ieper. Iedereen kent natuurlijk de vredesstad Ieper. De als een feniks uit zijn as herrezen stad die nu alles in het werk stelt om vooral de vrede te promoten. Een van de meest gekende plechtigheden van Ieper is natuurlijk de last Post.

 

Terwijl honderden in tranen bewogen luisteren naar de last post, in de ene hand een volgesnotterde zakdoek en in de andere hand een halve kilo Belgian chocolates, is diezelfde Britse regering de eerste wereldoorlog opnieuw aan het uitvechten in een drietal andere plaatsen op onze wereldbol. Dat deze traditie bol staat van militarisme, dat kinderen in militaire ganzenpas bloemenkransen gaan neerleggen, gemaakt door het Royal British Legion. De British legion is een hulporganisatie voor en door Britse militairen. Met andere woorden, worden als Britse soldaat je benen er af geknald in een oorlog om een paar oliebronnen, en de Britse staat vindt dat ze al genoeg heeft gedaan, dan kun je aankloppen bij het British Legion. Het British legion haalt zijn centjes op via donation. Als je zo’n papieren klaproosje koopt, dan help je dus de Britse oorlogsinspanningen. Let’s go for it, Britannia rules the waves, leve de last post, zo’n mooie ceremonie.

Dat democratie en vrede onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn is een algemeen geweten feit. Daarom heeft de Stad Ieper ook de vredesprijs in het leven geroepen. De vredesprijs beloont mensen die zich inzetten voor vrede en democratie. Hoe ze dit in overeenstemming brengen met de meest ondemocratische manifestatie die in het land en in Ieper wordt georganiseerd namelijk de IJzerwake, blijft een raadsel.

Maar de middenstand regeert het land, dus beter maar niet te veel drukte maken, als het geld opbrengt kan men veel door de ogen zien. Dit is blijkbaar ook het standpunt van de Vlaamse regering. De herdenking is duidelijk geen maatschappelijk gebeuren. De herdenking laat men niet organiseren door het ministerie van Cultuur, neen hoor, dit moet worden georganiseerd door Toerisme Vlaanderen. Nu hoor ik iedereen al protesteren. Is Toerisme dan geen cultuur, is cultuurbeleving niet inherent verwerkt in Toerisme. Dat zou men inderdaad mogen veronderstellen, maar zo niet Toerisme Vlaanderen. Zij hebben een waslijst van parameters en regels ingesteld waaraan men moet voldoen wil men voor subsidie in aanmerking komen. En, last but not least, een rangschikking van belangrijke markten, lees, kapitaalkrachtige markten. In de eerste plaats moet men werken op de Angelsaksische markt. In 2014 moeten de horden Britten exponentieel stijgen. Immers die Britten blijven slapen, eten, drinken, en kopen “Belgian chocolates”. Dat de interne Vlaamse markt niet in de lijst voorkomt, m.a.w. dat er geen subsidies kunnen worden verstrekt voor herdenkingen, evenementen die zich richten op het eigen land, dat acht men in deze zin dan ook normaal. Burgemeester Lippens heeft ooit een storm van verontwaardiging over zich afgeroepen door het te hebben over frigoboxtoerisme. Deze storm wil men niet opnieuw laten opsteken, dus er wordt zedig over gezwegen. De geïnteresseerde uit Oost Vlaanderen die zijn kinderen wil laten kennis maken met de gruwel van de oorlog, zijn economisch lunchpakketje meebrengt, dit is niet interessant. Immers op de markt van Erpe Mere is er ook een chocolaterie.

Bij het benaderen van geschiedenis zijn er een aantal wetmatigheden. Tijd is zo’n wetmatigheid en ook de persoonlijke link. Als iemand in ons land het front gaat bezoeken, dan gaat hij naar de plaatsen die hij misschien nog gehoord heeft in de verhalen van zijn overgrootvader. Dan gaat hij naar de dodengang, naar Ramskapelle, naar Pervijze.Misschien wel naar Hotel L’Ocean in de Panne.

Helaas, daar is niet veel te doen, daar zijn geen tea rooms waar ze poppie coffee verkopen of waar men zich, godbetert, in WOI uniformpjes kan uitdossen. Daar zijn er geen Jobs of voltijdse equivalenten te berekenen die puur afhangen van de herdenking. Dus ook geen 50% stijging mogelijk. Met andere woorden, als het niet kan worden vertaald in harde rauwe cijfers, dan is het niet belangrijk.

The Ypres salient daarentegen, daar wordt zelfs de WC madam van het Tyne cot cemetery gerekend als een VE. Een voltijds equivalent die haar kostje bijeen schraapt door met harde hand te onderhandelen over de plasprijs van een bus 11 jarige leerlingen (€15).

Vandaar dat men dus alles moet concentreren op de plaatsen waar het het meest opbrengt. Te beginnen met het kloppende hart en steen geworden portemonnee van de Groote Oorlog, n.l. Ieper.

De herdenking van de grote oorlog in West Vlaanderen begint dan ook in Ieper op 22 oktober. Dat er al oorlog was sinds 4 augustus, dat er voordien al tienduizenden gesneuveld waren, dat Leuven in de as was gelegd, dat er massamoorden waren gepleegd in Dinant, Aarschot, Tammines enz. daar gaat men gemakshalve aan voorbij. Daar zijn geen uitgestrekte knekelvelden, geen dagelijkse militaire rituelen en dus ook geen hordes toeristen die men kan uitmelken.

 

Het economische benaderen van de oorlog is ook de gemakkelijkste benadering. Immers economische parameters zijn gekend en behoorlijk simpel te gebruiken. Anderzijds, door een puur economische benadering behoeft men zich ook geen vragen te stellen over eventuele te leren lessen. Er dringt zich geen vertaling op naar het heden noch naar de toekomst. De verontwaardiging wordt onderdrukt en vergaat naar “remembrance” De weinige verontwaardiging die er is, wordt monddood gemaakt met termen als patriottisme, vechten voor de vrede en “ zij vielen als helden”.

Remembrance is vrijblijvend. Remembrance laat mensen niet denken over oorlog en vrede, remembrance laat mensen niet denken over geweld tussen mensen. Remembrance is een hol vat, en holle vaten klinken het hardst, maar zijn ook het gemakkelijkst te negeren. Stel je voor dat mensen zich vragen beginnen stellen over hedendaagse oorlogen, stel je voor dat mensen zich vragen beginnen stellen over wapenhandel, over economische relaties tussen het Noorden en het Zuiden?

Stel je voor dat de verontwaardiging niet meer vrijblijvend is?

overzicht: