Prinz Heinrich van Beieren en het derde bataljon van het Beierse Infanterie Leib Regiment op 23 juni 1916

Door: T.C.M. van Hooff


„Man hat kein Recht zu einem Blumengruß. Sie wollen keine Blumen, diese da - die einsamen, vergessenen Toten, diese, die da starben. Es scheint, sie fluchen uns, weil wir noch leben…
Geh du nur weiter, deutscher Soldat. Wir sind hier Tote in toten Land, ihr aber lebt, wer gab euch das Recht und nahm es uns?”1

Inleiding

Bij het schrijven van dit artikel heb ik mij beperkt tot het derde bataljon van het Beierse Infanterie Leib Regiment (I.L.R.) en zijn leider Prinz Heinrich van Beieren. Tijdens het bestuderen van de slag om Verdun kwam ik de naam van de Beierse prins tegen. Toen ik op een gegeven moment de mogelijkheid kreeg om zijn bidprentje te kopen heb ik dit gedaan. Nadat ik het bidprentje had gekocht wilde ik meer over Prinz Heinrich weten wat mij op het spoor zette van het derde bataljon. Het onderstaande artikel is een voortvloeisel uit deze studie.

Prinz Heinrich

Prinz Heinricht kwam op 24 juni 1884 als de zoon van prins Arnulf en prinses Therese ter wereld. Prins Arnulf was een broer van de Beierse koning Ludwig III en dus een neef van kroonprins Rupprecht van Beiern die aan het hoofd stond van het Duitse 6e leger.

Heinrich von Bayern während eines Kavallerieangriffs. Nach einem Gemälde von Prof. Anton Hoffmann
Heinrich von Bayern während eines Kavallerieangriffs.
Nach einem Gemälde von Prof. Anton Hoffmann

Zijn militaire loopbaan startte hij op 17-jarige leeftijd bij het I.L.R. als luitenant. In 1905 stapte hij over naar het 1. Schweren Reiter Regiment en bracht het uiteindelijk tot Rittmeister. Met dit regiment ging hij als leider van het 2e eskadron op 3 augustus 1914 de oorlog in. Hij richte hierbij de volgende woorden aan zijn eskadron:
„Kameraden! Wir ziehen jetzt aus für den König und unser geliebtes Vaterland; keiner weiß wohin und keiner weiß, ob er in acht Tagen noch lebt. Aber soviel ist sicher: Wenn es sein muß, werdet Ihr Euer Leben für mich lassen und ich meines für Euch und weichen wollen wir nimmer!”2
Het eskadron kwam op 13 augustus 1914 voor het eerst in aanraking met de vijand en Heinrich raakte direct gewond:
„Die zweite Eskadron hatte südwestlich Avricourt eine Attacke gegen französische Dragoner, und nachdem der Gegner geworfen war, kam es zu einer wilden Verfolging. Auf seinem ‘Buffalo’ unser Heinrich uns allen weit voraus. Es war kaum zu Mitreiten, und plötzlich sah man, wie der Prinz von Feinden umringt war. Schon dachte man, er sei verloren, aber dann kamen seine schweren Reiter heran und haben ihn herausgehaut, daß die Feßen flogen. Der tapfere Sergeant Thies war sein Lebensretter. Allerdings, einen Lanzenstich in den Oberschenkel hatte er abbekommen.”3

In januari 1915 kreeg de prins de rang van majoor. Op 12 maart 1915 kreeg Prinz Heinrich van Beieren de leiding over het derde bataljon van het I.L.R.

Het Alpenkorps

Prinz Heinrich in het uniform van het ILR
Prinz Heinrich in het uniform
van het ILR Duidelijk is de
kroon van het regiment op
zijn schouderstuk te zien.
Daarnaast is op de pet die hij
draagt duidelijk de Edelweiß
speld te zien die alleen de
soldaten van het Alpenkorps
droegen

In tegenstelling tot de legers van Frankrijk en Oostenrijk beschikte Duitsland aan het begin van de oorlog niet over bergtroepen. Eind 1914 richtte men dan ook de eerste Schneeschuh4 bataljons op. Zeker naarmate de oorlog vorderde ontstonden meer fronten waar men in de bergen vocht. Op 20 mei 1915 besloot het Kriegsministerium dan ook tot de oprichting van een alpenkorps, een speciale divisie die op 27 mei geformeerd moest zijn.5 Overal uit het Duitse leger kwamen formaties als Jäger bataljons maar ook individuele soldaten en officieren om de eenheden binnen de nieuwe divisie te vormen. Ook het I.L.R. in stelling aan het front bij de Somme6, kreeg op 19 mei melding dat zij tot het korps ging behoren en vertrok daartoe richting Duitsland waar het korps geformeerd werd.

Italië verklaarde nog dezelfde maand de oorlog aan de Duitse bondgenoot Oostenrijk-Hongarije en zo ontstond op de grens tussen de twee landen een front dat zich ondermeer in de Alpen bevond. Om de verdediging van deze grens te versterken werd het korps naar Tirol gestuurd. Dit om de bondgenoot te helpen die er onvoldoende troepen had, maar ook om de Duitse zuidgrens te verdedigen in geval van een Duitse oorlog met Italië, die in augustus 1915 inderaad uitbrak. Het Alpenkorps deed in Tirol door training en daadwerkelijke inzet veel ervaring op met de oorlog in de bergen. Hierna nam het korps eind 1915 deel aan de tweede veldtocht tegen Servië wat voor de laatste het einde betekende nu ook Bulgarije zich aan de kant van de centralen had gevoegd en actief meedeed met deze veldtocht. Na de opgedane ervaring in de bewegingsoorlog tegen Servië vertrok het korps richting Macedonië waar het niet tot een daadwerkelijke inzet zou komen. Uiteindelijk haalde de Oberste Heeresleitung7 het korps naar het westelijk front waar het in april en mei 1916 de kans kreeg ervaring op te doen aan dit front.

Het bataljon gaat naar Verdun

Eind mei kwam het I.L.R. tezamen met het Alpenkorps naar Verdun. Tijdens de Eerste Wereldoorlog telde een Duits regiment drie bataljons en een bataljon vier compagnies. Een bataljon bestond tijdens de mobilisatie in 1914 uit 25 officieren en 1.050 man.8 Het derde bataljon beschikte voor de inzet bij Verdun op 1 mei 1916 over 25 officieren en 1.025 man.9

Het interieur van de kerk van Chaumont in 2005. In deze kerk lagen ook de troepen van het I.L.R. Verschillende prenten en foto's van het interieur uit 1916 wijzen uit dat de binnenkant weinig is veranderd
Het interieur van de kerk van Chaumont in 2005.
In deze kerk lagen ook de troepen van het I.L.R.
Verschillende prenten en foto’s van het interieur uit 1916
wijzen uit dat de binnenkant weinig is veranderd

De eerste periode bij Verdun hield het bataljon zich bezig met het zich verder bekwamen in de oorlogvoering aan het westelijk front. Zo kreeg men training in de omgang met gas en gasmaskers en het fenomeen vlammenwerper dat voor het eerst zijn massale inzet kende bij Verdun. De regimentsgeschiedenis over de vlammenwerpers: „Einen unheimlich furchtbaren Eindruck macht diese Waffe, wenn sie Feuer und schwarze, stickige Rauchmassen herausschleudert und doch sollte sie uns oft eine unentbehrliche, wilkommene Helferin beim Kampf um feindliche Stüßpunkte werden.”10 Alle trainingen werden gegeven door een speciale eenheid die vrijwel alle troepen in 1916 nog voor inzet bij Verdun kregen. Deze eenheid was het Sturm Bataillon Nr. 5 (Rohr).11Hiernaast kregen de troepen een speciale uitrusting voor de gevechten. Deze bestond ondermeer uit de stalen helm die aan het Verdunfront een spaarzame inzet kende. Bij hun aflossing lieten de troepen vaak de helmen in de voorste linie zodat hun opvolgers deze konden dragen. Daarnaast bestond deze uitrusting uit een extra veldfles omdat drinkwater aan het front namelijk vaak een zeldzaamheid was.
Begin juni werd het I.L.R. ondergebracht in en om het dorpje Chaumont. Een dorpje in het drukke achterland op de oostelijke oever van het front bij Verdun.

Het derde bataljon lag in het toen nog vrijwel onbeschadigde dorp zelf. Tijdens de periode voorafgaand aan de eerste inzet van het bataljon trainde men zich verder en stelde zich in op het vechten aan het front van Verdun. Er werd besloten bij een inzet niet alle officieren en niet de volledige compagnies in te zetten. Zo ging een compagnie met ongeveer 120 man de stellingen in.12

Het bataljon gaat naar voren

 Op 14 juni gingen het tweede en derde bataljon naar voren naar zogenaamde Lager13. De regimentsgeschiedenis over de tocht naar voren: „Trotz des trüben nassen Wetters und der bodenlosen Straße hatte das II. Batl. unter fröhlichen Liedern Chaumont verlassen. Die Fröhlichkeit verstummte, als dem Bataillon einige Jäger schmutzbedeckt, am ganzen Körper infolge Nervenschocks zitternd, entgegenkamen.”14
Ook het slagveld op de weg naar voren zag er verschrikkelijk uit:
„Umsonst heißen nicht Hassoule- und westlich des Douaumont die Chauffour-Schlucht im Soldatenmund die ‘Totenschlucht’. Da sieht man sie liegen, wenn die Morgendämmerung langsam ihr fahles Licht über diese Schreckenstätten breitet, kreuz und quer durcheinander, zerrissene und gliederlose Körper in zerfetzten Lumpen und körperlose Glieder. Nachts hat sie ein Feuerüberfall beim Marsch zur Ablösung hineingehämmert zu den anderen, vor ihnen schon in dem vergifteten Schlamm der Granattrichter Begrabenen. Das sind die Toten von Verdun! Die Toten, denen Verdun nicht einmal die Toten Ruhe gönnt! Denn wieder jagen heulend die Granaten daher und zerfetzen nochmals die, die zu oberst liegen und wirbeln die wieder ans Tageslicht, die schon tief unten ruhten.”15

Het derde bataljon kwam zonder veel verliezen in het Lager in de Küchenschlucht16.

Omdat het in de loop van de dag helder werd, konden de Fransen zich goed oriënteren en beschoten dan ook de naar voren trekkende troepen en het verdere achterland. Het derde bataljon kreeg de eerste dagen aan het front de opdracht om het kamp waar ze vertoefden te verbeteren en een levensmiddelendepot in de Hermitageschlucht in te richten.

De voorbereiding voor 23 juni

Deze aanval vond in twee delen plaats. De eerste aanval stond gepland voor 21 juni en had als doel de linie aan het oostelijke front van de aanval die op 23 juni plaatsvond te verstevigen. Dit oostelijke front bestond uit bossen als het Bois de Vaux-Chapitre, Nez de Souville en La Montage.17 Het doel van de aanval op 23 juni was de lijn tussen Froideterre en fort deSouville.

Bij de aanval van 23 juni maakten de Duitsers, naast de bekende voorbereiding door de artillerie voor het eerst massaal gebruik van difosgeen, beter bekend als Grünkreuz. Het gas had als voordeel dat het een nieuw en sterker gas was dan voorheen ingezet. Daarbij kwam dat men verwachtte dat de Franse gasmaskers er onvoldoende tegen bestand zouden zijn. Het gas zelf rook enigszins naar hooi en irriteerde de ogen en slijmvliezen. Als men een grote hoeveelheid gas inademde ontstond er een tekort aan zuurstof in de longen waardoor het koolzuurgehalte in het bloed omhoog ging. Als gevolg hiervan raakte het slachtoffer in een shock en stikte.

Het aanvalsfront
Het aanvalsfront

Voor de aanval beschikte de Duitse artillerie over 127.500 gasprojectielen met difosgeen die door 56 houwitsers en kanonnen werden verschoten.18 Doel van de gasbeschieting, die in de nacht van 22 op 23 juni begon, was het Franse achterland om daar de vijandelijke artillerie in het voorziene aanvalsfront stil te leggen.

Op 19 juni kreeg de brigade waartoe het I.L.R. behoorde het aanvalsbevel voor 23 juni. De uitvoering van de aanval lag in handen van het tweede en derde bataljon. Het aanvalsdoel was in eerste instantie Fleury en de zuidelijk hiervan liggende zogenaamde M-Räume of in het Frans de Poudrière de Fleury19. Daar aangekomen diende men door middel van rode lichtkogelsignalen aan de artillerie door te geven dat ze hun vuur konden verleggen. Ook de seinen van de aangrenzende troepen diende men nauwkeurig in de gaten te houden; ten eerste om op de hoogte te zijn waar deze zich bevonden en ten tweede vormde deze het teken om door te stoten naar het volgende doel.20 Dit volgende doel van de Leiber vormde de Filzlausstellung21 om daarna door te stoten naar de heuvelrug van Belleville waar fort St. Michel en fort de Belleville op liggen.22 Bij deze aanvalsplanning kwam het woord Verdun niet voor. Als het ooit al een doel van de Duitsers vormde, was het in ieder geval niet bij deze aanval.
De aanval kreeg ondersteuning van pioniers, vlammenwerpers en mijnenwerpers. Hierbij voegden zich nog Stoßtruppen van het I.L.R. zelf en de tweede Sturm-kompagnie van Sturmbataillon Rohr. Ten tijde van de slag om Verdun vielen eerst de Stoßtruppen aan, die de zich fel verzettende vijandelijke punten liet zitten, waarna de infanterie deze punten verder bevocht. Hierbij kreeg de infanterie ondersteuning van pioniers en vlammenwerpers. De vlammenwerpers waren vooral voor het uitroken van onderkomens en andere zich fel verzettende vijandelijke punten. Hierna gingen de mortieren naar voren.

Hauptman23Von Godin had op 17 juni het bevel over fort Douaumont overgenomen daarbij ondersteund door de elfde compagnie. Na de Franse tegenaanval in mei waarbij de Fransen tot op het fort waren gekomen, was het een chaos in het fort. Lijken, uitrusting etc. lagen in het rond en veel doorgangen waren ingestort. Omdat het fort een centraal rustpunt vormde voor troepen van en naar het front en het een onderkomen bood voor soldaten was het belangrijk dat daar voor zover mogelijk, goede coördinatie plaats vond, van al dit verkeer.
De negende en tiende compagnie van het derde bataljon losten in de nacht van 20 op 21 juni het tweede bataljon af. Dat tweede bataljon lag namelijk sinds 15 juni in de voorste linie en kreeg voorafgaand aan de aanval van 23 juni nog even rust.
Voor het derde bataljon begon het overleven al op weg naar de voorste linie:

„Der Marsch war an diesem Tage außerordentlich beschwerlich, weil der Boden durch vorhergegangenen starken Regen aufgeweicht war. Der tiefe Lehm machte jeden Schritt zur Anstrengung. Als dann nach Verlassen des Forts die üblichen Feuerschläge daher kamen, wurde es besonders schlimm. In den Granattrichtern stand überall das Wasser, und mancher, der rasch Deckung suchen mußte, konnte nur mit Hilfe seiner Kameraden aus dem nassen Sumpf vom Tode des Ertrinkens gerettet werden. Am meisten litten die Mannschaften des 3. Zuges der MGK., die ihre schweren Gewehre und Mun. Kästen schleppen mußten.”24
De linie waar de soldaten van het derde bataljon nu in terechtkwamen zag er als volgt uit:
„Links von uns (ostwärts) ragten die schwarzen Baumstümpfe des Chapitrewalde aus dem großen Trichterfeld, und eine Mulde zog von dort vor unserer Linie dicht südlich am Bahndamm vorüber. Jenseits stieg das Trichterfeld nach Süden zu, an und wenn die Staub- und Rauchwolken ab und zu eine freie Aussicht gestatten, wurden die Überreste von Fleury auf der Höhe sichtbar. Nach halbrechts (Südwesten) sah man den Rücken der ‘Kalten Erde’ sich hinziehen. Die französischen Werke dort - Thiaumont und Froideterre - waren längst durch die Beschießung ihrer ausgeprägten Linien beraubt und in dem umgeackerten Gelände unter den anderen Unterstands und Befestigungs-Bauten schwer festzustellen…
Und wie sah es in der Stellung aus! Kein Grashalm war mehr zu sehen, nur grauer Boden, Granatloch an Granatloch. Kein Fuß breit, der nicht von einer Granate zerschossen wäre. Zerfeßte Ausrüstungsgegenstände aller Art, tote Körper in allen möglichen Stellungen.”25

De Franse vliegeniers hielden de stellingen nauwkeurig in de gaten om als ze wat zagen het Franse artillerievuur erop te richten of om zelf met een machinegeweer te schieten. De soldaten spanden tentzeilen, die tot de standaarduitrusting behoorden, over granaattrechters als beschutting. Naast de vliegeniers was er het machinegeweervuur uit het Bois de Vaux- Chapitre en Froideterre en de beschietingen door de Franse artillerie. Alle activiteit gebeurde ‘s nachts; dan kon men vrijer bewegen en kwam het eten naar voren. Er was echter steeds een groot tekort aan water. De tweede veldfles was niet afdoende en men was dan ook vaak gedwongen om uit de granaattrechters te drinken waar vaak lijken in dreven.
Op 21 en 22 juni bereidde het bataljon zich voor op de komende aanval. De twaalfde compagnie kwam met tachtig man en één officier naar voren om de bevoorrading te ondersteunen. Ook de bataljonsstaf, onder leiding van Prinz Heinrich, kwam naar voren en vestigde zich in fort Douaumont. Daarnaast bereidden de troepen zich in de voorste linie voor op de aanval door de plekken te verkennen waar men zich zou opstellen voor de aanval. Daarnaast vonden op 22 juni twee kleine Franse aanvallen plaats die in het Duitse artillerievuur verzanden.26

De uitgangsstellingen van het I.L.R.
De uitgangsstellingen van het I.L.R.

Op 21 juni was reeds de artillerievoorbereiding voor de aanval van 23 juni begonnen. Op 22 juni om 22:00 uur begon de beschieting met Grünkreuz die de hele nacht aanhield tot 05:00 uur ‘s morgens.27Deze actie was nog enkele tijd in gevaar geweest omdat de wind ongunstig stond, maar op de bewuste avond was het vrijwel windstil. Al korte tijd na het begin van de beschieting, nam het artillerievuur van de Fransen af.

Onder beschutting van de nacht van 22 op 23 juni werkte de aanvalstroepen waaronder de twee bataljonstaven met Prinz Heinrich en het tweede bataljon, zich zonder verliezen naar voren. Om 03:00 uur lagen alle troepen van het I.L.R. gereed in de uitgangsstelling tussen de punten 375 en 379 (zie kaart). De aanval stond gepland voor 08:00 uur.

De aanval van vrijdag 23 juni

Na 05:00 uur ‘s morgens ging de artillerie over tot trommelvuur28 met het volgende resultaat:
„Vom Fort aus zeigen sich der Chapitre-Wald, Fleury, Thiaumont im ersten Morgenlicht eingehüllt in einer ungeheuren, vielleicht 200 m hohen Wolke von Rauch und Staub, in der die ungezählten Einschlage unserer Geschosse krachen und heulen. Ein Konzert der Hölle!
Blutrot färbt jetzt die aufgehende Sonne die Mulde zwischen Fleury und dem Fort! Morgenrot, Morgenrot!…”29
De beschieting trof niet alleen de vijand. Verschillende projectielen kwamen in de eigen linies terecht waardoor soldaten buiten gevecht werden gesteld. In reactie hierop schoten de Leiber lichtkogels af om de artillerie van de situatie op de hoogte te brengen. Door de enorme rook en stofontwikkeling namen die deze signalen niet waar hetgeen tijdens de hele aanval een probleem zou blijven vormen.
„Wenn es nur endlich Sturmzeit wäre! Diesen Gedanken hatte wohl jeder. Nur, heraus aus diesem verhängnisvollen Warten, dieser schrecklichen Spannung!…
Die Uhr in der Hand zählen Kompagnien und Zugführer die Viertelstunden, die Minuten. Die Zeit schleicht. Endlich nur noch 5 Minuten. Jeder richtet sich, prüft nochmals rasch die Ausrüstung, legt die Handgranaten zurecht, 3 Minuten - 2 - 1 - 08:00 mrgs. Da bricht jäh unser Artilleriefeuer ab und springt fast sichtbar feindwarts. ‘Zum Sturm auf marsch, marsch’ tönt’s überall in unseren Linien! Und aus den Granattrichtern erheben sich mit Zauberschlag - ein unvergeßlicher Anblick für jeden, der ihn erlebte - die grauen gestalten, und wie auf dem Exerzierplaß stürzt Welle auf Welle, - voraus die Zugführer - vorwärts auf den Feind.”30

Het tegenoverliggende Franse regiment was het Regiment Infanterie 39 (R.I. 39) dat met het tweede bataljon al vanaf 18 juni in de voorste linie noordelijk van Fleury lag. Het eerste bataljon lag bij de Poudrière de Fleury en het derde bataljon werd in reserve gehouden.31 De aanval werd door de Duitse artillerie reeds op 21 juni aangekondigd. Vanaf 22 juni ‘s avonds ging deze beschieting over in een gasbombardement wat sommige soldaten te laat doorhadden:
„Het was niet hetzelfde als schreeuwen. Ze maakten een geluid als een kraai, een oude haan of een kind met kinkhoest, alleen luider en zonder de mogelijkheid te stoppen…
Uit hun monden kwam een soort van roze schuim. Je kan je niet voorstellen hoe erg dit er uit zag, helemaal bij degenen die net begonnen met hoesten en niet hun gasmasker op konden zetten.”32
Toch had het gas niet het gewenste effect doordat de gaswolk niet dicht genoeg was. Daarnaast waren een deel van de Fransen met nieuwe gasmaskers uitgerust die verrassend goed bestand waren tegen het gas.33
In de nacht van 22 op 23 juni voegde het eerste bataljon van het R.I. 39 zich bij het tweede bataljon en kwam het derde bataljon uit reserve om de plek van het eerste bataljon in te nemen. Deze aflossing vond plaats onder het voorbereidende gas- en artilleriebombardement wat grote verliezen koste. Léon Rogez van het derde bataljon beschrijft de aflossing:
„Om hun positie te bereiken tussen abri 320 en Fleury, waar ze het eerste bataljon moesten vervangen, gaf het derde bataljon, dat al bij vertrek uit Verdun met gas werd geconfronteerd, blijk van enorme wilskracht. De gasmaskers die te strak zaten en knelden of te los waren opgedaan, beschermden niet tegen vergiftiging. De val van een soldaat in een gat was fataal, de schok verschoof het masker, de verderfelijke lucht kwam in de longen en ondanks de hulppogingen van zijn kameraden smeekte de soldaat om hem te laten sterven.
De doortocht door het bos van Fleury was hels. Onze kanonnen, zij aan zij opgesteld, bestookten de Duitse batterijen. Het derde bataljon dook, onder de baan van de granaten ineen voor de vurende artillerie, verdoofd door hun gedonder.
Bij het verlaten van het bos, temidden van mitrailleurvuur, troffen ze slechts een paar verspreide restanten van het eerste bataljon aan, die zich onder druk van het aanbreken van de dag, verplaatsten om het tweede, dat in de eerste linie lag, te alarmeren.
Dat alarm zou niet aankomen. De eenheden waren uiteengevallen en kleine colonnes die steeds uitéén werden gereten door projectielen die alles optilden, de grond en de mannen, werden bij het aanbreken van de dag op hun plaats gekluisterd door het bombardement dat volgde op de gasaanval.
Om drie uur s’ochtends, bevond het regiment zich verzameld tussen abri 320 en de vooruitgeschoven posten van Fleury. Alleen de 6e en 10e compagnie en het derde C.M. hielden zich in reserve in de poudrière.”34
De hele nacht hadden de soldaten van het 39e met het gasmasker opgezeten waarna de beschieting in de vroege ochtend van 23 juni overging in een trommelvuur van een aantal uur. Léon Rogez:
„Het bombardement was gigantisch. Alleen de grote kalibers vuurden. De grond schudde voortdurend; het ‘Trommelfeuer’ deed stof opstuiven dat het zicht beperkte tot twintig passen. Geen linie was meer in stand; geïsoleerde groepen sprongen van de ene granaattrechter naar de andere, gelijke tred houdend met het tempo waarin deze zich vormden.”35
Door de enorme stof en rook die het trommelvuur veroorzaakte zag men tot op korte afstand weinig waardoor men de naderende Leiber pas laat zag verschijnen.36


Bij de gevechten stierf die dag
op 22 jarige leeftijd sergeant
Marcel Liberge.
Voor deze actie kreeg hij postuum op
3 oktober 1923 het Croix de guerre
met een zilveren ster die uitgereikt
werd als men vermeld stond in een
aantekening van een divisie.
De bovenstaande penning
is vervaardigd aan de hand van de
beschikbare informatie over zijn dood.
Op de penning staat dat hij is
gestorven op 25 juni.
Uit zijn militaire papieren blijkt
echter dat hij sinds 23 juni vermist
werd en op 21 februari 1921 officieel
dood is verklaard.

Direct bij de eerste Duitse aanvalsgolf vielen bij de negende en tiende compagnie slachtoffers door Frans machinegeweervuur uit Bois de Vaux-Chapitre. Bij de tweede golf, waartoe ondermeer de twaalfde compagnie behoorde, lukte het om twee machinegeweren tegen dit vuur in stelling te brengen. Ondertussen is Gefreiter37 Burkhard samen met de tiende compagnie doorgestoten naar een loopgraaf even voor Fleury waar hij een vijandelijk machinegeweer met bemanning uitschakelt met een schep. Het bataljon had snel de eerste Franse linie van het 39 R.I. bereikt waar de eerste Franse gevangenen werden gemaakt.38
Na het veroveren van de eerste linie stoten de Leiber achter het vuur van de eigen artillerie aan richting het dorpje Fleury zelf.
Léon Rogez vertelt over de gevechten tussen de eerste Franse linie en Fleury:
„Om zeven uur enkele geweerschoten. Er komt beweging in het spervuur en daarachter, zo nabij dat ze de schokken voelen, doemen groepen vijanden op en stuiten op onze overlevenden.
Onze overlevenden! Zwart van het stof, het kruit en bloed, in verwarring door het bloedbad, zwaaien met hun armen als bezetenen, ze springen omhoog temidden van de lijken en kermende gewonden.
Blind van woede kennen ze alleen nog maar wraak. Waar ze overeind komen, dringt de Duitser niet meer op. Maar al snel leek hij achter hen, tussen onze verspreide troepen binnengedrongen onder dekking van wolken stof en rook.
Het derde bataljon kan, door het spervuur in de middelste linie, niet zien wat er zich afspeelt; ze horen de aanval, maar beschietingen moeten zich wel richten op de eerste linie, veronderstellen ze. Op sommige plaatsen echter bieden ze weerstand aan de vijandelijke elementen die hen bereiken. Maar de aanval trekt om hun vleugels heen; achter hun rug richten de Duitsers zich nu op Fleury. Wat overblijft van het derde bataljon wordt onder de voet gelopen. De weinige overlevenden worden gevangen genomen en ondergebracht achter de vijandelijke linies.”39

Bij Fleury aangekomen bleek de Leiber dat zowel de eigen artillerie als de vijandelijke artillerie het dorpje beschoten. Dat gaf het Franse R.I. 39 de gelegenheid zich ondanks de beschieting enigszins voor te bereiden op de komende aanval. De lichtkogels waarmee de Leiber de artillerie van de situatie op de hoogte moesten brengen waren op totdat soldaat Ott voor aankwam:
„der als einziger seines Leuchtzeigentrupps bis hierher vorgekommen war, trug noch eine der großen 50 cm langen Leuchtpatronen, aber alles Zubehör zum Abfeuern (Rohr und Stock) waren verlorengegangen. Da nahm er die Rakete in die bloße Hand und zündete sie - ein neuzeitlicher Mucius Scävola - kaltblütig an. Die Rakete stieg, die Hand Ott’s war verbrannt, aber kurze Zeit darauf wurde das Artilleriefeuer vorverlegt.”40
Om 08:45 uur betraden de eerste Duitse soldaten Fleury en raakten direct in gevecht met de Fransen. De gevechten vonden van dichtbij en van huis tot huis plaats waarbij machinegeweren en handgranaten een belangrijke rol speelden. Veel Franse soldaten gaven zich na alle doorstane ontberingen over.


Een foto gemaakt in Fleury door Lt. Frhr. v. Pranckh van het I.L.R. op 23 juni 1916

Het gelukte bijna het hele dorp te veroveren. Alleen bij de zuidoostkant van het dorp lag nog een sterke stelling waar de negende en twaalfde compagnie voor bleven liggen. Een poging van deze compagnies om de stelling alsnog te nemen, mislukte totaal met vele verliezen als gevolg.41

Bij de bataljonstaf van het derde bataljon bij punt 379 probeerde men de gevechten te volgen. Vanaf dit punt kon Prinz Heinrich zien hoe zijn officieren van het ene gat naar het andere sprongen om hun mensen aan te moedigen vol te houden.42 Om 08:26 uur kwam de eerste melding van de waarneming dat de Leiber zich vlak voor Fleury bevonden. Daarna om 08:45 uur dat ze in Fleury waren binnengedrongen, gevolgd door de melding om 09:20 uur dat ze Fleury hadden ingenomen.43 Doordat de Franse artillerie die weer van de gasbeschieting scheen te zijn bekomen spervuur lagen op het hele front tussen Fleury en fort Douaumont, werd het zicht hen ontnomen. Voor deze beschieting had de Franse artillerie nooit helemaal gezwegen; de artillerie op de westelijke oever was niet met gas beschoten en had gewoon doorgevuurd.
Ook de Franse legerleiding kreeg al snel bericht over de Duitse aanval. Waarnemers in observatieballonnen namen de Duitse aanvallende infanterie waar bij Thiaumont en bij Fleury.44
Duitse infanterie vlak voor Fleury betekende een gevaar voor een doorbraak die de hele lijn in gevaar zou brengen. Tegen de middag kwamen daarom twee Franse compagnies ter versterking bij de Poudrière de Fleury aan.
De Leiber ervoeren de situatie op dezelfde manier als de Fransen en klaagden over het feit dat er niet meer reserves waren om een doorbraak te forceren en de situatie optimaal uit te buiten. In hun ogen leek de weg naar Verdun open te liggen.

Het eerste en tweede deel van de aanval
Het eerste en tweede deel van de aanval. De eerste pijlen laten de aanval op de eerste Franse linie
zien en de tweede groep pijlen de aanval op Fleury zelf. Onderin zijn de stellingen aangegeven zoals
die na de aanval van de Leiber uiteindelijk kwamen te liggen.
Daaronder ook, tussen 838 en 844, de genoemde Franse stelling die zich heldhaftig verzette
tegen de verdere inname van Fleury. Het vierkantje bij 379 is de plek waar de staf zich bevond.

Een ander Duits bericht die dag meldde dat de soldaten van de prins naar de Filzlausstellung doorstootten. Dat ook in dit gebied de gevechten niet zonder slag of stoot verliepen vertelt Léon Rogez:
„Boven de Poudrière van Fleury bereiken de Duitsers tot op vijftig meter een batterij van de artillerie die nog omringd wordt door enkele soldaten van het R.I. 39. Ondanks het feit dat de schuilplaatsen vernietigd waren, slaagt deze batterij erin onophoudelijk mitrailleurvuur op de vijand af te geven, waarvan de opmars op dit punt wordt gestopt.”
Luitenant Boisdon van de 10e compagnie van het R.I. 39:
„Een aflossing van vier uur onder gifgasgranaten…
Om de linie te bereiken had ik alleen al de helft van mijn mannen verloren. Om 11 uur kreeg ik de order om naar een positie ten westen van Fleury te trekken om daar de voortgang van de vijand te stoppen. In looppas steken we de ravijn van de Poudrière over, met de bajonet op de loop van het geweer klimmen we al schietend naar de kam. Dat werd ook tijd. De vijand was genaderd tot op minder dan 50 meter van twee 75 millimeter kanonnen waarvan de manschappen toch met een enorme moed bleven vuren. De verraste Duitsers werden hierdoor teruggeslagen. Ze sprongen van granaattrechter in granaattrechter en wij trokken al schietend omhoog en volgden ze. Zo bereikte ik de kam die ik moest behouden.”45

Vizefeldwebel Rotthaler van de twaalfde compagnie trok met een groep, waaronder ook soldaten van Sturmbataillon Rohr, langs de artillerielinie en kwam totaan de Filzlausstellung.46 Daar aangekomen concludeerde hij dat het een goed uitgebouwde nog amper beschadigde stelling betrof met smalle loopgraven. Doordat hij geen steun kreeg en onder eigen en vijandelijk vuur lag, besloot hij terug te keren. Later op de dag zou het nog een groep van de negende en vijfde compagnie zo vergaan.47 Een andere bron geeft aan dat een deel van de troepen richting de stelling aanviel maar door flankerend machinegeweervuur van links en rechts nog voor de stelling tot stilstand werd gebracht.48

De aanval op de Filzlausstellung
De aanval op de Filzlausstellung. De Franse artilleriestelling en de
Filzlaus zijn duidelijk te zien. Met de M zijn de M-Räume aangegeven.

Later heeft de schrijver P.C. Ettighofer aangegeven dat de Leiber de stelling innamen en niet alleen Verdun hadden zien liggen maar ook de straten in hadden geschoten: „Die Feldgrauen im Grabengewirr „Filzlaus” heben ihre verkrusten Gewehre, stellen die Läufe schräg gen Himmel und schießen im höchsten Winkel nach Verdun hinein. Und dann arbeitet sich ein schweres Maschinengewehr nach vorne, dann noch eins und noch eins. Die drei Gewehre pflanzen sich auf. Wenige Sekunden später rattern drei Geschoßgarben nach Verdun hinab. Die Feste an der Maas, das Herz der Zermürbungsschlacht, noch mehr, das Herz Frankreichs, liegt unter deutschem Maschinengewehrfeuer - - - Besser kann der deutsche Erfolg, getragen vom unverwüstlichen bayerischen Angriffsgeist, nicht mehr gezeigt werden.”49
Deze actie spreekt geweldig tot de verbeelding en als men het zich voorstelt moet dat een indrukwekkend schouwspel geweest zijn. William Martin schrijft dan ook in zijn boek:
„By the end of the day, Bavarian machine gunners were firing - admittedly, at long range - into the streets of Verdun.”50
Het bovenstaande is echter in strijd met het feit dat de eerder door mij aangehaalde Duitse bronnen met informatie over het I.L.R. dit wapenfeit negeren. Ze geven niet aan dat de Duitsers de stelling daadwerkelijk innamen. Bovendien vermeldt geen van beide dat men vanaf deze positie de stad Verdun zag liggen. Tenslotte wordt niet aangegeven dat de Duitsers de stad in hebben geschoten. Tussen de stad en de Filzlaus ligt een laatste richel. Op deze richel ligt in het westen fort Belleville en in het oosten fort St. Michel. Als men de situatie reconstueert dan komt men tot de conclusie dat het vanaf de stelling niet mogelijk is om Verdun te zien, laat staan de stad te beschieten. Dit omdat de richel dezelfde hoogte heeft of zelfs over een aanzienlijke oppervlakte meters hoger is dan de hoogte waarop de Filzlaus ligt.

’s Middags stabiliseerde het front zich en begon men zich in te stellen op de verdediging. Er schuilde echter een gevaar in de door de Franse behouden stelling in het zuidoosten van het dorp die versterkt was met machinegeweren.

De negende compagnie beschikte nog over ongeveer 17 man. Daarnaast was de verbinding met de buurtroepen naar het oosten onvoldoende. De eerste compagnie rukte met ongeveer zestig man nog dezelfde dag naar voren om het derde bataljon en in het bijzonder de negende compagnie te ondersteunen zodat ook zij hun linie konden verstevigen.

De aanval van 23 juni koste een hoop Leiber die onder de Prinz vochten het leven. Hierdoor en gezien de zware omstandigheden waarvan de dorst de belangrijkste was, kon Prinz Heinrich niet anders dan de volgende melding naar achter sturen: „Ohne sofortige Vorschaffung von Wasser ist aus den erschöpften Leuten nichts mehr herauszuholen und sind schwere Rückschläge zu befürchten.”51 Nog dezelfde avond ging het bevel uit de aanval niet door te zetten.

Zaterdag 24 juni

In de nacht van 23 op 24 juni gelukte het de prins met de bataljonstaf van het 2e en 3e bataljon tijdens een pauze in het vijandelijk artillerievuur, Fleury te bereiken. De staf kreeg onderkomen in een kelder van een verwoest huis dat voorheen had gediend als Frans onderkomen.52

De ochtend van 24 juni verliep onrustig aan het front. Om 04:00 uur vond een aanval plaats van de eerste en negende compagnie om de Franse stelling in het zuidoosten van het dorp, die veel hinder veroorzaakte, te elimineren. De aanval mislukte volledig.

Gefreiter Ritter
Gefreiter Ritter

Bij de bovengenoemde aanval duikt de naam van Gefreiter Ritterop: „Sehr zeichnete sich wieder der stellvertr. Führer der 1. Komp., Vzf. d. R. Kranzeder aus, der mit dem Gefr. Ritter zusammen ein zerschossen Haus, aus dem die Franzosen herausriefen: ‘Ergebt Euch, deutsche Schweinhunde!’ wegnahm.”53
De omstandigheden voor de troepen waren verschrikkelijk. De vele gewonden, niet alleen van de aanval van 23 juni, maar ook van voorgaande regimenten, lagen te kermen en te kreunen in het niemandsland. De medische troepen, bestaande uit brancardiers en hospiks, waren door het aanhoudende vuur van de Franse en Duitse artillerie niet in staat om alle gewonden weg te krijgen. De pogingen die toch gewaagd werden, betekenden voor deze mensen veelal de dood. Het deel van het Verdunfront waar de Leiber nu lagen bestond uit een grote, zich naar het zuiden uitstrekkende uitstulping. Dit betekende dat men niet alleen Frans vuur van voren kon verwachten maar ook van de zijkanten. In de loop van 24 juni bezetten de Fransen deze flanken en rukte geschut aan op de hoogte van Froideterre om optimaal van dit voordeel gebruik te maken. Daarnaast vlogen de Franse vliegtuigen af en aan. Onder deze omstandigheden was het enig mogelijke voor de soldaten in Fleury zich schuil te houden en iedere beweging te voorkomen, want bewegen betekende in veel gevallen de dood.54 Toch riskeerden velen dit gevaar om andere mensen te helpen die gewond waren of om eten en drinken naar voren te krijgen.

Een bidprentje van één van de soldaten van het derde bataljon die op 24 juni stierf
Een bidprentje van één van de soldaten van
het derde bataljon die op 24 juni stierf

Bovengenoemde omstandigheden werden nog verergerd door een constant artillerievuur op de voorste Duitse linies en op hun aanvoerlijnen. Dit bemoeilijkte het verstevigen van deze linies. Daarnaast maakte het de aanvoer van bijvoorbeeld voedsel en drinken nog eens extra lastig, maar ook van bijvoorbeeld munitie en lichtkogelpatronen. Toen de toch al geringe eigen artillerie dan ook in de eigen linies schoot, konden de Leiber geen lichtkogels meer afschieten om de artillerie daarop te attenderen.

De meeste Leiber hadden al verscheidene dagen niet geslapen en gedronken. Deze dorst verergerde doordat 24 juni een warme dag was. Unteroffizier Franz Xaver vertelt: „Der 23. Juni ging Gott sei Dank gut vorüber und die Nacht brach wieder herein. Alle Gewehre, Munition und Handgranaten wurden gesammelt, und es war keiner von uns, der nicht stets 2 bis 3 Gewehre geladen vor sich liegen hatte. Allmählich regte sich jeßt bei mir der Hunger. Mein Sturmgepäck mit Verpflegung hatte ich verloren. Ich ging nachts auf die Suche und fand nicht weit entfernt zwei Sturmgepäcke nebeneinander auf dem Boden liegend vor. Damit hatte ich reichlich Verpflegung und war wieder im Besiße eines Gepäcks. Die größte Schwierigkeit war jeßt noch der Durst. Seitdem wir am 21 Juni, 11 Uhr abends, den Fosses-Wald verlassen hatten, hatte ich keinen Schluck Wasser mehr bekommen. Die Quelle in Fleury, die uns bekannt war, lag dauernd unter starkem Artilleriefeuer und es war verboten, dort Wasser zu holen. Es blieb aber nichts übrig, verdursten wollten wir nicht. So wurde bei stockfinsterer Nacht in der nächsten Umgebung abgesucht. Einer von den Kameraden glaubte, bei dem gestrigen Sturm, etwas links vorwärts unseres Trichters, einen Granattrichter mit etwas Wasser gesehen zu haben. Und richtig! Bald kam er zurück und hatte die Flasche und den Becher voll Wasser. Jeßt war auch dieses Schlimmste überwunden. Alles drängte nacheinander an die eigenartige Quelle und trank von dieser, wobei es meinem Freund Strohecker, der als einziger meiner Kompagnie mir gefolgt war und bei dem zweiten Einsaß auf der „Kalten Erde” am 4. Juli 1916 gefallen ist übel wurde. Es muß ihm doch das Wasser geschadet haben. Morgens, als ich in meine Feldflasche schaute, merkte ich, woran es gelegen war, daß der Strohecker das Wasser nicht verdauen konnte. Fette Würmer in einer rotbraunen Brühe schwänzelten umher. Als wir dann später genaue Nachschau hielten, lag ein Franzose mit zertrümmertem Kopf in dem genannten Wassertrichter. Was war zu tun? Wir hatten ja noch Hartspiritus und Kaffeebohnen, das Wasser wurde gekocht und wir machten uns Kaffee. Die Leiber hatten auch noch ein wenig Zucker bei sich. Es wurde dieses schmußige Wasser durch nicht besonders gut aussehendes Taschentuch durchgeseiht und dadurch von den unliebsamen Tierchen befreit.”55

Zondag 25 juni

De aanval van de Fransen op 25 juni
De aanval van de Fransen op 25 juni

De Franse artillerie kondigde om middernacht van 24 op 25 juni met trommelvuur een vijandelijke tegenaanval aan voor de volgende ochtend. Ook bij deze voorbereiding gebruikte men gas waardoor de Leiber gedwongen waren om hun gasmasker, als men die niet al was kwijtgeraakt, op te zetten. Zaak was zich nu zo goed mogelijk voor te bereiden op de aanval die zeker in de vroege ochtend zou plaatsvinden. Een tweetal soldaten verzamelde de geweren en munitie van de gewonden.56 De Franse aanval op het front van de Leiber had tot doel Fleury te hernemen en door te stoten in de richting van Abri 320.57 Verloren gegaan Frans grondgebied moest men in de gedachte van de Franse legerleiding zo snel mogelijk terug veroveren. Deze gedachte had zeker tijdens de slag om Verdun grote gevolgen.
In de ochtendschemering kwamen de Fransen uit hun gaten en vielen aan, ondersteund door machinegeweervuur van laagvliegende vliegtuigen.58 De aanval richtte zich aan het front bij Fleury vol op het derde bataljon:
„Am rechten Flügel hatte der Gefr. Riegg der 9. Komp. mit einigen tapferen Kameraden einen Granattrichter beseßt. Bald mußte er gegen die von Granatloch zu Granatloch vorspringende Franzosen nach 3 Seiten feuern. Vzfw. Kranzeder, der mit Leuten der 1. Komp. links davon lag, sowie einem MG., das Lt. Helvig Frhr. von Seefried am abend zuvor zwischen 9. und 1. Komp. eingebaut hatte, gelingt es, diesen Angriff zu flankieren, und so wird er hier abgewiesen.”59

Op andere plekken lukte het de Fransen huizen binnen te dringen. Verbeten gevechten met ondermeer handgranaten ontsponnen zich met als resultaat dat de linies uiteindelijk onveranderd bleven.

Prinz Heinrich in Fleury
Prinz Heinrich in Fleury

Bij de afweer van deze aanval had Prinz Heinrich voor een kijkje genomen bij de negende compagnie. Bij terugkomst in zijn onderkomen sloeg een voltreffer in waardoor hij en de staf van het tweede en derde bataljon opgesloten raakten. Door de naar beneden vallende stenen raakte Heinrich gewond aan zijn hoofd. Het opgesloten zitten in een kelder die ieder moment dreigde in te storten en het idee dat een volgende voltreffer waarschijnlijk de volledige instorting zou betekenen, moeten een angstige situatie hebben veroorzaakt. Het gelukte een adjudant met een bajonet een gat te maken en zich te bevrijden om hulp te halen.

„Nach drei langen bangen Stunden winkte der Befreiung. Der Prinz trug noch Sorge, daß ein schwerverwundeter bayerischer Offizier geborgen werden konnte, dann befahl er, daß seine Offiziere zuerst den Keller verlassen sollten, er wolle als Leßter herausgehen. Wütend schossen die Franzosen auf die Stelle, denn sie merkten, daß etwas vorging; aber es gelang die Befreiung aller und nun galt es den Prinzen dazu zu bewegen, daß er, um seine Kopfwunde verbinden zu lassen, sich auf den Verbandplaß begeben wolle. Er weigerte sich lange; endlich ging er doch weg und bat seinen Adjudanten, der zurückblieb, ihn seinem Gebet im Geiste zu begleiten.”60
Hij zou in de nacht van 25 op 26 juni samen met het afgeloste tweede bataljon terugkeren naar fort Douaumont. Ook het bevel voor de aflossing van het derde bataljon door het eerste ging op de avond van 26 juni uit.

Maandag 26 juni

Deze dag verliep in vergelijking met de drie voorafgaande dagen relatief rustig. Zowel aan Franse als aan Duitse zijde waren de regimenten in stelling compleet moegestreden en aan aflossing toe. Van aanvallen over en weer kon dan ook geen sprake meer zijn. De aflossing van het derde bataljon verliep in eerste instantie rustig omdat ook het artillerievuur tijdens de aflossing verhoudingsgewijs minder was dan de voorafgaande dagen. Dit gold totdat men in de buurt van fort Douaumont kwam en de Franse artillerie heftig toenam.

De balans

Het monument van de stervende leeuw
Het monument van de stervende leeuw

Zowel de Franse als Duitse legerleiding beschouwde de strijd van 23 juni als een overwinning. Beiden hadden enigszins hun doelen bereikt. De Fransen hadden een doorbraak naar Verdun voorkomen en de Duitsers hadden ondermeer het tussenwerk van Thiaumont en Fleury ingenomen.
Aan het begin van dit artikel schreef ik dat het derde bataljon voor de slag om Verdun op 1 mei 1916, 25 officieren en 1.025 man telde. Op 30 juni 1916 telde het bataljon 10 officieren en 708 manschappen. Het bataljon was ingezet van 20 juni tot en met 26 juni. Dit betekent in deze periode een verlies van 317 man en 15 officieren. Als men bedenkt dat van het derde bataljon alleen de negende, tiende en twaalfde compagnie bij de aanval op Fleury zijn ingezet en dat een compagnie werd ingezet van elk 120 man dan is dit ongeveer 90 % aan verliezen.
Het I.L.R. verloor in totaal 1.490 van de 2.957 soldaten en 53 van de 81 officieren. Dit betekent dus in totaal ongeveer 50 % van de manschappen en 65 % van de officieren.61
Het tegenoverliggende R.I. 39 had in dezelfde periode 48 officieren en 1.633 man verloren waarvan 21 officieren en 745 man in Duitse krijgsgevangenschap.62

Epiloog

De plaatsen van de verliezen van het derde bataljon werden al snel opgevuld door nieuwe rekruten uit Duitsland. Het overgrote deel van de ervaren soldaten echter, had tijdens de slag het leven gelaten. Een deel van de doden kon pas na de oorlog geborgen worden. Een ander deel is nooit teruggevonden. Voor de Franse verdedigers van de 130e divisie, waar het R.I. 39 toe behoorde, is het monument van de stervende leeuw opgericht.

Het overlijden van Prinz Heinrich

Het bidprentje van zijn overlijden
Het bidprentje van zijn overlijden

Het Alpenkorps trok na de gevechten bij Verdun eind 1916 naar Roemenië. Op 7 november begaf de prins zich, in voorbereiding op een aanval die op 8 november zou plaatsvinden, naar voren. Toen hij op een afstand van ongeveer 400 meter van de Roemeense stellingen het aanvalsplan wilde voorleggen aan de commandant van de brigade gebeurde het volgende:
„Als man ihn vor den rumänischen Scharfschüßen warnte, sagte er: ‘Ich kann mich nicht hinlegen, ich muß stehen, sonst kann ich nichts sehen.’…
Eben hatte er seiner Begleitung zugerufen, daß er feindliche Schüßengräben am gegenüberliegenden Waldrand gesehen habe, da traf ihn eine Kugel. Eine unbemerkt gebliebene Grabenwache hatte den Schuß abgefeuert. Vielleicht war es auch ein eingegrabenes Machinengewehr. Der Prinz sank zusammen und meinte im Oberschenkel verwundet zu sein; es war aber ein schwerer Bauchschuß. Die Kugel war durch den Unterkörper hindurchgedrungen.”63

Prinz Heinrich werd direct vervoerd naar een tent waar hij ‘s avonds bezoek kreeg van de veldgeestelijke van de divisie. Om 02:15 uur op de ochtend van 8 november 1916 overleed de prins aan zijn verwondingen. Prinz Heinrich werd met veel militaire ceremonie ter ruste gelegd in de Theatinerhofkirche in München. Op zijn doodskist lagen onder meer zijn zwaard en zijn staalhelm. Bij zijn graf lagen vele kransen waaronder een krans van het Alpenkorps versierd met Edelweiß. Aan de krans een zwart, wit en rood lint met de tekst: „Seinem unvergeßlichen Helden, das deutsche Alpenkorps.”64 Op 6 maart 1917 kreeg hij voor de aanval op Fleury en de gevechten in Roemenië postuum de hoogste Beierse onderscheiding het Ritterkreuz des Militär-Max-Joseph-Orden.65

Noten

1. Ziese-Beringer, Hermann, Das unsichtbare Denkmal, heute an der Westfront, blz. 10.
2. Pfeiffer, Maximilian, Prinz Heinrich von Bayern, Das Lebensbild eines Frühvollendeten, p. 12.
3. Pfeiffer, Maximilian, Prinz Heinrich von Bayern, Das Lebensbild eines Frühvollendeten, p. 12 en 13.
4. Bataljons op de ski.
5. Kaltenegger, Roland, Das Deutsche Alpenkorps im Ersten Weltkrieg, p. 23.
6. Deze rivier stroomt door een gebied waar in 1916 een groot offensief werd gelanceerd door de Engelsen en Fransen. Het jaar 1916 staat dan ook bekend als het jaar van de slagen van Verdun en de Somme.
7. De Oberste Heeresleitung was de leiding van het gehele Duitse leger en stond van 14 september 1914 tot en met 28 augustus 1916 onder leiding van Von Falkenhayn.
8. Kraus, Juergen, Die Feldgraue Uniformierung des Deutsches Heeres 1914-1917, Band 1, p. 16.
9. Bomhard, von, Adolf, Das K.B. Infanterie Leib Regiment, Heft 1, p. 135.
Het derde bataljon bestond derhalve uit de 9e tot en met de 12e compagnie.
10. Reiß von, Oberst a. D. Ritter, Das kgl. Bayr. Leibinfanterie Regiment im Weltkrieg, p. 150.
11. Dit bataljon specialiseerde zich in de zogenaamde stoottroepentechnieken en oefende met nieuwe wapens en het op elkaar afstemmen van verschillende wapens tijdens gevechten. Het bataljon kreeg de bijnaam Sturm Bataillon Rohr naar zijn leider majoor Willi Rohr.
12. Reiß von, Oberst a. D. Ritter, Das kgl. Bayr. Leibinfanterie Regiment im Weltkrieg, p. 152.
13. Dit waren kampementen waar men zich definitief opmaakte om in de slag te gaan. Verder achter het front lagen deze kampementen ook maar dan om te rusten of zich voor te bereiden op een (verdere) inzet bij Verdun.
14. Reiß von, Oberst a. D. Ritter, Das kgl. Bayr. Leibinfanterie Regiment im Weltkrieg, p. 153.
15. Reiß von, Oberst a. D. Ritter, Das kgl. Bayr. Leibinfanterie Regiment im Weltkrieg, p. 153.
16. De Küchenschlucht heet in het Frans Ravin du Pré Sud.
17. Duitse namen voor deze plekken waren Chapitrewald, de Souville-Nase en Bergwald.
18. Reichskriegsministerium, Der Weltkrieg 1914-1918, Zehnter band, p. 186 en 187.
Men had er voor de aanval 154.000 willen hebben; men redde dit echter niet door gebrek aan tijd.
19. De M-Räume of in het Frans Poudrière de Fleury of Magasin de Secteur M8 was een kruitkamer voor de artillerie in de omgeving.
20. Reichsarchiv, Die Tragödie von Verdun 1916, 3. und 4. Teil, p. 134.
21. De Filzlausstellung of in het Frans Ouvrage D was een versterkt loopgravensysteem wat door de Duitsers door zijn vorm (een luis) vanuit de lucht zijn bijnaam kreeg.
22. Reiß von, Oberst a. D. Ritter, Das kgl. Bayr. Leibinfanterie Regiment im Weltkrieg, p. 161.
23. Kapitein.
24. Reiß von, Oberst a. D. Ritter, Das kgl. Bayr. Leibinfanterie Regiment im Weltkrieg, p. 159.
25. Reiß von, Oberst a. D. Ritter, Das kgl. Bayr. Leibinfanterie Regiment im Weltkrieg, p. 155.
26. Reiß von, Oberst a. D. Ritter, Das kgl. Bayr. Leibinfanterie Regiment im Weltkrieg, p. 159.
27. Reichsarchiv, Die Tragödie von Verdun, 3. und 4. Teil, p. 135.
28. Trommelvuur is een lang aanhoudend vuur van een groot aantal kanonnen. Zo genoemd omdat de grond lijkt te trillen als die van een trommel.
29. Reiß von, Oberst a. D. Ritter, Das kgl. Bayr. Leibinfanterie Regiment im Weltkrieg, p. 163.
30. Reiß von, Oberst a. D. Ritter, Das kgl. Bayr. Leibinfanterie Regiment im Weltkrieg, p. 164.
31. Colin, H., Le Fort de Souville, p. 77.
32. Blond, Georges, Verdun, p. 207.
33. Reichsarchiv, Die Tragödie von Verdun, 3. und 4. Teil, p. 149.
34. Lefebvre, Jacques-Henri, Verdun, p. 299 en 300.
(Dit stuk en de rest aangehaald uit het Frans is vertaald).
35. Lefebvre, Jacques-Henri, Verdun, p. 300.
36. Dron, Jean-Luc, Historique du 39e RI, p. 5.
37. Een Gefreiter is een soldaat eerste klas.
38. In de eerste linie lagen het eerste en tweede bataljon en in Fleury het derde bataljon van het 39e RI.
39. Lefebvre, Jacques-Henri, Verdun, p. 300.
Wat betreft de tijd (07:00 uur) bestond er tijdens de Eerste Wereldoorlog nog een uur verschil. De Duitse tijd is een uur vroeger dan die van de Fransen.
40. Reiß von, Oberst a. D. Ritter, Das kgl. Bayr. Leibinfanterie Regiment im Weltkrieg, p. 166.
41. Reichsarchiv, Die Tragödie von Verdun, 3. und 4. Teil, p. 142.
42. Reichsarchiv, Die Tragödie von Verdun, 3. und 4. Teil, p. 139.
43. Reiß von, Oberst a. D. Ritter, Das kgl. Bayr. Leibinfanterie Regiment im Weltkrieg, p. 167.
44. Bernède, Allain, Verdun 1916, p. 230.
45. Péricard, Jacques, Verdun 1914-1918, p. 284.
46. Reichsarchiv, Die Tragödie von Verdun, 3. und 4. Teil, p. 142.
47. Reiß von, Oberst a. D. Ritter, Das kgl. Bayr. Leibinfanterie Regiment im Weltkrieg, p. 167.
48. Bomhard, Adolf von, Das K.B. Infanterie-Leib-Regiment heft 1, p. 45.
49. Ettighofer, P.C., Verdun, das große Gericht, p. 253.
50. Martin, William, Verdun 1916, ‘They shall not pass’, p. 75.
51. Reichsarchiv, Die Tragödie von Verdun, 3. und 4. Teil, p. 147.
52. Reiß von, Oberst a. D. Ritter, Das kgl. Bayr. Leibinfanterie Regiment im Weltkrieg, p. 170.
53. Reiß von, Oberst a. D. Ritter, Das kgl. Bayr. Leibinfanterie Regiment im Weltkrieg, p. 170.
54. Reiß von, Oberst a. D. Ritter, Das kgl. Bayr. Leibinfanterie Regiment im Weltkrieg, p. 170.
55. Dellmensingen von, Kraft, Das Bayernbuch vom Weltkriege 1914-1918 Band 1, p. 286.
56. Reiß von, Oberst a. D. Ritter, Das kgl. Bayr. Leibinfanterie Regiment im Weltkrieg, p. 171.
57. Colin, H., Le Fort de Souville, p. 45.
De Abri 320 is een onderkomen aan de rechterkant van het tussenwerk van Thiaumont dat de Fransen op 23 juni hadden verloren.
58. Bomhard, von, Adolf, Das K.B. Infanterie Leib Regiment, Heft 1, p. 46.
59. Reiß von, Oberst a. D. Ritter, Das kgl. Bayr. Leibinfanterie Regiment im Weltkrieg, p. 171.
60. Pfeiffer, Maximilian, Prinz Heinrich von Bayern, Das Lebensbild eines Frühvollendeten, p. 18.
61. Bomhard, von, Adolf, Das K.B. Infanterie Leib Regiment, Heft 1, p. 135 en Reichsarchiv, Die Tragödie von Verdun 1916, 3. und 4. Teil, p. 152.
Tot de verliezen behoren niet alleen de doden maar ook de zieken, gewonden en krijgsgevangenen.
62. Lefebvre, Jacques-Henri, Verdun, p. 315.
63. Pfeiffer, Maximilian, Prinz Heinrich von Bayern, Das Lebensbild eines Frühvollendeten, p. 19.
64. Pfeiffer, Maximilian, Prinz Heinrich von Bayern, Das Lebensbild eines Frühvollendeten, p. 25.
65. Verschillende auteurs, Das K.B. Infanterie Regiment Prinz Arnulf, p.138.

overzicht: