Oorlogsgraven in Nederland

Boekbespreking door Eric R.J. Wils

Bij de uitgeverij Penn te Leeuwarden (www.uitgeverijpenn.nl) verscheen eind 2009 het boek Gesneuvelden in Steen van Doeke J. Oostra (ISBN-13: 978-90-77948-36-1).

De ondertitel Oorlogsgraven in Nederland en het grensgebied verraadt meer over de inhoud van het boek en zoals de tekst op de achterflap aangeeft bevat het boek een vrijwel compleet overzicht van alle militaire begraafplaatsen in Nederland, het noorden van België en het noordwesten van Duitsland. Het grensgebied met België en Duitsland is meegenomen omdat het vanuit Nederland veelal binnen een dagreis te bezoeken valt. In Nederland bevinden zich tienduizenden oorlogsgraven voornamelijk van slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog, maar ook van een aantal uit de Eerste Wereldoorlog. Een getal van mogelijk 1600 doden uit dit eerste grote mondiale conflict wordt genoemd, niet alleen militairen maar ook burgers.

Oostra heeft de graven van de wereldoorlogsslachtoffers dan wellicht niet allemaal opgespoord, maar veel zullen er niet overgeslagen zijn. Ze zijn samengevoegd in een omvangrijk naslagwerk van ruim 700 pagina’s. Geen boek om van A tot Z te lezen en de auteur begint zijn inleiding dan ook met de zin: ‘Je kunt je afvragen wat een mens ertoe beweegt om een boek te schrijven - of te lezen - over oorlogsgraven’. Blijkens de inleiding is Oostra er acht jaar mee bezig geweest, louter uit interesse in het onderwerp. Fascinatie is wellicht een beter woord om een dergelijk monnikenwerk te produceren. Bij het verzamelen van de achtergrondinformatie over de oorlogsgraven ging geleidelijk het verhaal van hen die vielen overheersen boven de beschrijving van de graven zelf. De bekende Britse militair-historicus Richard Holmes schreef een voorwoord en noemt Gesneuvelden in Steen een standaardwerk over oorlogsgraven in Nederland.

In een boek over oorlogsgraven dient als vanzelfsprekend ingegaan te worden op de inrichting van de militaire begraafplaatsen door de diverse landen en op de nationale organisaties voor het verzorgen van de oorlogsgraven zoals de Oorlogsgravenstichting, de Commonwealth War Graves Commission en de Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge. Terecht wordt er op gewezen dat in het Verdrag van Versailles uit 1919 nergens is bepaald dat er geen witte grafstenen mochten staan op Duitse militaire begraafplaatsen. Een nog altijd voortlevende hardnekkige mythe. De Duitsers kozen veelal voor harde vulkanische stenen zoals basalt en graniet die van nature donker zijn, maar veel minder onderhoud vereisen dan de witte stenen van Portland cement. Oostra legt ook uit dat het woord ‘zerk’ voor een staande grafsteen onjuist is en gebruikt dan ook het klassieke woord ‘stèle’.

In 1940 en in 1944-1945 werd er op Nederlands grondgebied daadwerkelijk gevochten en bovendien lag Nederland op de vliegroute van de geallieerde luchtmacht naar Duitsland. Op tal van civiele begraafplaatsen in Nederland liggen dan ook luchtmachtmilitairen. Maar behalve Nederlanders en Britten zijn er ook Amerikanen, Belgen, Duitsers, Fransen, Polen, Russen en militairen uit nog veel meer andere landen die in de Nederlandse bodem hun laatste rustplaats hebben. Soldaten van tenminste vijftig nationaliteiten zijn in Nederland gesneuveld en liggen hier begraven. De schatting bedraagt rond de 64 duizend, waarvan bijna de helft op de grote Duitse militaire begraafplaats Ysselsteyn in de Limburgse Peel.

Hoewel Gesneuvelden in Steen voornamelijk over de gesneuvelden uit de Tweede Wereldoorlog gaat, is het op deze plaats toch van belang te wijzen op de gedeelten in het boek over de oorlogsgraven uit de Eerste Wereldoorlog. Als zodanig vormt Gesneuvelden in Steen een aanvulling op het in 2008 door de Nederlandse Western Front Association uitgegeven boek Tastbare Herinneringen 1914-1918, dat slechts een beperkte verspreiding had. Verder is in de afgelopen jaren veel gepubliceerd in historische boeken en tijdschriften, als mede op internet, over die gebeurtenissen waarbij de dodelijke slachtoffers in de periode 1914-1918 in Nederland vielen.

Het voert te ver om alle oorlogsgraven uit de Eerste Wereldoorlog die Oostra behandelt te bespreken, maar hierbij toch een aantal voorbeelden. Zo liggen op civiele begraafplaatsen in Den Haag, Noordwijk (ZH) en ‘s-Gravenzande 173 zeelieden en mariniers van de Royal Navy. De meesten zijn onbekend gebleven. Ze stierven door de torpedering van drie Britse kruisers op 22 september 1914. Oostra beperkt zich echter niet tot de begraafplaatsen met meerdere Britten, maar speurde ook het graf op van tweede luitenant McMicking van het Cambridgeshire Regiment. Hij ligt op een begraafplaats in ‘s-Hertogenbosch en overleed op de wapenstilstandsdag van 11 november 1918.

Maar niet alleen de Britse gesneuvelden worden besproken. De Belgische soldaten die tijdens hun internering in Nederland overleden zijn bijgezet op een Ereveld van de Algemene Begraafplaats te Harderwijk, waar zich 225 graven bevinden. Dit in tegenstelling tot Dokkum. Daar ligt de Belgische soldaat Bosmans alleen, al is zijn vrouw later naast hem begraven.

In Nederland zijn ook nog 160 Franse doden uit de Eerste Wereldoorlog begraven. De meesten waren burgervluchtelingen die herdacht worden op monumenten. Het meerendeel van de gesneuvelde Duitse doden zijn later overgebracht naar de Duitse begraafplaats te Ysselsteyn die ingericht werd voor de gevallenen uit de Tweede Wereldoorlog. Maar de monumenten voor de omgekomen Duitse krijgsgevangenen te Rotterdam, voor de slachtoffers van het ongeluk met de munitietrein te Hamont in november 1918 en voor de omgekomen zeelieden van de in januari 1917 getroffen Duitse torpedoboot V69 te IJmuiden passeren eveneens de revue.

Zo geeft Gesneuvelden in Steen tussen de vele pagina’s over de gesneuvelden uit de Tweede Wereldoorlog toch ook een beeld van de zijdelingse betrokkenheid van Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog, het conflict waarvan zo vaak wordt gesteld dat het ons land voorbij ging.

overzicht: