Mythos Krupp in het Ruhr Museum te Essen

door Eric R.J. Wils

In 1811 stichtte Friedrich Krupp met enkele anderen in Essen een kleine werkplaats voor het gieten van staal. Het was zijn zoon Alfried, later Alfred genaamd, die als 14-jarige in 1826 zijn al vroeg overleden vader opvolgde en het bedrijf enorm uitbreidde. Rond 1875 was Alfred Krupp de grootste industriële ondernemer in Europa met zo’n 12.000 arbeiders. Krupp maakte staal van een hoge kwaliteit en gebruikte de voor die tijd nieuwste machinerie zoals een door stoom aangedreven gigantische slaghamer, de ‘Dampfhammer Fritz’. Maar de expansie van de onderneming kwam in eerste instantie door de ontwikkeling van de spoorwegen vanaf de jaren 1850. Duitsland kreeg een omvangrijk spoorwegnet waarover in augustus 1914 de soldaten naar het front zouden worden getransporteerd. Krupp kon krukassen en naadloze stalen wielen voor locomotieven en treinen maken en verkreeg daardoor belangrijke orders. Drie van deze metalen ringen vormden sinds 1875 het logo van het bedrijf.

De tweede belangrijke uitbreiding kwam toen Pruisen in 1859 een opdracht plaatste voor het vervaardigen van kanonnen. Krupp werd de hofleverancier van de Duitse bewapening en na de stichting van het Duitse keizerrijk ontstond er tevens een warme band met het Huis Hohenzollern. Als geen ander bedrijf in Europa vertegenwoordigde Krupp de economische en militaire opmars van het nieuwe Duitse Rijk. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog stonden er rond de 75.000 mensen op de loonlijst. En toen die oorlog was afgelopen niet minder dan 168.000.

Een door Krupp vervaardigd veldkanon uit 1874.

In 1887 stierf Alfred Krupp op 75-jarige leeftijd en zijn zoon Friedrich Alfred nam het roer over tot 1902. De mannelijke lijn was daarmee uitgestorven en dochter Bertha werd in 1906 gekoppeld aan de diplomaat Gustav von Bohlen und Halbach. Met een keizerlijke goedkeuring mocht hij daar de naam Krupp aan toevoegen en de dynastie ging verder onder de naam Krupp von Bohlen und Halbach. Gustav werd ‘Kruppscher’ dan een echte Krupp. In 1912 vierde het bedrijf, met een jaar smokkelen, zijn honderdste verjaardag. Keizer Wilhelm II en de top van het leger en marine waren prominent aanwezig op de viering. Wilhelm II was een welkome gast en twee maanden voor zijn aftreden bezocht hij in september 1918 voor de laatste keer Krupp en hield er een ‘Durchhalterede’.


De kop boven een bericht over het bezoek van keizer Wilhelm II aan Krupp.

Bij het uitbreken van de oorlog in 1914 viel weliswaar de buitenlandse markt weg, maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door de vraag naar kanonnen en steeds meer kanonnen. Krupp werd zo de wapensmid van het Duitse leger. Na de Duitse nederlaag moest het bedrijf sterk inkrimpen en terugkeren naar een civiele productie. Maar na het aan de macht komen van Adolf Hitler kon weer met het maken van wapens worden begonnen. Tot 1945 zou de wapensmid Krupp synoniem blijven met de Duitse militaire macht. In de Tweede Wereldoorlog werkten er zelfs 220.000 mensen, waarvan rond de 75.000 dwangarbeiders in erbarmelijke omstandigheden. Gustav Krupp von Bohlen und Halbach leefde nog, hij overleed in 1950, maar zijn zoon Alfried moest voor deze inktzwarte periode boeten. In het Krupp-proces in Nürnberg werd hij in 1948 tot twaalf jaar cel veroordeeld, maar in 1951 al weer vrijgelaten. Na de Tweede Wereldoorlog was het echter definitief gedaan met de wapenproductie.

In 2011 bestond Krupp dus 200 jaar en dat was voor het nieuwe Ruhr Museum te Essen als bijna vanzelfsprekend aanleiding om daar een wisseltentoonstelling aan te wijden (zie: www.ruhrmuseum.de). Want Krupp heeft Essen gemaakt met zijn fabrieken, werkplaatsen en schoorstenen maar ook met de huizen waar de ‘Kruppianer’ als een grote familie in woonden en de winkels waar ze tegen gunstige prijzen hun waren konden kopen. De werk- en woonstad Essen in het Roergebied, het industriële hart van Duitsland.

Spandoek voor de tentoonstelling Mythos Krupp met het hoofd van Afred Krupp (1812-1887).

Van 31 maart tot 4 november 2012 loopt de expositie ‘200 Jahre Krupp. Ein Mythos wird besichtigt’. Daarin wordt zowel aandacht besteed aan de familie Krupp als aan de ontwikkeling van het concern Krupp. De mythe begint al op de, in het oranjerode licht van gloeiend staal badende, trap naar de expositieruimte met de projectie van de overbekende woorden: ‘Gusstahl’, ‘Kanonenkönig’, ‘Dicke Bertha’ en ‘Hart wie Kruppstahl’. 

Het weergeven van een familiegeschiedenis in een tentoonstelling kan relatief eenvoudig met informatiepanelen, persoonlijke voorwerpen, documenten, foto’s en schilderijen. De stamboom van de familie Krupp is overigens terug te voeren op ene Arndt Kruipe die in 1587 de Nederlanden verliet om religieuze redenen. De laatste Krupp, de kleinzoon van Gustav, droeg dezelfde voornaam maar noemde zich weer alleen Von Bohlen und Halbach. Hij stierf in 1986 op 48-jarige leeftijd. Daarvoor was de leiding van het familiebedrijf al in handen van managers gekomen en werd in 1999 gefuseerd met de vroegere concurrent Thyssen.

Het tonen van de geschiedenis van het enorme bedrijf Krupp in een tentoonstelling is een stuk lastiger. Foto’s en schilderijen van fabrieken met de omvang van een stad kunnen dat toch niet goed verbeelden. De hitte van het vuur van het vloeibare staal, de herrie van de slaghamers met daarbij de stank en het vuil ontbreken. Er wordt wel een aantal van de producten van Krupp getoond zoals een stalen wiel van een locomotief, uiteraard een kanon en een rij granaten. Daaronder de enorme 42 cm granaten van de Dicke Bertha’s, de mortieren die in 1914 een einde maakten aan het militaire concept dat soldaten veilig waren in een stenen fort.


 Duitse propaganda-ansichtkaart uit 1914 voor het ‘Dicke Bertha’-mortier.

De 456 pagina’s tellende catalogus van de tentoonstelling, met vele afbeeldingen, werd samengesteld door Heinrich Theodor Grütter en uitgegeven door Klartext Verlag (http://www.klartext-verlag.de/) uit Essen (prijs € 24,80; ISBN: 978-3-8375-0545-0). In 18 hoofdstukken worden de verschillende aspecten van de ‘Mythos Krupp’ belicht en de tentoongestelde stukken besproken.

overzicht: