Openingsrede, uitgesproken tijdens het jaarcongres van de Vereniging Geschiedenisleraren Nederland op 14 november 2008

Door de voorzitter van de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog, de heer J.H.J.Andriessen

 

In zijn rede pleitte de heer Andriessen voor nieuw wetenschappelijk onderzoek naar de oorzaak en schuldvraag met betrekking tot de Eerste Wereldoorlog. In het eerste deel van zijn rede kijkt hij kritisch naar het gebrek aan belangstelling en kennis in de verschillende lagen van het onderwijs. Bij het laatste refereert hij naar de examenstof HAVO/VWO waar volgens hem significante onjuiste informatie wordt verstrekt aan leerlingen, toch onze mogelijke toekomstige historici.

In het tweede deel van zijn rede bespreekt hij de oorzaken en de motieven van de aan de oorlog deelnemende landen, de gevolgen van de Russische algemene mobilisatie en de oorlogsverklaringen. Hij gebruikt hierbij o.a. onderdelen van zijn boek; De Andere Waarheid”als grondslag.

 

Openingsrede

Het is voor mij een eer dames en heren vandaag iets te mogen zeggen over mijn visie op de geschiedschrijving over de Eerste Wereldoorlog en gezien mijn eerdere publicaties zal het u duidelijk zijn dat die visie wat afwijkt van de gemiddelde visie van contemporaine en hedendaagse historici.

Het doet mij dan ook een groot genoegen, dat uit uw uitnodiging aan mij om hier vandaag voor u te komen spreken, blijkt dat de VGN en haar leden, bereid zijn zich open te stellen voor andere visies of in elk geval bereid zijn daar kennis van te nemen en ik verzeker u dat dat in kringen van de gevestigde orde in geschiedenisland een vrij zeldzaam goed is.

Bij de opening van het universitair jaar in September hebben we de noodkreten kunnen horen over het gebrek aan geld, waardoor de wetenschappelijke onderzoeksfunctie van de Nederlandse universiteiten in gevaar zou komen. Dat zal wel zo zijn maar ik vraag me dan wel af waarom men geld besteedt aan bijv. een promotieonderzoek naar het al dan niet bestaan van Adam en Eva of naar het nut van de ambulance op wielen tijdens de Atjeh-oorlog, of nog recenter, een promotieonderzoek naar de reden waarom we zo weinig lidwoorden aantreffen in de Nederlandse krantenkoppen terwijl de echt belangrijke onderzoeken n.m.m. blijven liggen. Ik kan daar echt nijdig om worden. Op 25 oktober jl. werd de kakadorusprijs uitgereikt door de Vereniging tegen kwakzalverij aan een hoogleraar die volgens genoemde vereniging, promotie onderzoek stimuleert dat onzinnig moet worden geacht.Ik vond dat een uitstekend idee.

Reeds jaren pleit ik hartstochtelijk voor meer wetenschappelijk onderzoek naar de oorzaken en schuldvraag van de eerste wereldoorlog en dat doe ik niet voor niets. Zo’n 30 jaar onderzoek naar deze onderwerpen hebben mij tot de overtuiging gebracht dat veel historici wel heel nauwgezet bronnen produceren maar veelal verzuimen de juistheid van die bronnen te controleren en dat, wegens gebrek aan serieus wetenschappelijk onderzoek, de werkelijke gang van zaken m.b.t. oorzaken en schuld nog steeds veelal op apert onjuiste wijze wordt weergegeven.

Het lijkt er de laatste jaren zelfs op dat ook steeds meer Nederlandse historici zich daaraan in steeds grotere mate schuldig maken.

In mijn jaarrede tijdens de studiedag die wij in mei organiseerden i.s.m. de faculteit der Historische en kunstwetenschappen van de Erasmus Universiteit te Rotterdam heb ik, evenals voorgaande jaren, wederom gepleit voor meer wetenschappelijk onderzoek naar de oorzaken en schuldvraag. Ik leverde voorts kritiek op onze universiteiten en hogescholen die naar mijn mening onvoldoende interesse tonen om zo’n onderzoek op te starten.

Uiteraard is dat me hier en daar niet in dank afgenomen. Het schijnt nu eenmaal onvermijdelijk te zijn dat een eenmaal gevestigd populair geschiedbeeld slechts heel geleidelijk verdrongen kan worden door nieuwe wetenschappelijke inzichten

Mijn kritiek zou geheel ten onrechte zijn en natuurlijk verwees men direct naar een aantal buitenlandse historici zoals Keegan, Strachan, Gilbert, Stevenson, Mommsen. Mombauer e.a. teneinde aan te tonen dat er wel degelijk recent onderzoek wordt uitgevoerd door hedendaagse historici.

Dat klinkt op het eerste gezicht misschien wel overtuigend maar is dat toch niet. In verreweg de meeste van deze publicaties zal men slechts ‘meer van het zelfde’ tegen komen en op z’n gunstigst worden hier en daar wat relativerende opmerkingen gemaakt. Kortom, ook bij deze moderne auteurs ziet men geschiedschrijving die verre van volledig is of zelfs ronduit onjuiste feiten weergeeft. Ik constateer dé facto een verbijsterende tendens in de hedendaagse literatuur en in de opinie van veel historici om bijv, de beoordeling van Duitsland in voornoemde periode steeds door Britse ogen te willen blijven zien en de Britse visie op bijv. haar expansionistische politiek en haar beweerde recht op alleenheerschappij en de Britse visie op de in haar ogen bestaande ‘balance of power’ als volstrekt juist, logisch en legitiem te aanvaarden maar tegelijkertijd de Duitse reacties daartegen en de Duitse buitenlandse politiek in die dagen, automatisch te beoordelen als welbewuste provocaties en honger naar wereldmacht.

Het is daarom dat ik er voor pleit om de juiste gang van zaken nu eens goed te onderzoeken teneinde foutieve en onjuiste historische dwalingen te corrigeren.

Mijn kritiek betrof ook Nederlandse historici want het is schrijnend te moeten constateren hoe slecht een aantal van hen over dit, ook voor de Nederlandse geschiedenis toch zo belangrijke tijdperk, op de hoogte zijn. En dan kom ik automatisch op het hoofdstuk „Onderwijs”.

Ik maak me uiterst ongerust als ik zie wat er in het onderwijs op het gebied van geschiedenis en dan bedoel ik hier op het gebied van de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog geschiedt.

Die kritiek richt zich eveneens op sommige hoogleraren die naar mijn mening hun titel en functie misbruiken om over zaken te praten waar ze duidelijk niet goed van op de hoogte zijn.

Ik constateer bijvoorbeeld dat een, overigens hooggeachte Nederlandse historicus en hoogleraar aan een onzer universiteiten in een artikel in een bekend geschiedenis magazine zonder blikken of blozen verklaart dat ‘de Eerste Wereldoorlog een door Duitsland welbewust veroorzaakt conflict is geweest’ hetgeen onjuist is, ik lees dan voorts dat die zelfde historicus zich afvraagt ‘waarom Duitsland eigenlijk aan Frankrijk de oorlog verklaarde en België binnenviel terwijl die landen toch helemaal niets met de Balkenproblematiek te maken hadden’, dat ‘de Duitse obsessie dat het omsingeld was op niets berustte en dat de bewering dat de alliantievorming automatisch inhield dat elke oorlog niet beperkt zou kunnen blijven tot een lokaal conflict, onzin was’.

Ik zie dan voorts dat een eveneens hooggeacht collega van hem in een eveneens veel gelezen boek beweert dat; ik citeer; ‘het von Schlieffenplan een aanval inhield op de versterkte oostgrens van Frankrijk maar dit alleen ter afleiding en om de Franse legers in de val te lokken’.

Weer een andere collega stelt vast ‘dat Rusland in 1914 mobiliseerde uit angst voor een preventieve aanval van Duitsland’ en dat ‘Engeland al vóór 1914 een officieel bondgenootschap met Frankrijk had gesloten’ ,enz.

Een andere hoogleraar schrijft in weer een ander boek o.a. dat ‘de entente tussen Frankrijk en Engeland neer kwam op een vrijblijvend vriendschapsverdrag zonder ook maar enige militaire bijbedoeling’ en voorts beweert hij dan dat de ‘Frans-Russische geheime militaire conventie van 1894 zuiver defensieve bedoelingen had’.

En weer een andere hoogleraar, vergeef me want het wordt eentonig, schrijft over een ‘ambassadeursconferentie op 26 juli 1914’ terwijl die conferentie nimmer heeft plaatsgevonden, stelt ‘dat Rusland op 29 juli alleen tegen Oostenrijk-Hongarije mobiliseerde’ terwijl het in werkelijkheid toen de algemene mobilisatie uitriep, dus ook tegen Duitsland hetgeen nu juist de oorzaak was dat Duitsland daarop geen keus meer had en België binnenviel.

Als dat soort stellingen op dat niveau worden gelanceerd dan mag het natuurlijk ook geen verbazing wekken dat op lager niveau nog veel meer onzin wordt verkocht

Ik refereer dan aan de examenkaternen/gidsen geschiedenis HAVO/VWO, naar ik aanneem toch gebaseerd op de tekst van de stofomschrijving van CEVO en dus met een officiële status, waarin men ondermeer kan lezen, geloof het of niet,

-dat het Pruisen was dat in 1870 de oorlog verklaarde aan Frankrijk,

-dat elk land in 1914 de dienstplicht had ingevoerd, (Engeland voerde die pas in 1916 in), of,

-dat het Oostenrijk-Hongarije was dat eerder dan Rusland de algemene mobilisatie had uitgeroepen, daarmede een draai gevend aan een aspect van de schuldvraag.

-dat bij het uitbreken van de oorlog Duitsland koos voor het zenden van troepen naar het Oosten i.p.v. voor het von Schlieffenplan,

-dat Duitsland zich in 1918 had overgegeven en vernietigend verslagen was en

-dat er in Frankrijk en Gr.Brittannië geen regeringsplannen voor oorlogspropaganda waren enz.enz.

Als ik dan voorts constateer dat een, overigens door mij zeer geacht, auteur van schoolboeken voor het geschiedenisonderwijs en medeopsteller van de examenstof geschiedenis Havo/vwo een boek publiceert waarin eveneens veel onjuistheden voorkomen, dan wordt het me toch echt angstig te moede.

Hij stelt bijv.

-dat Oostenrijk-Hongarije eerder de algemene mobilisatie, uitriep dan Rusland, terwijl precies het omgekeerde het geval was,

-dat Duitsland al in 1912 had besloten tot oorlog met Rusland, hetgeen onjuist is,

-dat in 1914 de militairen het reeds voor het zeggen hadden en de keizer was uitgeschakeld, hetgeen eveneens onjuist is. -dat Duitsland op 30 juli van Frankrijk eiste twee vestingsteden over te dragen, terwijl die eis in werkelijkheid nimmer gesteld is

-dat Londen niet de moeite had genomen om te bemiddelen in de crisis, terwijl Lord Grey op 20, 25, 26, 28 en 29 juli zijn veel genoemde maar overigens onwaarachtige bemiddelingsvoorstellen de wereld in zond.

-dat keizer Wilhelm nog een halfslachtige poging had ondernomen om de ontwikkelingen te keren, terwijl het toch juist zo was dat de Tsaar na een telegram van de keizer te hebben ontvangen, toch de alg.mobilisatie afgelaste waardoor de oorlog bijna was voorkomen.

-dat het Britse kabinet bijna unaniem voor ingrijpen is geweest, terwijl toch 6 ministers dreigden hun ontslag in te dienen enz.enz.

dan constateer ik dat vandaag de dag onze geschiedenisdocenten, U dus dames en heren, op het gebied van de Eerste Wereldoorlog, welhaast gedwongen worden significant onjuiste informatie door te geven aan onze vwo leerlingen, mogelijk toch onze toekomstige historici.

Gedwongen,omdat ik n.a.v. correspondentie met een der samenstellers van zo’n katern begrepen heb dat; en ik citeer uit het antwoord dat ik ontving op ons protest;

„de tekst van de CEVO stofomschrijving officiële status heeft waartegen de samenstellers van de katernen en de examenmakers, zich niet mogen afzetten.

Dat klinkt mij, als buitenstaander toch uitermate ongelooflijk in de oren.

U heeft dus maar te doceren en te examineren uit de stof die u wordt voorgeschreven ook al is die stof aantoonbaar onjuist?

Wat leren we uit dit alles? Dat de kennis over de werkelijke oorzaken van de Eerste Wereldoorlog schrikbarend klein is en dat men kennelijk ook geen enkele moeite doet om de werkelijke situatie boven tafel krijgt. Van een kritische benadering, laat staan van een wetenschappelijke- is geen sprake en dat vind ik toch een beschamende zaak.

Prof.dr.Brands had gelijk toen hij vaststelde dat ik citeer:

„De Eerste Wereldoorlog is niet of nauwelijks opgenomen in ons nationale bestand van collectieve herinneringen.

In Nederland heerst een geamputeerd en afgeknot perspectief op de twintigste eeuw waarin de tweede wereldoorlog centraal is blijven staan. En dat is zeker het geval in een land waarin historisch besef zwak ontwikkeld is en historische kwesties in het algemeen toch al geen grote rol spelen. Er kan geen twijfel over bestaan; de Eerste Wereldoorlog ligt „byond our national sphere of remembrance”

Het is een groot kennisnadeel dat de Eerste Wereldoorlog, die grote waterscheiding in de Europese of zelfs wereldgeschiedenis, zo lang onderschat is”. einde citaat

Helaas, tot op dit moment is ook zijn kritiek nog niet in vruchtbare bodem gevallen.

Maar genoeg hierover. Ik kom dan nu aan het tweede deel van mijn referaat.

Waar gaat het nu eigenlijk precies om? Wat wordt er dan verkeerd onderwezen en wat zou er dan veranderd moeten worden?

Ik zou U nu tientallen voorbeelden moeten en kunnen geven maar de mij ter beschikking gestelde tijd maakt dat helaas onmogelijk. In mijn boek De andere Waarheid behandel ik ze echter allen nauwgezet en ik heb begrepen dat u straks allen een exemplaar daarvan door de organisator van deze bijeenkomst uitgereikt zult krijgen. U kunt dus mijn argumenten terzake nog eens rustig bestuderen. Op dit moment moet ik mij dus helaas beperken en ik noem dan de twee voornaamste punten welke m.i. onjuist worden behandeld.

a) de oorzaken van de Eerste Wereldoorlog en

b) de schuldvraag.

 

 

Allereerst dan over de oorzaken

Als we de vóór 1914 gevormde allianties bekijken en we bestuderen de notulen van de Frans-Russische militaire stafbesprekingen die vanaf 1894 jaarlijks beurtelings te Parijs en St.Petersburg werden gehouden, dan moet geconstateerd worden dat het hier helemaal geen defensief verdrag betrof, zoals wel werd en wordt beweerd, maar dat door beide landen daarin heel duidelijk gepland werd voor een gezamenlijke agressieve aanval op Duitsland. (Dit Frans-Russische geheime militaire verdrag wordt continue grotelijks onderschat.)

Ik citeer uit een paar van die notulen;.

In die van 31 augustus 1911 lezen we o.a:

„De vernietiging van de Duitse legers moet onder alle omstandigheden het eerste en hoofdzakelijke doel van de verbonden legers zijn en blijven”.

In die van 13 juli 1912 staat o.a. dat; ik citeer

„het plan der verbondenen bestaat er in om op het zelfde ogenblik en tegelijkertijd van beide zijden aan te vallen” en: Dat de gezamenlijke sterkte van de beide legers de eerder vastgestelde 1,3 miljoen man, belangrijk zal overschrijden. En: ‘met het oog op de positie van Italië (bedoeld wordt het geheime Frans-Italiaanse niet-aanvalsverdrag) Frankrijk slechts een minimum aan troepen aan de Alpengrens zal opstellen terwijl de hoofdmacht zich bij de Duitse grens zal concentreren, En: Het Franse spoorwegnet wordt verbeterd zodat de mobilisatietijd met 1 a 2 dagen kan worden bekort en Frankrijk binnen een jaar, een kortere mobilisatietijd dan Duitsland gerealiseerd zal hebben.

En: Generaal Zjilinski deelt mede dat Rusland in elk geval 800.000 man tegenover Duitsland zal concentreren en vastbesloten is het offensief tegen Duitsland op de 15e dag na mobilisatie te beginnen.

Einde citaten.

In het protocol van de vergadering in augustus 1913, een jaar voor het uitbreken van de oorlog, lezen we: en ik citeer weer:

„Generaal Joffre deelt mede dat Frankrijk op haar noordoostgrens 200.000 man méér dan overeengekomen zal inzetten en dat de Franse troepen reeds op de 11e dag na mobilisatie het offensief zullen kunnen starten. Generaal Zjilinski stelt vast dat de Russische mobilisatie eind 1914 met 2 dagen tot 13 dagen zal zijn bekort en dat de aanvallende bewegingen onmiddellijk daarna kunnen worden aangevangen. Voorts wordt afgesproken dat de locatie der Russische strijdkrachten in het gouvernement Warschau reeds in vredestijd zodanig zal zijn dat zij een directe bedreiging voor Duitsland zal vormen”. Einde citaat. Maar dat was nog niet alles:

De Franse regering beloofde Rusland in dat zelfde jaar 1913 jaarlijks staatsleningen van 400 a 500 miljoen franc alsmede staats gegarandeerde fondsen op de Parijse beurs ter beschikking te zullen stellen. Dit ter financiering van;

1) De onmiddellijke start met de aanleg van de strategische spoorwegen zoals overeengekomen met de Franse generale staf in eerdere besprekingen

2) Voor het aanwenden van een aanmerkelijke verhoging van de Russische vredessterkte met 360.000 man.

Men zou toch geneigd zijn op te merken; dat ziet er toch niet echt vreedzaam en verdedigend uit!

Wat waren de motieven voor Frankrijk en Rusland om een agressieve actie tegen Duitsland te plannen ?

Daar waren een scala van redenen voor maar ik beperk met tot de belangrijkste:

Frankrijk

Het terugkrijgen van Elzas Lotheringen. Dat kon uitsluitend worden bereikt als Frankrijk over een sterke bondgenoot kon beschikken en Rusland was zo’n sterke bondgenoot.

Rusland

Rusland wilde een sterke leidende positie op de Balkan, het beschouwde de Balkan als haar „achtertuintje” maar kwam daarbij steeds Oostenrijk-Hongarije tegen die de zelfde ambities had,

Voorts wenste Rusland een vrije doorvaart door de Dardanellen en Bosporus om zo haar invloed richting Middellandse Zee te kunnen uitbreiden maar die doorgang was haar door de grote mogendheden tijdens het congres van Berlijn verboden. Frankrijk was een dier grote mogendheden maar had er, na de vorming van de Frans-Russische alliantie geen bezwaar meer tegen de Russische aspiraties.

Duitsland en Oostenrijk hadden dat wel.

Gr.Brittannië

Maar er was meer. Gr.Brittannië was er ook nog. Dat land is er tot op heden in geslaagd vol te houden dat ze de oorlog inging, min of meer onvoorbereid en uitsluitend en alleen omdat ze volgens het neutraliteitsverdrag met België daartoe verplicht zou zijn geweest. Edele motieven dus.

Die plicht was er echter helemaal niet. Het verdrag met België verplichtte dat land voor eeuwig neutraal te blijven maar het verplichtte de ondertekenaars niet om de Belgische neutraliteit met de wapens in de hand te verdedigen.

Toen Frankrijk en Pruisen in 1871 in oorlog met elkaar kwamen vreesde Engeland dat een van deze landen mogelijk de neutraliteit van België zou kunnen schenden. Het sloot toen met allebei een apart verdrag waarin werd vastgesteld dat als een dier landen België zou binnenvallen, Engeland onmiddellijk aan de kant van de andere partij tegen die schending in het geweer zou komen. In 1914 deed ze dat bewust niet. De reden; Engeland i.c. haar minister van Buitenlandse Zaken, Grey, wilde helemaal niet neutraal blijven en had allang de kant van Rusland en Frankrijk gekozen. Het motief; Duitsland werd een te grote economische concurrent en daarmede een gevaar voor de Britse positie. Vandaar de al sinds 1905 geldende Brits-Franse militaire afspraken, samenwerking en oefeningen die nog in juni 1914 te Amiens werden gehouden waarbij Franse en Britse officieren en hun medewerkers in de diverse aanloophavens waar een Brits expeditieleger zou landen, hun oorlogsposities innamen waarbij elk mogelijk voorkomend probleem werd geoefend , inclusief de simulatie van versperde spoorwegtunnels, ontspoorde treinen en alternatieve routes alsmede het reeds in 1911 opgestelde vervoerschema van Britse soldaten naar hun bestemmingen aan het front tot in detail werd vastgesteld.

Maar daar bleef het niet bij; ook trok de Franse marine zich terug uit de Noordzee en nam posities in, in de Middellandse zee terwijl de Britse Navy zich uit die zee terugtrok en de bescherming van de Franse kust voor haar rekening na, Tegelijkertijd ontwikkelde het „vredelievende” Engeland een tegen de int. wetten indruisend blokkadeplan, dat gericht was tegen de civiele bevolking van Duitsland. En tenslotte trad ze toe tot de Frans-Russische anti-Duitse alliantie en sloot ook met Rusland een marineverdrag.

Van onvoorbereid zijn was derhalve geen sprake, het waren economische motieven die Engeland in de oorlog tegen Duitsland bracht.

Drie landen, drie motieven dus. Ik herhaal het nog maar eens; Voor Frankrijk het terugkrijgen van Elzas Lotharingen, voor Rusland een vrije doortocht door de Dardanellen en zeker stellen van haar dominantie op de Balkan en voor Engeland, economische motieven en de vrees haar werelddominante positie te verliezen.

En nu wat veel gebruikte tegenargumenten:

1) Het was Duitsland dat de sfeer in Europa verziekte, eerst in 1905,(1e Marokkocrisis) daarna in 1911 (2e Marokkocrisis), en daarna door haar onzalige Marine bouwplannen waarmede ze Engeland in ernstige mate provoceerde (Recent nog weer eens als argument gebruikt door Mombauer)

2) De Duitse bewering dat het omsingeld werd was nergens op gebaseerd.

3) Het was Duitsland dat de oorlog verklaarde aan Frankrijk, het was Duitsland dat de oorlog verklaarde aan Rusland en het was Duitsland dat België en Luxemburg binnenviel en niet andersom. Ja, Frankrijk had zijn troepen zelfs 10 km van de grens terug getrokken teneinde te voorkomen dat er per ongeluk Franse militairen de grens zouden schenden en Duitsland dus zouden provoceren. (Mombauer wederom)

En zo kan ik nog een scala van argumenten noemen die gebruikt zijn en nog steeds gebruikt worden om aan te tonen dat het Duitsland was dat de schuld droeg aan de oorlog zoals dat ook in art. 231 van het verdrag van Versailles tot uiting is gebracht en sterker nog nb door haarzelf werd erkend.

Helaas, gezien de mij beschikbaar gestelde tijd kan ik daar slechts kort op ingaan.

1) Voor wat de eerste Marokko crisis betreft verzuimt men dan wel steeds te melden dat Frankrijk het verdrag van Madrid van 1880 schond,een verdrag waarvan Duitsland medeondertekenaar was, en Duitsland bewust negeerde toen het afspraken maakte met Engeland en Spanje over de uitbreiding van de machtsinvloed van Frankrijk aldaar.

Duitsland had zeker reden om zich daar tegen te verzetten en het was toen niet Duitsland maar Frankrijk dat de sfeer volstrekt onnodig heeft verziekt.

2) Bij de tweede crisis van Marokko was het in feite weer van het zelfde laken een pak. Frankrijk probeerde opnieuw Duitsland te passeren en zond, onder het mom van een opstand, 20.000 man naar Marokko. Dit keer begon ook Engeland zich met de zaak te bemoeien en begon dreigende taal te gebruiken omdat het geen Duitse invloed wilde in Marokko, een invloed die er overigens al lange tijd was en zich strikt tot commercie beperkte en het was wederom Frankrijk dat inzag dat het te ver was gegaan en de zaak uiteindelijk gesust kon worden. Maar wederom had Frankrijk volstrekt onnodig, Duitsland tegen de haren ingestreken en ook dit maal kon Duitsland de facto niet veel verweten worden ook al schreeuwde men moord en brand over deze „daad van Duits agressief optreden”.

3) Duitsland zou, volstrekt ten onrechte Engeland hebben geprovoceerd door een sterke vloot te bouwen, iets wat Engeland volgens de historici, natuurlijk nooit kon accepteren en waarmede Duitsland alleen maar provoceerde.

Maar was dat nu wel zo? Het was in januari 1909 dat de Britse admiraliteit een rapport publiceerde waarin beweerd werd dat Duitsland in 1912 over minstens 21 dreadnoughts zou beschikken. Teneinde Duitsland vóór te blijven eiste de marine nu onmiddellijk vergunning om 8 dreadnoughts te bouwen die dan in 1912 gereed dienden te zijn.

Churchill, toen nog in de oppositie, verklaarde dit volstrekt onnodig en noemde het rapport

„a result of a false lying panic, started in the party interest of the Conservatives and a part of a showy, sensational, aggressive and jingo policy”,

en in „The Nation”werd een artikel gepubliceerd waarin werd gezegd:

„Het is duidelijk dat de regering een grote fout heeft gemaakt toen ze verzuimde de militaire en marine-uitgaven op voet van vrede te brengen. Als dat wel was gedaan,is het onwaarschijnlijk dat Duitsland zijn recente Marine Programma zou hebben ingediend. Men heeft de kans voorbij laten gaan en we mogen hopen dat ze niet nog meer uitbreidingen gaan voorstellen”.”.

En Lloyd George schreef in zijn memoires dat men in 1913 nog had berekend dat de Britse vloot, zelfs zonder extra bouw inspanning, nog tot en met 1917 oppermachtig over de Duitse vloot zou zijn, zelfs na invoering van de Duitse vlootwetten.

In 1912 bleek dan ook dat Duitsland helemaal niet over 21 maar slechts over 10 dreadnoughts beschikte en dat de Britse marine de zaak sterk bewust overdreven had..

Er zijn voorts voldoende argumenten om aan te tonen dat het Duitse vlootbouwprogramma volstrekt legaal is geweest en ook nimmer een bedreiging voor de Britse vloot heeft gevormd zoals Churchill en Lloyd George ook zelf hebben toegegeven. Ten overvloede maakte de Rijksdag in 1911 bij de openbare behandeling van de nieuwe vlootwet bekend dat die uitsluitend werd aangenomen op basis van het feit dat de Duitse vloot nimmer groter mocht zijn dan 2/3 van de Britse vloot teneinde elke gedachte aan provocatie weg te nemen.

Ook hier zou nieuw wetenschappelijk onderzoek naar de werkelijke gang van zaken zeker op zijn plaats zijn.

 

De vrees voor omsingeling

Wat betreft de Duitse vrees voor omsingeling. Recent kon men lezen in een pas verschenen boek van een bekende Nederlandse historicus dat de vrees van Duitsland voor omsingeling op niets was gebaseerd en duidelijk een hersenschim is geweest.

Ook hier liggen de feiten toch wel geheel anders en mensen die het echt weten konden dachten toch wat anders over deze Duitse vrees.

Zo schreef generaal Wilson, Chief Operations van de Britse generale staf over de geweldige groei van de Russische strijdkrachten:

Het is gemakkelijk te begrijpen waarom Duitsland zo bevreesd voor de toekomst is en waarom ze van mening is dat er sprake is van een ‘nu of nooit’situatie”.

En de Russische ambassadeur in Berlijn schreef of 12 maart 1914 aan zijn minister van Buitenlandse Zaken Sazonov:

„Onze groeiende militaire kracht veroorzaakt toenemende ongerustheid en bezorgdheid in regeringskringen alhier. Men is hier van mening dat als onze nieuwe zware artillerie in 1916 gereed zal zijn wij boven aan de lijst van de meest gevaarlijke tegenstanders komen te staan. Het is dan ook geen wonder dat de Duitsers er alles aan doen om op een eventuele oorlog met ons voorbereid te zijn. Leest men de Duitse dagbladen goed, dan ziet men dat de angst voor Rusland overheersend is. De opwinding en ongerustheid hier is voornamelijk te wijten aan onze groeiende militaire kracht”.

Die bezorgdheid was ook helemaal niet onlogisch. Rond 1914 leefde men met de gedachte dat het Duitse leger tot het sterkste van Europa gerekend moest worden. Die gedachte had niet in de laatste plaats post gevat door de Duitsers zelf die niet nalieten om dat naar buiten te brengen. Het Duitse leger was inderdaad efficiënt en een goed geoliede machine maar ten opzichte van de ententelegers vertoonde het ook zwakke punten waarover de generale staf zich met recht zorgen maakte. Zo had het Duitse leger in 1914 minder kanonnen dan Rusland (6004-6700) en veel minder bataljons dan de Russen (1191-1876) maar wat de zaak nog veel moeilijker maakte was dat het aantal dienstplichtigen in Duitsland aanzienlijk kleiner was dan in Frankrijk en Rusland. Dat had vooral politieke redenen. In Duitsland hield de dienstplicht op bij 45 jaar, in Frankrijk bij 48. In Duitsland was nog geen 50% van de jongemannen dienstplichtig en getraind, in Frankrijk was dat 85%.

In de Russische kranten werd hoog opgegeven van het „Grote Programma” en de totale modernisering van het leger en openlijk werd geschreven over de dag van de afrekening die in 1917 zou plaats vinden. Tegelijkertijd begon men in Frankrijk met een zg. „Herontwaak” programma o.l.v. de nationalist Poincaré en werd de dienstplicht verlengd tot 3 jaar waardoor het Franse leger in een klap met 1/3 in omvang toenam.

Toen dan ook nog het nieuws doordrong van Franse leningen aan Rusland voor de bouw van strategische spoorlijnen (en niet zoals een bekende auteur schrijft voor de aanleg van een civiel netwerk) waardoor de basis van het Duitse von Schlieffenplan tot in de wortel werd aangetast, was het duidelijk dat de Duitse legerleiding uitermate bezorgd werd. De Frans-Russische bedreiging was wel degelijk reëel en men begreep dat naarmate de tijd verstreek de kans om een eventuele oorlog nog te kunnen overleven, uitermate gering zou worden.

Het Duitse leger bezat in 1914 in totaal 96 divisies , het Franse leger 83 en de Russen 114,5, samen dus 197,5 divisies en het was duidelijk dat zodra de Russen hun enorme strijdmacht eenmaal hadden gemobiliseerd, de kans dat men het zou overleven uiterst gering zou zijn .

De enige mogelijkheid zou er in bestaan om Frankrijk uit te schakelen nog vóór dat de Russen hun mobilisatie zouden hebben voltooid maar men rekende daarbij wel op de langdurige mobilisatietijd van de Russen die daarvoor, zo dacht men, minstens 6 weken nodig zouden hebben. Ook dat bleek later onjuist, de Russen hadden geheime afspraken met de Fransen gemaakt waarin de inval in Oost Pruisen reeds binnen 14 dagen was voorzien zodat daarmede het Duitse plan enorm zou worden gedwarsboomd.

De Duitse generale staf drong dan ook, het is waar, steeds meer aan op een snelle preventieve aanval. Ook is het echter waar ( en daarover leest men maar heel weinig) dat de keizer en Bethmann Hollweg absoluut weigerden aan dat verzoek te voldoen. Pas toen Rusland daadwerkelijk als eerste de algemene mobilisatie uitriep, een mobilisatie dus die ook gericht was tegen Duitsland, kreeg alles een stroomversnelling en voerde Duitsland het von Schlieffenplan uit, het enige dat men bezat en dat een kans bood om alsnog te overleven.

Het feit dat Duitsland tot de aanval overging had dan ook niets te maken met de veel genoemde „lust of conquest”, maar alles met „overleven”.

 

De terugtrekking van Franse troepen tot 10 km van de grens

Vóór het begin van de oorlog gingen de tegen elkaar staande allianties er van uit dat het initiatief tot de oorlog van de andere partij zou moeten uitgaan en men hield daarbij rekening met een incident, mogelijk en waarschijnlijk in de Balkan omdat de conflictstof daar hoog opgestapeld lag. Dat was onderwerp van vele Frans-Russische stafbesprekingen. Door de, ook voor Frankrijk toch nog onverwachte Russische algemene mobilisatie vreesde Frankrijk dat dit er wel eens toe zou kunnen leiden dat men Rusland in plaats van Duitsland als de schuldige aan de oorlog zou kunnen aanwijzen waardoor het Franse volk en waarschijnlijk ook het Britse volk wel eens zouden kunnen weigeren nog aan de oorlog te gaan deelnemen. Als Rusland als eerste zou gaan mobiliseren zou de casus belli in gevaar komen. De Franse vrees bleek o.a. duidelijk uit een brief van de Russische ambassadeur in Parijs aan zijn minister van Buitenlandse Zaken Sazonov. Hij schreef , toen men in Parijs hoorde dat Rusland wilde gaan mobiliseren:

„Margerie (dir.BtZ) deelde mij mede dat Frankrijk zich niet wil bemoeien met onze beslissing te mobiliseren maar dat ze het zeer wenselijk acht dit zo stil mogelijk en zonder provocatie uit te voeren. Ook de Franse minster van Oorlog liet zich hier over uit en voegde daaraan toe dat we zouden kunnen verklaren dat we, om de vrede te bewaren, bereid zijn de mobilisatie te vertragen. Dit zou ons natuurlijk niet behoeven te weerhouden de mobilisatie gewoon uit te voeren of zelfs te versnellen , zolang we dit maar niet in de volledige openbaarheid doen”.

En dat is dus duidelijk genoeg .

Mombouer noemt dan voorts het feit van de terugtrekking tot 10 km van de grens door de Franse troepen een bewijs van de vredelievende bedoelingen van Frankrijk waarmede men zelfs maar de geringste provocatie van Duitsland had willen voorkomen. De werkelijk reden was ook hier weer anders. Frankrijk trok zijn troepen 10 km van de grens terug nadat Viviani, de Franse minister van Buitenlandse Zaken, op 2 augustus 1914 een dringend telegram zond aan de opperbevelhebber, Joffre, waarin hij stelde:

Teneinde de medewerking van Engeland zeker te stellen is het dringend noodzakelijk er zorg voor te dragen dat er geen patrouilles of manschappen de op 30 juli per telegram nr. 129 vastgestelde algemene linie (de 10 km) zullen overschrijden”.

De Franse terugtrekking op 10 km van de grens had dus niets te maken met edele motieven maar werd slechts ingegeven door de vrees dat anders het Britse volk haar regering niet zou steunen als Frankrijk als eerste een oorlogsdaad zou initiëren.

Het is dan nu tijd om de werkelijke betekenis en de invloed van de Russische mobilisatie op het uitbreken van de oorlog wat nauwkeuriger te bestuderen:

Het feit dat het Duitsland was dat de oorlog heeft verklaard aan Frankrijk en aan Rusland wordt algemeen gezien als het bewijs dat het dus Duitsland was dat als de absolute agressor in de oorlog gezien moest worden. Vaak hoort men dan het argument: „maar het was toch Duitsland dat Frankrijk de oorlog verklaarde en niet andersom?”

Voor de goede orde; nooit hoort men stellen: Maar het was toch Engeland dat Duitsland de oorlog verklaarde en niet andersom en nog veel minder wordt gewag gemaakt dat het Rusland was dat niet alleen als eerste mobiliseerde en daardoor de facto de oorlogsmachine in gang zette, maar ook op 15 augustus 1914 Duitsland (Pruisen) binnen viel en niet andersom, m.a.w.; het was Rusland dat Duitsland binnenviel en niet Duitsland dat Rusland aanviel . Men is dus vaak nogal selectief als het om de bepaling van agressie gaat.

Maar toegegeven,inderdaad, het was Duitsland dat België binnenviel en het was Duitsland dat Frankrijk binnenviel als gevolg van, ik zei het hiervoor reeds, als gevolg van de Russische algemene mobilisatie. Het was in die tijd namelijk een axioma dat wanneer een grootmacht ging mobiliseren, dit automatisch oorlog betekende. Ik zal dat nader toelichten:

Tijdens de besprekingen voorafgaand aan het sluiten van de geheime militaire conventie schreef de Russische generaal Obruchevin een nota aan zijn minister van Oorlog:

mobilisatie kan niet langer gezien worden als een handeling om de vrede te bewaren maar moet integendeel beschouwd worden als de meest duidelijke oorlogsdaad en niet te scheiden van agressie. Mobilisatie is het begin van de feitelijke oorlogshandelingen en zodra tot mobilisatie is besloten zullen diplomatieke activiteiten uitgesloten moeten worden. De minister moet zich dan ook realiseren dat, gezien de huidige spanningsvelden in Europa, het onmogelijk zal zijn de oorlog op het continent nog gelokaliseerd te houden”.

Ook de Franse generaal Boisdeffre was daar zeer duidelijk in.

Hij vertelde de tsaar:

Mobiliseert men, dan dwingt men de vijand het zelfde te doen. Men kan de vijand niet toestaan ‘n miljoen man aan de grenzen te mobiliseren zonder dat zelf ook te doen op straffe van de onmogelijkheid zichzelf nog te kunnen verdedigen of het initiatief te nemen.Mobilisatie is dan ook het zelfde als een oorlogsverklaring.

Het feit, dat als een grootmacht overging tot de algemene mobilisatie, dit automatisch betekende dat het dan tot oorlog zou overgaan, werd in die tijd als een algemeen aanvaard feit erkend.

De Nederlandse generaal Snijders schreef daarover in zijn boek „De mobilisatiën der grote mogendheden”.ik citeer:

De mobilisatie van een buurstaat waarmede een ernstige spanning bestaat dwingt tot het onmiddellijk nemen van diezelfde maatregel. Het gevaar aangevallen te worden terwijl de eigen strategische opmars nog niet is voltooid moet op straffe van een bijna zekere nederlaag worden ontgaan . Algemeen heeft het denkbeeld gegolden dat als de regering van een grote mogendheid de algemene mobilisatieafkondigt, dit oorlog betekent”;einde citaat.

Natuurlijk kan men tegenwerpen dat al deze verklaringen gezien moeten worden tegen het licht van een voorafgaande Duitse mobilisatie en/of een Duitse aanval op Frans en/of Russische grondgebied. Een veel gehoord argument; „De Russische mobilisatie behoefde toch nog geen oorlog te betekenen want de Russen konden rustig achter de grens wachten op wat komen ging”. Kennelijk vraagt men zich nooit af; waarom deden ze dat dan niet?. Waarom bleven ze dan niet rustig achter hun grens wachten op wat komen ging?

Dat reden daarvoor is simpel:

Het was helemaal niet de bedoeling dat ze achter hun grens zouden afwachten, Dat bleek uit het bevel van de allerhoogste autoriteit in Rusland, de tsaar, die op 11 april 1912 een order liet uitgaan waarin we lezen:

„Het telegrafisch bevel tot uitvoering der mobilisatie in de Europese militaire districten wegens politieke verwikkelingen aan de westgrenzen moet tegelijk als bevel tot de opening der vijandelijkheden tegen Duitsland en Oostenrijk worden opgevat. ”.

Met andere woorden; het besluit tot de Russische algemene mobilisatie was een definitief bevel om tot de aanval over te gaan en betekende dat men niet zou en niet wilde wachten tot Duitsland als eerste tot actie zou overgaan.

Aha, zeggen de kenners dan; maar dat bevel werd later weer ingetrokken!

Inderdaad:Voornoemd bevel werd op 8 november van dat jaar weer ingetrokken, maar niet omdat de strekking er van veranderde maar omdat, zoals in het protocol van de speciale militaire commissie werd gesteld:

„Het in ons voordeel zal zijn om de concentratie van onze legers te completeren zonder de vijandelijkheden al daadwerkelijk te beginnen teneinde de vijand niet direct alle hoop te ontnemen dat de oorlog nog kan worden vermeden. Onze bewegingen moeten worden gemaskeerd door slimme diplomatieke onderhandelingen teneinde de vijandelijke angst voor een aanval zoveel mogelijk in slaap te sussen”.

Ja en dat verzuimt men dan weer te vermelden:

E.e.a. behoeft natuurlijk geen nadere uitleg. Nogmaals; als Duitsland als eerste land zou hebben gemobiliseerd, dan zou het volstrekt duidelijk en ook logisch zijn geweest dat daarop de Frans-Russische reactie zou zijn geweest zoals die in het Frans-Russische verdrag was geregeld. Direct ook mobiliseren en zo snel mogelijk in het offensief gaan.

Indien echter Rusland of Frankrijk als eerste zouden mobiliseren, dan gold de facto deze regel natuurlijk ook, maar dan voor de andere partij, Duitsland dus, nl. direct ook mobiliseren en zo snel mogelijk tot de aanval overgaan. Immers, ook hier golden de woorden van de Franse generaal Boisdeffre toen die de tsaar mededeelde dat:

” Men kan de vijand niet toestaan 1 miljoen man aan de grenzen te mobiliseren zonder dat zelf ook te doen op straffe van de onmogelijkheid zichzelf nog te kunnen verdedigen of het initiatief te nemen. Mobilisatie is dan ook het zelfde als een oorlogsverklaring”.

Uitgaande dus van het destijds internationaal erkende adagio dat de algemene mobilisatie van een grootmacht het zelfde was en gelijk stond aan de meest definitieve oorlogsdaad en beschouwd moest worden als het begin van de feitelijke oorlogshandelingen, dan wordt het nu dus belangrijk vast te stellen wie een dergelijke stap, het uitroepen van de Algemene Mobilisatie in de volle wetenschap van de daaraan verbonden consequenties, (en een van die consequenties was, zoals generaal Obruchev schreef: dat het onmogelijk zou zijn de oorlog op het continent gelokaliseerd te houden, een Europese oorlog dus). Wie een dergelijke stap dus als eerste zou nemen, dus als eerste de algemene mobilisatie zou uitroepen, nam daarmede militair-technisch gezien, de verantwoordelijkheid op zich voor het uitbreken van de wereldoorlog.

De vraag luidt nu; Wie riep, met de volle wetenschap van de consequenties, als eerste, de Algemene Mobilisatie uit?

Ik zeg hier expliciet Grootmacht en Algemene Mobilisatie want voor landen van de tweede rang, geen grootmacht zijnde, golden andere criteria en het uitroepen van de beperkte mobilisatie, dus een mobilisatie die slechts een deel van de strijdkrachten betrof en niet bedoeld was en militair-technisch gezien ook niet bedoeld kon zijn om een algemene oorlog te ontketenen, viel ook niet onder het hiervoor genoemde begrip van ‘mobilisatie is gelijk aan oorlog’.

Vergelijken we dan nu de mobilisatietijden der grootmachten:

Rusland: Algemene mobilisatie; 30 juli 1914 te 1800 uur (reeds toe besloten op 25 juli en in het geheim begonnen)

Oostenrijk-Hongarije: Algemene mobilisatie: de volgende dag, 31 juli 1914 te 1230 uur

Frankrijk: Algemene mobilisatie: 1 Augustus 1914 te 1530 uur

Duitsland: Algemene mobilisatie: 1 Augustus 1914 te 1700 uur

We zien dus dat de Russische algemene mobilisatie die van Oostenrijk-Hongarije met ruim 1 dag en die van Duitsland zelfs met 2 dagen vooraf ging en daarmede was Rusland het eerste land dat de algemene mobilisatie uitriep, nog vóór Oostenrijk en nog vóór Duitsland. Duitsland mobiliseerde twee dagen na de Russische algemene mobilisatie na eerst nog een ultimatum van 12 uur te hebben gesteld en óók nog na de Franse mobilisatie.

Zelfs de Fransen schrokken voor de wat zij beschouwden als een, onverstandige Russische daad waarover ze zich dan ook uitermate bezorgd toonden. Steeds immers had de gedachte gegolden dat het uitermate belangrijk zou zijn te zorgen niet als eerste te mobiliseren en zo het odium van de schuld aan de oorlog op zich te laden.

Die bezorgdheid bleek dan ook uit het eerder door mij voorgelezen telegram nr. 210 dat de Russische ambassadeur in Parijs op 30 juli 1914 , de dag dus dat in Rusland de algemene mobilisatie bekend werd gemaakt, naar zijn minister van Buitenlandse Zaken Sazonov stuurde luidende;

„De Franse minister van Oorlog deelde onze militaire attaché mede dat we zouden kunnen verklaren dat we, om de vrede te dienen,bereid zijn onze mobilisatievoorbereidingen te vertragen”. Dit zou ons natuurlijk niet behoeven te weerhouden om de mobilisatie gewoon voort te zetten of zelfs te versnellen zolang we dit maar niet in de volledige openbaarheid doen en we ons onthouden van grote (zichtbare) troepenverplaatsingen”

En generaal Dobrorolski schreef over de Russische mobilisatie in zijn memoires;

De oorlog was allang een voldongen feit en de vloed van telegrammen tussen de regeringen van Rusland en Duitsland was nog slechts een historische schijnbeweging

Het vervolg kennen we. Op het laatste moment probeerden keizer Wilhelm II en tsaar Nicolas het tij nog te keren

Op 28 juli stuurde Wilhelm II een telegram aan de tsaar waarin hij mededeelde dat hij zijn uiterste best zou doen om z’n invloed op Oostenrijk-Hongarije aan te wenden om tot rechtstreekse besprekingen te komen en dat hij hoopte dat de tsaar hem daarbij wilde helpen.(de eerder genoemde „halfslachtige vredespoging”)

Op 29 juli antwoordde de tsaar. verheugd te zijn over deze mededeling en verzocht de keizer alles te doen om Oostenrijk-Hongarije van een aanval op Servië te weerhouden. Hij deelde mede dat de druk van de militairen op hem zeer groot was en dat hij vreesde spoedig aan die druk te zullen moeten toegeven en dan maatregelen zou moeten nemen die tot oorlog zouden leiden.

Wilhelm antwoordde omgaand en deelde mede dat hij wel wilde bemiddelen maar dat dit alleen zin zou hebben als Rusland zijn militaire voorbereidingen zou staken.

Het was dit telegram dat de tsaar deed besluiten om zijn toestemming tot de Algemene mobilisatie te herroepen omdat hij donders goed wist dat Wilhelm gelijk had en algemene mobilisatie definitief oorlog zou betekenen.. Wilhelm leek hiermede dus succes te hebben. Als het hier bij gebleven was, had de ramp mogelijk nog kunnen worden voorkomen, maar Sazonov, de minister van Buitenlandse Zaken, wist de tsaar te overtuigen dat de Algemene mobilisatie niet langer kon worden uitgesteld en uiteindelijk gaf deze toch weer - en dit keer definitief, het bevel daartoe. De Algemene mobilisatie zou de volgende dag ,30 juli 1914. officieel worden.

Zodra nu in Duitsland bekend werd dat Rusland de Algemene mobilisatie had uitgeroepen en dus dé facto de oorlog verklaarde aan Duitsland en Oostenrijk-Hongarije stuurde het de Russen toch nog eerst een ultimatum met een looptijd van 12 uur waarin het nogmaals eiste dat de Russen hun mobilisatie zouden stopzetten omdat ze anders genoodzaakt zou zijn zelf ook te mobiliseren en dat dan een oorlog niet meer te voorkomen zou zijn. Tegelijkertijd werd in Duitsland de toestand van „dreigend oorlogsgevaar”uitgeroepen en toen de Russen het ultimatum onbeantwoord lieten en men ook nog vernam dat Frankrijk intussen, op 1 augustus te 1530 uur, eveneens de algemene mobilisatie had uitgeroepen, werd anderhalf uur daarna ook in Duitsland overgegaan tot de Algemene mobilisatie. Toen…en niet eerder!

Duitsland bevond zich op de „binnenlijnen”, een situatie die overeen komt met die van Israel in de vijfdaagse oorlog. Ook dat land werd omringd door vijanden die zich openlijk gereed maakten het aan te vallen en ook Israel besloot toen zelf de eerste beslissende klap uit te voeren en zoals de Russische generaal Obruchev al had vastgesteld:

de Russische algemenemobilisatie kan niet langer gezien worden als een handeling om de vrede te bewaren maar moet integendeel beschouwd worden als de meest duidelijke oorlogsdaad. De Russische Mobilisatie was het begin van de feitelijke oorlogshandelingen

Ik zei het reeds,het was niet alleen de militaire situatie die Duitsland nu tot actie noopte. Ook de politieke situatie was voor de Duitsers een zaak van leven of dood geworden. Het voortbestaan van Duitsland als grootmacht stond nu op het spel. De Russische algemene mobilisatie, maakte echter dat nu voorrang moest worden gegeven aan de militaire oplossing van het ontstane probleem en daarmede was de teerling geworpen.

Ik kom dan nu aan het tweede punt; de schuldvraag. Ik kan daar kort over zijn.

Ik sta hier niet te beweren dat Duitsland volstrekt onschuldig is geweest aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Alle deelnemende landen hadden min of meer schuld. Dat gold ook voor Duitsland al was het maar vanwege haar vaak zeer onhandige buitenlandse politiek, de arrogante houding en vaak agressieve redevoeringen van de keizer en enkele politici, de vaak anti Britse publicaties in de Duitse pers enz.enz. Maar we spreken dan toch nadrukkelijk van medeschuldig en zeer zeker en beslist niet van alleen schuldig en de recent nog weer eens geuite bewering dat Duitsland evident de hoofdschuldige van het conflict is geweest komt dan ook absoluut niet met de feiten overeen.

Geachte toehoorders.

U heeft van mij een aantal stellingen gehoord die u misschien nog niet zo vaak in de geschiedenisliteratuur bent tegen gekomen en zeker niet in de Angelsaksische literatuur.

Toch heb ik u een aantal gebeurtenissen en feiten genoemd die, wil men zo objectief mogelijk de geschiedenis beoordelen, niet zonder vermelding mogen blijven. Helaas is dat naar mijn mening in het verleden en recente verleden te vaak geschied en derhalve wil ik hier eindigen met nogmaals een pleidooi te houden voor hernieuwd wetenschappelijk onderzoek naar de oorzaken en de schuld van de Eerste Wereldoorlog zodat ook voornoemde feiten en gebeurtenissen de volle aandacht krijgen en er een vollediger beeld kan ontstaan van wat er destijds werkelijk heeft plaatsgevonden Ik zelf heb gepoogd een aanzet hiertoe te geven. Het is aan U om te beoordelen of ik daarin geslaagd ben.

Ik dank u voor uw gewaardeerde aandacht.

overzicht: