Reacties op stelling: Is geschiedenis wetenschap

Uit de vele reacties welke wij op onze stelling mochten ontvangen hebben wij er enkele geselecteerd voor publicaite op onze website.

Reactie Dr. Leo van Bergen . Oosterhout NB.

Het antwoord op deze vraag is simpel: nee, natuurlijk is geschiedschrijving geen wetenschap, net zomin als geneeskunde, scheikunde of natuurkunde uit zichzelf wetenschappen zijn. Maar: geschiedschrijving kán wel wetenschap zijn, als zij volgens de wetenschappelijke regels der kunst wordt uitgevoerd, net zo goed als geneeskunde, scheikunde en natuurkunde dat dan zijn. Probleem is alleen dat velen bij de vraag of iets een wetenschap is of niet, louter en alleen kijken naar het ridicule criterium van ‘objectief’ versus ‘subjectief’ en dan zou de geschiedschrijving zowel dóór als búiten de mand vallen.

 

Het is iets wat dus ook de zogenaamde Groep van 60 wil, en wat klaarblijkelijk ook binnen het Studiecentrum Eerste Wereldoorlog wordt gedacht. Dit ook gezien ‘het feit’ dat er wordt gesproken over het interpreteren van ‘feiten’. Maar de geschiedenis kent geen feiten; de geschiedenis kent alleen gegevens en met die gegevens zal de geschiedschrijver het moeten doen. Hooguit kan men zeggen dat sommige van die gegevens zo zeer zijn bewezen dat zij door het overgrote gedeelte van de serieuze geschiedschrijvers als waar worden beschouwd; maar ook dan blijft nog altijd de mogelijkheid van falsificatie open, wat bij ‘feiten’ niet het geval. Een feit is nu eenmaal een feit; onloochenbaar en voor eens en altijd vastliggend.

Ik noemde objectiviteit versus subjectiviteit als criterium voor wetenschap ridicuul. Objectiviteit is namelijk helemaal geen criterium voor de wetenschappelijkheid van een bepaald metier; hooguit zou het stréven daarnaar daarvoor door kunnen gaan. Als namelijk objectiviteit een criterium zou zijn, dan zou wetenschap in het geheel niet bestaan, simpelweg omdat alle wetenschap subjectief is en (mede) wordt gestuurd door zaken die buiten die wetenschap zelf staan zoals heersende maatschappelijke en wetenschappelijke opvattingen; staatsinvloed, of de wensen van subsidiegevers.

Dit wijst er al op dat er veel minder verschil is tussen de zogenaamde subjectieve geschiedschrijving als wetenschap, en de zogenaamde objectieve beta-(‘meten is weten’)-wetenschappen als natuur- en scheikunde. Nog afgezien daarvan dat er veel is af te dingen op ten eerste de diepgang van ‘meten is weten’-kennis, staat ook daarvan de objectiviteit ter discussie. Natuurlijk wordt geschiedschrijving, ook als zij volgens de regels der kunst wordt uitgevoerd, gedaan door een mens van vlees en bloed, een subject dus dat te allen tijde een eigen bagage meeneemt en nooit volledig blanco aan een onderzoek zal beginnen of ook maar zal kunnen beginnen. Iemand die volledig blanco is, zal immers ook geen problemen kunnen zien en daar vragen bij kunnen stellen, en juist problemen en vragen zijn de oorsprong van alle wetenschap. Inderdaad: van álle wetenschap, dus ook van de natuur- en scheikunde, die dus ook door subjecten worden uitgevoerd, ook uitgaan van premisses (en daarbij nog eens werken in de schijnwereld van het laboratorium waar aan allerlei voorwaarden moet zijn voldaan om een experiment te kunnen laten lukken). Bovendien heeft ook die zogenaamd objectieve wetenschap zeer vaak zaken opgeleverd die achteraf volledig foutief bleken te zijn (denk maar aan de wetenschappelijk bewezen inferioriteit van bepaalde rassen; of aan de kwalijke dampen als oorzaak van ziekte, oh nee: de bacterie; oh nee het virus; oh nee, de genen) dat het eigenlijk een gotspe is waarom de objectiviteit van die wetenschappen zo zelden ter discussie wordt gesteld en die van de alfa-wetenschappen zoals geschiedschrijving zo vaak. Het is ook in het geheel niet voorbehouden aan de geschiedschrijving dat zij de wil van de staat weergeeft of ideologisch gedreven is; denk aan de ontwikkeling van chemische wapens of van de atoombom. Sterker: het zou wel eens zo kunnen zijn dat daardoor de objectiviteit van de beta-vakken juist minder is dan die van geschiedschrijving omdat daarbij - ook, nee: júist, door de wetenschappelijke geschiedschrijvers - de subjectiviteit wordt erkend en bij het onderzoek dus meer rekening mee wordt gehouden.

Kort en goed: het is onzinnig om bepaalde ‘kundes’ het stempel ‘wetenschap’ te onthouden, omdat zij niet ‘objectief’ zouden zijn. Waar het bij wetenschap om gaat is het ter discussie stellen, het problematiseren van voorgaande - ook al eens ‘objectief’ vastgestelde en daarmee onwrikbare - zekerheden, en die vervolgens onderzoeken volgens de regels der kunst. De geschiedkundige kunst daarbij is: het maken van een vraagstelling of hypothese; het verzamelen en bestuderen van voor zover mogelijk alle bestaande relevante literatuur; het doorzoeken van voor zover mogelijk alle relevante primaire bronnen; dat alles zodanig in een verhaal gieten dat er een helder antwoord op de vraagstelling of een bevestiging dan wel ontkrachting van de hypothese uit voortkomt, waarbij het daarvoor gebruikte materiaal zodanig wordt verantwoord dat het voor een ieder vrij eenvoudig te controleren moet zijn of de gegeven informatie klopt. Gaat het op een van die zaken fout dan is er geen sprake van wetenschap maar van pseudo-wetenschap (en vaak is het juist die pseudo-wetenschap die zich op ‘objectiviteit’ beroept). Er kan relevante literatuur al dan niet moedwillig over het hoofd zijn gezien; de verantwoording kan falen, maar bovenal: er is alleen gezocht naar bevestiging van de eigen, vooringenomen vraagstelling of hypothese. En juist de geschiedschrijving voortkomend uit dit laatste heeft har in sommige kringen de naam bezorgd niet-wetenschappelijk te zijn. En inderdaad: díe geschiedschrijving is ook niet wetenschappelijk, maar dat ben ik ook niet als ik met mijn scheikundedoos lukraak allerlei kleurtjes bij elkaar gooi in de hoop dat het ontstane brouwsel ‘boem’ zal zeggen. Maar wordt daarom de scheikunde als geheel onwetenschappelijk genoemd? Natuurlijk niet. En terecht.

 

=============================

Reactie Hr. Hans van Hooff, Heemskerk

Graag wil ik reageren op de stelling/vraag of geschiedschrijving een wetenschap is? Een ontkennend antwoord zou kunnen worden ingegeven door de onmogelijkheid om objectiviteit te bereiken omdat de werkelijkheid altijd geinterpreteerd moet worden. Maar als dat een criterium is, lopen meer ofwel alle wetenschappen gevaar. Natuurlijk op de eerste plaats de geesteswetenschappen: sociologie is in het verleden door verschillende stromingen zijn geclaimed. Psychologie gaat mee met de opvattingen die in de maatschappij leven. In de meer exacte hoek zijn er bijvoorbeeld op medisch gebied heel wat verschillende interpretaties van ziekteverschijnselen met evenzoveel behandelwijzen. Het gestechel over oorzaken, gevolgen en zelfs over bestaan van het broeikaseffect illustreert dat ook in deze hoek de werkelijkheid zich niet spontaan eenduidig aan ons manifesteert. Maar dat wil niet zeggen dat er geen sprake is van wetenschap. Objectiviteit en objectieve wetenschap bestaan niet. Met objectiviteit wordt vaak bedoeld dat een oude interpretatie wordt verlaten en ingeruild voor een nieuwe, waar natuurlijk helemaal niets mis mee is en natuurlijk zijn er ook gradaties in mate van „gekleurdheid”. Ik zoek het criterium om te bepalen of iets wetenschappelijk is meer in de richting van de gebruikte methodologie.
Mijn reactie ligt dus erg in de lijn van die van Dr. Leo van Bergen die ik overigens na het schrijven van deze reactie las om „objectief” te kunnen reageren:).

 

Reactie Dr. Arthur Stam, Zeist

Het komt mij voor , dat geschiedschrijving in een democratische rechtstaat doorgaans wel tot de wetenschap kan worden gerekend. Ook daar zullen „pour le besoin de la cause”mythologische proeven van geschiedenis worden geproduceerd. Dankzij de vrijheid van meningsuiting kan er dan een „demasqué”mogelijk zijn dat de tekorten van partijdige verhalen aan de kaak stelt.

Er bestaat evenwel een verradelijker bedreiging van de objectiviteit, nl. dat een onderzoeker met narcisitische verliefdheid op zijn werkhypothese behept raakt. Dan driegt hij zijn ‘supporting evidence’in slagorde te schaen en de weerbarstige feiten te „verdringen”. Verdringing is een onbewust proces en sluit goede trouw dus niet uit.

De objectiviteit wordt ook bedreigd door de tijdgeest en de daarmede gepaard gaande modegolven. Er zijn bijvoorbeeld in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw heel wat studies over het facisme vershenen, waarin de auteurs via de toenmalige renaissance van het marxisme voor de charmes van ht historische materialisme bezweken.

Dr. Arthur Stam

overzicht: