Zoeken |
Verslag symposium in Doorn “Oorlog maar voor kerst weer thuis”, De Eerste Wereldoorlog en keizer Willem IIDoor: J.H.J.Andriessen
Vrijdag 13 november werd in Huis Doorn een symposium gegeven onder de titel „Oorlog, maar voor Kerst weer thuis”. Ook SSEW was daarbij. Hieronder vindt u onze bevindingen van deze bijzondere dag.
Het Programma: dat werd aangeboden luidde als volgt: 10.00 a.m: Coffee and tea 10.30 a.m: Welcome by drs E.J.Goosens, director Huis Doorn
Chairman of the day : Prof.Hans Blom
The meaning of the first world War 10.45 a.m: Dr.Connie Kristel; The Great War and a Small Country. The Netherlands and the First World War. 11.40: Prof.Gerhard Hirschffeld; The historical place of the Frits World War.
Lunch 0.30 p.m: Koningshof
The emperor Wilhelm’s role in the outbreak of the First World War 2.00 p.m: Prof.John.C.G.Röhl: The long and Twisted Road to Serajevo. Kaiser Wilhelm II and the Approach of the First World War 2.55 p.m: Prof.Christopher Clark: Kaiser Wilhelm II and the Responsibility for the Outbreak of War in 1914 3.45 p.m: discussions 4.45 p.m: drinks.
Allereerst een compliment voor Huis Doorn en voor de organisatie van dit symposium. Het is te hopen dat Huis Doorn dit soort activiteiten in de toekomst zal herhalen en dat op deze wijze de figuur van de keizer en zijn betekenis voor de geschiedschrijving van de Eerste Wereldoorlog verder voor het voetlicht kan worden gebracht.. De bekendheid van Huis Doorn als rijksmuseum en als laatste verblijfplaats van de meest besproken man uit de Eerste Wereldoorlog. Keizer Wilhelm II, zal daardoor m.i zeker toenemen.
Naast de interessante Nederlandse bijdrage door Dr.Connie Kristel (NIOD) over de positie van Nederland in de Eerste Wereldoorlog, waren er drie buitenlandse sprekers aan het woord.
Absoluut dieptepunt (en dat is geen kritiek op de organisatie maar slechts op de spreker) was de tirade over Wilhelm II door Prof.dr.John Röhl. Ruim 50 jaar (volgens eigen zeggen) heeft deze “wetenschapper” alle negatieve uitspraken, gebeurtenissen, feiten, interviews, geruchten, opmerkingen, meningen, aantekeningen enz.enz. verzameld en tenslotte bijeen gebracht in een driedelig boekwerk. Samen 4026 pagina’s tekst en voorzien van 567 blz. bronnenvermelding.
Bij het doorworstelen van deze lijvige delen kon ik niet één, ik herhaal, niet één pagina vinden waarop iets positiefs te lezen was over Wilhelm II. Röhl begon zijn verhaal met de stelling dat de ex-keizer de grootste crimineel was die er op aarde had rondgelopen en gedurende zijn betoog droeg hij daaraan volijverig bouwstenen aan. Röhl suggereert dat er in deze belangrijke periode in onze geschiedschrijving slechts één persoon en slechts één land schuld had aan de wereldoorlog en dat Wilhelm II daarbij de absolute hoofdrol vertolkte. Over de rol van andere personen of landen heeft hij zich duidelijk niet geïnformeerd. Steeds weer dreunde Röhl feit na feit, gebeurtenis na gebeurtenis en bewijs na bewijs op waaruit moest blijken hoe crimineel, krankzinnig en agressief Wilhlm wel is geweest en de lijst van beschuldigingen was zo lang dat ik me steeds meer ging afvragen wat de wetenschappelijke waarde van dat betoog nu eigenlijk wel was. Geen enkele relativering, nergens een poging om e.e.a in de context van het gebeuren of tijdperk te plaatsen, nergens ook maar een vleug van objectiviteit. Wilhelm was fout en dat zouden we weten ook. Hier is een man aan het woord die het als zijn levenswerk ziet om de figuur van Wilhelm II en zijn rol in de wereldgeschiedenis zo te demoniseren dat er geen enkele ruimte meer overblijft voor welke andere mening dan ook. Tijdens de discussie later op de middag bleef hij op elke vraag maar steeds dezelfde ‘feiten’ aandragen’ daarbij soms zoekend naar nog meer voorbeelden om zijn betoog aan te vullen en Wilhelm nog negatiever te etaleren. Kortom, de gedachte dat een titel, jarenlang onderzoek, honderden pagina’s bronnen en duizenden pagina’s tekst altijd tot een verantwoorde wetenschappelijke bijdrage zal leiden, die gedachte werd door Röhl zelf tijdens zijn zeer eenzijdige betoog pijnlijk duidelijk onderuit gehaald. (J.Röhl, Wilhelm II, dl 1 (1998) isbn 3-406376681) dl 2 (20010 isbn 3-406482295,dl 3 (2008) isbn 978 3 406577796)
Absoluut hoogtepunt van de dag was n.m.m. de bijdrage van Prof.dr.Chr. Clark. Op uiterst collegiale wijze maar zonder ook maar iets toe te geven, haalde hij het betoog van Röhl fors onderuit. Ja, de keizer was een vreemde figuur, ja, zijn uitspraken vaak onverstandig, ja, hij was niet altijd even stabiel en inderdaad, hij leek geen asset te zijn voor de Duitse politiek. Maar Róhl verzuimde dit alles wel in de context van die tijd te zien. Duitsland was niet het enige land dat zich op oorlog voorbereidde. Men kon de hele situatie niet alleen aan Duitsland toeschrijven daarbij de rol van de overige landen geheel maar dan ook geheel buiten beschouwing latende. Vergat Röhl niet ook andere zaken te vermelden? Wist hij dat men vóór 1914 een veel positievere mening over de keizer had en dat hij toen zelfs bekend stond als de ‘vredeskeizer’ waarbij de Amerikaanse president hem zelfs een voorname bron voor de vrede had genoemd? Was het niet zo dat veel van de beschuldigingen van Röhl over Wilhelm II en Duitsland ook en aantoonbaar aan de overige landen zoals Frankrijk, Rusland en/of Engeland toegerekend konden worden? Röhl kon de hele politieke en economische wereldsituatie in geheel Europa niet zo maar buiten beschouwing laten en de Duitse positie toch niet isoleren van de rest van de wereld? Waarom beschreef Röhl niet ook de oorlogsplannen van Frankrijk en de gevolgen van de Russische algemene mobilisatie. Het was toch Rusland dat met deze mobilisatie de eerste stappen had gezet? Hoe kon Röhl nu stellen dat Duitsland de oorlog al jaren aan het voorbereiden was en daarbij de oorlogsplannen van andere landen buiten beschouwing laten? Vergat Röhl niet dat er duidelijk sprake was van een Duitse reactie op de oorlogsplannen van andere landen i.p.v. te spreken over Duitse agressie?.En ook gaf Clark vele sprekende voorbeelden die allen zonder uitzondering aantoonden dat R:ohls argumentatie veel te eenzijdg was.
Ook Clark schreef een boek over de keizer. Het is een van de zeer weinige boeken waarin de rol van Wilhelm II op objectieve wijze wordt beschreven en waarin hij zin en onzin van elkaar weet te scheiden om zodoende tot een objectieve, gebalanceerde en historisch juiste omschrijving van de voormalige Duitse keizer komt. Daarbij wordt deze niet gespaard maar ook niet gedemoniseerd en veel van de mythen die over de keizer het leven zagen worden door Clark aan de hand van overtuigend bewijsmateriaal naar het rijk der fabelen verwezen. (Chr.Clark. Kaiser Wilhelm II. 2000, isbn 0582 24559 1)
De lezing van Clark was voor mij dan ook het absolute hoogtepunt van de dag en alleen daarom al waard om naar dit symposium te komen.
Voorts was daar nog de uitstekende bijdrage van Prof.dr G.Hirschfeld. Ook Hirschfeld was het op veel punten niet met Róhl eens. Ook hij benadrukte het feit dat er veel meer facetten waren waarmede men, wil men aan objectieve geschiedschrijving doen, rekening moet houden en hij somde daar een aantal sprekende voorbeelden van op. Zo wees hij o.a op het feit dat Röhl geheel voorbij ging aan het feit dat Wilhelm II een duidelijke exponent was van de Duitse bevolking en van wat er destijds in Duitsland leefde en gedacht werd. Tijdens de discussie tussen Röhl en Hirschfeld viel Röhl weer in z’n oude gewoonte terug door steeds maar weer zijn beschuldigingen aan de figuur van Wilhelm II te herhalen zonder eigenlijk op de stellingen van Hirschfeld in te gaan dan wel die te ontkrachten.
Conclusie: Een prima dag, waarvoor de organisatoren alle lof verdienen en waarin men interessante sprekers bijeen heeft gebracht over even zo interessante onderwerpen t.w De Eerste Wereldoorlog, Duitsland en zijn en keizer Wilhelm II , voormalig bewoner van Huis Doorn. Het was de moeite waarde !. |