Hoe ziet een geschiedenistoets basisvorming eruit?

De diverse geschiedenisboeken die ontwikkeld zijn voor de basisscholen en de onderbouw van middelbare scholen, bevatten niet zo heel erg veel informatie over de Eerste Wereldoorlog.

Een toetsing van een vaardigheidsaspect uit een van de kerndoelen: het verzamelen, ordenen en presenteren van informatie verkregen uit verschillende bronnen.

Het onderwerp luidt: „Het begin van de Eerste Wereldoorlog”.

Eerst bepalen welke kenmerken het beste passen bij een van de aangeboden historische bronnen die uit teksten en beeldmateriaal bestaan, vervolgens een samenvatting maken van je bevindingen als antwoord op de gestelde opdracht.

Bron 1 is lang. Erboven staat: Gruwelpropaganda.⁴

De opeenvolgende stadia van een gerucht over de val van Antwerpen in 1914. Het eerste bericht in de serie is uit de Kölnische Zeitung. Vervolgens zien we de versies in de niet-Duitse kranten.

  1. Kölnische Zeitung: Toen de val van Antwerpen alom bekend werd, werden de kerkklokken geluid. (Bedoeld is: „In Duitsland”; men had toen immers in Duitsland de gewoonte om de klokken te luiden bij gelegenheid van grote overwinningen.)
  2. Le Matin (Parijs): Volgens de Kölnische Zeitung werden alle priesters in Antwerpen gedwongen de kerkklokken te luiden toen de vesting gevallen was.
  3. The Times (Londen): Volgens wat Le Matin vernomen heeft uit Keulen werden de Belgische priesters, die weigerden de kerkklokken te luiden toen Antwerpen gevallen was, uit hun ambt ontzet.
  4. Corriere della Sera (Rome): Volgens de berichten van The Times uit Keulen - via Parijs - werden de ongelukkige priesters, die weigerden de kerkklokken te luiden toen Antwerpen gevallen was, veroordeeld tot dwangarbeid.
  5. Le Matin (Parijs): Volgens de berichten van de Corriere della Sera uit Keulen - via Londen - kregen wij bevestiging van het feit, dat de barbaarse veroveraars van Antwerpen de ongelukkige priesters, die heldhaftig weigerden de kerkklokken te luiden, gestraft hebben door hen als levende klepels met het hoofd naar beneden in de klokken op te hangen.

Veel leraren voelen zich verwant aan professor dr. A. Th. Deursen, een bekend historicus, die in 1995 in het dagblad Trouw schrijft: „Onder de naam ‘geschiedenis’ wordt aan de scholen een soort historische vaardigheidskunde beoefend, die totaal ongeschikt is om iemand enig benul van geschiedenis te schenken. Wetenschappelijke of zelfs maar maatschappelijke relevantie bezit dit nieuwe schoolvak niet. Het is een zeer amusant tijdverdrijf, dat zonder schade vervangen kan worden door halma of zwarte piet.”

Of ze zijn het eens met professor dr. B. Smalhout, die - ook in 1995 - in het dagblad De Telegraaf schrijft: „We hebben na 25 jaar mammoetwet enige schoolgeneraties gekweekt die niet goed kunnen rekenen, schrijven en lezen, voor wie de wereldgeschiedenis niet verder teruggaat dan tot 1945 en die denken dat Valencia de hoofdstad van Italië is.”

In de nota De school als lerende organisatie⁵ staat:

„Te vaak lopen leerlingen vast in het onderwijs of dreigen ze uit de boot te vallen doordat het onderwijs onvoldoende aansluit bij hun mogelijkheden. Onderwijs op maat betekent dat de school alles in het werk moet stellen om enerzijds de zwakkere leerlingen binnenboord te houden en anderzijds de meest begaafden voldoende gemotiveerd te houden. Kinderen een heel leerjaar over te laten doen (zittenblijven) is niet verantwoord in het licht van de doelstelling van een ononderbroken ontwikkeling”.

De toets neemt een aanvang. De leerlingen moeten antwoorden op een drietal vragen naar aanleiding van bron 1.

  1. Hoeveel verschillende kranten worden in bron 1 genoemd?
  2. Toon aan dat, behalve de Kölnische Zeitung, de andere genoemde kranten niet-Duits zijn.
  3. Toon aan dat de berichtgeving in gruwelijkheid een oplopend karakter heeft.

Er zijn nog zes andere bronnen met vragen die ik hier weglaat. In het leerboek staat vrijwel niets over de Eerste Wereldoorlog, laat staan over de val van Antwerpen. Toch menen de verantwoordelijke instanties leerlingen van middelbare scholen te moeten onderwerpen aan toetsen waarvoor ze geen enkele achtergrondkennis behoeven te bezitten!

Deze toets past in het vak Nederlands.

Soortgelijke toetsen heb ik af moeten nemen met betrekking tot de slag van Hastings in 1066 of de dood van Willem van Oranje op 10 juli 1584. Kennis van het vak geschiedenis is blijkbaar niet langer meer nodig; vaardigheden daar draait het tegenwoordig om. Als je bron 1 over de Eerste Wereldoorlog goed volbrengt, wat weet je dan aan achtergrondkennis in een breder verband over die oorlog? Ik moet dr. A. Th. Deursen gelijk geven; het is te vergelijken met halma. Inhoudelijke kennis wordt onvoldoende getoetst.

Ook een reactie vanuit de tweede fase.⁶

Kort samengevat: „In de eindexamenklas vwo dient men ten minste 12 boeken gelezen te hebben voor het vak Nederlands. Robert Anker, leraar Nederlands, spreekt van een infantilisering van het literatuuronderwijs (400ste nummer van het tijdschrift Tirade). Er kan niet langer gevraagd worden naar vorm of stijl, alleen maar: vond je het leuk?”

Oplettende leraren signaleren dat leerlingen complete werkstukken geschiedenis van het internet plukken, inclusief de bijbehorende bronnen.

Zo moet momenteel de leerling tot een zelfstandig werkend persoon omgevormd worden; beter toegerust voor het hoger onderwijs.

Het zal inmiddels duidelijk zijn dat de Eerste Wereldoorlog in de toekomst meer en meer zal gaan verbleken in het basisonderwijs en in het voortgezet onderwijs voor het vak geschiedenis.

Wellicht zou men thans de conclusie kunnen trekken dat ik een fervent tegenstander ben van bavo en tweede fase. Dat is niet waar. Er zitten zeer goede elementen in beide vernieuwingen.

Kennis én ermee kunnen omgaan (vaardigheden), zelfstandiger naar het hoger onderwijs, dat is toch een geweldige vooruitgang?

Ik schrijf vanuit de praktijk en dan blijken de doelstellingen van het ministerie lang niet altijd volledig haalbaar te zijn.

overzicht: