Het chemisch wapenverdrag en de Eerste Wereldoorlog

Door: ir. Eric R.J. Wils 1

Het Chemisch Wapenverdrag

Op 29 april 1997 werd het Chemisch Wapenverdrag van kracht. Elke staat die partij is bij dit verdrag verplicht zich er toe nimmer en onder geen enkele omstandigheid:2

  1. chemische wapens te ontwikkelen, te produceren, anderszins te verwerven, een voorraad daarvan aan te leggen of in bezit te houden, dan wel aan wie dan ook direct of indirect over te dragen;
  2. chemische wapens te gebruiken;
  3. zich bezig te houden met militaire voorbereidingen tot het gebruik van chemische wapens;
  4. wie dan ook op enigerlei wijze te helpen, aan te moedigen of aan te zetten tot een ingevolge dit verdrag aan een staat die partij is bij dit verdrag verboden activiteit.

Het Chemisch Wapenverdrag is tot stand gekomen na meer dan 20 jaren onderhandelen in de Ontwapeningsconferentie in Genève in de periode 1970-1992. In januari 1993 is dit verdrag open gesteld voor ratificatie en in 1996 werden de vereiste 65 ratificaties verkregen. Ann 2006 hebben meer dan 175 staten zich aangesloten bij het verdrag. Sommige landen in het Midden-Oosten (b.v. Egypte, Israël, en Syrië) zijn helaas nog steeds geen partij. Het verdrag is omvangrijk en kent 24 artikelen en drie bijlagen, waaronder de bijlage inzake de chemische stoffen en de uitgebreide verificatiebijlage.

Het OPCW gebouw in Den Haag
Het OPCW gebouw in Den Haag

De ‘Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons’ (OPCW), die de naleving van het Chemisch Wapenverdrag dient na te gaan is gevestigd in Den Haag aan de Johan de Wittlaan. Men kan dus stellen dat het verdrag terug is op de plaats waar het bijna 100 jaar geleden is geboren. Tijdens de Eerste Internationale Vredesconferentie in Den Haag3 werd op 29 juli 1899 afgesproken dat de ondertekende mogendheden zich verplichten af te zien van het gebruik van projectielen die uitsluitend ten doel hadden verstikkende of giftige gassen te verspreiden.4 Deze verklaring werd door alle grote mogendheden van die tijd ondertekend behalve de Verenigde Staten en werd bevestigd tijdens de Tweede Internationale Vredesconferentie in Den Haag in 1907. Er loopt een directe lijn van de Vredesconferentie uit 1899 naar de eerste OPCW Conferentie uit 1997.

Het is genoegzaam bekend dat de strijdende partijen zich tijdens de Eerste Wereldoorlog weinig hebben gehouden aan de verklaringen uit 1899 en 1907. Sinds 1915 werd er op grote schaal gebruik gemaakt van chemische wapens. Vooral de aanval met chloorgas op 22 april 1915 rond Ieper wordt in vrijwel alle standaardwerken over de Eerste Wereldoorlog gememoreerd. Duitsland werd hard aangevallen voor dit grootschalige gebruik van gifgas. In een verweerschrift onder de titel ‘Die deutsche Kriegführung und das Völkerrecht’ wees de Duitse legerleiding op het feit dat de Fransen al eerder granaten gevuld met chemicaliën hadden afgevuurd en dat de verspreiding van chloorgas via cilinders had plaatsgevonden en niet via projectielen zoals vermeld in de verklaring uit 1899.5 Het is duidelijk dat volgens de letter van de verklaring van 1899 de Duitsers hierin gelijk hadden, maar dat het zeker strijdig was met de geest van de verklaring. Wat betreft de manier van verspreiding van gassen is het Chemisch Wapenverdrag eenduidig, hoewel er ook in dit verdrag vaagheden voorkomen, die zowel naar de letter als naar de geest geïnterpreteerd kunnen worden. Wat dat betreft is er dus niets nieuws onder de zon.

Na het beëindigen van de oorlog is het in verschillende fases gekomen tot het Protocol van Genève uit 1925. In de eerste plaats werd in het verdrag van Versailles artikel 171 opgenomen dat nadrukkelijk de fabricage en de invoer van vergiftige, verstikkende of soortgelijke chemicaliën in Duitsland verbiedt.6 In 1922 werd in Washington tijdens een conferentie over wapenbeperkingen een verdrag opgesteld, waarin in artikel 5 het gebruik van chemische strijdmiddelen werd verboden.7 Dit verdrag werd weliswaar nooit aangenomen, maar is toch de opstap geweest tot het Protocol van Genève.8 Het protocol wordt beschouwd als de eerste belangrijke multilaterale overeenkomst betreffende chemische wapens. Bovendien werden ook biologische wapens opgenomen. De meeste grote mogendheden hebben het protocol snel daarna geratificeerd. Hoewel initiatiefnemer deed de Verenigde Staten dit echter pas in 1975.

In het Chemisch Wapenverdrag wordt in de preambule nadrukkelijk verwezen naar het Protocol van Genève. De tekst luidt: ‘In herinnering brengend dat de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties herhaaldelijk elk optreden dat in strijd is met de beginselen en doelstellingen van het Protocol van Genève van 17 juni 1925 nopens het verbod van het gebruik tijdens oorlogshandelingen van verstikkende, giftige of andere gassen en van vormen van bacteriologische oorlogsvoering heeft veroordeeld’. Ook in artikel XIII van het Chemisch Wapenverdrag is opgenomen dat geen enkele bepaling in het verdrag mag worden uitgelegd als strijdig met het Protocol van Genève. Het Chemisch Wapenverdrag wordt nadrukkelijk gezien als een verbeterde en uitgebreidere versie van het Protocol van Genève, dat eigenlijk alleen een niet gebruiksverdrag behelst. Diverse landen, waaronder Nederland, hadden zich bij de ratificatie van het protocol het recht voorbehouden chemische wapens te gebruiken tegen een aanvallend land, die ze als eerste inzette.

Het is opvallend dat van alle wapensystemen die tijdens de Eerste Wereldoorlog voor het eerst werden toegepast of die een enorme evolutie hadden ondergaan (gas, tanks, vlammenwerpers, duikboten, vliegtuigen) het alleen voor het chemische wapen tot een verbod is gekomen na de oorlog. Natuurlijk heeft de afschuw tegen het gebruik van strijdgassen een grote rol gespeeld bij het tot stand komen van het Protocol van Genève, maar het bleek ook dat ze toch niet zo effectief waren als de tegenpartij over een adequate bescherming beschikte. Geen van de strijdende partijen heeft duidelijk voordeel van ze gehad en dus was een verbod op het gebruik ervan geen grote aderlating van de militaire mogelijkheden van de grootmachten na de Eerste Wereldoorlog.

Oude chemische wapens

Opgraven van oude chemische granaten
Opgraven van oude chemische granaten

Het Chemisch Wapenverdrag kent een groot aantal bepalingen, waarvan de vernietiging van de bestaande voorraad aan chemische wapens door de huidige wapenbezitters uiteraard een belangrijk onderdeel is. Het verdrag zegt echter ook het één en ander over oude chemische wapens.9 In delen van het verdrag wordt het jaartal 1925 als markering gebruikt. Zo wordt onder ‘oude wapens’ verstaan ‘chemische wapens geproduceerd voor 1925’. Plaatsen waar oude chemische wapens liggen opgeslagen, dienen opgegeven te worden bij de OPCW en worden vervolgens door hen geïnspecteerd. Oude wapens dienen behandeld te worden als giftige afvalstoffen en de staten, die nog oude wapens hebben, dienen die te vernietigen of anders te verwijderen als giftige afvalstoffen. De kosten komen voor rekening van de staat waar de oude wapens liggen of gevonden worden. Zo draait België dus helaas op voor de kosten van de vernietiging voor alle oude gasgranaten, die nog in het gebied van Ieper worden gevonden. Vernietiging van oude chemische wapens verloopt tegenwoordig heel wat ingewikkelder en milieuvriendelijker dan in de jaren na de Eerste Wereldoorlog. Zo is in het Chemisch Wapenverdrag opgenomen dat zulks niet op de volgende wijzen mag gebeuren: storten in enig oppervlaktewater, begraven in de bodem of open verbranding.10 Het storten in zee zoals in 1919 en 1920 gebeurd is boven Knokke (de Paardenmarkt) door de Britten en de Belgen is uiteraard uit den boze en nog altijd is er discussie over de mogelijke gevaren van de aldaar gestorte munitie.11 Ook moeten Verdragstaten er op toe zien dat bij vernietiging van chemische wapens de hoogste prioriteit moet worden toegekend aan het waarborgen van de veiligheid van mensen en het beschermen van het milieu.12 In Poelkapelle heeft de Dienst voor opruiming en vernietiging van ontploffingstuigen (DOVO) een ontmantelingsfabriek gebouwd, die voldoet aan de huidige eisen qua veiligheid en milieunormen.13 Oude granaten worden stuk voor stuk schoongemaakt, er wordt een röntgenfoto van genomen om de inwendige structuur na te gaan, de granaten worden opengemaakt, de inhoud verwijderd, het explosieve deel apart verzameld en de chemische inhoud geneutraliseerd. Het moge duidelijk zijn dat de vernietiging van de oude chemische wapens op deze wijze traag verloopt en vele malen meer tijd kost dan het vervaardigen van de gasgranaten tijdens de Eerste Wereldoorlog. Over de problematiek van de oude chemische munitie is in 1997 een uitgebreide studie uitgevoerd door het Stockholm International Peace Research Institute, resulterend in een meer dan 300 pagina tellend rapport.14 In dit rapport geven een aantal West- en Oost-Europese landen aan wat ze tot 1997 met oude wapens hadden gedaan en wat ze nog van plan zijn te doen. Behalve de Belgen hebben ook de Fransen zo hun problemen met oude gasmunitie, zoals in 2001 bleek toen in een grootscheepse operatie oude, lekkende granaten vanuit de omgeving van Vimy vervoerd moesten worden naar een veiligere plaats in de Champagne.15 De opening van de geplande Franse ontmantelingsfabriek heeft ook nog steeds niet plaatsgevonden.

Chemische stoffen

In de bijlage van het Chemisch Wapenverdrag inzake de chemische stoffen staan de stoffen die onderworpen moeten worden aan verificatie. Deze zijn verdeeld in drie categorieën, oplopend in risico voor het verdrag (lijst-1, lijst-2 en lijst-3 stoffen):

  1. Toxische chemicaliën of sleutelvoorlopers (precursors) met een hoog risico ingezet te worden als chemisch wapen. Ze hebben geen of nauwelijks nut voor vreedzame toepassingen.
  2. Toxische chemicaliën of precursors met een significant risico gebruikt te worden als chemisch wapen, maar die niet in grote hoeveelheden worden gemaakt.
  3. Toxische chemicaliën of precursors met een significant risico die wereldwijd in grote hoeveelheden worden gemaakt.

Op de lijsten komen bekende strijdmiddelen uit de Eerste Wereldoorlog voor, maar de lijsten zijn zeker geen afspiegeling van alle chemicaliën die tijdens de oorlog werden uitgeprobeerd als chemisch wapen.16 Hier zal slechts ingegaan worden op de meest bekendste gassen. Tevens moet in ogenschouw genomen worden dat het Chemisch Wapenverdrag niet alleen het vernietigen van bestaande chemische wapens nastreeft, maar dat tevens de chemische industrie gecontroleerd wordt.

Chloor

Chloor, het meest ingezette chemicalie, met een door alle strijdende partijen geschatte totale productie van meer dan 100.000 ton komt niet voor op de OPCW lijsten.17 Dit vereist uiteraard enige toelichting. Hoewel chloor een gevaarlijk gas is, wordt het in zeer grote mate geproduceerd door de chemische industrie voor niet verboden doeleinden. In Nederland produceerde AKZO Nobel in 2002 al zo’n 70.000 ton. Verificatie van een dergelijke grote productie voor mogelijk verboden toepassingen zou een belangrijk deel van de capaciteit van de OPCW opslokken. Bovendien wordt chloor heden ten dage niet meer als een chemisch wapen beschouwd, maar als een toxisch industriechemicalie.

Fosgeen, chloorpikrine en blauwzuur18

Fosgeen en chloorpikrine werden tijdens de Eerste Wereldoorlog door zowel de Britten, Fransen en Duitsers (groen-kruisgranaten) ingezet. Blauwzuur werd voornamelijk alleen door de Fransen gebruikt. De geschatte producties van de drie gassen waren respectievelijk 40.000, 12.000 en 4.000 ton.17 Gezien de grote toepassingen in de chemische industrie werden deze drie stoffen op lijst-3 geplaatst. Fosgeen is b.v. een grondstof voor het polymeer polycarbonaat, waar CD ROM’s van worden geperst.

Duitse gifgasgranaten uit WO I
Duitse gifgasgranaten uit WO I

Mosterdgas19

Mosterdgas was het meest gevaarlijke chemische strijdmiddel, dat tijdens de Eerste Wereldoorlog werd gebruikt. De geschatte productie was rond de 10.000 ton, voornamelijk door de Duitsers (geel-kruisgranaten). Het wordt nog steeds beschouwd als een chemisch strijdmiddel en is ook later, ondanks het Protocol van Genève, gebruikt door strijdende partijen o.a. in Ethiopië in de jaren 1930 door Italië en tijdens het Iran-Irak conflict in de jaren 1980.20 Het is daarom op lijst-1 geplaatst.

Mosterdgas werd door de Duitsers gemaakt op basis van het niet giftige thiodiglycol, dat redelijk eenvoudig met een chloreringsmiddel zoals zoutzuur om te zetten is in mosterdgas.21 Dit stond bekend als het OXOL proces. De Britten en Fransen gebruikten een andere bereidingswijze. Thiodiglycol kwam onlangs weer in het nieuws door het proces dat de Nederlandse staat heeft aangespannen tegen een zakenman, die in jaren 1980 duizenden tonnen thiodiglycol aan Irak had verkocht.22 Thiodiglycol, een sleutelvoorloper van mosterdgas, is geplaatst op lijst-2. Handel in thiodiglycol is niet verboden onder het Chemische Wapenverdrag, er zijn tenslotte ook vreedzame toepassingen van deze stof, maar aan strikte regels gebonden.

Traangassen

Tijdens de Eerste Wereldoorlog is veelvuldig gebruik gemaakt van chemische stoffen, die weliswaar niet dodelijk waren, maar een sterk prikkelend effect hadden op de ogen en de neus. Na inademing veroorzaken dergelijke stoffen tranende ogen, hoest- en niesbuien. Tegenwoordig worden deze stoffen wel samengevoegd onder de noemer traangassen en/of middelen ter bestrijding van oproer (Engels: ‘riot control agents’). De Duitsers gebruikten tijdens de Eerste Wereldoorlog stoffen zoals de arseenverbinding Clark I in projectielen gemerkt met een blauw kruis.23 Deze stoffen werden verspreid als aërosol (rook) en deze fijne deeltjes werden niet tegengehouden door de toen door de Britten en Fransen gebruikte gasmaskers. Hoest- en niesbuien hadden tot gevolg tot het gasmasker werd afgezet. Door naast blauw-kruisgranaten ook granaten met b.v. fosgeen af te schieten (het zogenoemde ‘Buntschiessen’) werd de bescherming van het gasmasker tegen fosgeen teniet gedaan. De huidige generatie gasmaskers zijn voorzien van een aërosolfilter, die fijne deeltjes tegenhoudt, en zodoende bescherming biedt tegen zowel aërosolen als gassen. Sinds tientallen jaren maakt de politie van vele landen bij de bestrijding van ernstige rellen gebruik van traangassen. Bij het opstellen van de lijst met chemicaliën voor het Chemisch Wapenverdrag heeft men dan ook de traangassen er bewust uitgelaten. Dit geldt voor alle stoffen, die in de Eerste Wereldoorlog werden getest en ingezet als traangas. Wel is in het verdrag opgenomen dat de zogenoemde oproerbestrijdingsmiddelen niet als een vorm van oorlogvoering mogen worden gebruikt.24

Organisatie van de OPCW

A meeting in the Executive Council of the OPCW, the Executive Council Chamber - Ieper Room; at the Technical Secretariat, The Hague
De Ieperzaal in het OPCW gebouw

In artikel VIII van het Chemisch Wapenverdrag wordt de organisatie van de OPCW beschreven. De OPCW is een onafhankelijke organisatie voor wapenbeheersing. Hoewel er formele banden zijn met de Verenigde Naties (VN) en het een VN-structuur kent, is het geen VN-organisatie. De organen van de OPCW bestaan uit de Conferentie van de Staten die partij zijn bij het verdrag, de Uitvoerende Raad en het Technische Secretariaat. De Uitvoerende Raad, bestaande uit 41 landen, heeft net als de Veiligheidsraad van de VN een wisselende samenstelling. De raad bevordert de doeltreffende toepassing en naleving van het verdrag, en houdt tevens toezicht op de werkzaamheden van het Technische Secretariaat. Bij het Technisch Secretariaat werken ongeveer 500 personen, waarvan een belangrijk deel (ca. 200) inspecteur is. Deze inspecteurs controleren in alle Verdragstaten de naleving van het verdrag en brengen daarvan rapport uit aan de Uitvoerende Raad.

De zaal waar de Uitvoerende Raad vergadert heet de Ieperzaal (foto), waardoor nadrukkelijk het verband onderstreept wordt met het gebruik van chemische strijdmiddelen (chloor, mosterdgas oftewel Yperiet) rond Ieper. Bij de ingang van de Ieperzaal hangt een plakkaat met de welbekende eerste strofe van het gedicht van John McCrae beginnend met ‘In Flanders fields the poppies blow; between the crosses, row on row’.25 Het ware beter geweest als daar de tweede strofe van het minstens zo bekende gedicht ‘Dulce et decocurum est’ van Wilfred Owen beginnend met de woorden ‘Gas, GAS, quick boys!’ had gehangen.25 Maar mogelijk zijn zinnen als ‘He plunges at me, guttering, choking, drowning’ en ‘If you could hear, at every jolt, the blood come gargling from the froth-corrupted lungs’ te gruwelijk. Diplomaten zijn soms huiverig van de harde realiteit van oorlogshandelingen. Tenslotte presenteert de OPCW zich jaarlijks tijdens de kransleggingsceremonie op 11 november aan de Menenpoort en werd de organisatie in 2002 genomineerd voor de Vredesprijs van de stad Ieper. De prijs ging echter naar een andere organisatie.

Noten

  1. De auteur is chemicus, oud TNO medewerker en voormalig technisch adviseur van de Nederlandse OPCW Vertegenwoordiging. Meningen in dit artikel zijn persoonlijk. E-mail: ericwils [apenstaartje] planet [punt] nl.
  2. Zie voor de volledige tekst van het Chemische Wapenverdrag in de zes officiële VN-talen de website van de OPCW (www.opcw.org). Hier wordt de door het Ministerie van Buitenlandse Zaken geproduceerde Nederlandse werkvertaling geciteerd.
  3. De conferentie werd gehouden in Huis ten Bosch, de huidige woonplaats van Koningin Beatrix. Tijdens de opening van het OPCW hoofdkwartier op 20 mei 1998 onthulde zij daarbij een plakkaat en gaf daarbij de chemische ontwapening een nieuw huis in Den Haag.
  4. De Engelse tekst luidt: ‘The contracting powers agree to abstain from the use of projectiles the sole object of which is the diffusion of asphyxiating or deleterious gases’. Zie o.a. Jozef Goldblat, Arms Control, A Guide to Negotiations and Agreements, International Peace Research Institute, Oslo, 1994. De volledige tekst is ook op verschillende internet sites te vinden (o.a. www.icrc.org, projects.sipri.se). Hier duikt voor het eerst het woord verstikkend (‘asphyxiating’) op. Het bizarre is dat in het Nederlands en Duits het hoofdbestanddeel (ongeveer 80%) van de luchtatmosfeer stikstof (‘Stickstoff’) wordt genoemd. Andere talen noemen dit gas bijvoorbeeld ‘nitrogen’ (N2) naar het chemische symbool.
  5. Een Engelse versie van dit Duitse verweerschrift samen met de reactie van Sir John French op het inzetten van chloorgas in april 1915 is te vinden op www.firstworldwar.com onder Primary Documents.
  6. De Engelse tekst luidt: ‘The use of asphyxiating, poisonous or other gases and all analogous liquids, materials or devices being prohibited, their manufacture and importation are strictly forbidden in Germany’. Zie bijvoorbeeld history.acusd.edu (website is vervallen) voor de volledige tekst van artikel 171 uit het Verdrag van Versailles.
  7. Zie de internet sites onder noot 4 voor de volledige tekst, waarin de termen ‘asphyxiating, poisonous or other gases’ weer voorkomen.
  8. ‘Protocol for the prohibition of the use in war of asphyxiating, poisonous or other gases, and of bacteriological methods of warfare, 17 June 1925’. Zie de referenties onder noot 4 voor de volledige tekst.
  9. Chemisch Wapenverdrag, Artikel II, paragraaf 5(a) en paragrafen 3-7 van deel IV(B) van de Verificatiebijlage.
  10. Ibid, Paragraaf 13 van deel IV(A) van de Verificatiebijlage.
  11. Zie o.a. Rob Ruggenberg, De dood wacht geduldig aan het Belgische strand, www.greatwar.nl. Ook in de SSEW Nieuwsbrief nr. 4 uit maart 2003 werd aandacht aan deze problematiek gewijd.
  12. Chemisch Wapenverdrag, Artikel IV, paragraaf 10.
  13. Zie o.a. Rob Ruggenberg, De gruwel van Houthulst, www.greatwar.nl. Tot 1972 werden de gifgasgranaten in beton gegoten en gestort in de Golf van Biskaje. Nog in 1980 werd om een noodsituatie op te lossen een storting in deze zee uitgevoerd. Informatie verstrekt door DOVO.
  14. Thomas Stock and Karlheinz Lohs (Editors), The Challenge of Old Chemical Munitions and Toxic Armament Wastes, Stockholm International Peace Research Institute, Oxford University Press, 1997.
  15. Zie o.a. Nigel Cave, Gas shells at Vimy, in Battlefields Review, Issue No. 14, 2001, p. 7-8.
  16. Een overzicht van de voornaamste in de Eerste Wereldoorlog gebruikte chemische wapens wordt gegeven door Philip J. Haythornthwaite, The World War One Source Book, London, 1992. Ook op internet zijn diverse overzichten te vinden b.v. op www.noblis.org.
  17. Net zoals het totale aantal slachtoffers van chemische wapens, zijn alle productiegetallen schattingen. L.F. Haber, The Poisonous Cloud, Chemical Warfare in the First World War, Oxford, 1986, noemt een getal van ruim 120.000 ton voor chloor.
  18. De systematische naam van fosgeen is carbonyl dichloride, die van chloorpikrine is trichloornitromethaan en van blauwzuur waterstofcyanide (HCN).
  19. De systematische naam van mosterdgas is 2,2’-dichloordiethylsulfide. De stof heeft vele triviale namen. De Belgen en Fransen noemen de stof Yperiet, na het eerste gebruik ervan in Ieper in juli 1917. De Angelsaksische literatuur spreekt van mustard (gas). De Duitsers noemen het Senfgas of Lost. Dit laatste is afkomstig van Lommel en Stein, die het op grote schaal produceerden. Het is zoals veel oorlogsgassen geen gas, maar een vloeistof met een kookpunt van 217 °C. In zuivere vorm wordt het bij 14 °C een vaste stof.
  20. V.A. Utgoff, The Challenge of Chemical Weapons, New York, 1991, geeft een overzicht van het gebruik van chemische wapens in diverse oorlogen en conflicten in de 20ste eeuw.
  21. De systematische naam van thiodiglycol is 2,2’-dihydroxydiethylsulfide. Door vervanging van de hydroxyl (of ‘ol’) groep door chloor wordt mosterdgas verkregen.
  22. Zie o.a. Ko Colijn en Harm Ede Botje, Het dubbelspel van Frans van A., Vrij Nederland 8 januari 2005. De zakenman Frans van Anraat is eind 2005 tot 15 jaar cel veroordeeld.
  23. De systematische naam van Clark I is difenylchloorarsine. De Duitsers gebruikten dit traangas in de Tweede Wereldoorlog om hun gasmaskers te testen. Bij het opruimen van oude munitie dook de stof af en toe ook op in Nederland na de Tweede Wereldoorlog.
  24. Chemisch Wapenverdrag, Paragraaf 5 van Artikel I. De Verenigde Staten heeft echter hier tegen bezwaar aangetekend.
  25. Tom Lanoye geeft in zijn boek Niemandsland, Gedichten uit de Groote Oorlog, Amsterdam, 2002, naast de volledige Engelse tekst een Nederlandse interpretatie van beide gedichten.

overzicht: