Het aantal slachtoffers van de eerste gasaanvallen in april 1915 bij Ieper

Door Eric R.J. Wils

Luchtfoto van een gasaanval 'ergens aan het Westelijk Front'
Luchtfoto van een gasaanval ‘ergens aan het Westelijk Front’

Gasaanval op de Fransen op 22 april 1915

Op 22 april 1915 lanceerden de Duitsers bij Ieper aan de noordkant van de saillant (Steenstrate-Langemark) de eerste grote gasaanval met chloorgas op de daar gelegen Franse 87e territoriale divisie en de koloniale troepen van de 45e Algerijnse divisie. Dit gebeuren wordt algemeen beschouwd als het begin van de chemische oorlogsvoering tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ter herdenking hiervan verscheen er in de Belgische krant De Standaard van 22 april 2005 een kort bericht over dit onderwerp onder de titel ‘Negentig jaar geleden gebruikte Duitsland voor het eerst gifgas’.

In dit bericht stond vermeld dat er 5000 soldaten stierven tijdens de gasaanval. Dit getal duikt wel meer op in boeken en/of artikelen over de eerste gasaanval rond Ieper, meestal in de vorm van 15.000 slachtoffers, waarvan 5000 dodelijk.1) Deze mooie, afgeronde getallen zijn hoogstwaarschijnlijk sterk overdreven. In de eerste plaats zou uit de getallen afgeleid kunnen worden dat chloor een erg dodelijk gas was met een sterftepercentage van ruim 30%. Dat is het echter niet, anders zouden de strijdende partijen tijdens de Eerste Wereldoorlog niet naarstig gezocht hebben naar meer giftiger middelen. Zelfs mosterdgas, dat in 1917 werd ingezet, en heel wat schadelijker is dan chloor had slechts een sterftepercentage van ongeveer 3% volgens Britse en Duitse bronnen.2,3)

Het getal van 5000 dodelijke slachtoffers bij de eerste chlooraanval moet toegeschreven worden aan Brits-Franse propaganda. Zij waren er natuurlijk bij gebaat de effecten van de inzet van chloorgas schromelijk te overdrijven, zodat de wereld gewezen kon worden op de zoveelste barbaarse daad van de Duitsers. Bovendien kon op die manier het terreinverlies opgelopen tijdens deze tweede slag om Ieper beter verkocht worden.

Omgekeerd waren de Duitsers zoveel mogelijk gebaat de effecten van de chlooraanval te bagatelliseren, wel wetende dat ze dan wel niet de letter maar toch de geest van een internationaal verdrag over het gebruik van gifgas hadden geschonden.4) Tijdens de Eerste Internationale Vredesconferentie in Den Haag werd op 29 juli 1899 afgesproken dat de ondertekenende landen (waaronder Duitsland) zich verplichten af te zien van het gebruik van projectielen die uitsluitend ten doel hadden verstikkende of giftige gassen te verspreiden.5)

Het getal van 5000 dodelijke slachtoffers werd al in 1927 genoemd in het boek Der chemische Krieg van Rudolf Hanslian en is een eigen leven gaan leiden.6) In een nieuw bewerkte uitgave uit 1937 wordt er op gewezen dat het aantal slachtoffers naar beneden bijgesteld moet worden. De in andere literatuur genoemde getallen variëren sterk. Zo vermeldde de Britse Special Brigade het officiële getal van 7000 vergiftigde slachtoffers met meer dan 350 doden, terwijl hun commandant, Charles Foulkes, later 7000 vergiftigde slachtoffers en 3000 doden noemde.7)

Het exacte aantal slachtoffers is niet meer te achterhalen. Het was ook moeilijk slachtoffers toe te schrijven aan gas wanneer een gasaanval voorafgegaan werd door een artilleriebeschieting en gevolgd werd door een infanteriestormloop. Wat is de exacte doodsoorzaak als soldaten verblind en half versuft door gas nog weerstand bieden en vervolgens worden doodgeschoten of anderszins omgebracht?

Ludwig Haber komt in zijn uitgebreide, objectieve studie uit 1986 over het gebruik van chemische wapens tijdens de Eerste Wereldoorlog tot een schatting van ongeveer 2500 slachtoffers, waarvan 1000 dodelijk. Hij heeft hiervoor het nodige speurwerk verricht o.a. een zoektocht in de medische gegevens aanwezig in het Franse militaire archief in Vincennes.8) Tenzij er nog andere bronnen gevonden worden, moeten deze getallen als het meest betrouwbaar beschouwd worden. De journalist Heinrich Billstein noemt in een artikel getiteld Gashölle Ypern uit 2004 een getal van 1200 doden en 3000 gewonden en vermisten, maar vermeldt niet waarom deze getallen weer 20% hoger zijn.9)


Een artist’s impression van de gasaanval
op de Canadezen.
Het oorspronkelijke bijschrift luidde:
The Canadians quickly realised that it was
best to face the cloud, and hold up in the
hope that blindness would be temporary
and the cutting pain would pass.
(Bron: Norm Christie - Gas attack!,
The Canadians at Ypres, 1915)

Gasaanval op de Canadezen op 24 april

Twee dagen later lanceerden de Duitsers een nieuwe gasaanval, nu op de Canadezen. Hun linkerflank was door het terugtrekken van de Fransen op 22 april 1915 volkomen open komen te liggen. In hetzelfde artikel in De Standaard wordt het aantal dodelijke slachtoffers van die gasaanval eveneens op 5000 gesteld. Dat getal is met 100% zekerheid sterk overdreven. Volgens de officiële opgave verloor de 1e Canadese divisie in de gevechten tussen 22 en 26 april 6035 man aan gesneuvelde, gewonde, gevangen genomen en vermiste soldaten.10) Het monument op een kruispunt in de buurt van St. Juliaan, dat de 2000 gesneuvelden herdenkt, draagt de tekst:

THIS COLUMN MARKS THE BATTLEFIELD WHERE 18.000 CANADIANS ON THE BRITISH LEFT WITHSTOOD THE FIRST GERMAN GAS ATTACKS THE 22-24 APRIL 1915 2.000 FELL AND LIE BURIED NEARBY

De tekst is misleidend en suggereert dat de 2000 gevallenen allen zijn omgekomen tijdens de gasaanvallen op 22 en 24 april, wat zeker niet het geval was. Het is weer een voorbeeld, waarbij het effect van een chemisch wapen schromelijk wordt overdreven. De tekst suggereert tevens dat de gesneuvelden in de buurt van de pilaar liggen, wat ook niet het geval is.11) Er is geen kerkhof rond Ieper waar alleen soldaten van de 1e Canadese divisie begraven liggen. De dichtst bijzijnde, kleine begraafplaats St. Julien Dressing Station telt 395 graven, waarvan slechts 15 van Canadezen.12)

De Canadezen hadden geen slachtoffers te betreuren door de gasaanval van 22 april. In de nacht van 22 april deden wel twee bataljons van de 1e Canadese divisie al een poging de Duitsers tegen te houden, wat de nodige slachtoffers kostte.13) Ook op 23 april deden twee bataljons een tegenaanval, waarbij ze meer dan 50% verliezen moesten incasseren. In de vroege ochtend van 24 april lanceerden de Duitsers de gasaanval, gevolgd door een infanterieaanval.

De Canadezen hadden instructie gekregen niet weg te lopen, maar de gaswolk over zich heen te laten komen. Bovendien pasten ze de eerste vormen van adembescherming toe door met water of urine natgemaakte doeken voor hun neus en mond te houden. Veel bescherming zal dat niet geboden hebben, maar alles was beter dan niets. Het 15e bataljon stond in het centrum van de wolk en verloor die dag 220 doden. Dit aantal was niet alleen het gevolg van de gasaanval maar ook van de daarop volgende zware gevechten gedurende de rest van de dag.

Wanneer de 1e Canadese divisie na vier dagen vechten in de nacht van 25 en 26 april wordt teruggetrokken, telt men in totaal ongeveer 2000 doden. Hoeveel daarvan er toe te schrijven zijn aan de gasaanval op 24 april is waarschijnlijk nooit exact te achterhalen, maar dat zullen er ten hoogste enkele honderden zijn geweest.

Bronnen

[1] Het aantal voorbeelden is legio. Het komt zowel voor in artikelen speciaal gewijd aan chemische oorlogsvoering (zie bijvoorbeeld Norbert-Jan Nuij, De dauw des doods, in Vierde Bulletin van de Tweede Wereldoorlog, Soesterberg, 2002, p. 400) als in boeken met een totaal ander onderwerp (zie bijvoorbeeld Andrew Robinson, Einstein Honderd jaar relativiteit, ‘s-Graveland, 2005, p. 160).
[2] Ludwig Fritz Haber, The Poisonous Cloud, Chemical Warfare in the First World War, Oxford, 1986, p. 256.
[3] Dieter Martinetz, Der Gaskrieg 1914-1918, Entwickling, Herstellung und Einsatz chemischer Kampfstoffe, das Zusammenwirken von militärischer Führung, Wissenschaft und Industrie, Bonn, 1996, p. 79.
[4] Wolfgang Wietzker, Gaskrieg und Öffentlichkeit. Die Zensur in Deutschland und der erste deutsche Gasangriff im Mai (?) 1915, Newsletter der Arbeitskreises Militärgeschichte Nr. 20, September 2003, p. 14-19.
[5] De Engelse tekst luidt: The contracting powers agree to abstain from the use of projectiles the sole object of which is the diffusion of asphyxiating or deleterious gases. Zie Jozef Goldblat, Arms Control, A Guide to Negotiations and Agreements, International Peace Research Institute, Oslo, 1994, p. 256. De volledige tekst is bovendien op verschillende internet sites te vinden (o.a. www.icrc.org en www.sipri.org).
[6] Rudolf Hanslian, Der chemische Krieg, Berlin, 1927, p. 91.
[7] Geciteerd in SIPRI, The problem of chemical and biological warfare. A study of historical, military, legal and political aspects of CBW and possible disarmament measures, Vol. 1: The rise of CB weapons, Stockholm, 1971, p. 30.
[8] L.F. Haber, 1986, p. 39 en p. 244-246. Zie ook Martinetz, 1996, p. 24, die alle bronnen nog eens nader beschouwt.
[9] Heinrich Billstein, Gashölle Ypern, in Der Erste Weltkrieg, Das Buch zur ARD-Fernsehserie, Berlin, 2004, p. 102.
[10] Canada and the First World War, Veterans Affairs, www.veterans.gc.ca.
[11] Rose E.B. Coombs, Before Endeavours Fade, A guide to the battlefields of the First World War, London, 1994, p. 38.
[12] Michel Vansuyt en Michel Van den Bogaert, De militaire begraafplaatsen van W.O. I in Vlaanderen, Deel 6, Langemark-Passendale-Noord-Eindoffensief, Erpe, 2002, p. 12.
[13] Norm M. Christie, Gas Attack!, The Canadians at Ypres, 1915, Ontario, 2002, p. 9-28.

overzicht: