Juryrapport

Juryrapport over de bekroonde scriptie en winnaar van de scriptieprijs welke jaarlijks ter beschikking wordt gesteld door de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog, uitgesproken door Prof. dr. P. Romijn, voorzitter van de jury.

 

Geachte dames en heren,

Een afstudeerscriptie - of zij nu doctoraal scriptie of master thesis heet - is de meesterproef die beslissend is voor de toelating van studenten tot het gilde van wetenschappelijk geschoolde historici. Door de scriptie kunnen studenten laten zien wat ze geleerd hebben en universitaire opleidingen wat ze waard zijn. Voor studenten is het ook het medium waarin ze hun ambitie voor de toekomst kunnen uitdrukken, want scripties hoeven geen eindpunt te markeren. Voor wie verder wil in het vak is een scriptie ook het belangrijkste getuigschrift. Kortom, een scriptie schrijven is een serieuze zaak. Het onderzoek en het schrijfproces beheersen het leven van de meeste studenten in de slotfase van de studie.
Dit mag en moet worden gewaardeerd en daarom is het mijn taak u nu toe te spreken.

 

De meesten van u , dames en heren, weten dat de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog sinds enkele jaren een scriptieprijs uitreikt. Deze bekroont werkstukken over een thema in verband met de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog. De prijs van duizend Euro is niet alleen een beloning voor een uitnemende prestatie - al zou de prijs zonder zulke prestaties geen zin hebben en niet bestaan. De prijs heeft ook een doel dat indertijd in algemene zin zo is geformuleerd: stimuleren van de belangstelling voor - en het onderzoek naar de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog op Nederlandse universiteiten.

 

Het feit dat de prijs ook nu weer wordt  uitgereikt bewijst dat uitnemende prestaties zijn verricht. Het aantal van zeven ingezonden en beoordeelde scripties lijkt niet spectaculair, maar we mogen niet vergeten dat dit een kopgroep is. Het lijkt mij bovendien verstandig het succes eerder in termen van kwaliteit dan van kwantiteit te formuleren. Door de veranderingen in het universitaire onderwijsbestel is het niet eenvoudiger geworden om studenten (al dan niet via docenten) aan te moedigen tot individuele onderwerpkeuze. Uit de ingezonden scripties blijkt echter dat het thema leeft. Ik denk trouwens dat er nog een andere, eigenlijk niet voorziene uitwerking is. Volgens mij heeft de scriptieprijs het studiecentrum versterkt en de interne saamhorigheid vergroot. Immers, de zeer regelmatige publicatie van al dan niet bekroonde scripties, of onderdelen daarvan in De Kroniek De Grote Oorlog geeft het Centrum meer gezicht en meer gewicht. Ook daarvoor is een woord van dank op zijn plaats aan het adres van de inzenders, auteurs en hun docenten.

 

Ik spreek tot u als voorzitter van de jury, die ook dit jaar bestond uit Dr. Ismee Tames, Prof. dr. Wim Klinkert en ondergetekende. Wij hebben zoals gezegd 7 scripties ontvangen, waarvan ook één uit België. De thematiek van deze onderzoekingen is zo breed als de geschiedenis van het conflict zelf. Wel valt op dat slechts één scriptie over echte gevechtshandelingen gaat, en dat is, niet verwonderlijk, de Belgische. Zij gaat over de betrokkenheid van toenmalig Belgisch Kongo bij de oorlogshandelingen in Zuidelijk Afrika. De scriptie over de scheepvaartmaatschappij de Rotterdamsche Lloyd is in de eerste plaats een bedrijfsgeschiedenis, maar ze gaat ook over de oorlog ter zee - al bleef het verlies aan schepen voor deze rederij relatief beperkt. De internationale en volkenrechtelijke dimensie van deze oorlog ter zee en de kwestie van de vrije handelsvaart is een typisch Nederlands onderwerp in de traditie van Hugo de Groot. Dit wordt belicht in twee interessante scripties die elk hun eigen invulling kennen. De jury noemt in het bijzonder de scriptie ‘Building the Blockade: Great Britain and the neutral Netherlands in 1914’ van Samuël Kruizinga met ere. Een onderwerp dat de Nederlandse situatie eveneens weerspiegelt, is de innovatieve studie van het Nederlandse vluchtelingenbeleid, die twee historische voorbeelden uit de 20e eeuw behandelt. Het gaat om de houding jegens de Belgen vanaf 1914 en die ten aanzien van de Hongaarse vluchtelingen in 1956. Een rijke studie is ook de scriptie die aan de hand van 22 dagboeken van vooraanstaande en ‘gewone’ Nederlandse mannen en vrouwen de ontwikkelingen in de stemming in het neutrale, maar ook mentaal en materieel geraakte Nederland analyseert.

 

Dames en heren, er blijft nu nog een scriptie te noemen en dat is volgens de jury de onbetwiste winnaar van de scriptieprijs 2007. Het is het prachtige werkstuk onder de titel ‘Edith Cavell: een bittere herinnering aan de Eerste Wereldoorlog. Problemen met de representatie van een oorlogsheldin tussen 1915 en 1928.’ De auteur is Christjan Knijff. Hij is afgestudeerd als doctorandus in de mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn eerste begeleider is dr. Bernadette Kester die aan de Erasmus Universiteit is verbonden.

Velen van u zullen weten dat Edith Cavell een Britse vrouw was, die sinds 1911 in België werkte en daar leiding gaf aan opleidingsinstituut voor verpleegsters. Na de Duitse verovering van het land raakte ze betrokken bij een ontsnappingsroute voor voortvluchtige Belgische en Franse soldaten. De Duitse politie rolde het netwerk op, waarna zij met enkele medestanders ter dood werd veroordeeld en op 12 oktober 1915 geëxecuteerd. Al direct werd haar lot een cause célèbre in het Engelse, Duitse en neutrale publieke debat. De propaganda en beeldvorming liepen uit op mythevorming die nog lang na het conflict zou doorklinken. De scriptie van Christjan Knijff is een veelzijdige studie die draait om oorlogscultuur en de culturele verwerking van de Eerste Wereldoorlog. Hij toont hoe tijdens en na de oorlog in verschillende landen, zowel belligerent als neutraal, er uiteenlopende processen van culturele mobilisatie, ontmanteling van oorlogsculturen en verwerking plaatsvinden en hoe die zijn te verklaren. De auteur analyseert zijn onderwerp in een zeer divers georiënteerde cultuurhistorische studie. Hij gebruikt subdisciplines als filmgeschiedenis, gendergeschiedenis en mentaliteitsgeschiedenis. Zij past in de internationale culturele benadering, die vooral vanuit de Peronne school is gestimuleerd. De scriptie brengt deze ontwikkeling ook naar Nederland door uitvoerig in te gaan op de toedracht van het verbod dat een Britse film over het onderwerp nog jaren na het einde van de oorlog trof. Knijff laat zien dat de neutrale oorlogservaring wezenlijk anders is, en verklaart dat anders zijn goed. Het verslag is mooi opgebouwd en geschreven; het geeft een goede balans tussen een casus en algemene historische problematiek, sluit aan bij lopende internationale historische discussie en is tenslotte ook nog prachtig geïllustreerd. Kortom: deze scriptie is een publicatie meer dan waard. Het moge duidelijk zijn: de jury is verheugd en vereerd dat zij deze scriptie heeft kunnen bekronen. Ik wil nu graag overgaan tot uitreiking van de prijs.

P. Romijn, 21 september 2007

overzicht: