De Mythe van 1918

In zijn boek ‘De Mythe van 1918; de werkelijkheid over de laatste honderd dagen van de Eerste Wereldoorlog’ geeft de auteur een vlijmscherpe analyse van de Duitse eindstrijd in 1918, de wapenstilstandsonderhandelingen en het daaropvolgende fatale vredesverdrag. Vandaag de dag kijken we met een zekere vanzelfsprekendheid terug op deze periode als de eindfase en afsluiting van de Eerste Wereldoorlog. De auteur laat echter zien dat de situatie in 1918 veel gecompliceerder lag dan wel wordt aangenomen. Hij toont aan dat er in feite geen sprake is geweest van een glorieuze geallieerde overwinning en zet kanttekeningen bij de hopeloosheid van de Duitse situatie. Daarmede werpt hij een ander licht op de Dolkstootlegende. De mythe van 1918 is een opzienbarend boek dat evenals de „Andere Waarheid’ een andere visie toont op de gescheidschrijving van de Eerste Wereldoorlog.

DE MYTHE VAN 1918

DE WERKELIJKHEID OVER DE LAATSTE HONDERD DAGEN VAN DE EERSTE WERELDOORLOG

Door: J.H.J. Andriessen, auteur van o.a:

  • De Andere Waarheid’
  • Verdun 1914-1918;Verdwijnende getuigen, (Foto’s S.Dagniaux)
  • IJzeren Doodskisten; het onderzeebootwapen in de Eerste Wereldoorlog. (co-auteur)
  • De oorlogbrieven van Unteroffizier Carl Heller
  • De Eerste Wereldoorlog (140.000 exemplaren,vertaald in 8 talen)
  • De mythe van 1918 (isbn 90-5911-118-4, uitgeverrij Aspekt Soesterberg

Deel 1

‘No single fact has been the cause of the war, but in the last resort the deeper responsibility for the war is born by the whole European system, its combination of alliances, a complicated web of intrigue and espionage which inevitably caught the whole family of peoples in its meshes. The explanation of the present war is not so simple and its roots sink deeper into the dark soil of history’ (President Woodrow Wilson in een rede voor het Amerikaanse Congres op 26 oktober 1916)

‘If I were a German,I think,I should never sign this treaty’

(President Woodrow Wilson tot zijn Perschef Baker, 7 mei 1919)

‘We now have a Treaty of Peace, but it will not bring permanent Peace because it is founded on the shifting sands of self-inerest’.

(Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken,Robert Lansing, 8 mei 1919)

INLEIDING

‘Het is kennelijk onvermijdelijk dat een eenmaal gevestigd populair geschiedbeeld slechts heel geleidelijk verdrongen kan worden door nieuwe wetenschappelijke inzichten’, schreef de historicus Hagemeijer onlangs in het militaire magazine Armex, een waarheid die mij bij het schrijven van dit boek voortdurend voor ogen stond. In „De andere Waarheid” heb ik getracht een aantal mythen over het ontstaan van de Eerste Wereldoorlog en de schuldvraag te ontzenuwen en een ander beeld te schetsen van de rol die de oorlogvoerende landen ieder individueel en gezamenlijk, hebben gespeeld.

In ‘De mythen van 1918, de werkelijkheid over de laatste 100 dagen van de Eerste Wereldoorlog’ zet ik deze lijn voort en probeer een ander licht te werpen op een aantal ingewortelde inzichten en stellingen over een aantal facetten van die oorlog. Ik ben me er wel van bewust dat mijn stellingen door sommige lezers controversieel genoemd zullen worden. Het zou een stap vooruit zijn als zij, die dat vinden, mijn stellingen dan ook inhoudelijk zouden becommentariëren. Alleen op die wijze kan er een zinnige discussie ontstaan, een discussie die broodnodig is teneinde de werkelijke gang van zaken vóór, tijdens en direct na de Eerste Wereldoorlog zo goed mogelijk te kunnen benaderen.

Het was de Britse historicus Timothey Carton die in een interview met het NRC handelsblad (juni 1997) schreef dat de betekenis van feiten een zaak is van dispuut en interpretatie, dat juist die interpretatie continue verandert en dat objectiviteit in de geschiedschrijving in feite een onbereikbaar ideaal is. ‘De waarheid is vaak subjectief’ zo stelde Carton. en dat is dan ook een van de oorzaken dat historici het soms niet met elkaar eens kunnen worden en over bepaalde onderwerpen de degens blijven kruisen.

Het was in de vijftiger jaren dat tijdens een internationale bijeen­komst van historici te Verdun, een gezamenlijke verkla­ring werd uitgegeven waarin gesteld werd dat het ont­staan van de Eerste Wereldoorlog niet de schuld was van slechts één land of één bevolking, maar het gevolg van een complex van oorzaken en reacties.

Een opzienbarende verklaring, welke toentertijd echter maar weinig aandacht kreeg. De inte­resse in de Eerste Wereldoorlog en alles wat daar mee te maken had, was zo kort na de Tweede Wereldoorlog, met de schanddaden van het misdadige nazi-regime nog vers in het geheugen, natuurlijk ook nog niet zo groot.

Inmiddels echter staat de oorlog van 14-18 weer midden in de belangstelling, ja de aandacht overtreft momenteel zelfs die voor de Tweede Wereld­oorlog.

Men zou derhalve verwachten dat men zou kunnen putten uit een scala van historische studies die de nieuwe meningen en standpunten beschrijven en verkla­ren. Niets is echter minder waar. In grote lijnen wordt bijvoorbeeld de rol die de aan de oorlog deelnemende landen vóór 1914 speelden, nog steeds op welhaast de zelfde wijze ge­schetst als direct na 1918 het geval was.

Het feit dat toegegeven werd dat Duitsland niet de enige schuldige aan de oorlog is geweest heeft nauwe­lijks of geen consequenties gehad voor de beschrijving van haar rol en die van de geallieerde landen in die dagen en dat mag toch wel verbazing­wekkend genoemd worden.

Als Duitsland dan niet schul­dig was of niet alleen schuldig, wie was- of waren dat dan wel? En wat moeten we dan aan met arti­kel 231 van het Ver­drag van Versailles waarin Duitsland toen toch klip en klaar de volledige verant­woorde­lijkheid voor het ontstaan van de oorlog werd aangezegd en waarop de op haar toegepaste straf­maat­rege­len waren geba­seerd. Indirect was het „Verdrag van Versailles” en speci­aal artikel 231, toch mede verantwoor­delijk voor het ontstaan van het Duitse natio­naal-socialisme en het nazi-regime?En waarom drongen de Duitsers zelf niet opnieuw op rehabilita­tie aan? De „Verklaring van Verdun” was toch een unieke kans om zich van een zeer belastend stuk verleden te ontdoen?

Als Duitsland niet alléén schuldig was, was het dan niet noodzakelijk de verklaringen van de geal­lieerden over hun rol in dat drama nog eens kritisch te bestuderen, nu vanuit de gedachte dat die rol dan kennelijk niet zo onschuldig, of in elk geval anders is geweest dan steeds is beweerd? Kortom, de „verklaring van Verdun” had feitelijk een enorme opschudding teweeg moeten brengen maar verrassend genoeg deed het dat niet.

Opvallend is ook dat welhaast alle hedendaagse historici vlot erken­nen dat men Duitsland niet meer als de alleen schuldige ziet maar het is nog veel opvallender dat de interesse om dan de juiste gang van zaken te onderzoeken, minimaal blijkt te zijn.Natuurlijk, in de twinti­ger jaren waren er historici van naam, die reeds toen op z’n minst hun grote twijfel over de geldig­heid van artikel 231 uitspra­ken.De Amerikanen liepen daarbij voorop en bekende Amerikaanse historici als #Sydney Fay, #Bar­nes, #Owen e.a. publiceerden indrukwekkend feitenmateriaal waarin ze het „Verdrag” veroor­deelden. Ook van Duitse zijde werd uiteraard een vloed van feiten aangedra­gen. De Weimar regering stelde zelfs een Parle­mentaire Enquêtecommissie in die op­dracht kreeg de schuld­vraag te analyse­ren. Tenslotte waren daar dan ook nog publica­ties van andere internationale schrijvers en historici die elk hun steentje bijdroegen aan de revi­sionisti­sche gedach­te.Hun stem echter werd niet gehoord,aan hun argumenten werd geen aandacht besteed, de tijd was er niet rijp voor en de pogingen om tot revisie van het „Verdrag” te komen werkten, niet onbegrijpelijk, alleen maar averechts.

Pas in de zestiger jaren kwam er weer wat meer belangstel­ling voor het onderwerp en door de publicatie van „Griff nach der Weltmacht” van #Fritz Fischer, die de schuld en verantwoordelijkheid voor de Eerste Wereldoorlog weer voornamelijk bij Duitsland legde, ontstond er een enorme discussie tussen vóór en tegen­standers die echter niet leidde tot een eenduidig en duidelijk stand­punt. #Fischers publicatie maakte veel indruk en wellicht dienen we hier dan ook de oorzaak te zoeken van het geweldige historische manco dat thans -naar mijn bescheiden mening, nog steeds voor ons ligt, namelijk het feit dat de waarheid over de schuldvraag nog steeds niet boven tafel is gekomen. En ook dat is weer uiterst merkwaardig omdat er niet alleen grote kritiek mogelijk is op Fischers stand­punten, maar vooral omdat er een genoeg nieuwe bronnen be­schikbaar zijn gekomen die aan duidelijkheid niets te wensen overlaten.

Men zou denken dat de hedendaagse historicus welhaast tot herinterpretatie gedwongen wordt wil hij althans de consequen­ties trekken uit de „verklaring van Verdun” en uit het nu toch wel algemeen erkende feit dat de stelling dat Duitsland de enige schuldige is geweest, niet houdbaar is gebleken.

Niets is echter minder waar.. Vandaag de dag, ruim 85 jaar na dato, blijkt dat de meningsvorming over dit onderwerp, met name ook op internationaal niveau, nog steeds tot hevige, zelfs emotionele discussies leidt en¼ wat nog opvallender is, die meningsvorming wordt nog steeds in zeer veel gevallen sterk beïnvloed door de mythevorming welke in de afgelopen 85 jaar heeft plaatsgevonden.

De geschiedschrijving over het einde van de oorlog, de vraag of Duitsland in november 1918 op het slagveld verslagen werd, de dolkstootlegende en de gehele gang van zaken rondom het vredesverdrag verdient, zeker gezien in het licht van de laatste inzichten, hernieuwde aandacht en belangstelling.

In de bijna 85 jaar die verlopen zijn sinds het einde van de Eerste Wereldoorlog hebben deze onderwerpen nog niets van hun emotionele lading verloren. Elke poging om deze gebeurtenissen nog eens van een andere kant te bezien en na te gaan of hier mogelijk sprake zou kunnen zijn van mythevorming, wekt al bij voorbaat argwaan en/of weerstand op en is vaak aanleiding tot heftige en vooral emotionele reacties en dat is natuurlijk ook wel logisch. De misdaden van de Duitsers tijdens hun bezetting van België in de Eerste Wereldoorlog en de nog vreselijker misdaden van het naziregime tijdens de tweede wereldoorlog heeft ieder weldenkend mens met afschuw vervuld. Er is dan ook maar weinig ruimte overgebleven voor een objectieve en historisch verantwoorde beschouwing. Duitsland was, in de ogen van de generatie die de oorlog heeft meegemaakt, de verpersoonlijking van het kwaad en niet voor niets herdenken wij nog jaarlijks met dankbaarheid de bevrijding van dat misdadige regime. En ook vandag de dag nog moeten we er toch niet aan denken wat ons lot zou zijn geweest als Duitsland in de Eerste Wereldoorlog als overwinnaar te voorschijn was gekomen! Dat feit maakt het voor velen welhaast onmogelijk om de periode 1914-1919 objectief te beschouwen.

Toch heeft deze gedachtegang ook negatieve kanten. Het gevaar bestaat dat hierdoor het onderzoek naar ‘oorzaak en gevolg’ bemoeilijkt wordtt. Vooral waar het de Eerste Wereldoorlog betreft heeft de mythevorming reeds ongekende proporties aangenomen en het kan de serieuze onderzoeker van de periode 1918-1919 niet ontgaan dat een aantal zaken en gebeurtenissen uit die tijd, volstrekt onderbelicht zijn gebleven of onjuist werden uitgelegd.

Het was niet alleen Duitsland dat in november 1918 aan het absolute einde van haar krachten was gekomen nadat het in feite reeds in augustus van dat jaar de oorlog had verloren. Veel minder bekend- en dan vaak ook nog tegengesproken, is het feit dat ook de geallieerde strijdkrachten volstrekt uitgeput waren en niet meer in staat de oorlog nog voort te zetten of nog grote offensieven te ondernemen, voornamelijk ook door de gigantische verliezen die ook zij in de laatste 5 maanden van de strijd hadden geleden.

De kille cijfers spreken voor zich. Tussen juni en november beliepen die verliezen ruim 1,2 miljoen man en overschreden daarmede die van de Duitsers. Om nog kans te hebben de oorlog te winnen waren de geallieerden volledig afhankelijk geworden van Amerika, dat in april 1917, aan hun zijde aan de oorlog was gaan deelnemen en in november 1918 reeds ca 2 miljoen man naar Frankrijk had overgebracht.

Die troepen, zo verwachtte men, zouden echter pas in 1919 een beslissende invloed op de oorlogskansen kunnen gaan uitoefenen. Hoewel dit altijd heftig ontkend is,

stonden de geallieerden wel degelijk voor de keuze de strijd nog voort te zetten, mogelijk tot ver in 1919, (met het risico van nog meer grote verliezen in mankracht en materieel), of Duitsland gunstige vredesvoorwaarden te bieden waardoor de oorlog snel beëindigd kon worden zonder Duitsland te onderwerpen aan voor haar vernederende voorwaarden.(die het risico meebrachten dat ze die zou verwerpen)

De Amerikaanse #president Wilson had inmiddels een ‘14 punten’ programma opgesteld met als hoofdthema ‘Peace without Victory’, een vrede dus op basis van gelijkheid voor alle aan de oorlog deelnemende landen. De geallieerden waren in eerste instantie furieus tegen dit plan maar door de oorlogsomstandigheden gedwongen moesten ze in 1918, toen de oorlog voor hen verkeerd dreigde af te lopen, dit plan uiteindelijk wel accepteren. Ook Duitsland, dat bij de Amerikaanse president om bemiddeling had gevraagd bij het organiseren van wapenstilstandbesprekingen, accepteerde het ‘14 punten’ programma als basis om met de geallieerden tot een vergelijk te komen..

Het zou echter allemaal anders lopen.

Er zou wel een wapenstilstand en ook een vredesverdrag komen, maar de meeste van Wilson’s voorstellen werden uiteindelijk nimmer uitgevoerd.

Begin november brak in Duitsland de revolutie uit en moesten ook de laatste nog strijdende Duitse troepen de wapens neerleggen. Deze wetenschap bleek voor de geallieerde landen reden genoeg om aan Duitsland wapenstilstandseisen te stellen die overeenkwamen met een volledige capitulatie en om het „veertien punten” plan van de Amerikaanse president resoluut overboord te gooien.

In het daarop volgende vredesverdrag van Versailles werd Duitsland voorts eenzijdig schuldig verklaard aan het ontstaan van de oorlog en veroordeeld tot volledige herstelbetalingen. Deze ‘vredes’ eisen brachten Duitsland economisch aan de rand van de afgrond en leidde tot continuatie van de honger op grote schaal en tot grote onvrede onder het Duitse volk. Ze waren mede aanleiding tot - en oorzaak van - het ontstaan van de nazipartij en het overnemen van de macht door Adolf Hitler. Een nieuwe, vreselijke oorlog, de Tweede Wereldoorlog, was het gevolg. De kiem daarvan lag reeds verborgen in het beruchte vredesverdrag van Versailles.

In de hierna volgende studie , heb ik getracht de meest belangrijke gebeurtenissen die in de laatste fase van de oorlog en vlak daarna plaatsvonden, kritisch tegen het licht te houden en na te gaan of daarbij sprake is geweest van mythevorming.

Ook onderzocht ik de invloed van de Duitse revolutie op de ineenstorting van de Duitse weerstand aan het front, de gevolgen van de Duitse beslissing om over te gaan tot het invoeren van de onbeperkte duikbootoorlog en de invloed van de Amerikaanse deelname aan de strijd op het eind van de oorlog.

Ik spreek de hoop uit met deze studie een bijdrage te hebben geleverd aan voortdurende discussie over de Eerste Wereldoorlog waarvoor in Nederland gelukkig een toenemende belangstelling is te constateren.

 

J.H.J. Andriessen
Akersloot
November 2003

overzicht: