Kritiek op de recensie in Vrij Nederland dd 1 januari 2005 door Prof.dr. Bart Tromp

Recensie door: J.H.J. Andriessen

over drie boeken :

  • „Vergeten stemmen uit de Grote Oorlog” door Max Arthur
  • „De laatste Zomer” door David Fromkin
  • „Thirteen Days” door Clive Ponting

Met stijgende verbazing las ik de recensies van de hand van Bart Tromp op een drietal boeken over de Eerste Wereldoorlog in „Vrij Nederland van 1 januari 2005”. Die verbazing wordt ingegeven doordat ik zijn meningen over de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog al enige tijd volg en steeds weer tot de conclusie moet komen dat die veelal volkomen achterhaald zijn en derhalve niet gedekt worden door de feiten. Reeds in 2001 bekritiseerde ik in „De Grote Oorlog, Kroniek 1914-1918 deel 3” Tromp m.b.t. zijn inleiding in het boek ” Karl Kautsky, Hoe de oorlog ontstond” (uitgeverij Aspekt), vanwege een aantal onjuistheden die hij in die inleiding over het ontstaan van de Eerste Wereldoorlog te berde bracht.

In mijn kritiek nodigde ik Tromp uit tot het geven van een weerwoord maar aan dat verzoek heeft hij helaas nimmer voldaan. Tot mijn spijt moet ik nu constateren dat hij in zijn recensie in Vrij Nederland wederom een aantal onjuistheden naar voren brengt waarbij hij duidelijk niet wordt gehinderd door werkelijke en feitelijke kennis.

Ook nu weer suggereert Tromp dat Karl Kautsky’s analyse van de schuldvraag de „tand des tijds” heeft weerstaan doch verzuimt te vertellen dat Kautsky zelf zijn oordeel later heeft genuanceerd en de „alleen schuld” van Duitsland heeft omgezet in „mede schuld”.

Tromp gaat dan verder met de stelling dat de historicus Ponting in zijn boek „Thirteen Days…” de plank volkomen mis slaat als hij de primaire verantwoordelijkheid voor het uitbreken van de oorlog niet bij Duitsland legt maar achtereenvolgens bij Servië, Oostenrijk-Hongarije en Rusland”. Dat is natuurlijk een aardige stelling die helaas nog door meer historici en niet historici wordt aangehangen, maar daarom is ze nog niet juist en helaas is het volstrekt onduidelijk waarop hij deze stelling eigenlijk baseert. Hij stelt voorts dat de Servische regering niets met de aanslag op de Oostenrijk-Hongaarse aartshertog Franz Ferdinand te maken heeft gehad en vergeet dan gemakshalve dat na de oorlog de Servische minister van Educatie, Javanovic, in een wijd verspreid artikel duidelijk maakte dat de Servische minister-president Pasic hem en een aantal andere kanbinetministers reeds eind mei of begin juni 1914 had medegedeeld dat hij op de hoogte was van de aanslagplannen, dat hij geprobeerd had de daders nog tegen te houden maar dat ze de grens reeds over waren gekomen. Pasic paste vervolgens de „doe niets” variant toe en wachtte rustig op de dingen die komen gingen. Hij had natuurlijk, als minister-president, de Oostenrijk-Hongaarse regering moeten waarschuwen en door dit na te laten maakte hij de Servische regering wel degelijk verantwoordelijk voor de aanslag. Het schandaal dat na de publicatie van Javanovitc ontstond wordt overigens uitvoerig door Seton Watson beschreven in zijn boek „Road to Serajevo”.

Tromp vervolgt dan met de mededeling dat Rusland helemaal niet uit was op oorlog en dan ook vertraagd en verward reageerde op de Oostenrijkse agressie tegen Servië. Als bewijs van deze stelling tovert hij dan twee bronnen uit zijn hoed die e.e.a moeten staven. Afgezien van het feit dat er natuurlijk een vloed van bronnenmateriaal te noemen is die het tegendeel bewijzen, maakt het noemen van met name één bron, die Tromp zo node zegt te missen in het boek van Fromkin, nl Keith Wilson’s „Decissions for war” , toch wel een heel merkwaardige indruk. Als we Keith Wilson’s artikel in dit boek, „chapter 4, Russia”, er eens bijnemen dan laat deze zien dat de Russische economie groeide, dat ze bezig was met een geweldig bewapeningsplan, dat ze een vloot bouwde die aan de modernste eisen beantwoordde en dat de productie van oorlogsmateriaal naar behoren verliep en er bij het uitbreken van de oorlog in het algemeen voldoende reserves waren. Wilson eindigt dan met de opmerking; „The German attempt to cow Russia into ceasing her military preparations on july 29 failed for the simple reason that Russia was no longer prepared to cave in” Dat is toch net een iets ander verhaal en, zoals gezegd, er is dan verder een vloed van bronnenmateriaal waaruit blijkt dat in juli 1914 de haviken in Rusland het hadden overgenomen van de duiven en dat de Russische mobilisatie de meest bewuste stap tot oorlog is geweest. Een stap die Duitsland geen enkele keus meer liet en haar wel tot actie dwong nadat haar ultimatum en het verlengde ultimatum aan Rusland om haar mobilisatie te stoppen, door dat land beslist van de hand was gewezen.

Tromp citeert dan, als „bewijs” van Duitsland’s schuld, o.a de volgende woorden van Moltke; „het is vreselijk tot nietsdoen te zijn veroordeeld in een oorlog die ik heb voorbereid en ben begonnen”. Hij haalt diens woorden echter volledig uit z’n context. Van Moltke heeft dat inderdaad gezegd. Hij had de militaire planning voor de oorlog inderdaad zelf voorbereid, dat was nu eenmaal de taak van de generaals van alle deelnemende landen en hij was opperbevelhebber toen de oorlog uitbrak en als zodanig was hij aan het begin daarvan dus ook aanwezig. Tromp suggereert nu dat de woorden van Moltke moeten worden uitgelegd als een bekentenis, een erkenning van schuld. Dat is natuurlijk onzin. Trouwens, Tromp doet nu net of er consensus is over de schuld van Duitsland. Die consensus is er helemaal niet. Moderne historici zijn het er eerder over eens dat die schuld helemaal niet vaststaat en welhaast geen enkele historicus kan zich meer verenigen met art. 231 van het Versaillesverdrag. Ook het boek van Ponting is daar onder andere een duidelijk voorbeeld van. Tromp ziet dat allemaal over het hoofd en is klaarblijkelijk overtuigd van Duitsland’s alleenschuld.

Tromp gaat dan over tot het bespreken van het boek van Fromking, „De Laatste Zomer”. Ook dit boek kan in zijn ogen geen genade vinden. Ook hier mist hij weer iets, Fromking zou verzuimd hebben het „fameuze” gesprek te vermelden tussen Viviani en ambassadeur Schoen. Duitsland zou in een demarche van Frankrijk de verklaring geëist hebben dat ze neutraal zou blijven en om zeker te maken dat Frankrijk dat niet zou doen werd verlangd dat Frankrijk de vestingen Toul en Verdun voor de duur van de oorlog aan Duitsland zou overleveren..

Tromp maakt hier een klassieke fout. De eis tot het overdragen van Toul en Verdun is namelijk nimmer aan Viviani overhandigd om de doodeenvoudige reden dat Viviani de belofte tot neutraliteit niet gaf. En als Tromp de documenten werkelijk bestudeerd had, dan had hij dat kunnen weten. (Schoen aan Bethmann hollweg)

Tot Tromp’s verontschuldiging mag misschien worden aangevoerd dat hij geen vakhistoricus is maar dat zou hem toch juist wat zorgvuldiger moeten maken alvorens hij zijn stellingen naar buiten brengt. Die voorzichtigheid echter neemt Tromp duidelijk niet in acht.

J.H.J. Andriessen

overzicht: