Uittreksel uit het hoofdstuk over keizer Wilhelm’s invloed tijdens de Eerste Wereldoorlog op de militaire gang van zaken

Uit het boek; Wilhelm II, Mythe en werkelijkheid door J.H.J. Andriessen

 

WILHELM’S INVLOED GEDURENDE DE OORLOG

Bij de beoordeling van de invloed die Wilhelm ll tijdens de Eerste Wereldoorlog heeft uitgeoefend op de gang van zaken valt op dat men hem enerzijds volledig aansprakelijk heeft gesteld voor het ontstaan- maar ook voor de gevolgen van de oorlog terwijl men anderzijds beweerde dat hij niets meer te zeggen had en zijn invloed volledig teniet werd gedaan door het duo Hindenburg-Ludendorff die als dictators de macht hadden overgenomen en de- facto de dienst uitmaakten in het Duitse rijk.

De Britse historicus John Mosier schreef in zijn ‘The Myth of the Great War’ bijvoorbeeld;

 

‘Wilhelm had been kept at arm’s length from matters military and fed a steady diet of cheery news. He had no more control over the actual course of the war than the pope. Ludendorff had advised that the best way to get along with the ruler and supreme warlord was to tell him nothing’ (*Mosier, John., The myth of the Great War. P.257)

 

Lamar Cicil was van mening dat:
‘the Kaisers ignorance of the true nature of the struggle in which Germany was engaged was profound and his utility to the military leaders quite limited’.(*quoted by Mosier p 201 note 31)

en Martin Kitchen verklaarde dat:
the Kaisers erratic pre-war behavior (caused by birth injuries) had already convinced the vast majority of the generals that the Kaiser was not capable of playing a decisive part in any future war’ (*Kitchen,M., The German Officer Corps 1890-1914 (Oxford 1968) p.19-20, quoted Mosier p 205)

Een andere Britse historicus, John Terraine schreef:
‘dat na het ontslag van Bethmann Hollweg, zijn opvolger nog slechts de spreektrompet was van veldmaarschalk von Hindenburg en zijn kwartiermeester-generaal Ludendorff en dat deze nu de dienst uitmaakten in Duitsland (*Terraine.John., To win a war’ p.33)

 

Opvallend genoeg is dat de in dit boek reeds vaak aangehaalde historicus Röhl, in zijn ijver om aan te tonen dat Wilhelm wel degelijk schuldig was aan het ontstaan van de oorlog, toch ongewild bevestigt dat s’keizers invloed wel degelijk tot het laatste moment groot was,veel groter dan wordt beweerd. In het reeds eerdergenoemde interview in ‘Spiegel special’ van Januari 2004 verklaarde Röhl op de vraag of Wilhelm nog wel enige invloed heeft kunnen uitoefenenen op het verloop van de oorlog en op de oorlogvoering zelf:
‘An der Kriegführung im Detail war er nicht beteiligt. Das heiszt aber nicht, dass er auch politisch keine Rolle mehr spielte. Denn er war der letzte Entscheidungsinstanz’.

Röhl gaat dan verder:
‘er hat gegen das Drängen der marine bis 1916 der Hochseeflotte die Erlabnis zum Auslaufen verweigert , weil er um seine Schiffe fürchtete und die Stärke der britische Flotte richtig einschätzte. Er traf sodann alle wichtigen Personalentscheidungen und er sagte Ja zum uneingeschränkten U-Boot- krieg (*Spiegel, no 1, januari 2004, p25)

 

We zullen nu nagaan of- en zo ja in hoeverre Wilhelm nog invloed heeft kunnen uitoefenen.

Ook hier is toch weer een aspect van mythevorming waarneembaar en het lijkt dan ook de moeite waard om eens na te gaan of Wilhelm’s invloed op de oorlogsvoering en op het verloop daarvan, inderdaad zo geërodeerd was en of het juist is dat alle belangrijke beslissingen min of meer buiten hem om werden genomen.

In het vorige hoofdstuk hebben we reeds kunnen zien dat, voor zover het de uiterst belangwekkende beslissing tot de hervatting van de onbeperkte duikbootoorlog betrof, Wilhelm tot het laatst toe de touwtjes stevig in handen heeft gehouden. De beslissing tot de hervatting was zijn beslissing, gesteund door- en op advies van zijn raadgevers weliswaar, maar toch uiteindelijk zijn beslissing.

Maar ook verder blijkt dat de keizer wel degelijk en tot het laatste toe, alle belangrijke beslissingen nam en dat er de facto niets gebeurde zonder dat hij daaraan vooraf zijn goedkeuring had gehecht.

We citeren wederom uit het dagboek van admiraal Müller:

 

26 August 1915

Reichskanzler vormittags angekommen, gleichzeitig mit Tirpitz und Bachmann zur Besprechung über den ‘Arabic fall’.

 

9 Marz 1916

Nach dem abendessen nahmder Kaiser die Kabinettchefs zusammen und teilte Tirpitz Abschiedsgesuch und seinen Entschlusz mit, es anzunehmen .

 

26 Juni 1916

Op verzoek van de Rijkskanselier wordt Falkenhayn door de keizer ontslagen en vervangen door Hindenburg en Ludendorff. De kanselier is van mening dat met Falkenhayn de kans op een haalbare eervolle vrede uitgesloten is terwijl hij Hindenburg daartoe wel in staat acht. Alhoewel Wilehlm niet zo gecharmeerd is van het koppel Hindenburg-Ludendorff laat hij de raad van de kanselier en van zijn militaire adviseurs zwaar wegen en geeft Falkenhayn met tegenzin zijn ontslag.

Op 29 augustus wordt Hindenburg aangesteld tot Chef van de Generale Staf met Ludendorff als zijn Eerste Kwartiermeester-Generaal in de rang van Generaal der Infanterie.

 

27 Juli 1916

Zum Mittagessen erscheint der kaiser mit Hindenburg und den anderen Armeeherrn in sehr ernster Stimmung. Es hat eine scharfe Auseinandersetzung zwischen den beiden parteien stattgefünden. Der Kaiser hat aber zum Schlusz Falkenhayn gesagt;’Das sage ich Ihnen, ich gehe hier nicht fort, ohne die Sache in Ordnung gebracht zu haben, das bin ich meinem Volke schuldig’.

 

Welke conclusie mogen we nu uit dit alles trekken

Hindsight leert ons dat de berekeningen van admiraal Holtzendorff dat Engeland binnen 5 maanden tot opgeven gedwongen zou worden, niet zijn uitgekomen.

De berekeningen kwamen niet uit omdat de Britten pas op het laatste moment, op advies van de Amerikanen en onder druk van de Britse minister president Lloyd George, overgingen tot het invoeren van het konvooistelsel. Met de hiervoor door Amerika geleverde destroyers brachten ze een nieuw wapen in de strijd, nieuw omdat het konvooisysteem in die mate nog niet eerder in de oorlog was toegepast. Op het moment van de herinvoering van de onbeperkte duikbootoorlog was dit wapen nog niet bekend en de Duitse successen waren dan ook in de eerste maanden formidabel en bevestigden de berekeningen van de admiraliteit volkomen. Het is de vraag of men het inzetten van het konvooisysteem door de Britten mag zien als een blunder van de Duitsers. Het lijkt een tamelijk onhoudbare stelling. De successen van de eerste maanden doet eerder vermoeden dat de Duitse berekeningen over een te verwachte snelle ineenstorting van Gr.Brittannie, inderdaad gerechtvaardigd is. Dit vermoeden werd voorts bevestigd door de Amerikaanse admiraal Sims’ die op 9 april 1917 een onderhoud met zijn Britse collega Jellicoe had waarbij deze hem vertelde dat als de verliezen op zee zo zouden doorgaan, het onmogelijk zou worden de oorlog voort te zetten. Op de vraag van Sims, welke tegenmaatregelen de Britten hadden genomen kreeg hij ten antwoord;’absolutely none that we can see now’.(*L.G, War Memoirs, Vol 1, p 690) Sims schreef hier later nog over:
‘The world does not yet understand what a dark moment that was in the history of the Allied cause. Not only were the German submarines sweeping British commerce from the seas, but the German armies were also defeating the British and French on the battlefields in France. It is only when we recall that the Germans were attaining the high peak of success with the U-boats at the very moment that General Nivelle’s offensive had failed on the Western Front that we can get some idea of the real tragedy of the Allied situation in the spring of 1917’ (*Andriessen, De Mythe van 1918, p. 48-49) en de admiraal ging dan verder:
‘Americans still have an idea that the German Government adopted the submarine campaign as the last despairing gambler’s chance, and that hey only half believed in tis success themselves. There is an impression here that the germans never would have staked their Empire on this desperate final throw had they foreseen that the United States would have mobilized against them all his men and resources. This conviction is entirely wrong. The Gemans did not think that they were taking any chances when they announced their unrestricted campaign; he ultimate result seemed to them to be a certainty.They calculated the available shipping which the Allies and the neutral nations had afloat; they knew just how many ships their submarines could sink every month, and fromn these statistics they mathematically deduced, with real German precision, the moment when the war would end. They did not like the idea of adding the United States to their enemies but this was because they were thinking of conditions after the war; ffor they would have preferred to have had American friendship in the period of readjustment. But they did not fear that we could do them much injury in the course of the war itself. This again was not because they realy despised our fighting power; they knew that we would prove a formidable enemy on the battlefield; but the obvious fact, to their eyes, was that our armies could never get to the front in time. The submarine campaign, they said, would finish the thing in 3 or 4 months; and certainly in that period, the unprepared United Statescould never summon any military power that could affect the result. Thus, from a purely military pointt of view, the entrance of 100.000.000 Americans effected them as much as would a declaration of war from the planet Mars’.(*Sims, Victory at Sea, p.12,13)

 

Sims stond bepaald niet alleen met zijn opinie.

Lloyd George, de Britse minister president, beaamde e.e.a en schreef:
We are all too apt, on looking back upon Germany’s submarine campaign to regard it as one of her most fatuous blunders. It is true that it turned out to be the fatal error which precipitated her ultimate defeat. But it was a miscalculation only by a margin which might have been on the other side.e were weeks when the German leaders had truthful reports which gave them confident assurances of success, while giving Britain and he Allies cause for anxiety which at one stage reached the depths opf alarm. Thee were times when sosme of our most cautious leaders thought we might be beaten and that we would do well to make peace whils our ships were still afloat’.(*Mythe, p46, LD. Volt 1, p.667-669)

 

De rol van de keizer in deze kwestie

De rol die de keizer heeft gespeeld in de hervatting van de onbeperkte duikbootoorlog is opmerkelijk.

Allereerst is duidelijk geworden dat hij, in deze, voor het Duitse rijk en voor het verdere verloop van de oorlog zo belangrijke kwestie, een bepalende rol heeft gespeeld.

Niet alleen steunde hij zijn kanselier, die tegen de hervatting was, door dik en dun tot het einde toe, maar toen deze uiteindelijk tot het besluit kwam dat de hervatting niet meer kon worden tegen gehouden, aanvaardde hij dat en vervulde zijn grondwettelijke plicht door zijn goedkeuring aan dit besluit te hechten. Ook hier was de politiek de uiteindelijke beslissende factor en niet de keizer of de militaire top.

Eveneens is duidelijk geworden dat de keizer over de hervatting van de campagne continue is geraadpleegd, dat hij er gedurende ca 2 jaar zeer regelmatig over beraadslaagde met zowel de admiraliteit als met de rijkskanselier en dat hij van het begin tot het eind bij deze zaak betrokken is geweest. Dit loochent tegelijkertijd de veel gehoorde bewering dat Wilhelm tijdens de oorlog niets meer te zeggen had en door zijn militaire top min of meer opzij was gezet. Alle belangrijke beslissingen mbt de oorlogvoering werden aan Wilhelm voorgelegd en er gebeurde niets zonder zijn uitdrukkelijke toestemming. Als dit politieke beslissingen waren, dan bleef Wilhelm daarbij steeds binnen zijn grondwettelijke plichten en kreeg de rijkskanselier steeds het laatste woord.

Tenslotte kan, gezien de berichtgeving van geallieerde zijde (Admiraal Sims, Admiraal Jellicoe, Min.pres.Lloyd George e.a) nog moeilijk worden volgehouden dat de beslissing tot de hervatting van de onbeperkte duikboot campagne Wilhelm’s grootste blunder is geweest en dat hij hierin op volstrekt onverantwoordelijke wijze gehandeld heeft. Natuurlijk is het juist dat de campagne uiteindelijk mislukte maar het is te gemakkelijk om daar de consequentie aan te verbinden dat hier sprake is geweest van een desperate en domme actie die uiteindelijk Amerika aan de kant van de geallieerden in de oorlog heeft gebracht.

overzicht: