Samenwerking SSEW met Huis Doorn

Terwijl de SSEW zich bezighoudt met de kennisinhoudelijke kant van de Eerste Wereldoorlog, is Huis Doorn, vanwege de opening van het nieuwe museum-paviljoen “Nederland en Eerste Wereldoorlog”, de plek in Nederland geworden waar WO I op een museale wijze wordt verbeeld. En daarbij lopen de doelstellingen van de twee instituten - om de Eerste Wereldoorlog in Nederland onder een groter publiek bekender te maken - volledig parallel. Het is dan ook uit dien hoofde dat, tijdens de laatste SSEW-Studiedag van 7 november, het bestuur gemeend heeft om het eerste exemplaar van de Kroniek 1914-1918 (nr. 29) aan het instituut Huis Doorn aan te bieden, als waardering voor het vele werk dat Huis Doorn - ondanks de vele moeilijkheden waar het mee te kampen had - heeft verricht om een “Plaats van Herinnering” voor de Eerste Wereldoorlog on Nederland te worden. Hieronder volgt de integrale tekst van de boekaanbieding als gedaan door de voorzitter van de SSEW, Anton Kruft, op de SSEW-Studiedag van 7 november 2014 te Doorn.

“Zoals u weet brengen wij per jaar twee Kronieken van de Grote Oorlog 1914-1918 uit en dat doen wij gewoonlijk ten tijde van de SSEW-Studiedagen. Daarbij is het traditie geworden om het eerste exemplaar van deze Kroniek aan te bieden aan een persoon of organisatie, die zich verdienstelijk heeft gemaakt voor het op de kaart zetten van de Eerste Wereldoorlog in Nederland. Dit kan gebeuren n.a.v. een belangrijke publicatie of een activiteit die van grote betekenis is om WO I weer eens extra over het voetlicht te brengen.

Het aanbieden van deze Kroniek is onderdeel van de doelstelling van de SSEW. Immers de missie van de SSEW is het vergroten van de kennis in Nederland m.b.t. de politieke acties en militaire operaties en maatschappelijke omgevingsfactoren (economie, modernisering, technologie, nationalisme, imperialisme, filosofie, etc.) die een bepalende rol speelden in de aanloop en de gevolgen van WO I.

Dit keer heeft het Bestuur besloten de Kroniek aan te bieden aan een instituut. En het was niet moeilijk om te bepalen welk dat instituut zou moeten zijn! Uiteraard Huis Doorn. Zoals u allen bekend is, is Huis doorn door een ongelooflijke moeilijke periode gegaan sinds de subsidie in mei 2012 op advies van de Raad voor Cultuur, een adviesorgaan voor het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, minder dan gehalveerd werd, met als consequentie dat Huis Doorn voor het publiek zou moeten sluiten. Huis Doorn zou volgens de Raad voor Cultuur geen Nederlandse historische waarde hebben en zou enkel van belang zijn voor wat Duitse toeristen en reactionairen. Het kleine beetje geld dat overbleef kon enkel maar gebruikt worden voor beheer en onderhoud van de collectie. Huis Doorn dus onder een glazen stolp!

Daarop kwamen vele reacties binnen, waaronder die van Christopher Clark – een grote bekende in onze wereld – die aangaf dat “House Doorn has a high significance that stretches beyond Holland and the history of its relation to Germany” . En ook Geert Mak gaf als zijn oordeel dat de sluiting van Huis Doorn een “onvoorstelbaar verlies voor NL “ zou zijn. De Raad ging ook volledig voorbij aan het aspect dat Huis Doorn ook een Europese betekenis had. Zelfs Britse kranten staken de draak met het besluit met als kop in de Daily Times: “House Doorn not Dutch enough!” Voorts kwam er ook vanuit de Tweede Kamer, via Vera Bergkamp van D66 kritiek op het rapport van de Raad voor Cultuur, dat OCW adviseert met als uitkomst dat toch een subsidie gegeven kon worden voor de herdenkingsactiviteiten voor de periode 2014-2018. Dit werd in december 2013 bevestigd met een brief van de ministers Bussemaker en Timmermans.

Intussen had in Huis Doorn een reorganisatie plaats gevonden, omdat de verminderde subsidie niet meer toereikend was voor een aantal vaste medewerkers en dat aantal tot twee fulltime medewerkers teruggebracht moest worden, m.n. een Beheerder en twee parttime conservatoren. Voorts werd ook een interim manager door de Raad van Beheer van Huis Doorn aangesteld in de persoon van Herman Sietsma die een Algemeen Directeurschap bij de provincie Utrecht vervulde en bekend was met ministerie en het ambtelijke apparaat en tezamen met de Beheerder Frank Louhenapessy en de conservatoren Wendy Landewé en Cornelis van der Bas, een nieuwe wending aan Huis Doorn te geven. Dat had als einddoel om veel meer publiek te trekken dan de 25.000 bezoekers tot dan toe, ten einde meer inkomsten te genereren en daaruit de continuïteit van Huis Doorn te waarborgen.

Om dat te bereiken werd een tweesporenbeleid ingezet. Dat hield in dat het authentieke Huis Doorn zich zou richten op de paleiscultuur van de Hohenzollerns – iets wat het tot dan toe altijd al gedaan had. En het tweede spoor zou een “Lieu de Mémoire” voor de Eerste Wereldoorlog moeten worden. Wat Wageningen is voor WO II, zou Doorn moeten worden voor WO I. In de diverse discussies met de directie van Huis Doorn en ook als lid van de Raad van Advies hebben wij vanuit de SSEW getracht aan dat idee zoveel mogelijk ondersteuning te verlenen. Ten einde te bereiken dat dit tweede spoor - een “Lieu de Mémoire” voor de Eerste Wereldoorlog - gerealiseerd kon worden zou een WO I-museum geopend moeten worden. Door een fenomenale inzet van de directie, conservatoren en niet te vergeten de ongeveer 180 vrijwilligers, aangestuurd door directeur Annemiek Speelman, is Huis Doorn erin geslaagd om een professioneel museum neer te zetten, die we vanmiddag hebben gezien. Daarvoor was financiering nodig die o.m. verkregen is van de Postcode Loterij en andere subsidiënten. Zoals bekend werd het museum op 4 september officieel door prinses Beatrix geopend.

Daarmee heeft Huis Doorn de neerwaartse spiraal omgebogen in opwaartse richting. Het bezoekersaantal is inmiddels togenomen van 25.000 tot ongeveer 40.000. Het aantal van 130 vrijwilligers van twee jaar eerder is nu op 180 gebracht en het allerbelangrijkste is wel dat er een geweldig optimisme en energie bij directie, medewerkers en vrijwilligers is vrijgekomen die nu aangewend wordt voor allerlei activiteiten om die eerste Wereldoorlog te herdenken.

Want naast de museale activiteit vinden nu reeds vele andere initiatieven plaats, zoals: Conferenties, Symposia (Karl Bath 8.11.14), Re-enactments, Openstelling voor Europeana, Het uitgeven van twee Thema tijdschriften waarin het nieuwe museum “Nederland en WO I” prominent wordt neergezet, Het opzetten van een onderwijsprogramma. En natuurlijk is er ook het digitale platform (www.eerstewereldoorlog.nu) in samenwerking met het NIOD en Nederlands Openluchtmuseum. En ook voor volgend jaar staan al diverse activiteiten op het programma, waaronder de opvoering van het Requiem van de bekende Nederlandse componist Kees Andriessen die het stuk op inspiratie van de wereldoorlog schreef. En voorts wordt gewerkt aan het uitbrengen van een DVD met boek over de Belgische vluchtelingen die na januari 1915 in Nederland bleven tot het einde van de oorlog.

Het zal duidelijk zijn dat de activiteiten van Huis Doorn en die van de SSEW parallel lopen. De SSEW beijvert zich vooral om de inhoudelijke problematiek van WO I te bestuderen, daarover te publiceren en onder de aandacht van het publiek te brengen. En het tweesporenbeleid van Huis Doorn met het nieuwe WO I-museum brengt eveneens de Eerste Wereldoorlog onder de aandacht van het publiek zei het met museale artefacten. Daarin kunnen de twee organisaties elkaar versterken.

Het bestuur van de SSEW wil uitdrukking geven aan de grote waardering die het voor de directie, medewerkers en vrijwilligers van Huis Doorn heeft om de kritieke situatie die in 2012 bestond te hebben omgebogen en het een plek in Nederland heeft gegeven die als een “Lieu de Mémoire” voor de Eerste Wereldoorlog, nu al haar sporen heeft verdient. Met groot genoegen bieden wij de Beheerder Frank Louhenapessy, als vertegenwoordiger van het instituut Huis Doorn het eerste exemplaar aan van de Kroniek 29.

overzicht: