Holland - Belgie 1914-1940. Een familie geschiedenis

Door: Paul de Ley.

Uitgegeven door: Uitgeverij Aspekt te Soesterberg.

Tekst van Paul De Ley bij boekpresentatie dd 28-11-2008

 

Cover boekIk heet jullie allemaal van harte welkom in het Hollandse koude deel van de Lage Landen, Les Pays Bas. Ik heet Paul De Ley en zeg er van af mijn jeugd bij “De met een hoofdletter”. Dat verwijst naar mijn Belgische achtergrond en naar het feit dat Wilhelmina, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje Nassau enz, enz, enz aan mijn vader Martinus Ludovicus De Ley, geboren in Borgerhout, België in 1908 en wonende in Hilversum in 1931 de hoedanigheid van Nederlander heeft verleend.

Maar “wie was mijn Belgische Grootvader, een vraag die naarmate ik ouder werd mij steeds meer ging bezighouden.

De soldaat uit de eerste wereldoorlog, de man zonder neus, die van een stevig glaasje hield en iets met meubelbewerking deed? De man die mijn oudere broer niet mocht zien toen hij met mijn vader aan zijn sterfbed stond?

Waarom wilde mijn vader er nooit over praten en deed hij er alles aan om mijn pleeggrootvader tot enige echte grootvader te promoveren?

Er was iets met een vlucht in de Grote Oorlog en een briefwisseling die zoek raakte.

Het geheugen in de familie bij de oudere generatie in Holland en België begon slijtage plekken op te lopen en er begonnen te veel varianten van de verschillende gebeurtenissen te ontstaan.

Mijn oudere Belgische nicht (er zijn er twee, en ik prijs me gelukkig dat ze hier zijn) haalde bij mijn bezoeken veel oude familiefoto’s tevoorschijn van de zuster van mijn vader, van onze overgrootmoeder met het glazen oog, van mijn grootvader met zijn gehavend aangezicht, maar nooit een portret van mijn grootmoeder die in de eerste oorlogsdagen op dramatische wijze in het kraambed overleed.

 

In 2002 begon mijn zoektocht in archieven, bibliotheken en musea in Nederland en België. De Groninger Archieven, het gemeente archief in Hoogezand, het Utrechts archief, het Amersfoorts Archief en museum en archief in Harderwijk.

De legpuzzel vorderde maar de gaten bleven groot en mijn fantasie kon nog weinig met de bekende algemeenheden over mijn grootvader.

Fenna en ik moesten de grens over naar het Koninklijk Museum van het Leger en de

Krijgsgeschiedenis in het Jubelpark te Brussel. Het museum dat opgericht werd ter gelegenheid van de wereldtentoonstelling van 1910 moest van Brussel een hoofdstad maken die niet voor Parijs zou onderdoen.

We bewonderde er het Panoramadoek over de Slag aan de IJzer in de eerste wereld oorlog waar mijn grootvader als soldaat nooit terecht zou komen. Het museum verhaalt over de bloedige slag rond Antwerpen, hoe een miljoen burgers en militairen de brandende stad verlaten op weg naar het neutrale Holland.

In het archief vraag ik in het Frans naar informatie over die soldaat 2de klas, troisième regiment chasseurs a pied. Een half uur later komt de dienstdoende suppoost aanlopen met een klein mapje onder de arm.

 

De Ley Emmanuel Charles Seraphin

Soldat M 1899

Trois moins au front,

Quarante neuf moins présente a l’arrière.

 

Dat laatste was dus het interneringskamp in Holland en al bladerend zie ik een vage foto van mijn grootvader in legertenue en lees ik emotioneel het hele verhaal.

 

Mijn reis ging verder naar Antwerpen, Borgerhout en het museum De Drie Rozen in

’s Gravenwezel.

De context van de tijd, waarin alles gebeurde begon meer en meer belangrijk te worden. De Eerste Wereldoorlog had in België een geheel andere inpakt dan in Holland.

De verstandhouding tussen beide landen werd naarmate de oorlog vorderde steeds grimmiger, dat gold in een andere context ook binnen de familie.

Toen ik het Belgenmonument in Amersfoort bezocht, dat in 1918 gereedkwam en in 1938 pas werd overgedragen aan de Hollanders door de Belgen, begreep ik de grote menselijke tragedie die daar achter schuil ging.

Langzamerhand duiken meer oude familiefoto’s op in Groningen en Hoogezand en wordt de schakel tussen de vader, de grootvader en de pleeggrootvader duidelijker of juist complexer.

De stap van de Vlaamse volksbuurt naar het Groningse platteland betekende voor mijn vader een worsteling met zijn identiteit.

 

Om het familie verhaal compleet te maken herlees ik “de Reis Terug” uit 1981, een reisbeschrijving die mijn vader, mijn zuster en ondergetekende maakten van Hoogezand naar Borgerhout. Hij was toen 73 jaar. Zijn herinneringen in de eerste plaats waren talrijk en gedetailleerd en tot laat in de avond vulden wij onze glazen en luisterde ademloos naar zijn verhaal. De volgende dag reden wij in het spoor van de treinen uit 1914 naar Borgerhout, de randgemeente van Antwerpen. Zijn 78 jarige zuster is zichtbaar nerveus over de komst van haar broer. We wandelen door het oude centrum van Borgerhout en mijn tante brengt al de plekken uit zijn vroege jeugd tot leven. Onze vader is nu stil geworden, zichtbaar vergeetachtig, of wilde hij het niet meer weten?

 

En tenslotte was er nog die andere oorlog! De oorlog van mijn vader aan de Grebbeberg in Holland in 1940. Ook daar moesten we heen om de bunkers uit het verleden en de restanten van zijn ingegraven commandopost bij Venendaal-De Klop te zoeken. Onze vader was inmiddels gestorven gelijk de meesten van zijn generatie in de beide landen. Een ouder echtpaar wijst ons de plek aan waar het gras een glooiing maakt in het verstilde landschap naast de spoorlijn. Hier had hij de vijf oorlogsdagen, die in zijn geheugen waren gegrift, met zijn makkers standgehouden en wilde van geen terugtrekken weten.

 

“En toch” waren de woorden die op de gevel van ons huis waren geschilderd en die mijn vader onder het oog van de bezetter in de oorlogsdagen een extra verflaagje gaf.

“En toch” is na zes jaar het boek Holland-Belgie 1914-1940 een familiegeschiedenis, met veel foto’s verschenen en voor geïnteresseerden alhier te koop.

overzicht: