De invloed van de onbeperkte duikbotenoorlog op de beslissing van Amerika om aan de oorlog te gaan deelnemen

Door: J.H.J. Andriessen

 

DUITSLANDS GROOTSTE BLUNDER?

Er is vaak gesteld dat Duitsland een grote fout maakte toen het besloot om de onbeperkte duikbootoorlog, na een betrekkelijke periode van inactiviteit, in te voeren. Men oordeelde dat Duitsland hierdoor de Verenigde Staten welhaast dwong om aan de zijde van de geallieerden aan de oorlog te gaan deelnemen en daardoor haar laatste kans om de oorlog nog met gunstig gevolg af te sluiten, verspeelde.

Er was veel te zeggen voor deze redenering maar ze werd wel ingegeven door „hindsight” en we dienen ons af te vragen of de Duitse beslissing tot invoering van de onbeperkte duikbootoorlog inderdaad zo kortzichtig was als wel is aangenomen.

Om dit te kunnen beoordelen dienen we terug te gaan naar de situatie bij de geallieerden in 1914-1916 en naar die van februari 1917 toen de Duitsers hun fatale beslissing bekend maakten.

Aan de inzet van duikboten was wel het een en ander vooraf gegaan.

Tijdens het uitbreken van de oorlog in augustus legden Duitse  oorlogsschepen een aantal mijnen voor de ingang van de belangrijkste Britse havens. In antwoord daarop legden de Britten mijnenvelden aan in „Het Kanaal’ en de Noordzee. Voorts begonnen de Britten met de uitvoering van hun reeds in 1907 opgestelde blokkadeplannen tegen Duitsland.*1.

 

DE BLOKKADE

In dit verband moet worden opgemerkt dat het woord blokkade hier eigenlijk niet op z’n plaats is. In oorlogstijd was het al eeuwen een geaccepteerd feit dat een oorlogvoerend land het recht had de havens van de vijand te blokkeren. Reeds ten tijd van de Amerikaanse burgeroorlog verklaarde president Lincoln de havens van de confederatie tot verboden gebied voor de internationale scheepvaart. Schepen die toch probeerden om deze havens aan te doen liepen kans te worden aangehouden en te worden geconfisceerd. De havens van de confederatie waren dus onderhevig aan een algehele blokkade waarbij dus alle goederen en personen de toegang tot die havens werden ontzegd. Het doel van zo’n blokkade was duidelijk; het uithongeren van de civiele bevolking zodat die tenslotte tot overgave gedwongen zou worden en kon dus worden vergeleken met het beleg van een stad, vesting of gebied, zoals dat ten tijde van de middeleeuwen ook reeds gebruikelijk was.

Een blokkade van de havens van Duitsland was in 1914 echter een technische onmogelijkheid. Duitsland grensde aan de ene kant aan Nederland me haar belangrijke havens Rotterdam en Amsterdam en aan de andere zijde aan Denemarken, aan neutrale landen dus en via de havens van deze landen kon Duitsland natuurlijk ongelimiteerd goederen en voedsel importeren. Om Duitsland dus effectief te kunnen blokkeren zou Engeland ook de havens van Nederland en Denemarken moeten afsluiten maar met deze landen was ze niet in oorlog en blokkeren van neutrale havens was volgens het internationale recht een oorlogsdaad.

Deze puur geografische omstandigheid maakte het voor de Britse vloot dan ook onmogelijk om door een blokkade Duitsland op de knieën te dwingen.

Gr.Brittannie diende zich derhalve te beperken tot een afgezwakt alternatief. De Amerikaanse burgeroorlog gaf de Britten echter het antwoord op de vraag hoe zo’n alternatief effectief kon worden toegepast. Ook de Amerikanen kregen destijds te maken met het feit dat de confederatie probeerde de blokkade te doorbreken door het invoeren van goederen via neutrale havens, havens dus waarover de Amerikaanse president geen jurisdictie had. Het Amerikaanse Hoge Gerechtshof voerde toen een nieuw begrip in; namelijk de doctrine van de „eindbestemming”.

Deze doctrine werd vanaf dat moment, we spreken 1865, deel van het toen geldende internationale recht en hield in dat oorlogvoerende landen die niet in staat waren vanwege geografische omstandigheden de havens van de vijand effectief te blokkeren, het recht kregen de internationale scheepvaart te controleren op het voeren van zogenaamde „absolute contrabande”, dwz nauwkeurig omschreven goederen die van de ene neutrale haven naar de andere neutrale haven werden vervoerd door neutrale schepen maar waarvan kon worden vastgesteld dat bedoelde goederen het vijandelijke land als eindbestemming hadden..

Deze nauwkeurig omschreven goederenlijst omvatte o.a wapens, munitie, kruit, granaten, kogels etc.

Voor een goed begrip, bij een blokkade kent men het begrip „contrabande” dus niet. Bij een blokkade worden alle goederen en personen, van welke aard dan ook (dus ook voedsel) tegengehouden.

De Britten begonnen in 1914 dus in eerste instantie op legale wijze  de internationale scheepvaart, dus ook de neutrale scheepvaart, op „absolute contrabande” te controleren, daar was dus volgens het geldende internationale recht niets mis mee. Al snel echter merkten de Britse admiraliteit dat  deze maatregel niet effectief was en begon men de lijst van absolute contrabande uit te breiden. Ze noemden dit „conditional contrabande” en deze lijst werd naar willekeur door de Britten aangevuld totdat ze praktisch alle goederen, dus ook voedsel, vermeldde. Daarmede weken ze in belangrijke mate af van het internationaal, ook door henzelf erkende, recht en werd deze manier van blokkade derhalve volstrekt illegaal.

Het was dan ook de Amerikaanse regering die als eerste tegen deze illegale Britse maatregel protesteerde. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Bryan, argumenteerde dat het tegenhouden van voedsel voor Duitsland via een neutrale haven, een onwettige daad was, neerkwam op een blokkade van een neutraal land en derhalve beschouwd moest worden als een regelrechte oorlogsdaad.

De Britse regering trok zich hier echter niets van aan en e.e.a leidde tot zeer gespannen verhoudingen tussen Amerika en Gr.Brittannie. Teneinde de pijn wat te verzachten gingen de Britten wel over tot het betalen van de in beslag genomen goederen terwijl ze de neutrale schepen daarna wel weer lieten vertrekken maar de facto schond Engeland het internationale zeerecht met beide voeten en zonder aanziens des persoons*2.

Natuurlijk lokte deze Britse opstelling ook van andere neutrale landen protesten uit. Vooral in Amerika wekte het aanhouden van Amerikaanse schepen door de Britse Marine grote beroering.

De Britten gebruikten ook nog andere argumenten  en stelden dat, als gevolg van door Duitsland gelegde mijnen, de Noordzee beschouwd moest worden als „militaire zone”. Elk schip dat deze zone naderde moest zich dan ook bij de Britse Navy melden voor visitatie en controle op contrabande.

Zoals gezegd, et Amerikaanse ministerie van buitenlandse Zaken verklaarde de Britse maatregelen illegaal en in strijd met het Internationale Recht *3, maar dit deed de Britten niet van gedachten veranderen.

Duitsland, dat door de Britse actie zwaar getroffen werd, besloot nu over te gaan tot een soort „tegenblokkade” door de inzet van haar duikbootwapen. In eerste instantie hield men zich daarbij volledig aan het internationale recht en aan de zogenoemde „Cruiser Rules”. Deze „Cruiser Rules” dateerden reeds uit het jaar 1512 toen Henry Vlll precieze instructies voor zijn marine opstelde. Die regelden het recht van oorlogsschepen om neutrale ongewapende  koopvaarders aan te houden en te onderzoeken op contrabanden. Contrabanden konden in beslag worden genomen waarna men het neutrale schip weer moest laten gaan. Bleek het aangehouden schip een vijandelijke koopvaarder te zijn, dan beschouwde men bemanning en passagiers als gevangenen en schip met lading als „prijs” die, indien daartoe gerede aanleiding bestond, vernietigd mochten worden.

Nadrukkelijk werd daarbij bepaald dat deze regels, waarbij de bemanning en passagiers geen letsel mocht worden toegebracht, uitsluitend van kracht waren voor ongewapende koopvaardijschepen die zich niet tegen aanhouding verzetten noch vijandelijke acties tegen het aanhoudende schip ondernamen.

Deden ze dat wel, dan werden hun gezagvoerders, officieren en bemanningen beschouwd als „franc tireur, met alle legale gevolgen van dien. *4.

Gedurende de daarop volgende eeuwen werden deze regels „gewoonterecht’ en door bijna alle zeervarende naties erkend en opgevolgd en bij het uitbreken van de oorlog in 1914 hield ook de Duitse marine zich hier aan.

Ook nu weer waren het echter weer de Britten die het gebruik van de  Cruiser Rules als eerste over boord zetten.

Winston Churchill, die het gevaar van het Duitse onderzeebootwapen voor Groot Brittannie met vooruitziende blik, terecht zeer zwaar inschatte, gaf opdracht Britse koopvaardijschepen te bewapenen en zich tegen aanhouding van Duitse onderzeeboten te verdedigen. Op 10 en 25 februari 1915 vaardigde hij strikt geheime orders uit waarin gezagvoerders van Britse koopvaardijschepen instructies ontvingen welke betrekking hadden op de houding van de Britse koopvaardijvloot in oorlogstijd.

 

De belangrijkste hiervan waren:*5

1: All British ships to paint out their names and port of registry and when in British waters, to fly the flag of a neutral power.

2: British naval vessels are ordered to treat the crews of captured U-boats as „felons” and not accord them the status of prisoners of war.

3: Survivors should be taken prisoner or shot, whichever is the most convenient.

4: In all actions, white flags should be fired upon with promptitude.

5: Captains are ordered to immediate engage the enemy, either with their armament, if they possess it, or by ramming if the do not. Any master who surrenders his ship will be prosecuted.

 

Met deze bevelen had een Britse koopvaardijkapitein derhalve de keuze tussen een actie als franc-tireur, dus het aanvallen van een militair object door een burger met de daaraan verbonden internationaal aanvaarde consequenties, (maximaal de doodstraf) of in eigen land te worden veroordeeld wegens lafheid in het gezicht der vijand. (eveneens maximaal de doodstraf). Voorwaar, geen plezierige positie.

Churchill gaf de volgende verklaring voor deze orders:

„The first British countermove, made on my responsibility, was to deter the Germans from surface attack. The submerged U-boat had to rely increasingly on underwater attack and thus run the greater risk of mistaking neutral for British ships and of drowning neutral crews and thus embroiling Germany with other great powers”.*6

Het is duidelijk dat Churchill zich met het uitvaardigen van deze orders niets meer gelegen liet liggen aan de Cruiser Rules en de Britse beschuldiging dat Duitsland deze regels overtrad en op barbaarse wijze onschuldige koopvaardijschepen onverwacht en zonder waarschuwing torpedeerde waarbij de bemanning op gruwelijke wijze het leven verloor, doet in dit verband toch wel wat bizar aan.

Wat was de werkelijke situatie?

Toen eind 1914 de Britse regering de Noordzee als eerste tot verboden gebied verklaarde, werd dit algemeen beschouwd als een schending van het Internationale recht. *7. Voor Duitsland betekende deze Britse maatregel een ernstige bedreiging en men begon dat al snel aan den lijve te ondervinden door een toenemende schaarste van voedsel en grondstoffen.

De situatie was uiteraard onderwerp van gesprek in de Rijksdag en bij de Admiraliteit. Toen men in februari 1915 aan boord van de aangehouden Britse Koopvaarder „Ben Chruagan” van de BEN-Line, een volledig afschrift vond van Churchill’s orders om U-boten te rammen en de „neutrale” vlag te voeren adviseerde admiraal Von Pohl, chef van de marinestaf, de Cruiser Rules eveneens op te geven en de onbeperkte U-boot oorlog te beginnen.

Zo een antwoord op de Britse maatregel werd overigens in Britse marinekringen wel verwacht. Admiraal Sir Percy Scott schreef op 16 juli 1914 in „The London Times” dat zo’n Duitse reactie volstrekt legaal zou zijn en ook de Franse Chef-Staf van de Middellandse Zeevloot verklaarde later dat de Duitsers legaal handelden toen ze hun beslissing inzake de U-boot oorlogvoering bekend maakten *8. Admiraal Tirpitz echter weigerde in eerste instantie dit advies op te volgen omdat hij niet zeker was van de wettigheid van zo’n maatregel en hij vreesde dat dit Duitsland alleen maar meer problemen zou geven met de neutrale landen. Von Pohl wees er op dat het toenemende gebruik van de neutrale vlag door de Britten zeker ook tot problemen zou leiden en hij stelde voor om bepaalde gebieden rond de Britse en Ierse kusten tot „oorlogsgebied” te  verklaren. Tirpittz ging met dit voorstel akkoord en op 5 februari 1915 werd een besluit hiertoe door de Duitse keizer ondertekend.

Om neutrale schepen de gelegenheid te geven zich op de nieuwe situatie voor te bereiden werd besloten de maatregel pas op 18 februari effectief te laten worden. De neutrale landen werden per speciaal memorandum ingelicht. In dit memorandum werd nog eens verduidelijkt dat: „even neutral ships are exposed to danger in the war zone as in the view of the misuse of neutral flags ordered on January 31st, by the British Government and of the accidents of naval war, mistakes will not always be avoided and they may struck by attacks directed at enemy ships.” *9

President Wilson wilde onmiddellijk tegen deze Duitse opstelling protesteren maar zijn minister van Buitenlandse Zaken zond hem een nota waarin gezegd werd dat: „the advisability of any protest at all, was open to question” *10, omdat de Duitse maatregel een logisch gevolg was van de illegale Britse „blokkade”. Eind februari echter besloot de president toch een fel protest naar Duitsland te doen uitgaan. Daarmede plaatste hij zich  toch wel in een zonderlinge positie. Het was Gr.Brittannie dat de internationale wetten schond en de „Cruiser Rules” eenzijdig overboord zette maar de president liet zich door zijn emoties leiden en vergat dat de verenigde Staten als neutrale natie ook de plicht hadden zich neutraal op te stellen. Daar was, in dit geval, echter geen sprake van.

In feite kwam het er op neer dat Groot Brittannie eenzijdig en illegaal, de vrije vaart op internationale wateren door neutrale schepen, verhinderde. Het is in dit verband verbazingwekkend dat Amerika zich daar niet met hand en tand tegen heeft verzet en zich slechts beperkte tot het zenden van protestnota’s die door de Britten zonder veel moeite opzij werden gelegd. De Amerikaanse houding bewees dat ze haar neutraliteitsverplichtingen reeds toen al niet al te nauw nam.

De vraag is nu, of het afkondigen van de onbeperkte duikbootoorlog inderdaad een blunder van de eerste orde was omdat daardoor Amerika in de oorlog zou zijn gekomen hetgeen de uiteindelijke ondergang van Duitsland betekende.

De meeste historici beantwoorden deze vraag met grote beslistheid bevestigend.

Het kan niet ontkend worden dat de duikbootoorlog heeft meegewerkt aan het veranderen van de sfeer in Amerika. Was de bevolking tot dan toe vrij onverschillig en in z’n algemeenheid zeker niet anti-Duits, na het torpederen van de Lusitania op 7 mei 1915, waarbij ruim 1200 passagiers verdronken waaronder een aantal Amerikaanse staatsburgers, sloeg die stemming ten nadele van Duitsland om.

Die stemming onder het Amerikaanse volk was overigens eind 1914 begin 1915 eerder anti Brits dan anti Duits, vooral nadat de Britten in het najaar van 1914 begonnen waren met het aanhouden van neutrale- dus ook Amerikaanse schepen om de eindbestemming van hun lading te controleren. Alle lading met bestemming Duitsland werd geconfisqueerd, dit tot grote woede van met name industriële en handelskringen die   daar fel tegen protesteerden.  

De Amerikaanse president zond, zoals we hebben gezien, ondanks het negatieve advies van zijn minister van Buitenlandse Zaken, een fel protest naar de Duitse regering waarin gezegd werden dat de Verenigde Staten het niet zouden accepteren als door deze maatregel Amerikaanse levens verloren zouden gaan. Duitsland antwoordde echter dat ze bereid was de maatregel in te trekken als Amerika zou stoppen met het leveren van oorlogsmateriaal aan Gr.Brittannie (dat geschiedde reeds vanaf het begin van de oorlog en in grote hoeveelheden) en niet alleen aan de geallieerden, maar ook aan Duitsland ruwe grondstoffen zou leveren. Ze vroeg dus een gelijke behandeling waarop Amerika het antwoord schuldig bleef.

 

DE LUSITANIA

Intussen werd, op 7 mei 1915, het Britse passagierschip Lusitania door een Duitse duikboot getorpedeerd. Daarbij kwamen 128 Amerikanen om het leven. Wederom protesteerde Amerika fel maar Duitsland verklaarde dat de Lusitania contrabande (oorlogsmateriaal) vervoerde naar Gr.Brittannie en alhoewel de Britten dit ontkenden is later de juistheid van de Duitse bewering wel degelijk aangetoond.*11. 

Na de torpedering van de Lusitania begonnen de Britten grote druk op Amerika uit te oefenen. Ze schreven dat Amerika zich nu niet langer van interventie kon onthouden en een keuze moest maken tussen „geciviliseerde” en „ongeciviliseerde” oorlogvoering waarbij ze de wijze waarop Duitsland oorlog voerde uiteraard als ongeciviliseerd beschouwden.*12.

De Amerikaanse president liet zich door het Lusitania drama echter niet beïnvloeden en het bleef bij een officieel protest tot grote teleurstelling van de Britten. De Amerikanen trachtten de Britten zelfs te bewegen hun koopvaardijschepen niet meer te bewapenen in ruil waarvoor de Duitsers dan geen schepen meer zonder waarschuwing zouden mogen torpederen.Duitsland ging onmiddellijk akkoord met dit voorstel dat, ware het ook door de geallieerden aanvaard, zeker een gunstige invloed zou hebben gehad op de kansen op vrede.  Gr.Brittannie echter verwierp het voorstel met kracht en wilde er niets van weten.*13.  

De bemiddelingspoging liep dan ook op niets uit.

 

DE SUSSEXCRISIS; HOE DE DUITSE POLITIEKE PARTIJEN TOT EEN OORDEEL OVER HET INVOEREN VAN DE ONBEPEREKTE DUIKBOOTOORLOG KWAMEN

De discussie over de Lusiania was nog steeds gaande toen, op 24 maart 1916, een Duitse U-boot weer een passagiersschip, de Sussex, torpedeerden. Ook nu weer kwamen daarbij Amerikaanse staatsburgers om het leven. Amerika dreigde nu de diplomatieke betrekkingen met Duitsland te verbreken als dit land niet onmiddellijk het torpederen van schepen zonder die vooraf te waarschuwen, zou beëindigen.*14.  In Duitse politieke kringen werd het Amerikaanse dreigement onderwerp van een heftige discussie. De tegenstanders van de onbeperkte duikbootoorlog o.l.v de Rijkskanselier von Bethmann Hollweg, waren bevreesd dat een negatieve reactie tot resultaat zou leiden dat Amerika zich aan de zijde van de geallieerden zou scharen en aan de oorlog zou gaan deelnemen. Het was niet zo zeer de militaire macht van de Verenigde Staten waar men bevreesd voor was maar, zo stelde Bethmann Hollweg, „ze gaan dan de gehele oorlog financieren en ook na de oorlog hebben we ze dan als tegenstander”.De Rijkskanselier kreeg in die gedachte steun van enkele belangrijke medestanders. Generaal Falkenhayn was het in eerste instantie volstrekt met hem eens en ook hij wees de admiraliteitsplannen af. Belangrijker nog was de politieke steun van Erzberger. Erzberger, leider van de democratische vleugel van de Katholieke Centrum Partij zou in 1917 aan het hoofd staan van een beweging binnen de politiek, die een „vrede door overleg” voorstond. In 1918 was hij de man die namens Duitsland het wapenstilstandsverdrag ondertekende. Deze nu, was wantrouwend geworden t.o.v de verklaringen van het Duitse Opperbevel en de Admiraliteit.

Admiraal Tirpitz had hem verzekerd dat zijn duikboten Engeland binnen zes weken op de knieën konden krijgen. Direct daarna vernam hij van admiraal Holtzendorff echter dat dit minstens zes maanden zou duren. Toen hij ook nog merkte dat Duitsland absoluut onvoldoende duikboten had om een blokkade van Engeland efficiënt te kunnen uitvoeren, was voor hem de maat vol en begon hij zich te verzetten tegen de plannen van de Admiraliteit. Als alternatief pleitte Erzberger voor een blokkade van Britse kolenhavens waardoor Frankrijk en Italië zouden worden beroofd van de aanvoer van deze noodzakelijke brandstof en daardoor de strijd zouden moeten opgeven. De Marine echter wees deze theorie als onpraktisch van de hand en bleef eisen dat Duitsland het duikbootwapen zou inzetten. *15.

Er openbaarden zich nu twee stromingen in de Duitse politiek, de Centrum Partij van Erzberger , de Links Liberalen en de Socialistische Arbeiders Partij die tegen het invoeren van de onbeperkte duikbootoorlog waren en de Conservatieven en Nationaal Liberalen die er vóór waren. De Socialistische Arbeiders Partij was niet alleen op praktische maar vooral ook op volkenrechtelijke gronden tegen de duikbootoorlog. Ze was van mening dat:

„Die rucksichtlose U-bootkrieg, also die warnunglose Torpedierung von Handelschiffen und Passagierdampfer gegnerischer und neutralen Staaten darf unter keine Umstanden zur Auswendung  gebracht werden. Die Beendigung des krieges ist auf dem Wege der Verstandigung herbeizufuhren”.*16.

Eind maart 1916 vergaderde de Rijksdag weer over de kwestie.  Bethmann Hollweg stelde nu de vraag of de voordelen van het invoeren van de onbeperkte duikbootoorlog zouden opwegen tegen het feit van Amerikaanse intrede in de oorlog aan de kant van de geallieerden. Hij gaf zelf het antwoord. Neen, zo vond hij en hij gebruikte alle argumenten die hij maar vinden kon om zijn toehoorders te overtuigen. Nog stond een meerderheid van politieke partijen achter hem maar de oppositie werd wel steeds sterker.*17.

Als reactie op de scherpe nota van Amerika inzake de torpedering van de Sussex en gesteund door de politieke meningsvorming over de duikbootoorlog in de Rijksdag,trok de Duitse regering nu het boetekleed aan. Ze beloofde geen koopvaardijschepen meer te zullen torpederen zonder vooraf te waarschuwen en boden aan schadevergoeding te betalen. Wel stelde ze een voorwaarde.Van Amerika werd gevraagd druk uit te oefenen op de geallieerden om de voedselblokkade van Duitsland op te heffen omdat die in strijd was met het volkerenrecht. Door aan de Amerikaanse eis te voldoen en de onbeperkte duikbootoorlog te beëindigen, kwam Duitsland in een negatieve positie t.o.v de geallieerden te staan en daar diende, volgens de Duitse antwoordnota, een eind aan te komen. 

De Amerikanen zagen in de Duitse belofte een diplomatieke overwinning en daarmede was de ergste koude even uit de lucht en de opwinding aldaar over deze gebeurtenis ebde dan ook langzaam maar zeker wat naar de achtergrond.

De Amerikaanse bevolking was ook nog steeds niet echt geïnteresseerd in de oorlog.

De Britse ambassadeur in Washington schreef op 17 september 1916 teleurgesteld naar Londen dat men zich daar niet te veel illusies moest maken omdat de meerderheid van de Amerikanen alleen maar geïnteresseerd was in geld en niet in oorlog. *18.

Ook de Amerikaanse president maakte van deze wetenschap gebruik.

De verkiezingen naderden en hij stelde zich herkiesbaar onder de slogan „he kept us out of war”. Dat betekende dat hij er op dat moment uiteraard niet echt geïnteresseerd in was om Amerika in de oorlog te brengen en hij deed er alles aan om zijn herverkiezing zeker te stellen en met succes, want op 7 november 1916, werd hij voor de tweede maal tot president van de Verenigde Staten gekozen.

Op 3 en 4 mei 1916 belegde Bethmann een vergadering op het Grote Hoofdkwartier om over de invoering van de onbeperkte duikbootoorlog te praten. Hierbij was Tirpitz niet uitgenodigd en Bethmann Hollweg slaagde er in de beslissing tot invoering van diens plannen voorlopig uit te stellen. Tirpitz voelde zich uiteraard gepasseerd en diende zijn ontslag in hetwelk door de keizer werd aanvaard.

Het ontslag van Tirpitz en het feit dat Bethmann Hollweg er wederom in was geslaagd om een beslissing te voorkomen, veroorzaakte echter grote opwinding en in de pers verschenen nu anti-Bethmann artikelen waarin hem werd verweten wankelmoedig te zijn en aan de leiband van Amerika te lopen.

Inmiddels was het Duitse opperbevel tot de conclusie gekomen dat een doorbraak aan het Westelijk Front vooralsnog niet mogelijk zou zijn. De strijd te Verdun en aan de Somme had dit duidelijk gemaakt en men zocht nu naar een mogelijkheid om de geallieerden op een andere manier op de knieën te dwingen

Het gevolg was dat het wapen van de „onbeperkte duikbootoorlog” weer volop in de belangstelling kwam.

Generaal Falkenhayn was nu een voorstander van invoering van de onbeperkte duikbootoorlog geworden en daarmede raakte Bethmann Hollweg natuurlijk een belangrijke medestander kwijt. Hij besefte dat het voor keizer Wilhelm nu wel erg moeilijk werd om niet toe te geven aan de niet aflatende druk van militaire zijde om zijn toestemming te geven

De Duitse admiraliteit had nieuwe berekeningen gemaakt waaruit bleek dat als men er in zou slagen minimaal 600.000 ton geallieerde scheepsruimte per maand tot zinken te brengen , die binnen 5 a 6 maanden om vrede zouden moeten vragen. Dat was ook dringend noodzakelijk want men was tot de overtuiging gekomen dat een overwinning te land voorlopig niet meer tot de mogelijkheden behoorde, zeker niet zolang de geallieerden de zeeën bleven beheersen. De Duitse reserves in mankracht en materiaal raakten uitgeput en men vreesde dat men de oorlog niet lang meer zou kunnen volhouden. Er moest dus iets gebeuren dat de „entscheidung” zou brengen en wel zo snel mogelijk.

Nog steeds verzette Bethmann Hollweg zich echter fel. Na het mislukken van de campagne bij Verdun en de intrede van Roemenië in de oorlog, drong hij  bij de keizer aan op het ontslag van Falkenhayn. Daarmede hoopte hij zich van een tegenstander te kunnen ontdoen.  Ook nu weer werd aan zijn verzoek voldaan en tot opvolgers werden von Hindenburg en Ludendorff benoemd. Bethmann Hollweg had daar op aangedrongen omdat Hindenburg hem had verzekerd vooralsnog tegen de invoering van het duikbootwapen te zijn. Als voornaamste reden voor deze verzekering gaf Hindenburg op dat ook hij vreesde dat dit Amerika in de oorlog zou brengen met als gevolg dat dan waarschijnlijk ook neutrale landen zoals Nederland en Denemarken, zich in de strijd zouden gaan mengen. Aangezien hij reeds moeite had om voldoende Duitse troepen  bijeen te krijgen voor de strijd tegen Roemenië, voelde hij er niets voor nog meer vijanden het hoofd te moeten bieden. *19.

 

NIEUWE PROBLEMEN

Al spoedig doemden er echter nieuwe moeilijkheden voor Bethmann Hollweg op. Admiraal Scheer had na de slag bij Jutland gerapporteerd dat de Duitse vloot nu wel als overwinnaar uit de strijd was gekomen maar dat dit niet betekende dat Duitsland de Britse blokkade ooit zou kunnen doorbreken. Hij adviseerde om daartoe het duikbootwapen met kracht in te zetten. Hij verklaarde voorts dat het argument van de politiek dat er te weinig duikboten zouden zijn om tot een effectieve blokkade van Engeland over te gaan, niet meer gold omdat Duitsland inmiddels over voldoende en krachtige duikboten beschikte om tot effectieve actie over te gaan.

Daarmede sloeg hij het voornaamste argument van de Rijkskanselier uit diens handen.*20. Bethmann Hollweg verzette zich echter nog steeds tegen druk die op hem werd uitgeoefend zijn. In de pers werd nu een ware hetze tegen hem gevoerd en steeds meer politieke partijen verlieten hun eerdere standpunt en lieten hem in de kou staan.

Tenslotte verklaarde Bethmann Hollweg zijn tegenstand te zullen opgeven als het opperbevel hem er van zou overtuigen dat de invoering van de onbeperkte duikbootoorlog noodzakelijk zou zijn. In stilte rekende hij daarbij op de mededeling van Hindenburg, die hem tijdens een conferentie eind augustus nog verzekerd had zijn standpunt nog niet te hebben veranderd. 

iIn de Rijksdag werd de kanselier nu fel aangevallen. Men redeneerde dat Duitsland nu voldoende duikboten had om een efficiënte blokkade uit te voeren  en ook wees men op het feit dat Amerika op geen enkele manier voldaan had aan de in de Sussex nota gestelde conditie dat ze druk moest uitoefenen op de geallieerden om de eenzijdige voedselblokkade door Gr.Brittannie op te heffen. Tenslotte wees men er op dat ook de oorlogssituatie verslechterde en dat zijn aarzelen Duitsland beroofde van het enige wapen waarmede ze de oorlog snel zou kunnen beëindigen. Het waren argumenten die, gezien de situatie aan het front, nog maar moeilijk waren tegen te spreken.

De slag voor Bethmann Hollweg kwam op 9 januari 1917. Tijdens een bespreking op het Grote Hoofdkwartier te Spa, verklaarde Hindenburg dat hij geen mogelijkheden meer zag tot een snelle doorbraak aan het front. De oorlog ging te lang duren en hij deelde de Rijkskanselier mede dat het Opperbevel tot de conclusie gekomen was dat de enige manier om nog tot een voor Duitsland gunstige vrede te komen, de inzet van het wapen van de onbeperkte duikbootoorlog zou zijn. Er restte Bethmann Hollweg nu geen andere mogelijkheid dan om zijn verzet op te geven. *21  Op 1 februari 1917 kondigde Duitsland in een nota aan dat ze de „Sussex belofte” niet meer kon honoreren en zou overgaan tot het invoeren van de onbeperkte duikbootoorlog.  Ze zou, met onmiddellijke ingang, het vervoer van grondstoffen  en ander materiaal van en naar Engeland, Frankrijk, Italië en het oostelijk deel van de Middellandse Zee met alle middelen trachten te voorkomen.*22.

De bewering dat de Duitsers de reactie van Amerika op hun beslissing hebben onderschat is dus maar ten dele juist. De Duitse Rijksdag had de mogelijkheid dat door dit besluit Amerika in de oorlog  betrokken zou raken, wel degelijk ingecalculeerd *23. 

Na lang beraad, (over het al dan niet uitroepen van de onbeperkte duikbootoorlog werd ruim twee jaar tussen de regering, politieke partijen en de militairen gediscussieerd) was men echter tot de overtuiging gekomen dat Amerika niet alleen niet neutraal meer was maar  ook zonder de duikbootproblematiek hoogst waarschijnlijk toch wel bij de oorlog betrokken zou raken, Ook schatte men in dat de USA niet in staat zou zijn, in de zes maanden die men dacht nodig te hebben om de Britten uit te schakelen, tussenbeide te komen omdat de Amerikaanse strijdkrachten daar totaal niet op berekend waren. Ze zouden, zo was men van mening,  zeker een vol jaar nodig hebben om tot enig effectief ingrijpen in staat te zijn. (achteraf bleek men daarin voor wat de landstrijdkrachten betreft, gelijk te hebben) Men ging er van uit dat de oorlog dan echter al lang zou zijn afgelopen en dat de geallieerden dan reeds om vrede gevraagd zouden hebben. Mocht dat  niet het geval zijn, dan nog was er geen direct gevaar want er zou dan in elk geval onvoldoende scheepsruimte zijn overgebleven om eventueel Amerikaanse troepen naar het vaste land te vervoeren. (hetgeen, zoals we nu achteraf weten, een misrekening bleek te zijn) 

Om Amerika echter niet al te veel voor het hoofd te stoten schreef de Duitse ambassadeur een brief waarin hij suggereerde dat een op deze wijze te bereiken vrede er een zou zijn in de geest van het „peace without victory plan” van de Amerikaanse president dat deze in januari had gepresenteerd.

Uiteindelijk was de Duitse gedachtegang niet geheel onlogisch. De Amerikaanse strijdkrachten waren op dat moment zeker nog niet indrukwekkend en de opbouw daarvan zou, zo berekende men, minstens een jaar of meer duren. Militair gezien was Amerika nog geen machtsfactor van belang al was ze dat potentieel en financieel natuurlijk wel zoals Bethmann Hollweg ook steeds had benadrukt.

Wat overigens opvalt is dat het tenslotte niet de militairen, maar de politici waren die het groene licht voor de invoering van de onbeperkte duikbootoorlog gaven. De militairen drongen daar wel steeds op aan maar het waren uiteindelijk de politieke partijen die zich vóór de invoering uitspraken en het was de Rijkskanselier die, zij het onder grote politieke druk, zichzelf had gecompromitteerd toen hij verklaarde zijn beslissing te zullen laten afhangen van het opperbevel. Ook opvallend is de rol van keizer Wilhelm ll die in deze kwestie zijn kanselier tot het laatste heeft gesteund. Tegen zware druk van zijn militaire adviseurs in, bleef hij loyaal achter het beleid van zijn kanselier staan.Zijn uiteindelijke toestemming om tot invoering van de onbeperkte duikbootoorlog over te gaan werd pas gegeven nadat de Rijkskanselier, de regering  en de politieke partijen zich daarover hadden uitgesproken en daarmede akkoord waren gegaan. Wilhelm zelf heeft zich overigens vele malen tegen de invoering van de onbeperkte duikbootoorlog uitgesproken.

Direct na de nota waarin Duitsland de invoering van de onbeperkte duikbootoorlog aankondigde werd er grote druk op de Amerikaanse president uitgeoefend om nu daadwerkelijk actie te ondernemen. Om daar aan tegemoet te komen kondigde hij op 3 februari 1917 het verbreken van de diplomatieke betrekkingen met Duitsland aan maar een definitieve oorlogsverklaring hield hij echter nog steeds tegen.

 

HET ZIMMERMANN TELEGRAM

Dat zou echter al gauw anders worden

De Britten waren er in geslaagd een geheim telegram van de Duitse Minister van Buitenlandse Zaken Zimmermann aan de Duitse ambassadeur in Mexico te onderscheppen en te decoderen. In dit telegram droeg de minister de ambassadeur op de Mexicaanse president te informeren over de aanstaande onbeperkte duikbootoorlog en de verwachting dat de geallieerden daarbij binnen 6 maanden verslagen zouden zijn. Als dit Amerika in de oorlog zou brengen, bood Duitsland, in ruil voor een bondgenootschap tegen Amerika en deelname aan de oorlog, Mexico financiële steun en later teruggave aan van de door de Amerikanen in bezit genomen gebieden in New Mexico, Texas en Arizona. Het is duidelijk dat de Britten met dit telegram een potentiële bom in handen hadden gekregen en niet zouden aarzelen die tot ontploffing te brengen.

Ze haastten zich dan ook e.e.a aan de Amerikaanse regering door te spelen en dit was de bekende druppel die de emmer deed overlopen.

Als er al sprake is geweest van een grote blunder dan was het wel dit telegram van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken aan zijn ambassadeur in Mexico en het was deze blunder die de Amerikaanse president het wapen in de hand gaf om het Amerikaanse volk achter zich te krijgen en Amerika in de oorlog te betrekken.

Op 28 februari publiceerde de Amerikaanse pers de inhoud van het telegram met als gevolg dat het Amerikaanse volk zich nu in z’n geheel vóór oorlog uitsprak. Nog wachtte president Wilson met het sturen van een oorlogsverklaring, maar nadat op 19 maart, binnen 24 uur, wederom drie schepen getorpedeerd werden waarbij 15 Amerikanen het leven verloren, eiste het volk maatregelen en  een oorlogsverklaring kon dan ook niet langer uitblijven.*24.

Op 2 april 1917 hield de president een speech voor het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden waarin hij Duitsland de oorlog verklaarde en actieve Amerikaanse deelname aan de oorlog aan de zijde van de geallieerden aankondigde. Aldus werd een nieuw hoofdstuk aan het drama van de Eerste Wereldoorlog toegevoegd.

 

HOE NEUTRAAL WAS AMERIKA?

Ogenschijnlijk heeft president Wilson zich steeds tot het uiterste verzet en alles geprobeerd om Amerika buiten de oorlog te houden. Onder dat odium ging hij ook de verkiezingen van 1916 in, „he kept us out of war” was de leuze.

De werkelijkheid was echter toch wel wat anders en achteraf is wel gebleken dat Wilson Amerika wel degelijk in de oorlog wilde brengen en wel op een moment dat het Amerikaanse volk daar rijp voor zou zijn. Hij deed er dan ook alles aan het volk op die dag voor te bereiden.

Amerika was al vanaf het begin niet neutraal geweest. Niet alleen stonden de autoriteiten toe dat geallieerde gewapende koopvaarders haar havens in en uitvoeren,  al snel leverde de Amerikaanse industrie grote hoeveelheden oorlogsmateriaal aan de geallieerden, daartoe in staat gesteld door enorme speciaal door de staat daarvoor verstrekte leningen.  De Amerikaanse economie leefde op  door de enorme wapenhandel en de export naar Europa steeg van vijf miljoen in 1914 naar maar liefst drie en een half miljard in 1917. Toen Amerika aan de oorlog ging deelnemen bedroegen de leningen aan de geallieerden reeds ruim twee miljard.*25.  Onmiddellijk na het uitbreken van de oorlog in augustus 1914 acccepteerde de Amerikaanse firma Betlehem Steel grote wapenorders van de geallieerden. Uit Frankrijk kreeg men een order voor de productie van kanonnen en granaten en gelijksoortige orders kwamen uit Gr.Brittannie. In oktober van dat zelfde jaar bracht de directeur van Betlehem Steel  een bezoek aan Kitchener en lord Fisher van de admiraliteit. Daar werd afgesproken dat de Amerikanen in het grootste geheim, twintig onderzeeboten van het type „H” tegen een prijs die twee keer zo hoog lag als de normale prijs, voor Engeland zouden bouwen met een levertijd van maximaal zes maanden per boot. Het behoeft geen betoog dat de bouw van deze onderzeeboten in flagrante strijd was met de Amerikaanse en internationale wetten en de Amerikaanse regering kon de opdracht dan ook niet goedkeuren. Bethlehem Steel ontdook dit probleem echter door het opzetten van productie faciliteiten in Canada waarbij de onderzeeboten in onderdelen in Amerika werden geproduceerd om dan in Canada tot een geheel te worden samengesteld.  In 1915 waren de schepen gereed en konden de Canadese werven verlaten.*26

Duitsland, dat geen toegang kreeg tot deze financiële en  materiele  mogelijkheden protesteerde natuurlijk heftig maar zonder enig resultaat. Het feit echter dat de Amerikanen door hun leningen en leveranties hun neutraliteit duidelijk hadden opgegeven en de geallieerden reeds op alle mogelijke manieren openlijk steunden bij de blokkade van Duitsland, was natuurlijk duidelijk  in strijd met de internationale wetgeving, en leverde voorts een van de elementen die de Duitsers deed besluiten uiteindelijk tot hun onbeperkte duikbootoorlog over te gaan. Voor hen was er, in theorie althans, al lang sprake meer van een feitelijke oorlogstoestand tussen beide landen. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Bryan, had hier ook voor gewaarschuwd. Op 23 april 1915, toen de president een scherpe nota aan Duitsland wilde verzenden waarin hij dat land verantwoordelijk stelde voor het verlies van Amerikaanse levens als gevolg van Duitse duikbootactiviteiten, stuurde hij een memorandum aan de president waarin hij o.a schreef dat het toch wel erg hypocriet was om de Duitsers te veroordelen voor hun duikbootacties, zonder tegelijkertijd ook  de onwettige acties van de geallieerden te bekritiseren. Over de Duitse duikbootoorlog schreef hij:

„Als we aan de ene kant het recht van onderzeeërs moeten aanvaarden om koopvaardijschepen aan te vallen maar zo’n aanval dan tegelijkertijd veroordelen als inhumaan en onmenselijk, waarom veroordelen we dan niet de Britse blokkade van Duitsland die voorkomt dat de burger bevolking voldoende voedsel ontvangt. Wij hebben de Britten voorgesteld om voedsel voor de burger bevolking in Duitsland toe te laten in ruil voor het niet langer onverwacht en zonder waarschuwing torpederen van koopvaardijschepen. Duitsland verklaarde zich bereid hierover te discussiëren maar de Britten weigerden daarover te praten. Het is duidelijk dat we niet neutraal zijn in onze houding tegenover Duitsland en dit zal men ook veroordelen.  We dienen niet te vergeten dat Duitsland ons tijdig gewaarschuwd heeft over haar intentie om de duikbootoorlog weer te hervatten Als Amerikaanse burgers vrijwillig het risico willen nemen om aan boord van schepen te gaan die zich in oorlogsgebied begeven, is dat m.i gelijk aan het risico dat burgers lopen die besluiten om uit vrije wil in een oorlogvoerend land te blijven wonen. Men kan zo’n land dan toch moeilijk verantwoordelijk stellen als zulke burgers schade oplopen of gewond raken.  Het Amerikaanse volk zal er moeite mee hebben als ons land om die reden in een oorlog wordt betrokken terwijl dat met enige voorzichtigheid voorkomen kan worden. Men kan het Duitsland niet kwalijk nemen als het ons verwijt dat we wapenen en munitie aan de geallieerden verkopen terwijl dat een neutraal land niet is toegestaan”.*27

Bryan waarschuwde tevens dat deze houding wel tot een crisis moest leiden en adviseerde de president de oorlogvoerenden op te roepen om tot vredesonderhandelingen te komen. Toen zijn waarschuwingen niet hielpen en de president besloot om de nota toch te verzenden, nam Bryan uit protest daartegen zijn ontslag.*28. Hij zou worden opgevolgd door zijn assistent, Robert Lansing.

 

BRACHT DE ONBEPERKTE DUIKBOOTOORLOG AMERIKA IN HET CONFLICT?

De vraag of het instellen van de onbeperkte duikbootoorlog de reden is geweest voor Amerikaanse deelname aan de oorlog kan zeker niet met een volmondig „ja” beantwoord worden. Ontegenzeggelijk heeft e.e.a natuurlijk wel aan het nemen van de uiteindelijke beslissing  meegewerkt zoals ook het Zimmermann telegram daarop, een feitelijk nog grotere en belangrijkere, invloed heeft uitgeoefend.

Maar toch moet worden aangenomen dat ook zonder de onbeperkte duikbootoorlog, Amerika uiteindelijk aan de oorlog zou zijn gaan deelnemen.  In feite had de president daartoe al geruime tijd eerder besloten. De duikbootkwestie en het Zimmermann telegram waren aanleidingen, maar zeker niet de oorzaak van zijn beslissing.

Een aantal gebeurtenissen geven tot deze stelling aanleiding:

 

Het „House-Grey Memorandum”

Reeds in januari 1916,tijdens een bezoek aan Gr.Brittannie, deelde de persoonlijke vertegenwoordiger en adviseur van de president, kolonel House,  de Britse minister van Buitenlandse Zaken,  Grey, vertrouwelijk mede dat er zeker een moment zou komen waarbij de USA aan de oorlog zou gaan deelnemen en hij vroeg Grey aan te geven wat diens wensen waren, zeggende dat Amerika zich graag zo zou opstellen dat het de geallieerden tot maximale steun zou kunnen zijn voor het winnen van de oorlog: „The USA, zo zei hij, „wanted the British Government to do what would enable the USA to do what was necessary for the Allies to win the war”.*30. en bij zijn daaropvolgend bezoek aan Parijs vertelde hij de Fransen dat , indien de geallieerden aan de verliezende hand zouden raken, de Amerikaanse president zeker tussenbeide zou komen.*31

De Fransen maakten daar uit op dat de USA dan aan de oorlog zou gaan deelnemen maar House verklaarde later dat hij dat zo niet bedoeld had. Hoe hij het dan wel had bedoeld vertelde hij er niet bij.*30.

House stelde verder voor een vredesconferentie te organiseren. Hij zou er dan zorg voor dragen dat de USA „would throw the weight of the United States on the side of the Allies”, een belofte die hij op verzoek van Grey op papier vastlegde.

Het stuk werd later bekend als het „House-Grey memorandum” .

In dit memorandum werd vastgelegd dat president Wilson  een voorstel zou doen voor het bijeenroepen van een vredesconferentie.. Als de Duitsers dat voorstel niet zouden aannemen, dan zou Amerika, „probably enter the war against Germany” en: „Colonel House expressed the opinion that , if such a Conference met, it would secure peace on terms  not unfavourable to the Allies and if it failed to secure  peace, the United States would leave the Conference as a belligerent on the side of the Allies, if Germany was unreasonable”.*32

Uit het feit dat de persoonlijke vertegenwoordiger van de Amerikaanse president zich zo opstelde mag worden afgeleid dat ook de president zelf toen reeds de gedachte om neutraal te blijven feitelijk opgegeven had. Ook het feit dat Amerika zich al lang niet meer hield aan zijn verplichtingen waaraan men als neutrale natie nu eenmaal gebonden was, toont dat voldoende aan. Maar er waren nog duidelijker bewijzen dat de Amerikaanse president in werkelijkheid het moment afwachtte waarop hij het Amerikaanse volk zover kon krijgen hem te volgen en Duitsland de oorlog te verklaren.

 

PREPAREDNESS

Er valt een duidelijke lijn waar te nemen in Wilson’s streven zijn land voor te bereiden op deelname aan de oorlog zonder zich daarover echter openlijk uit te spreken.

In januari 1916 begon hij aan een tour door het land. Hij hield in totaal elf redevoeringen over een nieuwe wet die hij wilde invoeren. Hierin deed hij, onder de noemer „Preparedness”, voorstellen om de strijdkrachten aanzienlijk te versterken. Het leger moest verdubbeld worden en er moest een reservemacht van 400.000 man worden gevormd. De Amerikaanse vloot zou minstens even sterk moeten worden als de Britse en zou  moeten worden uitgebreid met tien slagschepen, zes slagkruisers, tien kruisers, honderd onderzeeboten en een groot aantal destroyers en kleinere vaartuigen. Tenslotte diende de Amerikaanse koopvaardijvloot bewapend te worden.*33

 

Er kwam in eerste instantie veel weerstand tegen zijn voorstellen. Men begreep het niet, enerzijds toonde Wilson zich een pacifist, de man die Amerika buiten de oorlog wilde houden, de vredesidealist,  juist die man deed nu voorstellen om Amerika tot de tanden toe te bewapenen?

Wilson gaf er natuurlijk zijn redenen voor. Amerika mocht, gezien de ontwikkelingen in Europa zijn defensieve kracht niet verwaarlozen. Men kon niet in de toekomst kijken en het was zijn plicht er voor te zorgen dat Amerika gereed was voor en voorbereid op eventualiteiten. Alleen een krachtige en bewapende natie kon met gezag invloed uitoefenen tijdens het vredesproces enz.enz. Uiteindelijk  werd de wet aangenomen nadat Wilson enkele concessies had gedaan op ander gebied. *34

 

HET BEMIDDELINGSVOORSTEL VAN ROBERT LANSING VAN 18 JANUARI 1916

Enige tijd daarvoor,stond de kwestie van de onderzeebootoorlog weer volop in de belangstelling.

Robert Lansing,de opvolger van de afgetreden minister van Buitenlandse Zaken Bryan, had een formule uitgedacht waarmede hij hoopte de scherpe kanten van de controverse over de onderzeebootoorlog te kunnen wegnemen. Hij stelde voor dat de Britten hun koopvaardijschepen niet langer zouden bewapenen in ruil voor een Duitse toezegging om die schepen dan ook niet tot zinken te brengen zonder ze vooraf een waarschuwing te geven zodat de bemanning het schip zou kunnen verlaten. Koopvaardijschepen die zich wel bewapenden, zouden dan officieel beschouwd moeten worden als oorlogsschip en zouden dan ook geen toestemming meer krijgen te laden en te lossen in neutrale havens.  Passagiers die zich daarop toch inscheepten, deden dat dan op eigen risico.*35.

Lansing legde dit voorstel aan de president voor die het, vreemd genoeg, onmiddellijk goedkeurde waarna het ter kennis van de oorlogvoerenden werd gebracht. Vol hoop wachtte men de reacties af.

Die kwamen al spoedig en waren heel anders dan Lansing en de president hadden verwacht.

De Britten reageerden woedend.  Ze zagen het voorstel van Lansing als een bewijs van anti-Britse gevoelens, als een verkiezingsstunt en als een poging om het nog steeds lopende diplomatieke conflict tussen Amerika en Duitsland over de Lusitania, op te lossen nog vóór dat de verkiezingen zouden plaatsvinden. Vooral het feit dat Britse bewapende koopvaardijschepen niet meer welkom zouden zijn in neutrale (Amerikaanse) havens was hun een doorn in het oog. De Britse ambassadeur in Washington, Spring Rice, diende terstond een formeel protest in*36 en de geallieerde gemoederen waren hevig in beroering.

De Duitsers reageerden positiever. Ze antwoordden dat ze het voorstel  direct en zonder voorbehoud wilden aanvaarden.*37Zij konden van deze maatregel alleen maar beter worden.

De afwijzende Britse houding bracht de Amerikaanse president natuurlijk in een lastig parket. Daarbij kwam dat die onverwacht grote weerstand van Britse zijde, voor een deel van de Amerikaanse pers aanleiding was om Wilson aan te vallen en hem te verwijten dat hij te slap was en bezweken was voor Duitse druk en Duitse eisen.

De president zag z’n herverkiezing al in gevaar komen en tijdens een stormachtige regeringsbijeenkomst werd besloten om de voorstellen van Lansing drastisch te wijzigen. Op 15 februari 1916 werd bekend gemaakt dat bewapende Britse koopvaardijschepen niet als oorlogsschip zouden worden beschouwd als die bewapening was aangebracht voor defensieve doeleinden. Ook werd medegedeeld dat Amerikaanse burgers het recht hadden op zulke schepen mee te varen en dan onder bescherming van de Amerikaanse wet bleven staan.*37.  Al met al een opvallende ommezwaai van de tot dan toe aangehouden officiële buitenlandse politiek en een ommezwaai met vergaande consequenties..

 

DE „SUNRISE” CONFERENCE

Nu begon echter het andere deel van de Amerikaanse pers zich te roeren, vooral toen er geruchten gingen dat president Wilson van plan was het Congres toestemming te vragen Amerika eventueel in de oorlog te voeren als Duitsland  het recht van Amerikaanse staatsburgers, om op gewapende koopvaardijschepen te varen, niet zou honoreren en zulke schepen toch zou torpederen. Er ontstond hevige beroering*39. en er werden moties ingediend die Amerikanen moesten verbieden op zulke schepen mee te varen.  De democraten eisten een gesprek met de president die daarop een aantal van zijn felste tegenstanders uitnodigde voor een bijeenkomst om over deze kwestie te spreken.

De bijeenkomst vond in de zeer vroege morgen van de 25e februari plaats en kreeg later de naam „Sunrise Conference” *40Er bestaan twee versies over het verloop van deze bijeenkomst. Volgens Prof.Harry Elmer Barnes, die zich beriep op Gilson Gardner, die daar een speciale studie over maakte, zou de president daar hebben medegedeeld van plan te zijn  Amerika actief aan de oorlog te laten deelnemen.

De congresleden toonden zich geschokt en wierpen tegen dat dit onmogelijk was en dat het Amerikaanse volk dat niet zou willen.

Ze maakten duidelijk dat zij Wilson met alle middelen zouden tegenwerken als hij zijn plan zou willen doorzetten.

 Wilson reageerde furieus en riep dat als het eenmaal zo ver was dat hij zijn plannen tot uitvoering wilde brengen, hij iedereen die hem daarbij in de weg zou staan, politiek zou vernietigen. Het was een verhitte bijeenkomst die ook verhit eindigde maar Wilson wilde zijn herverkiezing niet in gevaar brengen en stond uiteindelijk, toe dat zijn campagne onder de leus „hij houdt ons buiten de oorlog” werd voortgezet.*40. De historicus Heckscher gaf een wat afwijkende beschrijving van het verloop van deze Sunrise Conferentie waarbij hij de nadruk legde op het feit dat Wilson’s had geëist om de tegen hem gerichte moties in het Congres van tafel te vegen. Die eis werd gehonoreerd en Wilson zou daardoor sterker uit de conferentie te voorschijn zijn gekomen.*42.

Hoe het ook zij, duidelijk werd wel dat de Amerikaanse president reeds vóór zijn herverkiezing  besloten had dat hij, zodra dat politiek mogelijk zou zijn en het volk hem zou steunen, Amerika aan de oorlog zou laten deelnemen.

Het was Wilson zelf die dat later ook erkende zoals blijkt uit een brief van zijn persoonlijke secretaris Tumulty. Deze refereerde daarin aan een gesprek dat hij, direct na Wilsons redevoering voor het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, met de president had en waarin hij schreef:

„I shall never forget that scene in he cabinet Room between the President and myself. It was apparent that he felt deeply wounded at the criticism that for months had been heaped upon him for his seeming unwillingness to go to war with Germany. Turning to me he said: „Tumulty, from the very beginning I saw the end of this horrible thing; but I could not move faster than the great mass of our people would permit”.*43

De stelling dat het Duitse besluit om de onbeperkte duikbootoorlog te beginnen de reden was dat Amerika aan de zijde van de geallieerden in april 1917 aan de oorlog ging deelnemen, staat dan ook zeker voor discussie open.

Dat besluit gaf de Amerikanen wel een voorwendsel maar de werkelijke reden lag dieper en was veel gecompliceerder. Tot Amerika’s deelname aan de oorlog werd in principe reeds besloten nog vóór dat de duikbootkwestie haar steentje aan die besluitvorming ging bijdragen zoals ook wel bleek uit het „House-Grey memorandum van februari 1916 en de besprekingen die al eind 1915 en in 1916 tussen de geallieerden en de persoonlijke vertegenwoordiger van president Wilson werden gevoerd.

Reeds toen werd duidelijk dat Amerika haar neutraliteit in feite al had opgegeven.

Toch moet wel worden vastgesteld dat de Duitse beslissing de Amerikaanse president een wapen in de hand heeft gegeven om zijn volk langzaam maar zeker voor te bereiden op oorlog. Als zodanig heeft het besluit tot hervatting van de duikbootoorlog achteraf gezien, toch grote consequenties gehad, consequenties die men wel had voorzien maar uiteindelijk toch te optimistisch had ingeschat.

 

WAS HET DUITSE BESLUIT TOT HET INVOEREN VAN DE ONBEPERKTE DUIKBOOTOORLOG INDERDAAD HAAR GROOTSTE MILITAIRE BLUNDER?

We dienen thans na te gaan of het correct is dat de beslissing van Duitsland om tot de onbeperkte duikbootoorlog over te gaan, vanuit militair-technisch standpunt gezien, een van haar grootste blunders is geweest, of dat men tot deze stelling is gekomen door „hindsight”.

Hadden de Duitsers inderdaad vóóraf al kunnen weten dat ze volkomen kansloos waren en dat de onbeperkte duikbootoorlog wel op een mislukking moest uitlopen?

De Amerikaanse vice admiraal Sims, die begin 1917 aan het hoofd van een marinemissie naar Engeland werd gezonden en daar besprekingen voerde met de minister-president , de regering en de Britse admiraliteit, had daar een uitgesproken mening over. Hij schreef later:

„In Amerika heeft men het idee dat de beslissing om over te gaan tot de onbeperkte duikbootoorlog door Duitsland,  een wanhoopsdaad is geweest, in het succes waarvan ze zelf eigenlijk niet geloofden. Men is van mening dat de Duitsers het feit dat ze door deze beslissing Amerika met al z’n macht en industriële hulpbronnen tegen zich in het harnas hebben gejaagd, totaal onderschat hebben en dat ze zich wel tweemaal bedacht zouden hebben als ze zich dat wel gerealiseerd zouden hebben”. „Die gedachte”, aldus de admiraal, „berust op een grote misvatting. Duitsland was er integendeel van overtuigd dat ze geen enkel risico liep. Het uiteindelijke resultaat van hun campagne leek zeker. Ze wisten hoeveel scheepsruimte de geallieerde en neutrale landen tot hun beschikking hadden, ze kenden de capaciteit van hun onderzeeboten en konden dus met wiskundige nauwkeurigheid berekenen hoe lang de oorlog nog zou duren. De militairen begrepen dat hun actie er mogelijk toe zou leiden dat Amerika in de oorlog zou komen. Dat idee vonden ze niet aantrekkelijk omdat ze daarbij reeds dachten aan de situatie ná de oorlog. Ze hadden liever gehad dat ze dan in vriendschap met Amerika zouden kunnen leven. Maar ze waren niet bevreesd voor de Amerikaanse militaire macht, niet omdat ze die macht onderschatten, maar omdat ze er van overtuigd waren dat het Amerika nooit zou lukken op tijd voldoende troepen in Europa aan het front te krijgen. De onderzeeboot campagne, zo dachten ze, zou de oorlog binnen enkele maanden beëindigen en in die korte tijd zou Amerika absoluut geen strijdmacht van betekenis op het vaste land van Europa kunnen organiseren.  Vanuit puur militair standpunt gezien, betekende de intrede van honderd miljoen Amerikanen in de oorlog op dat moment net zo weinig voor Duitsland als een oorlogsverklaring door de planeet Mars”.*44

De Britse minister president Lloyd George was het hierin volstrekt met hem eens, een feit dat overigens maar weinig bekend is.

Hij schreef: „We are all too apt, on looking back upon Germany’s submarine campaign, to regard it as one of her most fatuous blunders. It is true that it turned out to be the fatal error which precipitated her ultimate defeat. But is was a miscalculation  only by a margin which might have been on the other side. There were weeks when the German leaders had truthful reports which gave them confident assurances of success, while giving Britain and her Allies cause for an anxiety which at one stage reached the depths of alarm. There were times when some of our most cautious leaders thought we might be beaten and that we would do well to make peace whilst our ships were afloat. The failure of the Marne, Ypres and Verdun  had convinced the German headquarters that they could not break  through the Allied front in the West. The High Command and the Admirals of Germany therefore considered separately and together the problem of breaking  and if possible of reversing the blockade. Whilst German resources  were being gradually restricted and German reserves exhausted the riches and resources of the world were open to the Allies. A blow must therefore be stuck at their communications by sea. That was the conclusion to which the German leaders came”.*45

Lloyd George beschreef dan verder de bouw van grote zwaar bewapende onderzeeboten met grote actieradius die veel verder konden varen en veel langer onder water konden blijven en constateerde dan dat:

„The German leaders reckoned that the depredations of the new type submarine would be so successful that even if America came into the war, by the time she had raised, trained and equipped an army, there would be no shipping available to carry her troops to Europe” .*46. en hij eindigde dan met de opmerking: „ik ben er dan ook niet zo van overtuigd dat ze er met die gedachte erg ver naast zaten”. *47 

Hij voegde daar tenslotte nog aan toe dat Gr.Brittannie uitermate gealarmeerd was door de ontwikkelingen.

Daar was dan ook alle reden toe.

De geallieerden hadden geen enkel antwoord op het nieuwe Duitse wapen en met name de Britse admiraliteit zat dan ook met de handen in het haar.

Ze trachtte de problemen op te lossen door het laten uitvoeren van patrouilles  in de wateren rondom Engeland en in de Middellandse Zee. Meer dan 3000 destroyers, patrouilleboten, trawlers en motorboten maakten jacht op de Duitse onderzeeërs maar  succes bleef uit. Tussen januari 1916 en februari 1917 slaagden die er in slechts zeven onderzeeboten tot zinken te brengen.  De Duitse duikbootdreiging was zo groot dat de trotse Britse vloot zich, na de slag bij Jutland, niet meer in het zuidelijke deel van de Noordzee durfde te wagen vanwege het risico van torpedering.*48

Nadat Duitsland was overgegaan tot de onbeperkte duikbootoorlog werden de geallieerde verliezen ter zee dramatisch. In de eerste week van februari 1917 torpedeerden de Duitsers in Het Kanaal en in de westelijke toevoerkanalen 35 Britse en geallieerde schepen. 

In de maanden februari en maart waren dat er al 232 met een totale tonnage van 663.000 ton en in april slaagden de Duitsers er in om in totaal 826.000 ton scheepsruimte tot zinken te brengen en dat ging maand na maand zo door.*49

Van elke 100 koopvaardijschepen die de Britse havens verlieten kwamen er 25 niet meer terug.

Ook in 1916 waren de geallieerde verliezen echter reeds  schrikbarend geweest. Eind van dat jaar hadden de Duitsers al 738 Britse koopvaardijschepen de grond in geboord met een totale tonnage van ruim 2,300.000 ton, een getal dat gelijk was aan ongeveer 20% van de gehele Britse koopvaardijvloot bij het uitbreken van de oorlog.

Op 9 november 1916 waarschuwde de voorzitter van de Britse „Board of Trade” het Britse kabinet dat indien de enorme verliezen op zee zo zouden doorgaan, de oorlog niet veel langer meer zou kunnen worden volgehouden. Hij wees er op dat Engeland in 1916 ongeveer 52000 ton nieuwe scheepsruimte bouwde maar dat een veelvoud daarvan per maand op zee verloren ging.*50

De Amerikaanse admiraal Sims schreef hier over:

„The world does not yet understand what a dark moment that was in the history of the Allied cause. Not only were the German submarines sweeping  British commerce from the seas, but the German armies were also defeating the British and French  on the battlefields in France. It is only when we recall that the Germans were attaining the high peak of success with the U-boats at the very moment that General Nivelle’s offensive had failed on the Western Front that we can get some idea of the real tragedy of the Allied situation  in the spring of 1917”.

Hij schreef voorts dat zijn Britse collega, admiraal Jellicoe, dezelfde  mening was toegedaan.

Tijdens een gesprek dat hij met deze op 9 april 1917 voerde, vertelde die hem dat als de verliezen op zee zo zouden doorgaan, het onmogelijk zou worden de oorlog voort te zetten en op de vraag welke tegenmaatregelen de Britten hadden genomen antwoordde Jellicoe : „absolutely none that we can see now”.*51

De houding van de Britse admiraliteit was overigens een grote ergernis voor de minister-president. Reeds in een vroeg stadium drong deze aan op het veranderen van de strategie en op het invoeren van het konvooi systeem maar hij kreeg hierbij geen enkele medewerking.

Integendeel, al zijn voorstellen terzake werden naar de prullenbak verwezen en de admiraliteit troostte zich grote moeite om aan te tonen dat zo’n konvooisysteem juist averechts zou werken en de verliezen alleen maar zou doen toenemen. *52

Lloyd George en vice admiraal Sims  hadden volstrekt gelijk toen ze vaststelden dat men te gemakkelijk dacht over het Duitse besluit om de onbeperkte duikbootoorlog te starten. Zij waren er van overtuigd dat de Duitse calculatie  weloverwogen was geweest, vanuit puur militair opzicht verantwoord en logisch en dat ze bij haar beslissing terzake zeker niet over een nacht ijs was gegaan.

Overigens, Duitsland had, gezien de slechte gang van zaken op het Westelijk front, ook eigenlijk weinig keus meer. Een snelle beslissing en het snel beëindigen van de oorlog was een absolute noodzaak geworden.

Pas eind 1917 vonden de Britten een antwoord op de Duitse dreiging door de invoering van het konvooisysteem, op het nippertje, maar wel effectief.

De Britse admiraliteit had zich eerder tot het uiterste verzet tegen voorstellen van Lloyd George om zelfs maar proeven te nemen met dat systeem.*53. Uiteindelijk moest hij de admiraliteit met harde hand dwingen daar toe over te gaan en pas toen bleek deze methode zeer effectief. Het aantal torpederingen nam in 1918 dan ook met ongeveer de helft af t.o.v het jaar daarvoor.*54.

Het is echter wat overdreven om te stellen dat het Duitse onderzeebootoffensief daarmede volledig tot staan werd gebracht. De ook nog in 1918 door Duitse duikboten aan de geallieerden toegebrachte verliezen waren toch altijd nog groter dan in 1916 en meer dan in beide jaren 1914 en 1915 samen. 

 

DE AMERIKAANSE MARINE REDDE ENGELAND

Overigens is het een misverstand te denken dat de invoering van het Britse konvooisysteem uiteindelijk de oorzaak was van de mislukking van de Duitse onbeperkte onderzeebootoorlog.

Het was niet de trotse Britse Grand Fleet, die machtige vloot van meer dan 3000 oorlogsschepen waarop men in Engeland al z’n vertrouwen had gesteld, maar de Amerikaanse Marine die uiteindelijk het lot van Gr.Brittannie in positieve zin heeft kunnen ombuigen en haar van een zekere nederlaag heeft gered op een moment dat de Britten zelf zich al als de grote verliezer beschouwden.

Wat was het geval?

De Britse regering en admiraliteit hadden al sinds 1915 de desastreuze resultaten van de Duitse onderzeebootcampagne  voor het Britse volk geheim gehouden. Men was bevreesd dat bekendmaking daarvan tot grote problemen zou leiden, mogelijk zelfs de val van de regering tot gevolg zou hebben en tevens was men bevreesd dat door bekendmaking van de werkelijke cijfers, de Duitsers op de hoogte zouden komen van de hopeloosheid van de Britse positie.

Zoals gezegd, drie dagen nadat Amerika in de oorlog trad, was de Amerikaanse admiraal Sims naar Engeland gekomen om zich daar namens de Amerikaanse regering op de hoogte te stellen  van de situatie. Hij werd met open armen door de Britten ontvangen die, voor het eerst, volstrekte openheid van zaken gaven en hem volledig informeerden over de situatie.

In zijn rapport aan de Amerikaanse ambassadeur in Londen, Walter Page, schreef de admiraal: „Er is sprake van een extreem ernstige situatie. Duitsland is bezig de oorlog te winnen. Engeland heeft nog voor slechts 6 weken voedsel en de Duitse onderzeeboten brengen momenteel Britse koopvaardijschepen tot zinken  in zulke grote aantallen dat ‘n vroegtijdige onvoorwaardelijke Britse capitulatie verwacht moet worden. Alleen Amerikaanse hulp kan de situatie nog redden”. *55.

Sims kon echter niet officieel om Amerikaanse hulp verzoeken omdat hem dat, hoe tegenstrijdig dat ook moge klinken, door de Britten verboden werd. De ervaring had hen nl geleerd dat het met de geheimhouding in de Verenigde Staten niet zo nauw genomen werd en dat alles daar meteen op straat kwam te liggen. Er was een speciale zitting van het Britse Imperial War Council voor nodig om die toestemming alsnog te verkrijgen maar opvallend genoeg, op de smeekbede van Sims om snel hulp te zenden werd niet gereageerd.

Op 27 april 1917 zond daarop de Ameriakaanse ambassadeur Page, zelf een noodkreet om hulp, rechtstreeks naar president Wilson waarin hij o.a stelde dat: „The submarines have become a very grave danger. The loss of the British increases as I telegraphed you, last week 237000 tons; and the worst of it is that the British are not destroying them. The British Admiralty publishes a weekly report which, though true, is not the whole truth. If the present situation continue, the war will pretty soon become a contest of endurance under hunger with an increasing proportion of starvation.

The public is becoming very restive with  its half information and is more and more loudly demanding all the facts. There are already angry threats to change the personnel of the Admiralty , there is even talk of turning out the Government.

At the present rate of destruction , more than four million ton will be sunk before  the summer is gone. Such is this dire submarine danger. The English thought that they controlled the Seas. The Germans that they were invincible on land. Each side is losing where it thought strongest” *56

Wederom reageerde de Amerikaanse regering echter niet en de situatie werd voor Engeland werkelijk dramatisch. Op 25 juni zond admiraal Sims nogmaals een waarschuwing naar zijn ambassadeur.  Hij schreef o.a: „I think I have made it plain that the Allies are losing the war; that it will be already lost  when the loss of shipping  reaches the point where fully adequate supplies  cannot be maintained  on the various battlefronts.*57

Nu wendde de ambassadeur zich tot de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Balfour,met het advies zelf de Amerikaanse president te benaderen met een officieel verzoek om hulp.

Dit keer kwam het hoge woord er uit. Op 30 juni 1917 richtte Balfour zich met een officieel schrijven tot president Wilson waarin hij erkende dat de Britse Marine geen verdediging had tegen het Duitse onderzeebootwapen. Hij schreef: „The forces at the disposal of the British Admiralty  are not adequte to protect  shipping from submarine attack in the danger zone round the British Islands. Consequently shipping is being sunk at a greater rate than it can be replaced by new tonnage of British origin. The time will come when, if the present rate of loss continues, the available shipping will be insufficient  to bring this country  sufficient foodstuffs and other essentials, including oilfuel. The situation in regard to our Allies, France and Italy, is much the same. The United States is the only Allied country in a position to help. The pressing need is for armed small craft of every kind. Destroyers, submarines, gun-boats, yachts, trawlers and tugs would all give invaluable help. But they are required now and in great numbers as possible. There is no more time for delay!”.*58

Vijf dagen later voegde ambassadeur page daar nog een dringende messive aan toe luidende: „If the British public knew all facts, the present British Government  would probably fall. It is therefor not only the submarine situation which is full of danger. The political situation is in a dangerous state also”. *59

Uit e.e.a blijkt wel dat de Britse minister van Buitenlandse Zaken niet alleen openlijk moest toegeven dat de Britse Grand Fleet en de Britse Admiraliteit machteloos stonden tegenover de Duitse onderzeeboten maar uit een aanvullend bericht van ambassadeur Page van 7 juli 1917 bleek ook nog eens dat de machtige Grand Fleet nu zelfs  gevaar liep om, als gevolg van de Duitse acties tegen olietankers, al spoedig niet meer te kunnen uitvaren wegens gebrek aan brandstof.  Page berichtte: „Now, if this goes on long enough, the Allied game is up. For instance, the Germans have sunk lately so many fuel oilships that this country may very soon be in a perilous condition. Even the Grand Fleet may not have fuel enough.” en, zo voegde hij er aan toe:„De Duitsers winnen deze oorlog en zoals het er nu voor staat, winnen ze die op zee. Dat is het meest duidelijke en teleurstellende feit van het moment”.*60

Toch duurde het nog een maand voordat de Amerikanen de smeekbeden van admiraal Sims, ambassadeur Page en minister Balfour daadwerkelijk honoreerden. Pas in Augustus en September kwam de Amerikaanse marinehulp op gang en zond men in grote getale anti-onderzeebootvaartuigen naar Engeland. Ook het invoeren van het konvooisysteem, waarover eerder reeds gemeld werd, kwam op advies van de Amerikanen tenslotte tot stand.

De Amerikaanse hulp kwam net op het nippertje. De Grand Fleet kon blijven varen en het aantal door de Duitsers getorpedeerde schepen nam zienderogen af.

Het was niet de Grand Fleet die het Britse vaderland van een wisse nederlaag redde maar de hulp en inzet van de Amerikaanse Marine die het tij deed keren waardoor Groot Brittannie en haar geallieerden de stijd konden blijven voortzetten en deze niet voortijdig hebben hoeven opgeven.

 

BLUNDER

Kan nu in alle redelijkheid gesteld worden dat de invoering van de onbeperkte duikbootoorlog militair technisch gezien, inderdaad de grootste blunder is geweest die door de Duitsers werd begaan?

De feiten en de cijfers tonen dat niet aan, integendeel, zoals uit de feiten blijkt had het maar weinig gescheeld of de Duitse voorspelling dat hun actie de geallieerden op de knieën zou brengen zou zijn uitgekomen. Die voorspelling was gebaseerd op de bij de aanvang van de actie aanwezige informatie en tot die informatie behoorde de Amerikaanse marinehulp en het ingevoerde konvooisysteem zeker niet. De Britten zelf zagen het konvooisysteem zelf eveneens in de verste verte niet zitten, integendeel, ze verwierpen die met kracht en de Britse admiraals moesten uiteindelijk gedwongen worden ze in te voeren. Wel is het duidelijk dat de Duitsers er absoluut niet op hadden gerekend dat de Amerikanen op tijd hulp zouden kunnen bieden. Wat dat betreft dus een misrekening die hen duur te staan is gekomen.

De instelling van het konvooisysteem was overigens een  nieuw facet in de onderzeebootoorlog, door niemand voorzien zoals elk nieuw wapen in de strijd steeds onvoorzien en altijd weer nieuwe, betere wapens oproept. Pas in de tweede wereldoorlog vond men een antwoord in het zg „Roedel” systeem waarbij groepen onderzeeboten een konvooi afwachtten en gezamenlijk aanvielen. Voor het ontwikkelen van zo’n systeem was in 1918 echter geen tijd meer en aan het aanvankelijke grote succes van de onbeperkte duikbootoorlog kwam daarmede, bijna gelijktijdig met de oorlog zelf, een eind.

 

CONCLUSIE

De Duitse beslissing tot het invoeren van de onbeperkte duikbootoorlog teneinde op korte termijn, men dacht aan ongeveer 6 maanden, die oorlog tot een voor Duitsland gunstig einde te brengen, is zeker niet lichtvaardig genomen. Meer dan twee jaar is er tussen Rijkskanselier, regering, Rijksdag en Opperbevel over deze beslissing uitputtend gesproken en pas nadat alle andere mogelijkheden om de oorlog nog tot een goed eind te brengen bleken te zijn uitgeput, werd tot deze laatste mogelijkheid besloten.

De berekeningen van de Duitse Marine dat ze Engeland binnen zes maanden op de knieën zouden kunnen krijgen, zijn juist geweest. Zonder Amerikaanse hulp zou Engeland en haar geallieerden in 1917 alleen al door de onbeperkte duikbootoorlog gedwongen zijn geweest het strijdtoneel te verlaten. De feiten die dat aantonen, zoals ook blijkt uit de documenten waaruit wij hier hebben geciteerd,  zijn daarover onweerlegbaar.

De Duitse inschatting dat Amerika niet op tijd voldoende militaire hulp zou kunnen sturen om de strijd te land (welke er na de Duitse overwinning op de Russen in 1917 voor de geallieerden ook al zeer slecht voor stond) nog te kunnen beïnvloeden, is ook juist geweest.

Het was de Amerikaanse marine die echter op het nippertje, door haar inzet de benarde situatie waarin Engeland en haar geallieerden zich in 1917 bevonden heeft kunnen keren. Het waren de Amerikanen die, nadat ze eerst door hun materiele en financiële hulp het de geallieerden mogelijk hadden gemaakt de strijd te kunnen voortzetten de Britten nu tevens in staat stelden een eind te maken aan de Duitse slachting onder de geallieerde koopvaardijschepen, waardoor die konden blijven varen met het uiteindelijk bekende resultaat.

Amerika heeft dan ook een veel grotere en belangrijkere rol mbt de geallieerde overwinning in 1918 gespeeld dan die geallieerden over het algemeen wel hebben willen toegeven. Het was buiten twijfel te danken aan de Amerikaanse hulp en inzet die de oorlog voor de geallieerden heeft gewonnen. Zonder de verenigde Staten zouden die de strijd al in 1917 hebben moeten staken.

 

NOTEN

1       Simpson,C., The Lusitania, p.35, Grey of Fallodon,Twenty Five Years,Vol.2,p.136,137.

         Churchill,W., The World Crisis, Vol.1, p.53, Andriessen.J.H.J.,

         Engelands schuld, in  Mars et Historia, no.4, augustus 1987,

         Bradford,S., The Allied Blockade of Germany 1914-1916,

         p.13,14.

2       Lansing, R., My War Memoirs, p.218.

3       Lansing Papers, opinie Legal Dept, waarvan punt 1 luidde: „Britain has obliterated the         distinction between merchantman   and Men of War.

4       Bailey & Ryan, The Lusitania disaster, p.40-46.

5       ibid, p.23,47,52,53.

         Churchill,W., The World Crisis, vol.2, p.283,353

         Simpson, C., The Lusitania, p.36,37.

         Andriessen,J.H.J., Facetten van de Britse blokkade van de

         Noordzee tijdens de Eerste Wereldoorlog, Marineblad no 5,1991.

         Deze order van Churchill maakte van civiele koopvaardijkapiteins in feite „franc tireurs” en stelde hen voor de keus tussen executie door de vijand of veroordeling door de krijgsraad in eigen land wegens lafheid in het aangezicht van de vijand.

6       Churchill,W., The World Crisis, rev.ed. 1931, p.724-725.

7        Lansing, R., My War Memoirs, p.218,219.

8        Bailey & Ryan,

9        Ibidem, p.33, quotes Foreign relations,suppl.1915,p.94.

10      Baker,G., Life and Letters of W.Wilson, Vol.5,p.247.

11      Simpson,C., The Lusitania, p.200, quote Lansing Papers.

          Andriessen,J.H.J., Het drama van de Lusitania, Blauwe

          Wimpel nr 3 en 4, 1988.

12      House Papers, vol.1, p.434.

13.     Heckscher,A., Woodrow Wilson, p.381. (voorstel Lansing)

14.     Oppelland,T., Reichstag und Aussenpolitik im Ersten Weltkrieg,p.128.

15.     Ibid, P.106.

16.     Ibid, P.116.

17.     Ibid, p.118.

18.     Lloyd George,D., War Memoirs, vol.1, p.403.

          Churchill,W., The World Crisis 1916-1918, Vol.2, p.357, 360.

19.     Oppelland,T., Reichstag und Aussenpolitik im Ersten Weltkrieg,p.137.

20.     Ibidem.

21.     Ibid, p.146.

22.     Lloyd George,D., War Memoirs, vo.1, p.683.

23.     Otto,H.,/ Schmiedel,K., Der Eerste Weltkrieg, Dokumente, p.213-215.

24.     Page,Walter.H., to Robert Lansing, 24-02-17.

          Papers of Woodrow Wilson, Vol.41, p. 280 ev.

25.     Schulte Nordholt, J.W., Woodrow Wilson. Een leven voor de wereldvrede. P.152.

26.     Smith,G., Britain’s Clandestine Submarines 1914-1915, p.28 ev.

27.     Barnes, H., The entry of the USA into the World War, p. 596-598.quote; The Memoirs of William Jennings Bryan.

28.     Heckscher, A., Woodrow Wilson, p. 366.

29.     Grey of Fallodon, Twenty Five years, vol.2.p.127.

          Schulte Nordholt, J.W., Woodrow Wilson, p.178.

30.     Schulte Nordholt, J.W., Woodrow Wilson, p.179.

31.     House, E.W., aan Woodrow Wilson. 9-02-16.

32.     Schulte Nordholt, J.W., Woodrow Wilson, p.178-180, quote

          Page Walter, H., vol.3. p.282.

          Simpson,C., The Lusitnia. P.251.

33.     Schulte Nordholt, J.W., Woodrow Wilson, p.190.

34.     Schulte Nordholt, J.W., Woodrow Wilson, p.190.

35.     Heckscher, A., Woodrow Wilson, p.381.

          Simpson, C., The Lusitania, p. 249.

36.    Heckscher, A.,Woodrow Wilson, p.382.

37.    Ibidem

38.    Ibidem, P.382.

39.    Livermore, S.W., Woodrow Wilson and the War Congress.1916-18, p.7

40.    Heckscher, A., Woodrow Wilson, P.384.

41.    Barnes, H.E, The entry of the USA into the World War, p.627, quote Gardner,Gilosn., Why we delayed entering the War, in McNaught’s Monthly, june 1925.

42.    Heckscher, A.,  Woodrow Wilson, p.384.

         Livermore, S.W., Woodrow Wilson and the War Congress, p.7.

43.    Tumulty, J.F., Woodrow Wilson as I knew him, p.256-258.

44.    Sims, W.S., The Victory at Sea, p.12-13.

45.    Lloyd George, D., War Memoirs, Vol.1, p.667-669.

46.    Ibid, p.669.

47.    Ibidem.

48.    Lloyd.George, D.,WarMemoirs, Vol.1„ p.675.

         Andriessen, J.H.J., De Eerste Wereldoorlog in foto’s, p.391-417.

49.    Lloyd.George, D., War Memoirs, Vol.1„ p.682.

         Churchill, W., The World Crisis 1916-1918, Vol.2, p.360.

50.    Lloyd George, D., War Memoirs, Vol.1, p.671.

51.    Ibid, p.690.

         Sims, W.S., The Victory at Sea, p.9.

52.   Churchill, W., The World Crisis 1916-1918, Vol.2, p.364.

         Lloyd George, D., War memoirs, Vol.1. p. 684-692.

53.    Ibidem.

54.    Churchill, W., The World Crisis 1916-1918, Vol.2, p.367. Lloyd George ging zover dat hij  op een dag persoonlijk naar de admiraliteit ging en dreigde daar de zaken te zullen overrulen als men niet tot het konvooi systeem zou overgaan.

55.    Hendrick,B.J., The life and letters of Walter H.Page, Vol.2, p.275.

56.    Ibid, p.280, 281.

57.    Ibid, p.282.

58.    Ibid. p.286.

59.    Ibid. p.287.

60.    Ibid. p.289

 

Bibliografie

Andriessen, J.H.J.,  Facetten van de Britse blokkade van de Noordzee tijdens de Eerste Wereldoorlog, Marineblad no 5 (1991)

Andriessen, J.H.J.,  Het drama van de Lusitania, Blauwe Wimpel no 3 en 4 (1988)

Andriessen, J.H.J.,  De Eerste Wereldoorlog in foto’s  (Lisse 2002)

Asprey, R.,                The German High Command at War,

Bacon, Adm.R.,         The Jutland Scandal (London 1925)

Baily. Th.A & Ryan, P.B., The Lusitania disaster (New York 1975)

Baker. G.,                  Life and Letters of W.Wilson (Washington)

Barnes, H.,               The entry of the USA into the World War (New York 1926)

Cartier, J.P.,             Der Erste Weltkrieg (Munchen 1986)

Churchill, W.,            The World Crisis 1916-1918, 5 dln., (London 1923-1931)

Diwald, H.,                Seemacht politik in 20.Jahrhundert (Munchen 1984)

Farrant, V.E.,           Jutland, The German Perspective (London 1999)

Ferguson, N.,             The Pity of War (London 1998)

Gilbert, M.,                First World War (London 1994)

Gorlitz, W.,(herausg) Der Kaiser (Berlin 1965)

Gorlitz, W., Herausg) Regierte der Kaiser? (Berlin 1959)

Grey of Fallodon.,     Twenty Five Years (London 1926)

Groot, de. Dr. S.J.,      Skagerrakschlacht, in De Grote Oorlog. Kroniek 1914-1918, deel 2 (Soesterberg 2003)

Heckscher, A.,          Woodrow Wilson (New York 1991)

Hendrick,B.J.,           The life and letters of Walter H.Page. London1923.Vol.2

Hollweg, C.,               Duitsland’s recht in de Duikbootoorlog (Amsterdam 1917)

Hough, R.,                 The Great War at Sea (New York 1983)

Jellicoe, Adm.,           The Grand Fleet 1914-1916 (London 1919)

Kenworthy,  J.M.,      Freedom of the Seas (London 1927)

Kielmanseg, P.,           Deutschland und der Eerste Weltkrieg (Frankfurt am Main 1968)

Lansing. R.,                 My War memoirs

Livermore, S.W.,        Woodrow Wilson and the War Congress 1916-1918 (Washington 1968)

Lloyd George, D.,       War memoirs, 2 dln., (London 1938)

Lloyd george, D.,        The Truth about the Peace Treaties (London 1938) 

Ludendorff,                Meine Kriegserrinerungen 1914-1918(Berlin 1919)

Moyer, L.V.,               Victory must be ours (London 1995)

Oppelland, T.,              Reichstag und Aussenpolitik im Ersten Weltkrieg Die deutschen Parteien und die Politik der USA (Dusseldorf 1995)

Otto, H.,/Schiedel, K., Der Eerste Weltkrieg.Dokumente (Berlin 1983)

Preston, A.,                 U-boats (London 1978)

Scheer, Adm.,             Germany’s High Sea Fleet in the World War (Weimar 1919)

Schulte Nordholt, J.W., Woodrow Wilson, een leven voor de Wereldvrede (Amsterdam 1990)

Simpson, C.,                The Lusitania (Boston 1972)

Sims, W.S.,                  The Victory at Sea (London 1921)

Seymour, C.,                The intimate Papers of Colonel House, 4 dln., (Boston/New York 1926-1928

Smith, G.,                     Britain’s Clandestine Submarines 1914-1915,  Hamden, 1964.

Tumulty, J.F.,             Woodrow Wilson as I knew him (London 1922)

Wilson, Woodrow.,      The Papers of Woodrow Wilson, 70 dln., Princeton .N.J 1919-1990)

Wilson. Woodrow.,      The Public Papers of Woodrow Wilson, 6 dln., (London/New York 1922-1927)

 

 

overzicht: