Memo

(Geschiedenis voor de tweede fase)²²

Twee hoofdstukken in dit katern, Zum Frühstück auf nach Paris!, en Keerpunt Versailles (10 bladzijden), gaan over de Grote Oorlog. Het geheel is voorzien van foto’s, kaartjes en andere illustraties die stuk voor stuk een bron vormen waarvan de vragen en opdrachten in het werkboek staan.

In dat werkboek komen mooie voorbeelden van vragen voor.

Bron a: (afgekort) „Kijk! Dit is een verse, dit…” „Ik ken hem niet” zegt Joseph, die langzaam dichterbij is gekomen en met moeite spreekt. „Ik herken ‘m’, antwoordt Volpatte.

„Die met die baard?” zegt Joseph. „Hij heeft geen baard.”

Volpatte bukt, brengt zijn stok onder de kin van het lijk en breekt een plak modder af waarin het hoofd gevangen zat. „Ach!” roepen we tegelijk, „het is Cocon!”

Bron b: (afgekort) Vandaag heb ik het 23ste lijk helpen uithalen uit eenen kelder aan de Meenenpoort.

Vandaag hebben we Mr. en Mejuffr. B. dood gevonden, uitgehongerd of verstikt in hunnen kelder. Vandaag schrijf ik uit X waar ik in een hospitaal verzorgd worde. Mijn arm is stuk geschoten. Ze binden mijn arm in eenen zakdoek en voeren me naar den dokter. Deze geeft mij een voorloopig verband en ik word geëvacueerd. ‘t Was uit met Yper voor mij.

 

Hierna volgen nog twee geschreven bronnen. De bedoeling van de schrijvers is om duidelijk te maken dat voor veel militairen het schrijven van brieven of het bijhouden van een dagboek de enige mogelijkheid was om een miniem stukje beschaving bij te houden. Op basis van de fragmenten (de bronnen) moeten de leerlingen een antwoord vinden op de vraag: Welk effect had de loopgravenstrijd op de ideeën over de oorlog, zowel tijdens als na de Eerste Wereldoorlog?

Het is een goed geschreven katern met voldoende informatie over de Eerste Wereldoorlog.

In het werkboek staat op bladzijde drie een voorwoord voor de leerlingen. Daarin wordt uitgelegd dat het basiskatern en het werkboek een module vormen die je in een bepaald aantal studie-uren moet hebben doorgewerkt. Voorts wordt uitgelegd dat je als leerling over bepaalde vaardigheden moet beschikken (Domein A). Bijvoorbeeld hoe je om moet gaan met historisch bronnenmateriaal of hoe je oorzaken, gevolgen en aanleidingen kunt herkennen.

Het katern beantwoordt volledig aan de eisen die de overheid aan de tweede fase stelt.

Op deze manier is geschiedenis ‘bedrijven’ aanzienlijk leuker dan ik het vroeger op school ervoer!

De tweede fase heeft inmiddels zijn diensten bewezen: zowel hbo-studenten als studenten op de universiteit halen per jaar meer studiepunten dan de studenten die voor de tweede fase hun middelbare schooldiploma behaalden. tweede fase-leerlingen leerden de zaken beter aanpakken.

overzicht: