IJzeren Doodskisten. Een reactie op een recensie

Door: J.H.J. Andriessen

Aan het ‘Tijdschrift voor Zeegeschiedenis’ jaargang no 24, nr. van mei 2005 werd een recensie geplaatst van de hand van Victor Enthoven over het recent verschenen boek ‘IJzeren doodskisten’ waaraan wij het volgende ontlenen:

In ‘IJzeren doodskisten’, (Aspekt isbn 90-5911-377-2) als titel voor onderzeeboten al veel vaker gebruikt, gaan vier auteurs uitgebreid in op de politieke aspecten en consequenties van de beslissing van de Duitse regering om de onbeperkte onderzeebootoorlog in gang te zetten.
De bijdrage van Hans Andriessen heeft als titel; ‘De invloed die de invoering van de onbeperkte onderzeebootoorlog had op de beslissing van Amerika om aan de Eerste Wereldoorlog deel te nemen’.


Waar dit hoofdstuk over gaat is mij niet duidelijk. In ieder geval wordt nauwelijks ingegaan op wat onbeperkte onderzeebootoorlog is en ook de Amerikaanse besluitvorming rondom de deelname aan de oorlog speelt een bijrol. De nadruk ligt op het Britse (politieke) optreden.
Gerbrand Kip gaat gelukkig wel in op het Duitse onderzeebootwapen in de Eerste Wereldoorlog. Hier ligt de nadruk op de Duitse politieke besluitvorming rondom de inzet van onderzeeboten maar opnieuw geen duidelijke uitleg wat nu de onbeperkte onderzeebootoorlog is. Deze auteur komt niet verder dan een kwalificatie als ‘de nieuwe meedogenloze handelsoorlog’.

De titel van de bijdrage van Perry Pierik luidt; ‘De onderzeebootoorlog als onderdeel van de ‘Enscheidungsslacht’. Pierik benadrukt de rol van generaal Ludendorff bij de inzet van het Duitse onderzeebootwapen in de Eerste Wereldoorlog. Een grootschalig onderzeebootoffensief zou onontbeerlijk zijn geweest voor het onvermijdelijke en beslissende eindoffensief. Dat de onbeperkte onderzeebootoorlog onlosmakelijk verbonden is met het idee van de totale oorlog waarvan Ludendorff een der geestelijke vaders is en waarbij alle hulpmiddelen, zowel civiel als militair, van de staat ingezet diende te worden voor de eindoverwinning, lezen we nergens.
De bijdrage van Arthur Stam keert weer terug naar het eerste onderwerp; de onbeperkte onderzeebootoorlog en de Amerikaanse politiek. Ook hier lezen we niets verrassends temeer daar de vier auteurs naar zichzelf en naar elkaar verwijzen. Veel van dezelfde onderwerpen als in de bijdrage van Andriessen passeren de revue.

De Duitse inzet van het onderzeebootwapen tijdens de Eerste Wereldoorlog past in een lange traditie van handelsoorlog op zee. Onderzeeboten zijn daar uitermate geschikt voor, maar niet binnen het internationale recht Binnen dit recht komt het er kort gezegd op neer, dat een schip dat verdacht wordt van het vervoeren van contrabande opgebracht dient te worden om eventueel tot goede prijs verklaard te kunnen worden Onderzeeboten zijn te klein om bijvoorbeeld een prijsbemanning op de verdachte koopvaarder te plaatsen. Een beperkte onderzeebootoorlog houdt in dat de bemanning van een vijandelijke vrachtvaarder in de gelegenheid wordt gesteld van boord te gaan. De onderzeeboot komt boven, beeft een waarschuwing en brengt de koopvaarder vervolgens tot zinken. Op zo’n moment zijn onderzeeboten uiterst kwetsbaar. Bij een onbeperkte onderzeebootoorlog worden in van te voren bekendgemaakte gebieden, tijdens de Eerste Wereldoorlog de wateren rond de Britse eilanden, de Barentszee, een gebied rond de Azoren en een groot gedeelte van de Middellandse Zee, schepen, ook neutrale, zonder waarschuwing tot zinken gebracht. Een doodzonde.
Uit het voorgaande moge duidelijk zijn dat ik niet erg onder de indruk ben van het boek. Op de stofomslag wordt wel aangegeven dat een viertal Eerste Wereldoorlog experts zich buigen over de rol van de wat later wel genoemd werd ‘ijzeren doodskisten’ in de oorlog. Dat zal waar zijn maar van de maritieme aspecten van de Eerste Wereldoorlog in het algemeen en de inzet van onderzeeboten in het bijzonder, hebben ze geen kaas gegeten. Dat bijvoorbeeld het boek van P.Halpern, ‘A naval history of World War 1’, niet wordt gebruikt kan ik me indenken. Het is te operationeel. Dat het unieke werkje van onderzeebootaartsvader Karl Dőnitz, ‘Die U-boot Waffe’, dat is gebaseerd op de ideeën en de inzet van de boten tijdens de Eerste Wereldoorlog, niet is geraadpleegd, daar kan ik nog inkomen; het is te conceptueel. Maar dat van Sebastiaan Haffner, pseudoniem van Raimund Pretzel, ‘Die sieben Tőtsünden des Deutschen Reiches im Ersten Weltkrieg’, niet is gebruikt, is onvergeeflijk Zijn hoofdstuk over de onbeperkte onderzeebootoorlog leert ons meer over de politiek aspecten en de consequenties van de beslissing van de Duitse regering om de onbeperkte onderzeebootoorlog in gang te zetten, dan ijzeren dooskisten.

Victor Enthoven.


Commentaar, dat wij op deze recensie instuurden werd door de redactie van ‘Tijdschrift voor Zeegeschiedenis’ geweigerd. Men schreef dat men niet gewoon was om commentaar op recensies te publiceren. Een vreemde gang van zaken want het geeft de recensist een vrijbrief om maar wat raak te schrijven zonder daarvoor ter verantwoording te kunnen worden geroepen.
Derhalve stuurden wij ons commentaar rechtstreeks aan de heer Enthoven maar ook deze reageerde niet.
Derhalve publiceren wij onze reactie thans op de site van de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog zodat alsnog voldaan wordt aan de eisen van woord en wederwoord waaraan o.i elk fatsoenlijk en modern periodiek zou moeten voldoen.

Akersloot
7 juli 2005

 

Geachte redactie

Hoewel het niet mijn gewoonte is te reageren op recensies, wie schrijft mag kritiek verwachten, kan ik toch niet nalaten een reactie te geven naar aanleiding van de recensie van uw medewerker, de heer Enthoven, op het boek ‘IJzeren Doodkisten’ in uw ‘Tijdschrift voor Zeegeschiedenis’ van mei 2005.
Wederom blijkt dat ‘goed lezen’ niet altijd het sterkste punt is van recensisten en in het geval van de heer Enthoven komt dat dan ook manifest tot uiting.
Sprekend over mijn artikel in voornoemd boek meldt Enthoven dat het hem niet duidelijk is waar het over gaat omdat nauwelijks wordt ingegaan op het begrip ‘onbeperkte onderzeebootoorlog’.Als Enthoven de titel van mijn artikel echter goed had gelezen, dan zou hij begrepen hebben dat het daar ook helemaal niet over gaat. Het onderwerp is;‘de invloed van die onbeperkte onderzeebootoorlog op de beslissing van Amerika om aan de oorlog te gaan deelnemen’.Het onderwerp is dus ‘de invloed’ en niet de ‘onbeperkte onderzeebootoorlog’ zelf.
Enthoven kon dan de verleiding niet weerstaan om zelf maar even uit te leggen wat het begrip ‘onbeperkte onderzeebootoorlog’ dan inhoudt. Dat is op zichzelf loffelijk, (Hij wist dus kennelijk wel degelijk waar het om ging!) maar helaas is zijn weergave van de feiten daarbij niet correct. Zo meldt Enthoven dat bij de onbeperkte onderzeebootoorlog alle koopvaardijschepen, inclusief dus ook alle neutrale schepen , zonder onderscheid en zonder waarschuwing tot zinken werden gebracht. Dat is onjuist. Volgens Enthoven’s interpretatie zou dat nl betekend hebben dat de betreffende onderzeebootcommandanten niet meer verplicht zouden zijn geweest om te proberen te verifiëren of het schip dat ze in zicht kregen mogelijk neutraal zou zijn. Die verplichting was en bleef er echter wel degelijk. Wat Enthoven bij zijn uitleg voorts verzuimt te melden is, dat het in veel gevallen ook absoluut onmogelijk zou zijn geweest om,(zoals Duitsland dan ook in zijn aankondiging bij het begin van de onbeperkte onderzeebootoorlog duidelijk aan alle neutrale landen heeft gemeld) onderscheid te maken tussen neutrale en vijandelijke koopvaarders. Een van de redenen daarvoor was dat de Britse admiraliteit haar koopvaardijschepen tegen elke internationale regel in,vaak een neutrale vlag liet varen en voorts omdat, zoals Churchill zelf in zijn memoires erkende, de gezagvoerders van Britse koopvaardijschepen, de opdracht kregen om bij aanhouding, U-boten te rammen.. Churchill verklaarde deze maatregel later met de woorden; ‘the submerged U-boat had to rely increasingly on underwater attack and thus run the greater risk of mistaking neutral for British ships and of drowning neutral crews and thus embroiling Germany with other great powers’
Het waren met name deze orders, samen met de Britse beslissing koopvaardijschepen te bewapenen, die het Duitse U-boten onmogelijk maakte om de Cruiserrules te handhaven en het waren mede deze orders van Churchill waarop de Duitsers doelden toen ze de neutrale landen inlichtten over het gevaar om binnen de vooraf aangekondigde gevarenzones te komen. Een kwestie van oorzaak en gevolg derhalve.
Enthoven noemt het torpederen van koopvaarders zonder de bemanning vooraf te waarschuwen dan een ‘doodzonde’, de Angelsaksische visie dus maar die visie wordt niet geschraagd door het destijds geldende zeerecht. Ook de Nederlandse autoriteiten steunden destijds het Duitse standpunt op juridische gronden zoals uit de Nederlandse rapportage aan de Int.Law Association wel blijkt. (rapport Les navires de Commerce Afmés 1913-1914 p.171 ev, prof.dr.Eysinga)
Voorts zou de heer Enthoven toch moeten weten dat ook in de tweede wereldoorlog de cruserrules niet werden toegpast en dat, toen de Britten tijdens het Neurenbergproces trachtten admiraal Donitz daarvoor te laten veroordelen, zij volledig bakzijl moesten halen.
Het lijkt er op dat Enthoven wat te snel met zijn kritiek is losgebarsten en een niets met het eigenlijke onderwerp te maken hebbende uitleg geeft over het begrip ‘onbeperkte onderzeebootoorlog’ zonder die materie kennelijk voldoende te beheersen.
Dat hij daarenboven ook nog van mening is dat de auteurs van ‘IJzeren doodskisten’ van de maritieme aspecten van de Eerste Wereldoorlog en de inzet van onderzeeboten in het bijzonder geen kaas hebben gegeten, doet in dit verband dan natuurlijk wel wat komisch aan temeer daar hij dan ook nog Haffner’s ‘De zeven doodzonden’ als ultieme bron noemt voor de politieke aspecten en de consequenties van de beslissing van de Duitse regering om de onbeperkte onderzeebootoorlog in gang te zetten. Het zou iemand van de statuur van Enthoven toch bekend moeten zijn dat juist dit boekje van Haffner niet overal overeenkomt met de werkelijke gang van zaken en zeker ook op het gebied van de onderzeebootoorlog toch wel een erg ‘vrijblijvende’ en niet gedocumenteerde mening geeft. Het zal duidelijk zijn dat ik dan ook niet erg onder de indruk ben van Enthoven’s kritische beoordeling en dat is jammer want daarmede heeft hij een kans gemist om met werkelijk relevante kritiek eventuele misvattingen mijnerzijds te kunnen corrigeren.
Tenslotte heb ik begrepen dat het bij uw redactie geen gewoonte is reacties op recensies te publiceren. Dat is te betreuren want niet alleen geeft dat uw recensisten een vrijbrief om maar raak te schrijven, u onthoudt de betrokken auteur ook de mogelijkheid zich te verweren tegen ondeskundig geschrijf en dat is niet erg democratisch.
Ik spreek de hoop uit alsnog een reactie van de heer Enthoven te mogen ontvangen. Die zal ik dan zeker, samen met dit schrijven, mede publiceren op onze stichtingswebsite.

Inmiddels verblijf ik,

Hoogachtend,

J.H.J. Andriessen
Molenbuurt 15
1921 CS Akersloot
Tel: 0215-310159
E-mail: klik hier om mij een e-mail te sturen

overzicht: