Rede naar aanleiding van het aftreden van Hans Andriessen als voorzitter van de SSEW

Rede naar aanleiding van  het aftreden van Hans Andriessen als voorzitter van de SSEW, gehouden op 11 november 2011 in de Aula van de Koninklijke Militaire Academie (KMA) te Breda, uitgeproken door drs. Anton Kruft (Voorzitter SSEW)

Hans, we zijn vandaag niet alleen bij elkaar gekomen om het 10-jarig bestaan van de Stichting  Studiecentrum Eerste Wereldoorlog te vieren, maar ook afscheid te nemen van jou als eerste voorzitter van de SSEW. Vanwege gezondheidsredenen heb je van een verder mandaat als voorzitter afgezien, maar blijf je nog wel met de SSEW verbonden want op voorstel van het Bestuur heb je het lidmaatschap van de Raad van Advies geaccepteerd en daar zijn we uiteraard heel blij mee zijn, want dat bevordert in hoge de continuiteit van de Stichting.

 

Wanneer we zo eens terugkijken naar waarom je die SSEW bent begonnen dan ontdekken we twee hoofdredenen, redenen die ik deze middag ook al eerder naar voren heb gebracht en die als het ware ook jouw handelsmerk als histroisch publicist zijn geworden. Allereerst begreep jij als geen ander dat die Eerste Wereldoorlog bepalend is geweest voor erg veel van wat er nadien in de 20ste eeuw plaatsvond. Directe gevolgen van die oorlog waren gebeurtenissen, die we allemaal wel kennen, maar waarvan de bron ervan bij die Eerste Wereldoorlog ligt, zoals de financiële crises in het interbellum, de opkomst van het communisme en de daar weer uit voortvloeiende Koude Oorlog, de opkomst van het fascisme, het nazidom, de Tweede Wereldoorlog en vervolgens de opdeling van Duitsland tot aan 1989.

 

Een tweede reden voor jou om je te verdiepen in de Eerste Wereldoorlog, veel daarover te publiceren en ook anderen daartoe aan te zetten, was vooral gelegen in het feit dat in Nederland die oorlog, ondanks het belang ervan, relatief onbekend was. Nederland was in die periode een neutraal land geweest. In tegenstelling daartoe was de Tweede  Wereldoorlog in ons collectief geheugen geprent: de gevechten aan de Grebbelinie, het bombardement op Rotterdam, de bezetting, de Jodenvervolging, de spoorwegstaking, de ondergrondse, de collaboratie, Radio Oranje, de Hongerwinter en dan vervolgens de economische ontreddering van het land en de hernieuwde opbouw ervan in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw. Dat alles en veel meer hield Nederland decennia lang in de ban als het om oorlogsherinneringen ging. Lou de Jong, “de vader” van de oorlogsgeschiedschrijving van die oorlog schreef er 14 delen over, die in de jaren ’70 en ‘80 verspreid werden uitgegeven en waar de auteur dan ook nog vele Nederlanders aan hun TV toestel deed kluisteren als hij zijn regelmatige voordrachten over de oorlog hield. Die Tweede Wereldoorlog werd maar al te vaak in Nederland beschouwd als een opzichzelf staande historische gebeurtenis, terwijl deze een directe relatie had tot de Eerste Wereldoorlog. In feite kan je zeggen dat het begin van de Tweede Wereldoorlog niet in 1939 of in 1940 ligt, maar in 1919, op het einde van die Eerste!

 

Deze twee redenen, ten eerste het belang van de Eerste Wereldoorlog voor de gehele 20ste eeuw en ten tweede de relatieve onbekendheid van die oorlog in Nederland, kregen er bij jou nog een extra dimensie bij. In het historisch onderzoek dat jij deed kwam bij jou meer en meer aan het licht dat de geschiedschrijving over die Eerste Wereldoorlog de nodige objectiviteit miste. Franse, Amerikaanse en in jouw beleving vooral Britse historici hadden een beeld van het gebeurene gegeven dat niet geheel overeenstemde, en soms zelfs sterk verschilde van de bronnen die jij, als neutraal historisch publicist, had bestudeerd en waarbij ook nieuw bronnenmateriaal was blootgelegd. Volgens jouw inzichten waren het de overwinnaars die de geschiedenis over die Eerste Wereldoorlog hadden geschreven, waarbij –kort door de bocht- de schuld voor het ontstaan van die oorlog, òfwel geheel òfwel voor het allergrootste deel, bij de vijand kwam te liggen, terwijl  de overwinnaars zichzelf van verantwoordelijkheid voor dit macabere gebeuren min of meer vrijpleitten. Daar kwam dan nog bij dat ook een aantal historici en publicisten van eigen bodem, naar jouw inzicht, in grote lijnen de visies van de toen geldende geschiedschrijving van m.n. de Angelsaksische historici overnamen.

 

Uiteraard had in de loop van de tijd, vooral door het vrijkomen van nieuw bronnenmateriaal, de geschiedschrijving een genuaunceerder beeld gegeven over het ontstaan en de naweeën van de Eerste Wereldoorlog maar, naar jouw inzicht, toch niet in voldoende mate. In de acht boeken die jij over de Eerste Wereldoorlog hebt geschreven, nog afgezien van jouw vele bijdragen in de jaarlijkse Kronieken en de vele recensies die jij over studies van binnen- en buitenlandse historici over het onderwerp hebt geschreven, verrijst dan een beeld dat op een aantal belangrijke punten afwijkt – en soms sterk afwijkt -  van het gangbare geschiedbeeld en dat hier en daar ook als controversieel wordt beschouwd. En ik denk dat dit juist jouw grote verdienste is geweest. Jij hebt de moed gehad om het historisch debat aan te gaan. Met jouw sterk onderbouwde visie heb jij een interpretatie van de gebeurtenissen gegeven, vooral betrekking hebbende over de z.g. “schuldvraag”, die anders is dan wat vele contemporaine geschiedschrijvers tot nu toe daarover aangenomen hebben.

 

De door jou in 2001 opgerichte Stichting Studiecentrum Eerste Wereldorlog was en is nog steeds een belangrijk vehikel om in Nederland onderzoek over de Eerste Wereldoorlog uit te voeren, daarover te publiceren en geïnteresseerden en studenten in Nederland daarin te betrekken en daarover voor te lichten. Naast jouw verdienste als historisch publicist is de tweede grote verdienste van jou dat jij als oprichter van SSEW die missie over de afgelopen 10 jaar met volle overgave ter hand hebt genomen. Gedurende jouw voorzitterschap zijn maar liefst 22 kronieken over de Grote Oorlog verschenen, waarin naast historisch publicisten ook afstudeerscripties van studenten werden opgenomen, zijn vele studiereizen met donateurs  naar de diverse fronten in Frankrijk en België gemaakt, werden ieder jaar - samen met de Erasmusuniversiteit - weer druk bezochte studiedagen georganiseerd, waar toonaangevende historici hun (specialistisch) verhaal hebben gehouden, werd regelmatig een Nieuwsbrief gepulbiceerd, zijn vele lezingen in den lande gegeven en zijn onderwijsprogramma’s voor de volksuniversiteiten opgezet. En dit alles onder jouw leiding!

 

Al deze activiteiten konden ook ontwikkeld worden vanwege de steun van meer dan 300 donateurs die de SSEW financieel bijgestaan hebben en dat met veel enthousisme. Al met al een prachtige erfenis die jij voor het vernieuwde bestuur van de SSEW achterlaat om een volgende fase van groei en bloei van de stichting  door te maken.  De Eerste Wereldoorlog zal daardoor een grotere bekendheid in Nederland krijgen en daarenboven zullen aanvullend onderzoek over die periode en publicaties voortgaan, vooral nu ook de 100-jarige herdenking van het begin van de Eerste Wereldoorlog aanstaande is.

 

Hans, als blijk van grote waardering van het bestuur van wat jij voor de SSEW in de afgelopen 10 jaar hebt betekent, heb ik het grote genoegen jou als eerste een bundel te overhandigen met een compilatie van  artikelen van jouw hand. Een sigaar dus uit eigen doos! Maar wel een aparte sigaar, want net als bij een echte sigaar waarvan de rook overal wordt verspreid, zal deze bundel jouw inzichten over de Eerste Wereldoorlog ook verder verspeiden. En om te beginnen bij allen die vanmiddag hier aanwezig zijn en een exemplaar van de bundel gratis ter hand zal worden gesteld. Het is bedoeld als een hommage aan de man die SSEW 10 jaar geleden heeft opgericht en daarmee een grote bijdrage heeft geleverd aan de bekendheid in Nederland van wat zich vóór, tijdens en na de Eerste Wereldoorlog afspeelde.

 

Maar zoals we allen weten is geschiedschrijving geen objectieve wetenschap, reden waarom men ook de achtergrond van de historicus wil kennen om bepaalde interpretaties beter te kunnen duiden. In deze bundel starten wij dan ook met een interview van jou dat door Prof. Dr. Wim Klinkert, is afgenomen en dat geeft inderdaad een zeer interessant beeld van jouw achtergrond. Het geeft de lezer van jouw werk een beter inzicht over hoe jij tot die afwijkende meningen bent gekomen en hoe jij deze onderbouwd hebt.  De bundel bevat een aantal geselecteerde toonaangevende, en eerder verschenen artikelen van jouw hand, alsmede een aantal recensies die je hebt geschreven over historische studies van zowel Nederlandse als Britse historici en waarin jij, om het maar eens mild te zeggen, er een andere interpretatie van de gebeurtenissen, vooral m.b.t. “de schuldvraag” op na houdt. Deze combinatie, artikelen en recensies met de neerslag van het interview, geven in deze bundel naar ons inzicht een prima beeld van jouw denkwijzen en opvattingen over de Eerste Wereldoorlog. Met deze bundel onderstrepen wij het waardevole karakter van jouw inzichten over de Eerste Wereldoorlog.

 

Hans, we zijn ervan overtuigd dat je SSEW een warm hart zal blijven toedragen. Dat zal zeker het geval zijn nu je als lid van de Raad van Advies bent geinstalleerd en waarvan het SSEW Bestuur graag gebruik zal blijven maken als referentiekader voor de programma’s die we ten uitvoer brengen. Mag ik je dan bij deze het eerste exemplaar van de bundel, die speciaal aan jou is opgedragen, overhandigen en daarbij de wenst uitspreken dat je nog lang een verdere groei van de SSEW mee zal mogen maken.

overzicht: