De ‘onneembare’ Duitse stelling. De strijd aan de Hindenburglinie in 1917 en 1918

Door Eric Wils

Begin 1917 trok het Duitse leger zich terug op deze onneembare geachte stelling van drie achter elkaar gelegen loopgraven voorzien van prikkeldraadversperringen en mitrailleur-posten. Vanaf april 1917 probeerde het Britse leger hier doorheen te breken. In november 1917 leek dat met de inzet van tanks te lukken, maar het Duitse leger sloeg terug. Ook in 1918 was het gebied tussen Arras, Cambrai en Saint-Quentin weer het toneel van zware strijd.

De gevechten in dit gebied zullen er uiteindelijk toe leidden dat eind september 1918 de onneembaar geachte Hindenburglinie werd doorbroken. Een van de locaties waar de oorlog in geallieerd voordeel werd beslist. Zes weken na de doorbraak was de oorlog afgelopen.

Korte beschrijving van de strijd aan de Hindenburglinie

De Hindenburglinie

Na de bloedige gevechten aan de Somme in 1916, waarbij niet alleen de Britten en Fransen maar ook de Duitsers gevoelige verliezen leden, besloot de Duitse legerleiding onder leiding van veldmaarschalk Paul von Hindenburg en generaal Erich Ludendorff het Duitse front te bekorten door zich ongeveer 30 km terug te trekken op een versterkte positie. Sinds september 1916 hadden de Duitsers aan die verdediging gewerkt en in februari/maart 1917 begon de terugtocht. Het prijsgegeven gebied, waar vooral de Britten zo hevig om gevochten hadden in 1916, werd verwoest volgens de tactiek van de ‘verschroeide aarde’.

De nieuwe verdedigingspositie, door de geallieerden de Hindenburglinie genoemd, bestond feitelijk uit meerdere linies met verschillende Duitse namen. Het gedeelte tussen Arras via Cambrai naar Saint Quentin werd de Siegfried Stellung gedoopt. Het was een formidabele linie bestaande uit betonnen bunkers, mitrailleurposten en drie loopgraven voorzien van gordels van prikkeldraad. De breedte bedroeg zo’n 6-8 km. Daarbij was door de Duitsers een doctrine van de verdediging in de diepte ontwikkeld, bestaande uit het opvangen van een aanval in de eerste twee linies gevolgd door een tegenaanval door troepen die achter de tweede linie gepositioneerd werden.

Na de Duitse terugtrekking op de Hindenburglinie in de winter van 1917 is het gebied tussen Arras, Cambrai en Saint Quentin het toneel geweest van hevige strijd tot in oktober 1918. De volgende fases kunnen daarbij onderscheiden worden:

  1. Het voorjaarsoffensief in april/mei 1917 van de Britten ten zuidoosten van Arras met zware strijd rond Bullecourt door Australische troepen.
  2. De tankslag bij Cambrai van november 1917 vanaf Havrincourt aan het Canal du Nord tot voorbij Masnières aan het Canal de Saint Quentin.
  3. De gevechten tijdens het eerste Duitse voorjaarsoffensief in maart 1918, waarbij al het door de Britten in 1916 en 1917 veroverde gebied weer verloren ging.
  4. De gevechten tijdens de geallieerde opmars in september/oktober 1918 met de verovering van Bourlon Wood bij Cambrai en de doorbraak van de Hindenburglinie bij Riqueval.

De strijd in 1917

De Britten deden een eerste poging om de Hindenburglinie te doorbreken in april 1917 tijdens het gezamenlijke geallieerde voorjaarsoffensief. De Britse opperbevelhebber veldmaarschalk Douglas Haig was daarbij, onder druk van de Britse premier David Lloyd George, gebonden de Fransen te ondersteunen. De Fransen lanceerden hun beruchte offensief aan de Chemin des Dames en de Britten vielen ten oosten van Arras aan. De Britten hadden bij hun start op 9 april 1917 aanvankelijk groot succes, maar hun aanval liep geleidelijk dood. Na een gevechtspauze werd de Britse aanval op Frans verzoek eind april weer vervolgd.

Op 11 april begon de eerste Australische aanval op het dorp Bullecourt gelegen in de Hindenburglinie, die met grote verliezen werd afgeslagen. Op 3 mei startte Australische en Britse divisies een tweede aanval op het dorp dat na een harde strijd uiteindelijk na twee weken werd veroverd. Er was een kleine deuk in de Hindenburglinie geforceerd. Bij de slagen bij Bullecourt zouden aan Britse kant meer dan 14 duizend slachtoffers vallen waarvan bij de Australiërs 300 officieren en 7000 andere rangen. Bullecourt werd door de Australiërs beschouwd als het zoveelste voorbeeld van een falende Britse legerleiding. Het dorp is een Australisch herdenkingspunt geworden.

Het Franse offensief bij de Chemin des Dames verliep desastreus en werd medio mei gestopt. Op 15 mei werd de Franse opperbevelhebber generaal Robert Nivelle vervangen. Wegens het mislukken van het Franse offensief blies Douglas Haig het Britse aandeel vervolgens af, om volledig zijn aandacht op Ieper te richten met als uiteindelijk resultaat de slag om Passendale.

Ondanks de bloedige verliezen als gevolg van de derde slag rond Ieper openden de Britten op 20 november 1917 al weer een nieuw offensief en wel gericht tegen de Hindenburglinie richting Cambrai. Douglas Haig wou het jaar toch nog met een succes afsluiten.

Tijdens deze slag werden 476 (over het precieze aantal zijn de bronnen verdeeld) tanks over een breedte van tien km front ingezet door het Britse Derde Leger onder leiding van generaal Julian Byng. De strijd is daarom de geschiedenis ingegaan als de tankslag bij Cambrai, hoewel de tank alleen als een breekijzer fungeerde.


Zo zouden de
Duitsers de tanks hebben
zien aankomen volgens
een tekening van een
Duitse kunstenaar.

De tanks waren aan de voorkant voorzien van bundels rijshout om een brug over de loopgraven te maken en van haken om prikkeldraadversperringen weg te trekken. Er was nagedacht over de juiste tactiek en de troepen hadden daarop getraind; de tanks gingen voorop en de infanterie volgde. Dit leidde tot een doorbraak van de Hindenburglinie van ongeveer acht km. Van de ingezette tanks ging ongeveer tweederde verloren in de gevechten, maar de aanval was een groot succes.Het succes van de Britse aanval kon echter niet bestendigd worden. Er was weer een uitstulping in het vijandelijke front gecreëerd die moeilijk te verdedigen was en gemakkelijk afgeknepen kon worden. Zoals zo dikwijls aan het Westelijk Front moest door een Duitse tegenaanval van het Tweede Leger onder leiding van generaal Georg von der Marwitz - zonder tanks, maar met een verbeterde infanterietactiek door de nieuw gevormde stormtroepen - het veroverde gebied weer volledig prijsgegeven worden op 30 november 1917.De Britse verliezen van de slag bij Cambrai bedroegen uiteindelijk rond de 50 duizend man. De Duitse verliezen lagen in dezelfde orde van grootte en vele dodelijke slachtoffers werden bijgezet op de Duitse begraafplaats Cambrai.

De strijd in 1918

Tijdens de Duitse offensieven in de periode van maart tot juli 1918 werden de geallieerden snel teruggedreven richting Amiens en de Hindenburglinie tussen Cambrai en Saint-Quentin kwam meer dan 50 km achter het front te liggen. Maar vanaf augustus 1918 werden de Duitsers op hun beurt geleidelijk weer teruggedrongen naar hun uitgangspositie van 21 maart 1918, de dag dat de Kaiserschlacht losbarstte. Begin september konden ze zich weer achter de Hindenburglinie verschuilen voor wat later het geallieerde eindoffensief werd genoemd.
Tussen Cambrai en Saint-Quentin liep het Canal de Saint-Quentin tussen de loopgraven-gordels van de Hindenburglinie door en maakte als zodanig onderdeel uit van de stelling. Tussen de dorpen Bellicourt en Bellenglise loopt het kanaal bij Riqueval door een 5670 m lange tunnel. Hier vond op zondag 29 september 1918 eindelijk de doorbraak van de onneembaar geachte Hindenburglinie plaats door de inzet van Amerikaanse, Australische en Britse troepen behorend tot het Britse Vierde Leger onder leiding van generaal Henry Rawlinson. De Britse militair-historicus Hew Strachan noemde het oversteken van het kanaal zelfs het grootste wapenfeit van de oorlog. In de dagen daarna werd het gat in de Hindenburglinie uitgebouwd en op 3 oktober was ook de laatste loopgravengordel veroverd.
Wat in 1917 na verbitterde strijd niet lukte werd in september 1918 eigenlijk relatief gemakkelijk verwezenlijkt door de geallieerden. Zes weken na de doorbraak van de Hindenburglinie was de oorlog afgelopen. Daarom is de Hindenburglinie een historische plaats die meer bezoek zou rechtvaardigen.

 

Foto hiernaast: Een van de bekendste foto’s uit de Eerste Wereldoorlog. De Britse brigadegeneraal Campbell spreekt op 2 oktober 1918 zijn manschappen toe vanaf de brug van Riqueval. Enkele dagen daarvoor lukte het de Britse 46e North Midland divisie de Hindenbruglinie te doorbreken en het Canal de Saint-Quentin over te steken. De soldaten zijn als poppetjes, sommigen nog voorzien van zwemvesten, tegen de steile walkant gedrukt. De brug is gerepareerd maar ziet er vandaag de dag nog altijd hetzelfde uit. Tijdens de studiereis zal er een bezoek aan gebracht worden.

 

In september - oktober 1918 werd opnieuw zwaar gevochten rond Cambrai tijdens de geallieerde opmars en uiteindelijk zou de stad pas op 9 oktober 1918 door Canadese troepen veroverd worden. Vooral de gevechten om de hoogte van Bourlon Wood waren fel. Cambrai was in oktober 1918 vrijwel verwoest en geplunderd door de wegtrekkende Duitsers. Meer dan 5400 huizen waren uitgebrand en 900 compleet vernietigd.

overzicht: