Ruga Ruga en andere mysteries van de Eerste Wereldoorlog in Afrika

Door: Jeannick Vangansbeke

 

Sinds einde 2004 heb ik mij gestort op de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog in Afrika. Het trof mij namelijk dat het huidige miljoenen slachtoffers eisende conflict in het grote Meren gebied zelden of nooit in een lange termijn perspectief geanalyseerd wordt. Toch botsten Congo en Rwanda al op het einde van de 19de eeuw. De dominerende Britse geschiedschrijving doet ondertussen meer recht aan de rol van Portugezen, naast die van de Britten, dankzij Edward Paice, maar de rol van Belgen en Afrikanen wordt hierin nog altijd verwaarloosd. Zijn Tip & Run: Untold Tragedy of the Great War is schitterend geschreven, op dat vlak blijven de Britten onovertroffen.

Goede geschiedschrijving gebruikt evenwel ook Belgische bronnen en ziet de Afrikanen als politiek actieve medespelers. Duitsland lijkt hier alvast een wegbereider. Michael Pesek gebruikte in zijn studie over Oost-Afrika in de Eerste Wereldoorlog uit 2010 ook Belgische bronnen, met name uit het archief van de Force Publique. Over Paice schrijft hij terecht: ‘Paice brint vor allem die Portugiesen mehr ins Rampenlicht. Sein Buch ist ein gut geschriebenes militärhistorisches Werk, aber mitunter auch etwas tendenziös in seinem Bemühen die Alliierten besser wegkommen zu lassen als es bei Mosley oder Miller der Fall war. Das hat seine gute Seite, wenn dadurch Lettow-Vorbeck etwas entmythisiert wird, ein gewisser Nachgeschmack bleibt jedoch. Zudem setzt Paice die Tradition von Farwell und den britischen Populärhistorikern fort. Auch bei ihm ist der Krieg eine im Grunde europäischer Krieg, der in Afrika stattfindet und in dem die Afrikaner nur eine Nebenrolle spielen’ ([1]). Er was geen Duitse Kolonialer Sonderweg in dat verband. Niet enkel de mythe Lettow moet sneuvelen. Het laatste woord over imperialisme en wereldoorlog is duidelijk nog niet geschreven.

 

Pesek behandelt vier thema’s: de oorlog (Schlachtfelder), de Afrikaanse spelers (Akteure), misdaden en koloniale orde (Ordnung) en tenslotte de herinnering aan de oorlog (Repräsentation).

 

Mijn voornaamste opmerking betreft het idee dat ‘völlig überrascht und binnen weniger Wochen von den deutschen Armeen überrant, die Belgier andere Sorgen als Ostafrika hatten’ ([2]). Eerst over de getalsterkte. De Belgische commandant J. Henry schatte de getalsterkte van Lettow op 10 tot 12000 Askari’s, en 3 tot 5000 blanken. De Britse generaal Malleson zag niet meer dan 11000 soldaten waaronder 3000 blanken onder Lettows bevel staan. Op basis van buitgemaakte documenten bleek het Britse cijfer beter te beantwoorden aan de realiteit, maar erg belangrijk waren de zogenaamde Ruga Ruga’s, ‘gidsen die -bij gebrek aan degelijke kaarten- op dit front van een uitzonderlijke waarde waren. Lettow beschikte over maar liefst 1586 van deze onmisbare mensen’ ([3]). Pesek heeft het over niet meer dan 200 askari’s in Rwanda, onder bevel van Max Wintgens ([4]). Het deed het vertrouwen van Belgen en Britten in de Afrikaanse inwoners van Ostafrika ongetwijfeld geen deugd dat dankzij de ongeregelde Ruga Ruga de Duitsers niettemin tegen Congo en Rhodesië in het offensief konden gaan. De term Ruga Ruga sloeg volgens Tombeur op alle ongeregelde troepen, die volgens hem bestonden uit gearabiseerden, Watutsi en Arabieren. Dit lijkt niet helemaal te kloppen: sommige grammatica boeken van zendelingen spreken zelfs over kiruga als een aparte taal. In zijn analyse van de Duitse heerschappij over Oost-Afrika uit 2005 besteedde Michael Pesek al uitgebreide aandacht aan deze Ruga Ruga, die in uniform gestoken en getraind werden, in tegenstelling tot de Britse of Belgische gidsen ([5]). Het betrof ex-slaven die beloond werden met buit en die tot in Katanga werden geronseld. Duitsland vormde geen ‘stam’ van krijgers maar appelleerde aan de beroepseer van soldaten, inclusief de Ruga Ruga, en hun islamitische gevoelens om hun samenhorigheidsgevoel te versterken. Het specifieke van de term Ruga Ruga slaat dan op het feit dat zij de Afrikaanse troepen waren die in dienst van de Europeanen de koloniale veroveringsoorlog voerden. In die zin was de Eerste Wereldoorlog de laatste oorlog waarin zij figureerden ([6]). De wreedheden die zij op bevel van Duitse officieren begingen, bevestigden het beeld van Afrikaanse wrede krijgers die de Duitsers hadden. Zoals het propagandistische beeld van Belgische partizanen tot Duitse wreedheden in België leidde, ontwikkelde zich hier een logica die de Duitse racistische mentaliteit bevorderde én tot brutaliteiten leidde op het terrein.

 

Behalve verkeerde inlichtingen, was vooral politiek verantwoordelijk voor wat Pesek de Überraschung noemde. Pas kort voor de oorlog en onder invloed van de missies was de pro-islamitische politiek van Duitsland veranderd. Het spreekt voor zich dat de jihad van de Turkse bondgenoot in 1914 opnieuw een pro-islamitische opstelling veroorzaakte. Anderzijds heeft Pesek weinig oog voor de rivaliteit tussen de Angelsaksische landen en de Belgen ([7]).

 

Met de in Kameroen vrijgekomen troepen uit de Goudkust (Ghana) en Nigeria die aan de Portugees-Afrikaanse oostkust aan land werden gezet brak men het laatste grootschalige Duitse verzet. Carl Zimmerman, Militärsbefehlhaber in Kameroen, had daar even lang stand gehouden als Lettow in het oosten. Maar omdat de Fransen nu eenmaal eerst Kameroen aanpakten, had Lettow zich pas nà de capitulatie in Europa moeten overgeven, waardoor hij bijdroeg aan de mythe van de dolkstoot in de rug van het Duitse leger. Tot in de historiografie toe blijft hij en niet Zimmerman de meeste aandacht krijgen, hoewel hij in mei 1914 bijna in Kameroen gestationeerd was, wat ongetwijfeld het onmogelijk gemaakt zou hebben een mythe op te bouwen. Omdat Oost-Afrika zowat de enige bewegingsoorlog was, bleef er daar ruimte voor de creatie van helden, in tegenstelling tot Europa ([8]).

 

* Michael Pesek  Koloniale Herrschaft in Deutsch-Ostafrika, Frankfurt am Main: Campus, 2005

* Idem, Das Ende eines Kolonialreiches: Ostafrika im Ersten Weltkrieg, Frankfurt am Main: Campus, 2010

 


[1]              Pesek, 2010, 19.

[2]              Pesek, 2010, 10.

[3]              Tervuren, Papieren Fuchs, 765/72/120.

[4]              Vgl. Pesek, 2010, 65 en 187-196 over de Ruga Ruga.

[5]              Pesek, 2005, 312-317.

[6]              Pesek, 2010, 188.

[7]              Zie hiervoor J. Vangansbeke, Comrades in arms? Het diplomatieke steekspel tussen België en het Britse Empire 1914-1918 - Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis (2008) nr. ½, p. 131-158. Idem, De rol van de Verenigde Staten in Congo - H. Andriessen ed. De Grote Oorlog: Kroniek 14/18, volume 21, Aspekt, 2010, p. 143-169.

[8]               Pesek, 2010, 346 e.v.

overzicht: