De Strijd om Luik van 5 augustus tot 16 augustus 1914

Het hier volgende artikel is van de hand van de heer Tom van Hooff. De heer van Hooff bezoekt al vele jaren de voormalige slagvelden van het Westelijk Front en maakt daarbij korte studies over de verschillende veldslagen.Van Hooff verzamelt voorts militaria uit de periode 14-18 en heeft inmiddels een belangwekkende collectie aangelegd.
In dit artikel beschrijft hij de strijd om de stad Luik in augustus 1914 bij de Duitse doortocht naar Frankrijk.


De slag om Luik staat bekend als de eerste veldslag van de Eerste Wereldoorlog. Luik ligt op ongeveer 25 à 30 kilometer van de Duitse grens en was derhalve de eerste hindernis die de Duitsers op hun weg tegenkwamen. De stad wordt doorkruist door de Maas en bewaakt de toegang tot het laagland van België waar de Duitsers door moesten om daarna snel via Namen Frankrijk binnen te kunnen trekken.

De Duitse Oplossing voor het „Probleem” Luik

Voor de Duitsers lag bij Luik de enige mogelijkheid om via meerdere bruggen de Maas over te steken. Het was dus zaak deze vijf bruggen in tact te veroveren. De spoorlijnen van Luik verbonden Duitsland met Noord- Frankrijk. Dit geeft al aan waarom ook de spoorlijnen van essentieel belang waren voor de Duitsers.
De Duitsers hadden 3 mogelijkheden om het „probleem” Luik op te lossen nl:
- een vrije doortocht verleend door de Belgische regering
- een snelle aanval voordat de Belgen gereed waren of
- zware artillerie inzetten om de forten compleet tot gort te schieten.
Voor de eerste mogelijkheid dienden de Duitse gezant in Brussel op twee augustus 1914 een nota in waarin zij mededeelden dat de Duitsers over informatie beschikten dat het Franse leger van plan was om langs de route Givet- Namen op te rukken en dan Duitsland aan te vallen. Duitsland gaf in de nota aan dat zij dit betreurden maar dat zij de aanval van de Fransen wel voor wilden zijn en vroegen zo om een vrije doortocht door België. Op de vroege ochtend van de derde augustus werd het verzoek door het Belgische kabinet afgewezen. België zou zijn grondgebied verdedigen tegen ieder vreemd leger dat zonder toestemming haar grondgebied zou betreden. Een Duits diplomaat reageerde op deze verklaring als volgt; „O, die arme stommelingen. Waarom gaan ze niet uit de weg voor de stoomwals. We willen ze niets doen, maar als ze ons in de weg staan, zullen ze in de grond worden gestampt”.

De Belgische Forten

Henri Alexis Brialmont
Henri Alexis Brialmont

Op veertien juni 1887 besloot de Belgische regering een fortenring te laten bouwen. De twaalf forten rond Luik werden ontworpen door luitenant generaal Henri Alexis Brialmont (1821-1903) een bekend militair ingenieur in die tijd. Zes forten aan iedere kant van de Maas waarvan de laatste in 1891 gereed kwam. Omdat Brialmont het hem toegestane budget echter had overschreden, werd hij gedwongen met pensioen te gaan en verdween hij van het toneel..

De stad Luik had ten tijde van de Eerste Wereldoorlog ook nog twee oudere forten; de citadel en La Chartreuse, die beide dateerden van begin 1800. Deze forten werden in de verdediging opgenomen, zij waren echter van geringe militaire betekenis.

Er waren vier soorten forten die ongeveer één meter boven de grond uitstaken, drie tot zeven kilometer uit elkaar en tussen de zes en tien kilometer van de stad verwijderd. De ring had in totaal een omtrek van ongeveer 52 kilometer. De kernen van de forten bestonden uit opslagruimten, keuken, bakkerij, wasserette, communicatieruimte en latrines.

Generaal Gérard Leman
Generaal Gérard Leman

De forten waren uitgerust met in totaal 400 intrekbare kanonnen die elke weg in de omgeving konden bestrijken. Ieder fort beschikte over een zoeklicht dat eveneens intrekbaar was. De meeste forten waren uitgerust met intrekbaar geschut van 5,7 mm oplopend naar hogere kalibers van 120mm, 150mm en de grootste 210mm. De 5,7 mm kanonnen waren voor gevechten dichtbij; de hogere kalibers voor doelen verderaf, zoals de wegen in de wijde
omgeving. Het schijnt overigens dat er een jaar eerder bij Krupp nog zeer zware artillerie is besteld. De levering van deze artillerie werd echter verschillende malen door Krupp uitgesteld.

De Belgische bezetting van augustus 1914 ,onder generaal Gérard Leman, bestond uit 3.000 man voor de forten. Voor de verdediging van de ruimten tussen de forten werden 23.000 man van de 3e Belgische divisie en de 15e gemengde brigade ingezet. De vesting van Luik stond in die tijd bekend als de sterkste van Europa, maar was echter nooit aangepast aan de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van de artillerie.

De Duitse Inval en de Eerste Aanvallen op Luik

Generaal Otto von Emmich
Generaal Otto von Emmich

Maandag en dinsdag 3 en 4 augustus 1914
In de middag van maandag drie augustus gaf generaal Von Moltke opdracht voor de aanval. Voor oplossing twee werd uiteraard als eerst gekozen. De troepen zouden vlak langs het zuidelijke deel van de Nederlandse grens trekken in de richting van Luik. Visé moest bezet worden en ook de aldaar aanwezige maasovergangen. Als dit was gebeurd zou tot slot een verrassende nachtelijke stormaanval de stad en de forten doen vallen.
De Duitsers stelden speciaal voor de aanval op Luik een „Maasleger” samen bestaande uit zes brigades onder generaal Otto von Emmich. Dit leger bestond uit 25.000 infanteristen, 8.000 cavaleristen en 124 stukken geschut.
Het Maasleger had de taak de weg door Luik zo snel mogelijk te openen om zo het eerste leger, dat de grootste afstand moest overbruggen om Frankrijk aan te vallen, snel te laten passeren.

Bij de organisatie en de aanval was generaal Ludendorff betrokken die later in de oorlog nog veel van zich zou laten horen. In april 1914 was hij bevorderd tot generaal met als oorlogsbestemming stafchef van het tweede leger. Zijn taak in het Maasleger was de verbinding tussen het opperbevel en het leger te verzorgen.

vroeg in de ochtend op dinsdag vier augustus overschreden ongeveer 150 gepantserde auto’s de Belgische grens.. In iedere auto zaten ongeveer tien Duitse soldaten. Achter de gepantserde auto’s reden de zogenaamde Uhlanen (cavalerie eenheden) van Von Marwitz. Ze droegen lange, met stalen punten voorziene lansen en waren omhangen met een arsenaal van sabels, pistolen en geweren. De voornaamste taak van deze troepen was het uitvoeren van verkenningen.
Deze stoet reed zonder weerstand te ontmoeten door tot Warsage. Toen zij in de buurt van Berneau aankwamen werd op hen geschoten.
De Belgen lieten op 4 augustus om 04.00 uur hun bruggen bij Argenteau en Visé springen.

Door de Belgen opgeblazen brug bij Visé
Door de Belgen opgeblazen brug bij Visé

De Duitse hoofdmacht voor de aanval op Luik, betrad tijdens de ochtend van 4 augustus om even na 08.00 uur bij Gemmenich in de buurt van Moresnet Belgisch grondgebied. De soldaten zongen liederen als „In der Heimat, in der Heimat, da gibt’s ein Wiedersehn”, „Heil dir im Siegerkranz” en „Die wacht am Rhein”. Ook „Deutschland über Alles” werd uiteraard veel gezongen.

Via Moelingen trokken de Duitsers op naar Visé waar de eerste gevechten plaatsvonden. Om 10.15 uur arriveerde de eerste Duitse patrouille in Verviers. Om 15.00 uur waren er daar al ongeveer 14.000 Duitse soldaten gearriveerd. Dorpen als Berneau, Visé, Argenteau, Warsage en Moelingen werden geheel of gedeeltelijk vernietigd. Deze dorpen werden als eerste bereikt door de Duitse cavalerie. Indien de gemeente grensde aan Luxemburg of Nederland werd de Belgische driekleur vervangen door een Duitse vlag.

Kijkje in een verwoeste straat in Visé
Kijkje in een verwoeste straat in Visé

Als eerste van deze plaatsen werd Warsage veroverd. In Warsage stond de bejaarde 72-jarige burgemeester Fléchet, die de zwart geel rode sjerp droeg, op de Duitsers te wachtten. Bij aankomst werd de burgemeester een proclamatie in het Frans aangeboden waarin stond dat de Duitsers tot hun spijt België waren binnengetrokken omdat de Fransen via Belgie Duitsland wilden aanvallen. Ze waarschuwden de burgerbevolking dat de vernietiging van bruggen, tunnels en spoorwegen als een vijandelijke daad zou worden beschouwd die met de dood bestraft zou worden. Ze voegde direct al de daad bij het woord want later op de dag werden er zes mensen gefusilleerd en werd het dorp in brand gestoken omdat uit de huizen zou zijn geschoten op de oprukkende Duitse troepen.

Op enkele plaatsen werd daadwerkelijk ook uit de huizen op de Duitsers geschoten nadat een dorp was ingenomen. Maar vaak reageerden de Duitsers op geruchten. Uiteindelijk zijn er tijdens de gevechten rond Luik vele burgers gefusilleerd of naar Duitsland afgevoerd.

Vele inwoners van België, sommige gewond, vluchtten in de richting van Nederland. Ook ongeveer 7.000 Duitse en Oostenrijkse inwoners van Luik, die door de Belgische regering verbannen werden, moesten vluchtten. Zij werden door de Duitsers opgevangen en naar Duitsland overgebracht.

Tijdens het terugtrekken in de richting van Luik, trachtten de Belgische troepen zoveel mogelijk bruggen en wegen onklaar te maken.
De Duitsers probeerden bij Visé vier keer, met de gedwongen hulp van burgers en boeren, een pontonbrug aan te leggen, die vier keer aan flarden werd geschoten door de kanonnen van fort Pontisse en fort Barchon. Deze Belgische afweer werd ondersteund door het 2e bataljon van het 12e Linie-regiment, onder bevel van luitenant Claude, dat vanuit de heuvels aan de overkant van de Maas hevig vuurde. Tegen de avond lukte het de Duitsers ten noorden van Visé de Maas over te steken.

De velden lagen bezaaid met doden en gewonden.. Enkele soldaten die naar de Nederlandse grens waren gevlucht, werden in Nederland ontwapend. Duitse soldaten werden ondergebracht in de buurt van Alkmaar en Belgische vluchtelingen in het Gaasterland.

Duitse infanteristen in een kamp bij Visé
Duitse infanteristen in een kamp bij Visé

De Duitse bedoeling was, om via een stormaanval tussen de forten te penetreren voordat de Belgische troepen daar loopgraven en prikkeldraad aan konden leggen.

De Eerste Stormaanval op de Vesting Luik

Woensdag 5 augustus 1914
Twee vertegenwoordigers van het Duitse leger trokken naar Luik om de overgave te eisen. Deze eis werd door de Belgen direct van de hand gewezen waarna de Duitsers de staat van beleg afkondigden.
Dit beleg begon met een aanval op de vier meest oostelijke forten van Luik. De aanval werd afgeslagen. Het veldgeschut dat voor deze aanval werd gebruikt, was te licht om door te dringen in de Belgische forten. De kanonnen van de Belgische forten hadden met veel succes geholpen de Duitse aanval af te slaan. Onder de Duitsers werd dan ook tijdens de eerste aanvallen een bloedbad aangericht. Op sommige punten lagen de lijken een halve meter hoog
opgestapeld. Die Duitsers die toch door deze muur van vuur heen kwamen, werden darna door de Belgen krijgsgevangen gemaakt.

Op een zestal plaatsen probeerden Duitse troepen pontonbruggen te leggen. Ook werden vlotten gemaakt waarnaast de paarden meezwommen naar de overkant. Alle pogingen werden ondersteund door mitrailleur- en artillerievuur.
Bij Visé probeerden de Duitsers van vroeg in de ochtend tot laat in de middag over de Maas te komen. Dit lukte hen niet. Zij trokken zich terug om ‘s avonds laat terug te komen. Die dag mislukten al hun pogingen om over de Maas te komen.

De vroegere Duitse militaire attaché in Brussel werd naar generaal Leman gestuurd om hem over te halen de fortenring over te geven. Mocht de fortenring niet worden overgegeven dan zou Luik worden verwoest door zeppelins. Leman weigerde zich over te geven.
Na het gesprek werd de zeppelin „Cöln” opdracht gegeven naar Luik te vliegen om daar enkele bombardementen uit te voeren.
In de avond werd begonnen met de beschieting van fort Fléron, later op de avond werden ook de forten Chaudfontaine, Embourg en Boncelles onder vuur genomen.

De Doorbraak

Donderdag 6 augustus 1914
Omstreeks 03.00 uur in de ochtend deed de Duitse infanterie een stormaanval op de ruimten tussen het fort Boncelles en de Ourthe.
In gesloten gelederen rukte, gedurende vijf uur,golf na golf op; zij werden echter door het hevige geschutvuur vernietigd. Overlevenden vielen ten prooi aan de moordende Belgische mitrailleurs.
Ook het centrum aan de oostelijke zijde bij fort Fléron werd aangevallen. De Duitse veertiende brigade, nu onder leiding van een officier van de Generale Staf, de later zo bekend geworden Ludendorff, viel de ruimte tussen fort Evegnée en fort Fléron aan. Ludendorff nam de leiding op zich nadat de commandant van de brigade door machinegeweervuur werd gedood.
De Duitsers wisten een doorbraak te forceren, onder andere doordat de kanonnen van fort Fléron niet op de Duitsers vuurden. Een afdeling ruiterij van de Duitsers wist tot vlakbij de stad door te dringen maar werden door aankomende Belgische reserves teruggedrongen.

neergeschoten

In de nacht van vijf op zes augustus lukte het de Duitsers om tussen Lixhe en Navagne, ca. 250 meter van de Nederlandse grens, een pontonbrug te leggen. In de vroege ochtend staken de eerste Duitse troepen deze brug over. Toen een grote troepenmacht via de pontonbrug tussen Lixhe en Navagne op de westelijke Maasoever was gearriveerd, trokken de Belgen zich terug op Boirs. De Duitse troepen op de westelijke Maasoever begonnen direct aan de aanval.
De brug is tot negen augustus door de Belgen beschoten. Nadat de schoorstenen, die als herkenningspunt voor de artillerie dienden, door de Duitsers waren neergehaald werd het oriënteren moeilijk en moest uiteindelijk de beschieting gestaakt worden.
De eigenlijke stormaanval op fort Fléron werd om 08.00 uur gestaakt.
In de loop van de ochtend gaf generaal Leman het Belgische derde leger opdracht zich terug te trekken uit Luik in de richting van Namen en Brussel.

Om 14:00 uur lukte het de veertiende brigade na zware straatgevechten en met behulp van veldgeschut in Queue-du-Bois de hoogte van La Chartreuse te bereiken.

Een Belgisch soldaat schreef: „één mijner kameraden, die het felst in het vuur had gezeten, had bij Queue de Bois kennis gemaakt met de vreeselijke mitrailleuse. Van de honderd twintig man van zijn compagnie waren er maar zeven en twintig teruggekomen; velen had hij er zelf zien vallen. Hij had zich gered door niet als de anderen hals-over-kop te vluchtten maar door zich terzij tegen een haag te werpen en zoo voorzichtig achteruit te kruipen; om door die haag te komen had hij zijn ransel in den steek moeten laten…

Pont des Arches; op de achtergrond is een Duitse schipbrug te zien
Pont des Arches; op de achtergrond
is een Duitse schipbrug te zien

Als sein voor de andere brigades dat de veertiende brigade een doorbraak had weten te forceren, schoot het veldgeschut van de veertiende brigade een aantal keren op de citadel. Ook schoten de Duitsers nu op Luik zelf waarbij onder de ca 240.000 inwoners van Luik slachtoffers vielen.
De veertiende brigade bevond zich in een geïsoleerde positie; geen van de andere brigades wist een doorbraak te forceren.

Na de strijd van vijf en zes augustus zag het landschap er desolaat uit. Overal uitgebrande boerderijen en huizen doorzeefd met kogels. De velden, waar voedsel werd verbouwd, waren vertrapt door ruiters. De enige vorm van leven in dit landschap was het vee dat tussen de ruines door scharrelde. Langs de wegen lagen hier en daar lijken van gesneuvelde soldaten of van burgers, die of standrechtelijk waren gefusilleerd, of tijdens de vlucht in het schootsveld terecht waren gekomen.

Na de doorbraak van de veertiende brigade probeerde het Belgische leger alle bruggen over de Maas bij Luik op te blazen. Van de bekende Pont des Arches vlogen twee bogen de lucht in, terwijl de poging de spoorweg op te blazen mislukte. Ook de brug „Manghin” vloog de lucht in. Drie van de vijf bruggen werden zo vernietigd.
Bij het station van Luik braken rellen uit onder de vluchtelingen die allen tegelijk in de treinen richting Brussel en Tongeren wilden ontkomen.

De Belgen hadden hevig weerstand geboden maar konden, mede omdat zij pas op twee augustus waren begonnen met het aanleggen van versperringen, moeilijk stand houden. De Duitsers hadden twee keer zoveel machinegeweren als de Belgen. Het Belgische leger was slecht voorbereid op de oorlog; aan alles was een tekort.

De Duitsers vormden nu een eenheid die de taak had generaal Leman uit te schakelen. Deze eenheid bestond uit 30 man en zes officieren die allen waren gekleed in een tenue dat veel overeenkomst vertoonde met dat van het Engelse leger. De operatie mislukte doordat de Belgen de list doorzagen, alle Duitse soldaten werden gedood.
Generaal Leman wist naar fort Loncin te ontkomen.

De Inname van de Stad Luik

Vrijdag 7 augustus 1914
In een der oude kronieken lazen we de volgende waarneming:

Zeppelingondel
Zeppelingondel

Te middernacht vertoont zich aan den oostelijken hemel een klein licht, dat nader en nader komt. Plotseling straalt een verblindend licht naar beneden. Beneden in dien lichtschijn verschijnt alles, alsof het helder dag is. Dan plotseling een geweldig rumoer. Beneden is alles weer duister. En aan den hemel gaat rustig het kleine licht verder. Maar plotseling
slaan daar beneden hoog de vlammen op. Daar schiet weer een lichtstraal naar beneden. En nu is het duidelijk te zien, dat het geheimzinnige licht een luchtschip is. Zie, aan een lang touw hangt een metalen korf en in dien korf staat een man. Met beide handen werpt hij iets naar beneden. Op de verlichte plaats. En dadelijk daarop verdwijnt de lichtschijn. Een oorverdoovend geweld, de aarde beeft en langzaam stijgt een dikke rookzuil naar boven. Twaalfmaal herhaalt zich dat. Dan verdwijnt het geheimzinnige vaartuig in de duisternis van den nacht en wordt het rustig in Luik”.
Bij deze zeppelinaanval lieten negen mensen het leven.

Na de aanval begon de beschieting van Luik die vooraf zou gaan aan de stormaanval van de veertiende brigade.
Ludendorff had besloten, na tevergeefs te hebben gewacht op berichten van andere brigades, alleen met de veertiende brigade Luik binnen te trekken. La Chartreuse werd eerst ingenomen waarna men via de twee nog in tact zijnde bruggen het centrum van Luik binnentrok.
Ludendorff schijnt in de veronderstelling te hebben geleefd dat de citadel reeds bezet was door andere Duitse eenheden. Hij besloot er heen te rijden met zijn adjudant en klopte op de deur. Tot zijn grote verbazing werd de poort door een Belgische onderofficier geopend waarna de bezetting zich zonder slag of stoot overgaf.

Duitse officieren lunchen in Luik
Duitse officieren lunchen in Luik

Later op de dag vond in de citadel een ontmoeting plaats tussen de burgemeester van Luik, de heer Kleyer, en de chef van de staf van het tiende legerkorps, graaf Lamsdorff. De burgers van Luik zouden gespaard worden indien zij zich niet met geweld tegen de Duitsers verzetten. Om hier zeker van te zijn namen de Duitsers enkele burgers in gijzeling waaronder de burgemeester en de bisschop van Luik. De gijzelaars zouden na twee dagen hun vrijheid
terugkrijgen.
Generaal Emmich heeft de burgemeester later medegedeeld dat hij per direct de forten van Luik moest laten capituleren anders zou de stad worden platgebrand. De burgemeester is hier niet op ingegaan.

Bij het vallen van de avond waren nog drie Duitse brigades door de fortenring gebroken die zich bij de veertiende brigade voegden. Een van deze brigades was de aanval begonnen op de rechter maasoever om zo via Herstal Luik binnen te trekken.

Na de inname van de stad probeerden de Duitsers rust en orde te bewerkstelligen. Verschillende proclamaties werden aangeplakt waarin gewaarschuwd werd tegen acties van franctireurs en waarin gedreigd werd dat ondermijnende acties met de doodstraf zouden worden bestraft.
De Luikse Cockeril-fabrieken werden in beslag genomen nadat de directeur van het bedrijf had geweigerd zijn fabriek ter beschikking te stellen voor de productie van granaten ten behoeve van de Duitsers. Zij stelden een nieuwe directeur aan. Aan diens oproep aan de abeiders om weer te gaan werken werd geen gehoor gegeven.
De Duitsers hadden alle toegangen tot Luik gebarricadeerd die 24 uur per dag werden bewaakt. Op alle belangrijke punten en wegen werd gecontroleerd.
De Belgische Garde Civique werd door de Duitsers in stand gehouden. Maar nu waren zij ongewapend en droegen zij een witte band met de Duitse rijksadelaar erop.

De Houwitsers Moeten Komen

Zaterdag 8 augustus 1914

De Oostenrijkse 305 mm Skoda
De Oostenrijkse 305 mm Skoda

Toen Ludendorff rapport uitbracht bleek dat nog geen enkel fort van Luik was gevallen. De Duitsers konden niet verder als de forten niet waren veroverd. Verschillende aanvallen op de forten werden uitgevoerd maar niets leek te helpen. Ook het gebruikte geschut worp geen vruchten af tegen het beton van de forten. Door dit alles raakte de Duitsers in tijdnood. Zij hadden nog een week om de forten te veroveren want dan zou de sterke rechtervleugel van het Schlieffenplan zijn opmars uiterlijk moeten beginnen. Ludendorffs advies was de forten te vernietigen met het zwaarste Duitse geschut. Na op acht augustus toch fort Barchon te hebben veroverd werd een pauze van enkele dagen ingelast om het zware geschut naar Luik te krijgen.

Voor de derde mogelijkheid voor de verovering van Luik werd nu opdracht gegeven.
Hiervoor hadden de Duitsers de Oostenrijkse Skoda 305 mm en de Dikke Bertha 420mm van Krupp klaar staan. Dit zeer zware geschut werd hier voor de eerste keer ingezet en was bij de geallieerden toen nog onbekend.
Generaal Leman schijnt er wel van op de hoogte zijn geweest dat zijn forten niet bestand zouden zijn tegen deze zware Duitse kanonnen. Hij hoopte echter dat de Duitsers dit geschut naar Frankrijk zouden dirigeren.

Het Transport van de Houwitsers naar Luik

Zondag, maandag, dinsdag 9, 10 en 11 augustus 1914

Place de l'Université
Place de l’Université

Op negen augustus dreigde dezelfde situatie te ontstaan als in de eerder door de Duitsers verwoeste dorpen van België. Het gerucht ontstond dat er geschoten zou zijn vanuit een huis op de Place de l’Úniversité op een marcherende colonne Duitse soldaten. Daarbij zouden zes soldaten en een luitenant gewond geraakt zijn.. Het huis waaruit werd geschoten, zou zijn bezet door Russische studenten en omgebouwd tot een soort fort.

Het duurde niet lang of het verzet was gebroken en het huis ingenomen. De Duitsers staken het daarna , samen met zes andere huizen, in brand.
Na goede artilleristen en geschikte vervoermiddelen te hebben gevonden werd de laatste hand gelegd aan het transport van de twee „Dicke Bertha” houwitsers.
De houwitsers verlieten op maandag tien augustus de fabrieken van Krupp in Essen. In de nacht van tien op elf augustus passeerden de gevaarten de grens met België. Maar twintig kilometer na de Belgische grens werd door de Belgen bij Herbesthal een spoorwegtunnel opgeblazen waardoor het kanon niet verder vervoerd kon worden. Men kon de rails en tunnel onmogelijk herstellen zodat de houwitsers nu per paardenkracht en motorvoertuigen verder
vervoerd moesten worden. Deze laatste achttien kilometer waren voor de mensen die voor het vervoer verantwoordelijk waren, een ware hel. Door het gewicht van het kanon begaven motoren van voertuigen het en van paardetuigen bleef eveneens weinig over en het kostte de grootste inspanning om de zware kolossen op de plaats van hun bestemming te krijgen.

De Beschieting

Woensdag 12, donderdag 13, vrijdag 14 en zaterdag 15 augustus 1914

De 420 mm Dikke Bertha van Krupp
De 420 mm Dikke Bertha van Krupp

Een van de houwitsers was nu binnen schootsafstand van de forten in elkaar gezet. De artilleriewaarnemers in hun ballons en op kerktorens gaven langzaamaan hun coördinaten voor de beschieting van de forten door. Allereerst werd al het geschut op fort Pontisse gericht.
De 200 bedienende manschappen, die waren uitgerust met speciale kleding en gewatteerde beschermingstukken voor ogen, neus, oren en mond, zochten nu dekking op veilige afstand alvorens om half zeven het commando: Feuer!! klonk en het eerste projectiel door een elektronische ontsteking werd afgevuurd. De granaat bereikte een hoogte van ongeveer 1000 meter waarna het in een minuut zijn doel bereikte en na de enorme knal een rookwolk van enkele honderden meters hoog veroorzaakte. Iedere keer als het kanon vuurde en doel raakte richtte het een bloedbad aan dat niet te beschrijven viel.
Nadat fort Pontisse 45 keer was geraakt, werd het op donderdag dertien augustus 1914 uiteindelijk ingenomen na een stormaanval. Na de beschieting van fort Pontisse stonden nu ook de Oostenrijkse houwitsers klaar om te vuren. Het laatste fort dat die dag zou vallen was fort Chaudfontaine. Het fort werd in elkaar geschoten waarna een deel van de bezetting zich overgaf. De andere helft vluchtte in de richting van Namen.
Het laatste fort op de rechteroever, fort Boncelles, gaf zich over op vijftien augustus. Doordat de forten ten noorden van de stad nu waren uitgeschakeld kon de opmars van het eerste leger onder Von Kluck beginnen.

Binnen in de forten werden de Belgen bijna hysterisch van angst bij het horen van het huilende geluid waarmede de grote projectielen op hun fort kwamen aanrazen om nog maar te zwijgen als het projectiel doel raakte. De kanonnen misten eerst meestal hun doel, maar na wat corrigeren kwam hun vuur steeds dichter in de buurt. Dit ging uiteraard door totdat het doel was geraakt.

Verwoestingen in Visé
Verwoestingen in Visé

Visé brandde opnieuw nadat de Duitsers hadden gehoord dat er wederom vanuit de huizen op hun troepen zou zijn geschoten. Het dorp kwam nu onder vuur van de Duitse artillerie waarbij het met de grond gelijk werd gemaakt. De inwoners werden uit hun huizen gedreven waarna zij de nacht doorbrachten op straat. De volgende dag vluchtten zij van Visé over de Belgisch- Nederlandse grens naar Eijsden. Dit waren alleen de vrouwen omdat de mannen door de Duitsers waren meegenomen.

De Beschieting en de Overgave van de Laatste Forten
Zondag 16 augustus 1914
Een van de twee Dicke Berthas werd door 36 paarden door Luik gesleept om het dichterbij fort Loncin te krijgen. Op zestien augustus 1914 waren elf van de twaalf forten gevallen. Alleen fort Loncin hield nog stand. Tussen de beschietingen van fort Loncin door werden verschillende onderhandelaars gestuurd om de capitulatie te eisen. Dit gebeurde niet. Op zondag zestien augustus 1914 trof een schot de munitiekamer van het fort waardoor het van
binnenuit ontplofte en 150 man werden bedolven.
Wonder boven wonder overleefden enkele Belgen en gevangen genomen Duitsers het drama waarna zij zich, meestal gewond, moesten overgeven.

Bij de overlevenden bevond zich ook de bewusteloze generaal Leman. Toen hij bijkwam verklaarde hij tegenover generaal von Emmich; „Ik heb me niet overgegeven, ik was bewusteloos toen men mij gevangen nam”.
Later zou Leman, onderweg naar Maagdenburg (Duitsland), aan zijn koning schrijven;

Sire,

Fort Loncin na de ontploffing
Fort Loncin na de ontploffing

Na eervolle gevechten geleverd op 4, 5 en 6 Augustus oordeelde ik, dat de forten van Luik geen andere rol meer spelen konden, dan die van sperforten.
Ik handhaafde echter het militair gouvernement, ten einde de verdediging zooveel mogelijk te ordenen en een moreelen invloed op het garnizoen uit te oefenen.
Uwe Majesteit, weet, dat ik 6 augustus ‘s middags in het fort Loncin was.
Met smart zal Uwe Majesteit vernemen, dat het fort gisteren om 5 uur 20 minuten in de lucht gevlogen is, en dat het grootste gedeelte van het garnizoen onder de puinhopen werd bedolven.
Dat ik bij deze catastrophe niet het leven verloren heb, is hier aan toe te schrijven, dat mijn escorte mij uit het fort bracht, toen ik half verstikt was door het gas, dat zich na de ontploffing van het kruit ontwikkelde. Men bracht mij naar een loopgraaf, waar ik neerviel. Een Duitsche kapitein gaf mij te drinken en vervolgens werd ik krijgsgevangen gemaakt en
naar Luik gebracht.
Ik weet dat deze brief niet geheel is, zooals hij zijn moet, maar ik ben door de ontploffing van het fort Loncin physiek gebroken. Voor de eer van onze wapenen heb ik de vesting noch de forten willen overgeven. Wil mij vergeven, Sire!
In Duitschland, waarheen ik mij begeef, zal mijn gedachte steeds bij België en den Koning zijn. Ik zou gaarne mijn leven hebben willen geven, om hen beter te dienen, maar te sneuvelen is mij niet vergund geweest.

Generaal Leman.

Op zeventien augustus 1914 konden het Duitse tweede en derde leger in navolging van het eerste hun opmars voortzetten. De gehele Duitse rechtervleugel voor de aanval van het Schlieffenplan was nu weer in beweging. Dit betekent dat de vesting Luik de Duitsers twee dagen had opgehouden.

Bronnen

1. Internet;
2. 14- 18, de eerste wereldoorlog, deel 9, inval in België;
3. The Arms of Krupp, William Manchester;
4. Vrij Nederland, 11 augustus 1984;
5. de Wereldoorlog, dr. A. Zijp;
6. De Oorlog, H.P. Geerke en G.A. Brands;
7. Van het slagveld der natiën, Frank Gericke.

overzicht: