Jaarrede 2011

JAARREDE 2011 uitgesproken door de voorzitter van het Studiecentrum Eerste Wereldoorlog tijdens de 9e studiedag welke op 27 mei jl plaatsvond in samenwerking met de faculteit van Historische en kunstwetenschappen van de Erasmus Universiteit te Rotterdam.

 

Vandaag sta ik voor de laatste keer in mijn functie van voorzitter van de SSEW voor u (ik kom daar zo dadelijk nog op terug) en u zult het mij hoop ik niet kwalijk nemen dat ik u ten afscheid nog een stichtende gedachte wil meegeven.

In een van onze kronieken (nr 16), verscheen van de hand van drs H.Steenvoorden een uiterst interessant artikel over de geallieerde propaganda in de eerste wereldoorlog. De conclusie was dat de Britten zich etaleerden als de verdedigers van het christendom daarbij de Duitsers afschilderend als een bloeddorstige horde Hunnen en wrede barbaren. Vooral de uiterst professionele wijze waarop deze propaganda werd gevoerd is wel eens vergeleken met de nazipropaganda die onder Goebbels zo’n opgeld deed.

Het was deze vijf jaar volgehouden, vooral Britse, propaganda die een immense invloed heeft gehad op het Duitslandbeeld dat bij de geallieerde en neutrale volkeren leefde en die, ik durf te stellen, ook vandaag de dag nog niets aan kracht heeft ingeboet.

Hedendaagse historici kunnen zich hier nog steeds niet aan onttrekken en als ‘geschiedenis’ een wetenschap is, dan doen zij die wetenschap vandaag de dag nog steeds geweld aan want zij zouden beter moeten en kunnen weten.

 

Nu ben ik vandaag niet ingehuurd om over dit onderwerp een lezing te houden en dat zal ik dus ook niet doen maar zoals ik al stelde, ik kan niet nalaten daar nog even op in te gaan.

“Elke competente en goed geïnformeerde historicus, waar dan ook, die de oorzaken van deze oorlog serieus bestudeert, zou moeten erkennen dat het gestelde in artikel 227 en 231 van het verdrag van Versailles, de schuldvraag dus, onjuist, vals en volstrekt misleidend is”.

Ach, ik zie u denken, daar heb je hem weer met z’n stokpaardje.

Mis, want dit zijn niet mijn woorden maar die van Prof. Harry Elmer Barnes, editor of “Foreign Relation” en auteur van o.a “The genesis of the World War”.Hij schreef b.g woorden in 1927 en ze hebben vandaag nog net zo’n kracht als 94 jaar geleden toen er overigens ook niet naar werd geluisterd!

Barnes was echter niet de enige, in tegendeel; Het waren merkwaardigerwijs de geallieerden zelf die, toen de oorlog eenmaal was beëindigd, plots ook geheel andere geluiden lieten horen over de schuldvraag, en met verbijsterende conclusies kwamen zonder overigens daaruit dan de consequenties te trekken die men dan toch wel had mogen verwachten. Zij kwamen ook pas met hun ‘andere geluiden’ nádat Duitsland in Versailles al veroordeeld was en de herstelbetalingen waren zeker gesteld. Ik noem slechts enkele voorbeelden:

Het begon allemaal met de Britse regering zelf die tot de conclusie kwam dat het Verdrag van Versailles een gotspe was dat zich uiteindelijk tegen henzelf zou keren.

Op 22 mei 1919 ontving Lloyd George een brief van generaal Smuts, lid van het Imperial War Cabinet, waarin deze op de meest nadrukkelijke manier waarschuwde dat het Verdrag een grote vergissing zou zijn en dat, zoals hij het stelde:

“Het verdrag is onrechtvaardig en stupide. Als het niet volledig wordt herzien zullen we er spoedig spijt van krijgen Duitsland te hebben gedwongen dit verdrag op de punt van de bajonet te laten tekenen.”

De gehele Britse delegatie bij het vredescongres kwam daarop op 1 juni 1919 bijeen om revisie van de Verdragsbepalingen te bespreken Men erkende dat de door Duitsland ingebrachte protesten op vele punten juist waren, besprak de afzonderlijke voorwaarden punt voor punt en gaf de minister-president Lloyd George daarna opdracht om met de meeste nadruk aanpassing van het verdrag bij de andere geallieerden te eisen. Zij vonden revisie zo belangrijk dat de minister-president gemachtigd werd een eventuele Britse medewerking aan een invasie en bezetting van Duitsland (indien dat land zou weigeren het verdrag te tekenen) te weigeren en de zeeblokkade van Duitsland door de Britse Marine op te heffen.

Maar daar bleef het niet bij;

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Lansing, schreef op 8 mei 1919 een memorandum waarin hij vaststelde dat:

„Amerika is de oorlog ingegaan teneinde de condities die hem veroorzaakten te vernietigen. Dat is niet geschied. Ze zijn slechts vervangen door andere condities die wederom haat, jaloezie en achterdocht zullen veroorzaken.De overwinnaars in deze oorlog hebben de bedoeling hun gecombineerde wil op te leggen aan de overwonnenen en die ondergeschikt aan hen te maken. We hebben nu een vredesverdrag maar het zal geen vrede brengen omdat het gebouwd is op het losse zand van egoïsme en ‘self interest’”

De Amerikanen waren het kennelijk met hem eens want Amerika weigerde dan ook, evenals Japan, het Verdrag van Versailles te ondertekenen.

Tijdens een meeting tussen president Wilson en de 38 Amerikaanse gedelegeerden te Versailles probeerden zij president Wilson op 3 juni 1919 er van te overtuigen dat hij de verdragsbepalingen moest herroepen en zich moest houden aan zijn beloften zoals vervat in zijn 14 puntenplan.(Peace without Victors) Wilson echter weigerde dat en beweerde dat het te laat was en dat men eerder had moeten komen met de kritiek.

Het zou nog gekker worden:

De Britse premier Lloyd George, de man die de verkiezingen in ging onder het motto “hang the Kaiser”: schreef nog amper een jaar later op 23 december 1920:

“Hoe meer men de memoires en boeken welke in de verschillende landen zijn geschreven leest over wat er vóór augustus 1914 heeft plaatsgevonden, des te meer realiseert men zich dat eigenlijk niemand oorlog wilde. Het was meer iets waar we met z,n allen zijn ingegleden. Ik twijfel er nu niet meer aan dat alles met goede gesprekken op te lossen was geweest”.

Zelfs de Franse president Raymond Poincaré werd openhartig en sprak zijn eerdere beschuldigingen tegen toen hij schreef:

„Ik beweer niet dat Oostenrijk of Duitsland bewust deze oorlog hebben willen veroorzaken. Er zijn geen documenten die aantonen en ons het recht geven te beweren dat zij destijds zoiets misdadigs hebben gepland.”

en de Russische minister van Oorlog, Suchomlinoff stelde kort en duidelijk:

„Ik durf hier te stellen dat de bewering dat Duitsland de enige schuldige is geweest niet is vol te houden, zelfs niet door Poincaré. Maar als men zoiets wel beweert, dan is het natuurlijk logisch dat men die bewering volhoudt en in elk geval de indruk blijft wekken dat men er zelf heilig van overtuigd is.”

Austin Harrison, editor van de ‘English Review’ en zeker geen vriend van Duitsland, schreef desondanks toch:

“Om Duitsland op te zadelen met de algehele verantwoordelijkheid voor het ontstaan van de oorlog is, naar wat we nu weten, volslagen absurd. Om een verdrag te baseren op een absurditeit is onrechtvaardig. Het verdrag van Versailles is humanly, morally and historically onjuist nog afgezien van de monsterachtige financiële clausule.”

Helemaal duidelijk en niet mis te verstaan was de Italiaanse premier Nitti die in zijn memoires schreef:

“Tijdens de oorlog was het onze plicht om het moreel van onze volkeren hoog te houden en Duitsland zo zwart mogelijk te maken en hen de schuld van de oorlog in de schoenen te schuiven. Nu echter de oorlog is beëindigd en Duitsland is verslagen zou het absurd zijn de beschuldiging dat zij de alleenschuld en alleen verantwoordelijkheid voor de oorlog draagt, vol te houden.

Zodra het mogelijk zal zijn om de diplomatieke documenten over deze oorlog te bestuderen en we de tijd krijgen ze kalm en eerlijk te beoordelen zal men zien dat het Rusland is geweest dat de werkelijke en onderliggende reden was van het uitbreken van dit wereld conflict”.

Allemaal harde getuigenissen van autoriteiten die rechtstreeks bij de vredesbesprekingen te Versailles betrokken waren maar die zij echter helaas pas aflegden nadat ze eerder wel hadden meegewerkt aan de valse beschuldigingen tegen Duitsland en, ná dat Duitsland was veroordeeld en zich niet meer tegen de aanklachten kon verweren.

Aan al deze getuigenissen is echter geen enkele aandacht besteed en zijn naar mijn weten in geen enkele “ historische studie” terug te vinden (m.u.v. de mijne) Maar ja, de Duitse schuld is nu eenmaal een paradigma en kennelijk willen wij dat graag zo houden en veel van onze huidige historici (helaas ook Nederlandse) vinden dat kennelijk wel zo gemakkelijk.

Het wordt echt tijd dames en heren, dat de werkelijke schuld aan het ontstaan van de oorlog nu eindelijk eens echt wordt onderzocht. Als Duitsland dan niet schuldig of niet alléén schuldig zou zijn geweest, wie was of waren dat dan wel?

Binnenkort herdenken we dat het 100 jaar geleden is geweest dat die oorlog uitbrak.? Een schitterende kans voor met name Nederlandse historici om met een nieuwe valuatie van de tot nu toe gangbare “schuldvraag- theologie” te komen en de semi-wetenschappelijke onzin die er tot nu toe door velen wordt verkondigd in de juiste historische context terug te plaatsen.

 

Geachte aanwezigen, ik zal u niet meer lastig vallen met mijn visie op de schuldvraag en het onrechtmatig tot stand gekomen verdrag van Versailles. Vanaf nu zal de SSEW mijn werk onverdroot voortzetten . Ik treed nl vandaag om gezondheids redenen af als voorzitter van de SSEW maar prijs me gelukkig een kundige en enthousiaste opvolger bij u te kunnen introduceren.Het betreft hier Anton Kruft ,historicus maar daarnaast ook nog eens een ervaren bedrijfsorganisator met vele jaren buitenland ervaring.

Anton onderschrijft de SSEW doelstellingen met hart en ziel en samen met ons bestuur, dat mij deze tien jaar steeds met raad en daad op kundige wijze heeft ondersteund, zal hij, daar ben ik zeker van, de SSEW naar een nog betere toekomst leiden en haar doelstellingen met grote inzet en energie ondersteunen. Ik stel hem gaarne en met trots aan u voor.

Dames en heren, graag wil ik U hartelijk danken voor de 10 jaar trouwe interesse in onze SSEW en voor uw jarenlange donaties die ons in staat hebben gesteld te zijn wie we zijn en te doen wat we graag blijven doen, de achterstand in kennis in Nederland over de Eerste Wereldoorlog in te halen want dat is en blijft o.i hard nodig.

Ook wil ik graag mijn medebestuursleden van harte danken voor de ruim tien jaar geweldige medewerking welke ik van hen heb mogen ontvangen. Het was een vreugde met hen te mogen samenwerken. Tenslotte dank ik onze Raad van Advies voor hun steeds positieve belangstelling en gewaardeerde adviezen. Uiteraard blijf ik nauw verbonden met U allen, daar kunt u van op aan.

Ik dank u voor uw aandacht

 

overzicht: