Jaarrede 2009

JAARREDE 2009 uitgesproken door de voorzitter van de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog, de heer J.H.J.Andriessen, tijdens de jaarlijkse studie dag welke i.s.m de Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen van de Erasmus Universiteit onlangs werd georganiseerd.

Hartelijk welkom dames en heren, vrienden van de Stichting, de sprekers van vandaag en gewaardeerde gasten.

”In deze grote tijd, die ik nog gekend heb, terwijl u nog zo klein was, en die weer klein zal worden als u daartoe nog de tijd wordt gegund (….) In deze tijd waarin dingen gebeuren die men zich niet kan voorstellen en waarin moet gebeuren wat men zich niet kan voorstellen- en zou men dat wel kunnen dan zouden dingen niet gebeuren…”.

Met deze zinnen begon de Weense satiricus Karl Kraus op 19 november 1914  om 8 uur sávonds in de Mittleren Konzerthaussaal tge Wenen zijn ironische verhandeling over de “grootse tijden”waarin men op dat moment meende te leven.

De sfeer waarin Karl Kraus dit schreef zou men kunnen vergelijken met die van vandaag, “zorgelijk maar zonder het onheil precies te kunnen bevatten”.

In de zomer van 1914 waren de mogendheden in opperbeste stemming een “korte maar naar men vond noodzakelijke”oorlog begonnen. Enkele maanden later echter was die emotie al verdwenen. Men begon te beseffen verzeild te zijn geraakt in een Wereldoorlog waarin alles  met alles samenhing en waarvan de gevolgen niet te overzien waren.

Men had het zich gewoon niet kunnen voorstellen en in die onvoorstelbaarheid lag, volgens Kraus, ook de uiteindelijke oorzaak van de catastrofe. Die lag niet bij de generaals en de diplomaten maar bij een algemeen falen van de verbeeldingskracht. Het was het gebrek aan voorstellingsvermogen waarbij de mensen zich als lammeren in een situatie hadden gestort waarop ze geen enkel zicht en geen enkele greep meer hadden. Immers, als ze het zich wel hadden kunnen voorstellen was het niet gebeurd!

Gebrek aan voorstellingsvermogen dus volgens Kraus. Maar hij noemde nog een tweede belangrijk punt, de grote schuldige, zoals hij het noemde. En dat was de Pers.Hij kwam tot die conclusie door de vraag te stellen: “Hoe wordt de wereld geregeerd en in de oorlog geleid?. En zijn antwoord luidde; Diplomaten liegen tegen journalisten en geloven hun leugens vervolgens zelf wanneer ze die gedrukt zien”. Hij noemde dat het “valse geheugen”.

Nu zijn er natuurlijk meer oorzaken voor het ontstaan van een oorlog. Ik noem dan de vijf voornaamste oorzaken buiten de twee van kraus t.w.:

  • Biologische redenen;
  • Psychologische redenen;
  • Sociologische redenen;
  • Economische redenen en,
  • Politieke redenen of een combinatie daarvan.;

Maar toch; Kraus had wel een punt, twee zelfs want al de eerder genoemde redenen konden uiteindelijk alleen tot oorlog leiden omdat men zich de gruwelijkheid van het conflict niet goed kon voorstellen en omdat de Pers de problemen uitermate eenzijdig belichtte en met haar opruiende artikelen het nationalisme tot grote hoogte opzwiepte waardoor uiteindelijk de redelijkheid het moest laten afweten.

Van al deze genoemde redenen vormen de 2 punten van Karl Kraus het sluitstuk zonder welke oorlog niet zou behoeven uit te breken.

Ik geef u één voorbeeld waarbij ik ook meteen terugval op de tijd van vlak voor de Eerste wereldoorlog. Een voorbeeld waarin deze 7 elementen duidelijk zichtbaar worden en ik refereer dan aan het “Friedjungproces” van enkele jaren vóór het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.

In 1909 werden in Zagreb 53 Serven gearresteerd en voor de rechter gebracht verdacht van terreurdaden. Het was in de tijd van toenemende spanning tussen Oostenrijk Hongarije en Servië. De Oostenrijkse historicus dr.Friedjung publiceerde tijdens dit proces een voor Servië uitermate belastend artikel waarin hij aantoonde dat de Servische regering de terreur in Bosnië Herzegovina officieel steunde. Hij baseerde zich daarbij op documenten die hij van Oostenrijkse regeringsautoriteiten had ontvangen.

Het proces, dat internationaal enorme aandacht trok had echter een uiterst pijnlijke afloop toen bleek dat de documenten vervalst waren. In 1910 werd duidelijk dat bedoelde documenten vervalst waren door nb de Oostenrijkse ambassadeur in Belgrado, graaf Forgach. Grote opschudding volgde en de Oostenrijks-Hongaarse regering kon niet veel anders doen dan het proces zsm in de doofpot stoppen.

Het kwaad was echter al geschied De pers had zich geheel achter de beschuldigingen gesteld en het nationalisme in Oostenrijk tot grote hoogte opgezweept. In Servië reageerde men al even fel waarna alle zeven hiervoor genoemde elementen een rol gingen spelen en waarvan de twee punten van Kraus uiteindelijk de oorlog mogelijk zou hebben gemaakt Twee elementen dus, gebrek aan voorstellingsvermogen dat uit zo’n relatief kleine zaak een wereldoorlog had kunnen ontstaan, de pers die het conflict op groteske wijze aandikte en daarmede het nationalisme tot gigantische hoogte had opgezweept. Een oorlog werd nog op het laatste nippertje voorkomen omdat de fraude werd ontdekt voor het te laat bleek.

In feite is er wat dat betreft nog niets veranderd. Er zijn daarvan enkele treffende voorbeelden:L’histoir se repete.Het Friedjung proces van 1910, de deelname van Engeland aan de 1e Wereldoorlog waarbij het volk werd voorgehouden dat Engeland wel moest deelnemen omdat ze dit volgens het verdrag van 1839 verplicht was hetgeen een leugen was,  de oorlog in Vietnam na de Tonkin affaire in 1964 waarbij Amerika beweerde dat een van haar oorlogsschepen door de N.Vietnamezen was aangevallen (hetgeen later niet waar bleek te zijn), met als gevolg de Vietnamoorlog, de oorlog in Irak waar de beweerde vernietingswapens niet aanwezig bleken. Het thema was steeds het zelfde maar berustte op een leugen.

Ook hier waren de 2 elementen van Kraus steeds manifest aanwezig; gebrek aan voorstellingsvermogen, de pers die haar eigen rol speelde met het aanzwellende nationalisme als gevolg en dan….de oorlog.

1914- 2009:  Momenteel is er weer zoiets aan de gang bij de huidige economische - en  milieucrisis waar alles weer met alles te maken heeft. Zal de wereld ditmaal anders reageren? Ook ditmaal kunnen wij ons duidelijk geen goed beeld vormen waartoe dit alles zal leiden., het gaat ons voorstellingsvermogen weer ver te boven. Er zijn ook weer ruim voldoende biologische, psychologische, sociologische, economische en politieke redenen voorhanden.  De parameters die tot een internationale oorlog kunnen leiden zijn vandaag de dag de facto nog duidelijker dan in de dagen van Kraus maar wie herkent ze? Wie kan er zich iets bij voorstellen?  Terugdenkend aan 1914 zijn er veel vergelijkingen te maken. Ook nu staan alle, letterlijk alle signalen weer op rood, je moet wel een hele grote optimist zijn om dat niet te zien maar toch…..Wat staat de wereld te wachten, kan ons voorstelllingsvermogen er een beeld van maken? Welke rol gaan de Kraus- karakteristieken, voorstellingsvermogen, pers en nationalisme in onze toekomst weer spelen. Wordt het een fatale rol?

Dames en Heren, ik kom dan natuurlijk toch weer, via een slinkse omweg zult u zeggen, terug bij mijn stokpaardje, mijn pleidooi voor meer wetenschappelijk onderzoek naar de schuldvraag. En dan in dit geval die van de Eerste Wereldoorlog.

Als die schuldvraag niet definitief wordt vastgesteld en we maar niet verder komen dan de diverse visies van diverse historici te herhalen zonder daarbij een op eigen wetenschappelijk onderzoek gebaseerd standpunt te bepalen, dan zullen we ook nimmer in staat zijn om de parameters van mogelijke toekomstige oorlogen te herkennen en dus te voorkomen.

Nederlandse historici en wetenschappers hebben, als ik m’n eigen werk buiten beschouwing laat, de uitdaging die van de SSEW is uitgegaan tot nu toe niet aangenomen. Dat betreuren wij zeer en het is om die reden dat we overwegen om de tweejaarlijkse scriptieprijs voor studenten met de beste master of doctoraalscriptie over een onderwerp over de Eerste Wereldoorlog, in 2010 voor de laatste keer te gaan uitreiken. Vanaf dan overwegen wij de scriptieprijs te gaan vervangen door een studieopdracht waaraan een prijs verbonden is voor de beste wetenschappelijke benadering inzake de schuldvraag van de Eerste Wereldoorlog. Hopelijk komen wij dan, door er een specifieke studieopdracht van te maken, uiteindelijk via een omweg toch tot het door ons zo gepropageerde wetenschappelijk onderzoek naar de schuldvraag van de Eerste Wereldoorlog.

Dat dames en heren wilde ik bij het begin van deze studiedag toch even naar voren brengen, ik wens u een aangename en interessante leerzame studiedag toe en ik dank u voor uw aandacht.

overzicht: