Schilders perikelen in de Eerste Wereldoorlog

In 1914 moest er een nieuwe arbeidsovereenkomst worden opgesteld tbv de Nederlandse schildersbedrijfstak. Daarbij was een collectieve arbeidsovereenkomst van node waarin de uurtarieven geregeld moest worden.

Na veel geruzie werd in 1914 een collectief arbeidscontract getekend met verschillende schildersbazenverenigingen.

Dit collectieve contract had een looptijd van twee jaar en zou eindigen op 31 December 1916.

 

De uurlonen werden als volgt vastgesteld:

1 Januari 1914, 24 cent per uur.

1Januari 1915, 25 cent per uur

1 Januari 1916, 26 cent per uur.

 

Ook de arbeidsduur enz. werd geregeld. De vrede was dus voor enige jaren getekend.

Dit collectief contract trad echter spoedig buiten werking daar in augustus 1914 de wereldoorlog uitbrak en het Nederlandse leger mobiliseerde.

De oorlog was oorzaak van een algemene werkloosheid en de gevolgen daarvan waren vooral voor de bouwvakarbeiders funest. Er werd dan ook een steuncomite in het leven geroepen teneinde de door de oorlog ontstane grote nood enigszins te lenigen.

De eerste weken kregen gehuwde werklozen fl.3,60 per week, welk bedrag later werd verhoogd tot fl.6,–.

Een huurcommisie werd ingesteld, teneinde de huren te regelen: en daarin hadden ook twee schilderspatroons zitting. De huiseigenaren lieten voor de werklozen een kwart van de huur vervallen, de werklozen betaalden zelf een kwart en het steuncomite en het inmiddels opgerichte Nationaal steuncomite namen eveneens een kwart van de huur.voor hun rekening.

Deze regeling werd het eerst in Hilversum toegepast en daarna overal in het land opgevolgd.

De algemene prijsstijging had tot gevolg, dat de steunbedragen moesten worden verhoogd. Deze werden opgevoerd voor grote gezinnen tot fl 18,– per week.

Tijdens een vergadering van 23 Maart 1916 merkte een der aanwezigen het volgende op:

 

„De moeilijke tijden, welke wij doorleven, werken zeker niet weinig op onze gemoedsstemming. Hoe gelukkig wij, Nederlanders, ons ook mogen noemen,niet in deze afschuwelijke oorlog te zijn betrokken, verwekt het toch zeker bij ons alle enige wrevel en afschuw, dat wij zulke vreselijke dingen moeten horen van mensen, wat zeg ik! mensen?”

 

en hij citeerde het volgende gedicht van E.Laurillard:

“Ik houd van de stelling niet, die veel geleerden uiten:

De mensch is een ontwikkeld beest!

Maar nu ge mij uit de kranten leest

van duizend kogels, die daar fluiten

Uit meer volmaakt geschut, dan immer is geweest.

Jawel! nu zou ‘k haast ook besluiten:

De mensch is een ontwikkeld beest”.

 

Ingezonden door mevr. J. Reinders,.

Bron: gedenkboek 1896-1946 ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan der Hilversumsche Schilders-patroonsvereeniging

overzicht: