Rede 10-jarig bestaan van de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog

Rede ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de Stichting Studiecentrum EersteWereldoorlog gehouden op 11 november 2011 in de Aula van de Koninklijke Militaire Academie (KMA) te Breda door drs. Anton Kruft (Voorzitter SSEW)

Namens het bestuur van de Stichting Studiecentrum Eerste Weredloorlog heet ik u van harte welkom in deze zo bijzondere ambiance van de KMA, waarvan de faciliteiten voor deze gelegeheid geheel belangenloos ter beschikking zijn gesteld. Dank daarvoor aan de Gouverneur, maar ook aan Kapitein Huys, waarmee onze dagvoorzitter Henk van der Linden de afgelopen weken intensief mee heeft samengewerkt om deze dag tot stand te brengen. Een bijzonder woord van welkom is ook op zijn plaats voor Hans Andriessen, de oprichter van de SSEW en nu oud-voorzitter van de SSEW.

Wij zijn vandaag, op de voor de Eerste Wereldoorlog gedenkwaardige dag van  de 11e november, bij elkaar gekomen om het 10 jarige bestaan van de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog te vieren. We hebben dus een feestje, ook al is de 11de november voor een groot aantal mensen in de deelnemende landen aan die Grote Oorlog niet echt een feestdag, omdat op deze dag ook de vele miljoenen doden worden herdacht die deze oorlog heeft gekost. Dat in overweging nemende, willen we toch op deze dag met enige trots terugzien op een SSEW die veel heeft gedaan om de lacune in ons land m.b.t. de kennis over de Eerste Wereldoorlog op te vullen. Dit was ook nodig omdat ten aanzien van oorlogen in het collectief geheugen van “De Nederlander” de Tweede Wereldoorlog verreweg centraal staat.

In de komende minuten wil ik, zoals ook in het programma aangekondigd, het e.e.a. zeggen over  de SSEW m.b.t. haar verleden, het heden en haar toekomst.

Nederland was tijdens de Eerste Wereldoorlog  een neutraal land geweest en er waren geen al te verschrikkelijke dingen gebeurd. We hadden dan wel vier jaar lang onze strijdkrachten gemobiliseerd en hadden we Belgische vluchtelingen opgenomen, maar dat was zowat alles dat in dat collectief geheugen van de Nederlanders over die oorlog bekend was. In  feite ging alle aandacht uit naar de Tweede Wereldoorlog die een enorme impact had op de Nederlandse samenleving een impact  tot  in de 21ste eeuw aan toe.

In het buitenland daarentegen bleef die Eerste Wereldoorlog een belangrijke rol spelen, vooral ook omdat in de jaren 50 van de vorige eeuw aangetoond werd dat die verschikkelijke Tweede Wereldoorlog een zeer duidelijke relatie had met de Eerste van ‘14-‘18. Vervolgens werd in de jaren 60 en 70 door verschillende historici getracht het geschiedbeeld van die twee oorlogen in een breder historisch perspectief te plaatsen en werden een aantal visies  op de geschiedschrijving over WO I, in de loop der tijd, bijgesteld. Dat bracht desondanks geen fundamentele verandering in het geschiedbeeld  dat m.n. door Angelsaksische historici was verwoord - een interpretatie die over het algemeen ook in Nederland werd overgenomen.

De missie van de SSEW werd daarom om, naast het meer bekend maken van de Eerste Wereldoorlog in Nederland, ook een evenwichtiger geschiedbeeld over die oorlog  te bevorderen.  In het licht van de Nederlandse neutraliteit in die periode zou vooral die laatste doelstelling – dat evenwichtiger geschiedbeeld-   met grotere objectiviteit nagestreefd kunnen worden.

In de afgelopen 10 jaar van haar bestaan heeft de Stichting, gesteund door grote groepen  donateurs, waarvan er nu meer dan 300 zijn, geprobeerd invulling te geven aan die doelstellingen. Als historisch belangstellenden onder elkaar, wil ik daarom even terugkijken naar de instrumenten  die de SSEW in de looop van de 10 jaar gebruikt heeft om die doelstellingen te realiseren. Want waar staan we nu?

Allereerst kwam de SSEW, zou je kunnen zeggen,  uit de moederschoot voort  van de Western Front Association.  De oprichter en eerste voorzitter van de Stichting, Hans Andriessen, besloot om na zijn publicatie in 1999 van “De Andere Waarheid”, parallel aan de WFA, een beweging te starten om  meer academisch gericht onderzoek over de Grote Oorlog te doen en daarover te publiceren.  De reden daartoe was vooral omdat de resultaten van zijn bronnenonderzoek in een aantal belangrijke aspecten stevig verschilde van de gangbare geschiedschrijving over die periode.  Daar vandaan werd de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog opgricht met als gevolg dat daardoor veel onderzoek werd gestimuleerd en ook gepubliceerd, m.n. in de Jaarlijke Kroniek van de Grote Oorlog

Vanaf  dat moment tot nu toe verschenenen maar liefst 23 delen, waarin niet minder dan 170 artikelen verdeeld over 34 thema’s aangaande  de oorlog door een kleine 90 historici en historisch publicisten werden geschreven,  lopende van “Oorlog ter Zee” tot “Gallipoli” tot “Versailles en de gevolgen van de oorlog”. Ik wil hierbij vooral ook onder aandacht brengen de stuwende  kracht die de  uitgeverij van de serie,  Aspekt,  hierin tentoon heeft gespreid.  Een woord van dank aan Perry Pierik, de directeur van Aspekt –tevens SSEW bestuurslid- , is hier zeker op zijn  plaats.

Het historisch onderzoek en de publicatie daarover werd in hoge mate gesteund door de jaarlijkse studiedagen, waar ieder jaar meer dan 100 SSEW-donateurs en belangstellenden konden luisteren naar de resultaten van nieuw onderzoek over veel uiteenlopende onderwerpen van die oorlog, en daar ook over mee konden discussieren. Daarbij was de Erasmus universiteit niet alleen onze gastheer maar ook een belangrijk subsidiegever. De belangrijkheid van de connectie met Erasmus universiteit is in de loop van de 10 jaar inderdaad overduidelijk bewezen, want buiten haar steun aan de studiedagen leverden hoogleraren en docenten van de geschiedenisfaculteit belangijke wetenschapplijk onderbouwde bijdragen aan zowel de studiedagen als in vele afleveringen van de Jaarlijkse Kroniek van de Grote Oorlog. 

Tijdens die jaarlijkse studiedagen werd ook aandacht besteed aan de prijs voor de jaarlijkse beste afstudeerscriptie van studenten over de Eerste Wereldoorlog. Naast een geldelijke prijs werd aan studenten ook de mogelijkheid geboden die scripties te publiceren in een van onze Kronieken met een verspreidingsgebied van Nederland en Vlaanderen.

Zo werd ook vanaf het begin van de oprichting  grote waarde toegekend aan de veldstudies, omdat de visuele indrukken van de diverse fronten met haar loopgraven, de artefacten in de musea en de diverse oorlogsgraven, een extra dimensie gaven aan het meebeleven van die oorlog en wat het allemaal teweeg had gebracht.  Zo werden veldstudies ondernomen naar de Von Hindenburg Linie, Ieper, de Westhoek, de Marne, de Somme, Antwerpen, Verdun, etc.  In de laatste jaren werden deze reizen verder geprofessionliseerd, toen Historizon, ‘de specialist voor historische reizen en dagtochten’ zoals zij zich met recht noemt, de logistieke kant van de reizen op zich nam. Dat maakte de studiereizen wel wat duurder, maar heeft dan ook de kwaliteit en veiligheid van de reizen meer dan evenredig verbeterd. De inhoudelijke kant werd en wordt uiteraard verzord door SSEW deskundigen op dit gebied. Ter voorbereiding van die veldstudies wordt voor de deelnmeners daaraan  prachtige en informatieve reisboeken gemaakt met overzichten, kaarten, foto’s en beschrijvingen, waar niet alleen veel kennis voor nodig is, maar waarin veel tijd en energie gaat zitten dat geheel belangenloos geschied, want  tenslotte is SSEW een vrijwilligersorganisatie.

Naast de vele lezingen die over de afgelopen 10 jaar in den landen werden gegeven, werd ook een ander instrument voor kennisoverdracht ontwikkeld, namelijk het onderwijs. Zo hebben wij op verzoek een  programma ontwikkeld voor de bovenbouw van de middelbare scholen in Nederland, waarin één lesuur besteed wordt aan een kort overzicht van de gebeurtenissen van de Eerste Wereldoorlog en een tweede lesuur over een van de negen specialistische onderwerpen van die oorlog, variërend van  ‘brieven van het front’ of over het ‘kerstbestand’ tot “de veldslagen bij Ieper”, etc.  Daarnaast zijn cursussen voor de  Volksuniversiteiten ontwikkeld. Daartoe is een 6-delige cursus ontwikkeld van 1½ uur per ieder deel, dus 9 uur in totaal, dat ondersteund wordt door readers, hand-outs en een 150-tal powerpoints, die als het ware een visuele rode draad vormen van het Eerste Wereldoorlog verhaal. Voor deze cursussen hebben wij een 10-tal SSEW docenten met pedagogische achtergrond uit ons donateursbestand bereid gevonden om deze curssussen in het land te verzorgen.  SSEW donateurs kunnen tegen enige reductie deelnemen aan deze cursussen.

En tot slot proberen wij u zo goed mogelijk van dit alles via onze vier Nieuwsbrieven per jaar op de hoogte te houden en informatie te verschaffen, niet alleen over specifieke SSEW zaken maar ook  over externe gebeurtenissen, nieuwe boeken die verschenen zijn en andere nieuwtjes.  Dit alles heeft er voor gezorgd dat het donateursbestand gegroeid is naar nu momenteel 310 en is nog steeds groeiende. En die groei is ook nodig, hard nodig, vooral ook wanneer we naar de toekomst kijken, waar ik dan nu aan toe kom.

Onze agenda voor de toekomst behelst twee elementen, dat zijn:

  1. Intensiveren en verdere uitbouw van de huidgie activiteiten:
  • gotere diversiteit bieden aan studiereizen
  • organiseren van internationale symposia over de Eerste Wereldoorlog
  • onderwijsprogramma’s uitbreiden naar meerdere volksuniversiteiten, HOVO’s en culturele centra
  • het in beeld brengen van materiaal van heemskundekringen
  • onderzoek en publicatie (Proces tegen Wilhelm II)
  • etc.
  1. Speciale aandacht besteden aan de 100 jarige herdenking van de Eerste Wereldoorlog in 2014 en volgende jaren tot aan 2019
  • Dit betreft nieuwe activiteiten die door SSEW zullen worden ondernomen in zeer nauwe samenwerking met een nieuwe stichting die onlangs is opgericht met de welluidende naam “Stichting 100 Jaar Nederland en de Eerste Wereldoorlog”, onder voorzitterschap van Prof. Dr. Wim Klinkert. Naast gerenomeerde hisotrici en publicisten hebben ook SSEW en WFA  zitting in het bestuur van die stichting, waarvan heel in het kort de doelstelling is  activiteiten in Nederland rondom deze herdenking te stimuleren en te coordineren. Ik zal binnenkort in onze Nieuwsbrief aan u meer daarover laten weten.  

Als vrijwilligerorganisatie heeft de SSEW een aantal fases achter de rug, m.n.

  • fase 1: lopende van 2001 tot 2006 met als resultaat de opbouw en vormgeving van de SSEW (Sturm und Drang);
  • fase 2: de periode lopende van 2006 tot 2011 die vooral in het teken stond van het consolideren van de organisatie;
  • fase 3: de periode lopende van 2011 tot 2016, met als speciale focus:
    • Verdere uitbouw van SSEW activiteiten
    • Ontwikkelen van nieuwe activiteiten m.b.t. de 100-jarige herdenking van de Eerste Wereldoorlog

Deze  komende fase/periode van 5 jaar is er uiteraard voor bedoeld om de tweeledige doelstelling van de SSEW : 1) de lacune in Nederland m.b.t. de Eerste Weredloorlog te dichten en 2) te komen tot een evenwichter geschiedsschrijving over deze periode, verder te intensiveren.

Vele initiatieven en  activiteiten zijn met een zeer acceptabele  mate van  succes uitgevoerd -om het maar eens bescheiden te zeggen.  Degenen die daar direct bij betrokken zijn, en dan denk ik aan de collega’s die de tekst en de opmaak van de Nieuwsbrief verzorgen, de organisatie voeren rondom het laten verschijnen van twee kronieken per jaar, de organisatie van de studiedagen en veldstudies uitwerken met de daarbij begeleidende informatie, en de mensen die zich met lezingen en  onderwijsactiviteiten bezig houden  ….  dit alles gebeurt zonder enige vergoeding en geheel belangenloos.  De vele tijd en energie die bestuursleden en een aantal donateurs hierin steken is niet gering, maar ik kan u zeggen dat zij dat ook met veel plezier doen, want het ‘Eerste Wereldoolog virus’, zoals dat nog al eens genoemd wordt, schijnt niet  te bestijden te zijn!  Desondanks hebben wij toch te maken met onze fysieke en financiële grenzen.

Met het huidige donateursbestand hebben we inderdaad een financiële basis, die ons in staat stelt om naast de belangenloze inzet van personen ook de kosten te dragen van zaken als zaalhuur, het ontwerpen en verzenden van Nieuwsbrieven , kosten van bronnenonderzoek, reiskosten voor lezingen, het onderhoud van de web-site, e.d.  Maar kijkend naar de toekomst en de verdere uitbouw van activiteiten die we voor u, onze donateurs, in petto hebben, hebben we ook meerdere middelen nodig.  Met de verdere uitbouw van activiteiten bedoelen we vooral intiatieven die een directe relatie hebben met de 100-jarige herdenking van de Grote Oorlog lopende van 2014 tot 2018/19.

In eerste instantie moet alles plaats vinden binnen onze financiële grenzen.  Hierbij willen wij, ondanks allerlei crises (de Euro, banken, miljeu, huizen, ec.), een beroep doen op uw extra aandacht als u uw jaarlijkse donatiebedrag overmaakt (het mag dus meer dan die €15 per jaar zijn!!).  Wij willen u ook vragen de SSEW aan te bevelen bij vrienden , kennissen en/of familieleden, waarvan u vermoedt of weet dat zij belangstelling hebben voor de 20 eeuw (inschrijven via www.ssew.nl )

 In tweede instantie hebben wij ook   grote  behoefte aan menskracht.  Al onze activiteiten worden op vrijwillersbasis uitgevoerd en wij weten uit ervaring, m.n. vanwege het onderwijsproject, dat er zeer veel kennis onder onze donateurs zit, die ook bereid zijn deze kennis beschikbaar te stellen voor activiteiten die we in voorbereiding hebben. Daarom  zullen wij zeer binnenkort een mailing naar u uit laten gaan met daarin aangevende een lijst van activiteiten,  waarin wij uw kennis en energie goed zouden kunnen gebruiken ten einde in 2014, en de daarop volgende jaren, goed en gedegen  voor de dag te kunnen komen.

Ik ben aan het eind gekomen van mijn  betoog, maar voordat ik u een zeer informaiteve en tegelijkertijd ook een genoegelijke middag toewens, wil ik graag namens het SSEW bestuur de Gouverneur van de KMA, Generaal Majoor Tieskens, van harte bedanken voor het beschikbaar stellen van deze mooie en voor ons zo relevante faciliteiten voor dit 10-jarig bestaan van de SSEW.  Als teken van dank wil ik de Gouverneur daarom het eerste exemplaar van de Jaarlijkse Kroniek nr. 23, die vandaag verschijnt, officieel aanbieden.

overzicht: