De mythe van 1918, de werkelijkheid over de laatste honderd dagen van de Eerste Wereldoorlog

Door J.H.J. Andriessen

224 pagina’s, geïllustreerd

€ 22,95

Uitgeverij Aspekt b.v., Soesterberg (tel: 0346-353895)

ISBN 90-5911-118-4

 

Voorkant boekSinds het boek De andere waarheid van Hans Andriessen is gepubliceerd, wordt hij gezien als een van de toonaangevende kenners van de Eerste Wereldoorlog. In De andere waarheid gaf hij een andere kijk op de geschiedenis van het ontstaan van de Eerste Wereldoorlog, dan die ons zo vaak voor ogen is gehouden. De schuld of onschuld van bepaalde staten ten aanzien van het uitbreken van de Eerste wereldoorlog lag heel wat anders dan vaak wordt beweerd.

Met zijn  boek De mythe van 1918 doet hij dit ook ten aanzien van het einde van de Eerste Wereldoorlog. Opnieuw blijkt dat sinds het einde van de Eerste Wereldoorlog te vaak, te veel, voetstoots is aangenomen en steeds weer opnieuw is overgenomen. Dit lijkt nu meer op het zogenaamde ‘gelijk van de overwinnaar’ dan dat het met de werkelijke overwegingen, die in die tijd speelden, van doen had.

De invloed van de onbeperkte duikbootoorlog, de deelname van de Verenigde Staten, de uitputting van het Duitse leger en de dolkstootlegende blijken heel wat genuanceerder beschouwd te moeten worden, dan tot nu toe vaak wordt voorgesteld. Zo blijkt het Duitse leger in 1918 dan wel uitgeput te zijn, maar dat gold in niet mindere mate ook voor de geallieerden. Loyd George, de Britse prime minister, schreef jaren na de oorlog in zijn memoires dat het Duitse leger op het slagveld was verslagen, in oktober 1918 was hij zelf nog bevreesd voor een strijd die tot in 1919 zou gaan duren. Hij vond dat dit ten koste van alles moest worden voorkomen. Niemand was er destijds van overtuigd dat het Duitse leger ook daadwerkelijk verslagen was en er werd alom gevreesd, tot in 1919 aan toe, dat het Duitse leger de strijd zou hervatten. Bij die vrees was het niet een kwestie of Duitsland de oorlog kon winnen, maar of de volkeren en de soldaten van de geallieerden een hervatting van de slachtpartijen nog wel zouden accepteren.

Opnieuw blijkt Hans Andriessen in staat te zijn om een geheel ander licht te werpen op een oorlog die negentig jaren geleden begon. De auteur zelf maakt vergelijkingen met overwegingen omtrent de Vietnamoorlog. Wellicht dat ook andere oorlogen een nadere beschouwing verdienen. (GA) (veteranen insttituut.nl)

1. Nederlandse Bibliotheek Dienst (NBD) 15-04-2004

In dit boek geeft Hans Andriessen, o.a. ook auteur van ‘De Eerste Wereldoorlog in foto’s’ een nieuwe interpretatie over de eindfase van de Eerste Wereldoorlog. In duidelijke taal, verrijkt met een twintigtal illustraties en veel bronnenmateriaal, laat de auteur zien dat het huidige beeld van de Eerste Wereldoorlog grotendeels gebaseerd is op Angelsaksische geschiedschrijving. Volgens Andriessen valt hierop wel het een en ander aan te merken. Zo komen o.m de dolkstootlegende en de mythe van de laatste 100 dagen aan bod. Ook de voor Duitsland te strenge eisen van het verdrag van Versailles en de daaruit voortvloeiende voedingsbodem voor een nieuwe wereldoorlog worden op een heldere manier uiteengezet. De auteur laat o.a zien dat er ten tijde van de wapennstilstand in 1918 plannen waren voor minder strenge eisen aan de ‘verliezer’ Duitsland. Indien deze geinitieerd waren had de wereldgeschiedenis er wellicht anders uitgezien. Een pretttig leesbaar boek dat een nieuwe kijk geeft op een nog steeds belangrijke periode in de geschiedenis.

2. Recensie uit „Checkpoint” nummer 4, mei 2004

Sinds het boek „De Andere Waarheid” van Hans Andriessen is gepubliceerd, wordt hij gezien als een van de toonaangevende kenners van de Eerste Wereldoorlog. In „De Andere Waarheid” gaf hij een andere kijk op de geschiedenis van het ontstaan van de Eerste Wereldoorlog, dan ons zo vaak voor ogen is gehouden. De schuld of onschuld van bepaalde staten ten aanzien van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog lag heel wat anders dan vaak wordt beweerd.

Met zijn laatste boek „De mythe van 1918” doet hij dit ook ten aanzien van het einde van de Eerste Wereldoorlog.

Opnieuw blijkt dat sinds het einde van die oorlog, te vaak, te veel, voetstoots is aangenomen en steeds weer opnieuw is herhaald. Dit lijkt nu meer op het zogenaamde „gelijk van de overwinnaar” dan dat het met de werkelijke overwegingen, die in die tijd speelden, van doen had.

De invloed van de onbeperkte duikbootoorlog, de deelname van de verenigde Staten, de uitputting van het Duitse leger en de dolkstootlegende blijken heel wat genuanceerder beschouwd te moeten worden, dan tot nu toe vaak wordt voorgesteld.

Zo blijkt het Duitse leger in 1918 dan wel uitgeput te zijn, maar dat gold in niet mindere mate ook voor de geallieerden. Lloyd George, de Britse prime minister, schreef jaren na de oorlog in zijn memoires dat het Duitse leger op het slagveld was verslagen, in oktober 1918 was hij zelf nog bevreesd voor een strijd die tot in 1919 zou gaan duren. Hij vond dat dit ten koste van alles moest worden voorkomen. Niemand was er destijds van overtuigd dat het Duitse leger ook daadwerkelijk verslagen was en alom werd gevreesd, tot in 1919 aan toe, dat het Duitse leger de strijd zou hervatten. Bij die vrees was het niet een kwestie of Duitsland de oorlog nog kon winnen, maar of de volkeren en soldaten van de geallieerden een hervatting van de slachtpartijen nog wel zouden accepteren.

Opnieuw blijkt Hans Andriessen in staat te zijn om een geheel ander licht te werpen op een oorlog die negentig jaar geleden begon. De auteur maakte vergelijkingen met overwegingen omtrent de Vietnamoorlog. Wellicht dat ook andere oorlogen een nadere beschouwing verdienen.

overzicht: