Haig als commandant in de Eerste Wereldoorlog

Door: W.J. Loos, Luitenant-generaal b.d der Artillerie

1: Inleiding

In de Eerste Wereldoorlog leverden de militaire operaties aan het Westfront in Frankrijk meestal niet meer op dan zeer zware verliezen aan doden en gewonden. De eventuele terreinwinst kon vaak eerder worden gemeten in meters dan in kilometers. En dat dan vier jaren lang zonder dat (ogenschijnlijk?) lessen werden getrokken die konden leiden tot iets anders dan niet aflatende slijtageslagen. Konden de bevelvoerende generaals nu werkelijk niet anders of waren ze, om welke reden dan ook, niet in staat de platgetreden paden te verlaten?

 De Engelse generaals werden en worden wel beschreven als slagers en knoeiers (butchers and buglers) De Engelse soldaten zouden leeuwen zijn geweest geleid door ezels. Dat moge wat overtrokken zijn , de vraag blijft hoe die indruk kon ontstaan en waarom het zo gegaan is als het is gegaan? De poging om op deze vragen een enigszins zinnig antwoord te geven zal worden gedaan aan de hand van het optreden van de Engelse generaal Hakig, dat in 1914 de oorlog inging als legerkorpscommandant, later het bevel voerde over een leger en vanaf eind 1915 optrad als bevelhebber van het Britse expeditieleger (BEF) in Frankrijk.*1

Waarom Hakig? Wel Haig leent zich als hoogste militair verantwoordelijk voor één natie in een relatief beperkt en overzichtelijk deel van  het Westfront, voor nadere analyse.Zeker als daarbij de uitdagende uitspraak van biograaf Philip Warner  (A) wordt betrokken; „Douglas Haig is probably the most controversial figure in British military history, perhaps in all military history”.

Dat zou een ander mogelijk ook zijn geweest als die in die tijd die functie had vervuld. Nadere analyse zal dat moeten uitwijzen. Uitgangspunt daarbij moet zijn dat wijsheid achteraf zoveel mogelijk vermeden moet worden door inleving in de situatie van die tijd. Hakig moet worden gezien als een product van zijn tijd.; persoon, afkomst, opleiding, carrière tot 1914 etc. Daarop waren de nodige factoren van invloed zoals bijvoorbeeld de heersende filosofie met betrekking tot de oorlogvoering, de gangbare wijze van commandovoering, karakter en omvang van het Engelse leger en de ontwikkeling daarvan vanaf het begin van de oorlog in 1914.

Ook het krachtenveld waarin Haig zich als commandant bewoog is op zijn denken en doen van invloed geweest. Denk daarbij aan politieke factoren, de bondgenoten (met name de Fransen) en zijn directe militaire omgeving (meerderen, stafofficieren en ondercommandanten). Ook het optreden van Haig voorafgaande en tijdens bepaalde operaties kan het nodige inzicht verschaffen.

2: Haig vóór 1914

Douglas Haig (1861-1928) werd te Edinburgh geboren. Zijn vader, Earl John Haig, whisky fabrikant en zware drinker stierf  op jonge leeftijd. Zijn zeer gelovige moeder beïnvloedde hem sterk.  Als kind was Haig een ‘stubborn and unruly boy’ Intellectueel was hij geen hoogvlieger maar wel een ambitieuze harde werker. De toelatingsexamens voor de officiersopleiding te Sandhurst waren voor hem niet haalbaar. Via een niet voltooide studie van drie jaar in Oxford kon hij, op grond daarvan, alsnog naar Sandhurst. In 1885 werd hij luitenant bij de ‘Gueens Own Hussars’, hetgeen alleen maar mogelijk was als men beschikte over een behoorlijk eigen vermogen.

Hoewel hij hard had gewerkt, zakte hij voor toelating tot het Staff College. Bovendien bleek hij kleurenblind te zijn. Na een periode in India verzocht hij de Inspecteur der Cavalerie en de Duke of Cambridge een plaats voor hem te regelen op het Staff College, hetgeen geschiedde. Bovendien had hij inmiddels van een Duitse arts een verklaring gekregen dat die hem van zijn kleurenblindheid had genezen. Toelating tot het Staff College op voorspraak van hoge autoriteiten was in die tijd overigens niet ongewoon. Zo werden er in 1913 36 officieren na een toelatingsexamen toegelaten en 15 na een ‘nominatie’. Haig was zijn hele carrière een ‘netwerker’ avant le lettre. Hij schreef en rapporteerde regelmatig over zijn meerderen aan hogere autoriteiten tot aan de koning toe. Vaak gebeurde dat op hun verzoek. Zo schreef hij in 1915, na de slag bij Loos, een kritisch rapport over zijn baas, French. Inhoudelijk overigens terecht, met als gevolg dat Haig hem een paar weken later opvolgde als Commander in Chief (CINC/BEF)

Het gaat hier in onze ogen om een kwalijke gewoonte die in het Engelse leger niet ongewoon was. Ook Montcommery was er niet afkerig van.

Haig toonde zich op het Staff  College opnieuw ijverig en ambitieus. Zijn afstudeerwerkstuk werd door zijn latere ondercommandant. Plumer. Als middelmatig (mediocre) beoordeeld.

Opgemerkt moet worden dat er  op het Staff College van toen, in tegenstelling tot de Duitse Führungs Akademie, niet erg hard gestudeerd behoefde te worden. Er was veel tijd voor andere zaken. Ene Edmonds studeerde civiel af in geschiedenis en Macdonagh deed met succes rechten. Dorien-Smith besteedde zijn tijd voornamelijk in hondenkennels, paardenstallen en op renbanen zoals Ascot.

Ook liep men nauwelijks kans om bij mindere studieresultaten van de opleiding te worden ontheven. In de periode dat Robertson commandant was werden 2 studenten ontheven; een omdat hij niet voldeed, de andere ‘a very capable student for breaking the King’s Regulations by refusing to grow a mustache”.( C)

Haig diende in de Sudan (battle of Omdurman), Zuid-Afrika (Boerenoorlog)  en enkele malen in India. Reen wonder dat in zijn gedachten rond 1900, ‘the horse still the chief element  of mobile warfare’ was. Ondanks de ontwikkelingen op het gebied van vuurkracht (artillerie, mitrailleurs en geweren)  bleef dit  uitgangspunt in feite zijn denken in de jaren 1914-1918 overheersen. Al zijn aanvalsplannen waren in feite gericht op het bereiken van inbraak, doorbrak en uitbraak om zo met de cavalerie in de diepte te kunnen doorstoten.

In 1905 trouwde Haig enkele dagen na de eerste kennismaking met ‘the hon.Dorothy Vivian, Maid of Honour to Queen Alexandra’. Een goed huwelijk dat bovendien netwerker Haig goed van pas kwam/.

In 1912 werd Haig commandant van de legerplaats/oefenterrein Aldershot. Aan die functie was het commando verbonden over het Eerste Legerkorps van de ‘BEF’ in oprichting.

Aanvankelijk bestond dit legerkorps voornamelijk op papier. Zijn military assistant aldaar was de kapitein John Charteris, die later als brigade generaal Sir John zou optreden als Chief of Intelligence BEF. Deze man bleek een onverbeterlijke optimist te zijn als het ging om het inschatten van de tegenstander. Zijn adviezen zouden leiden tot een aantal onverstandige beslissingen, soms met fatale gevolgen.

De eerste manoeuvres waaraan Haig met zijn legerkorps in East Anglia deelnam, verliepen voor hem rampzalig.. Hij werd door foute inschattingen en onderschatting van de rol van vliegtuigen voor het verzamelen van informatie over de tegenstander, voor de ogen van hoge buitenlandse autoriteiten, smadelijk verslagen Bij de eindbespreking bleek Haig niet in staat iets zinnigs uit te brengen. Hoewel hij zich schriftelijk behoorlijk kon uitdrukken bleek ook later dat wij weinig spreekvaardig was. Bij stafbesprekingen was er voor zijn stafofficieren vaak teen touw aan vast te knopen en moest men raden naar zijn bedoelingen. Haig’s tegenstander bij voornoemde manoeuvres, de generaal Grierson, overleed in augustus 1914 aan een hartaanval. Daarmee viel een geduchte concurrent aan de top weg. Tijd en toeval willen wel eens helpen……

3: Ontwikkeling van de oorlogvoering

Vanaf het begin van de Eerste Wereldoorlog hebben zich ontwikkelingen voor wat betreft de legervorming, techniek en tactiek voorgedaan die van invloed zijn geweest op de oorlogvoering. Enkele zullen hier worden aangeduid om de invloed op het functioneren van Haig onder de loupe te kunnen nemen.

De behoefte aan een groter expeditieleger en ook de zware initiële verliezen in 1914 hadden voor het Engelse leger ingrijpende gevolgen. Van een klein, vooral koloniaal gericht beroepsleger evolueerde het Engelse leger via een beroeps/vrijwilligersleger naar een dienstplichtigen leger. Het leger expandeerde voorts van acht naar zestig divisies, gegroepeerd in leerkorpsen en uiteindelijk in vier legers. Een groot deel van het potentiële kader hiervoor was al in de eerste fase van de oorlog gesneuveld. Het was een enorm probleem hoe dat grote leger te voorzien van capabele commandanten en stafofficieren. Deze kwaliteits problematiek heeft zeer lang een rol gespeeld; al doende moest men het vak leren.

Gedurende de hele oorlog was er een onbalans  tussen manoeuvre en vuur. De artillerie en de mitrailleurs maakten de manoeuvre vrijwel onmogelijk. Bovendien belette het ontbreken van adequate  verbindingsmiddelen de commandovoering op cruciale momenten. Goed en snel reageren op zich ontwikkelende situaties konden commandanten veelal niet omdat zij niet beschikten over de noodzakelijke informatie.

Steeds is gezocht  naar nieuwe middelen en methodes om uit de impasse te geraken ( C) Op een aantal gebieden liepen de Duitsers hierbij voorop; Bruchmullerverfahren voor de artillerie Stosztruppenverfahren voor de infanterie, nieuw verdedigingsconcept (diepte en flexibiliteit) en inzet van gas bij Ieper in 1915. In dit beeld past ook de strategisch-operationele omslag van Vernichtungsdenken naar Abnutzungs denken. (laat de vijand maar doodbloeden) Het vormde het uitgangspunt voor het Duitse offensief bij Verdun in 1916. Merkwaardig is dat de Duitsers onvoldoende acht sloegen op de Engelse ontwikkeling van de tank, een wapen dat overigens pas enigszins effectief werd in de slotfase van de oorlog in 1918.

De Duitsers besteedden zeer bewust aandacht aan de beproeving  van nieuwe methodes en de training van hele divisies  in de uitvoering er van op speciale oefenterreinen.

De Engelsen toonden een heel ander beeld.; ‘In 1915, the British Army had neither a section at GHQ directly concerned with the creation of a new tactical doctrine nor did it posses or seek to create a force, dedicated to testing and developing such a doctrine. Only in July 1918 was an attempt made to lay down a coherent policy from GHQ’. (c)

Wel werden er oefeningen/opleidingen gehouden achter het Engelse front , mar dan ging het slechts  om nieuw gevormde eenheden gereed te maken voor het front. Deze activiteiten werden niet centraal geleid op BEF niveau, zij waren de verantwoordelijkheid van de legers en legerkorpsen. Met andere woorden, steeds meer van het zelfde leidende tot de eindeloze slijtageslagen. Uitgangspunt bleef;’experience is the best teacher’.

Wat Haig op dit gebied bezig hield is niet bekend. Nooit heeft hij zich duidelijk geuit over mogelijkheden tot vernieuwing  om uit de impasse te geraken. ‘Meer van het zelfde’ zou de vijand wel murw breken. Zware verliezen waren daarbij onvermijdelijk. Hij was en bleef, ook op de hoogste post, een negentiende eeuwse cavalerieofficier , die zelfs in het voorjaar van 1915 nog voor de British War Council verklaarde; ‘the machinegun is a much overrated weapon and two per battalion is more than sufficient’.

4: Haig in het krachtenveld

Bij het bestuderen en eventueel beoordelen van Haig als commandant dient ook aandacht te worden besteed aan het krachtenveld waarin hij zich bevond.

In zijn staf leunde hij sterk op zijn overoptimistische inlichtingenofficier.  Voor zijn ondercommandanten was hij een autoritaire baas waarmee geen inhoudelijke gesprekken konden worden gevoerd..

Zijn militaire chef, French, heeft hij, niet geheel ten onrechte, ‘pootje gelicht’. De vanaf eind 1915 optredende Chief of the Imperial Staff, Robertson, heeft steeds achter Haig gestaan.. ‘He was fiercely loyal to Haig (a). Haig genoot ook de steun van koning George V, die tegen de wens van de Engelse premier, Lloyd George (die grote bezwaren had tegen Haig vanwege de enorme verliezen die zijn mislukte offensieven opleverden) doordrukte dat Haig eind 1916 bevorderd werd  tot Field marshall. En dat na het Somme debacle…..

Na Passchendaele in 1917 hield Lloyd George zelfs een deel van de nieuwe reservedivisies in Engeland om Haig’s drieste aanvalslust in te tomen.

Haig bevond zich, wat de Fransen betreft, vaak in een dwangpositie. Hij was niet vrij de plaats, het tijdstip en de te gebruiken middelen  voor zijn militaire operaties te bepalen. Onder druk van de Fransen en vaak politiek gesteund door Londen, moest hij , ook al uit loyaliteit, de Fransen steunen of juist de wind houden. (1916 resp.1917)

Om zich beter met de Fransen te kunnen verstaan volgde Haig, door zijn grote ijver met succes, lessen in de Franse taal. Dat vergemakkelijkte de wat moeilijke relatie met de vlot sprekenden (ook Engels) dynamische generaal Nivelle, Frans bevelhebber sinds eind 1916. Nivelle was een man die gemakkelijk veel beloofde maar er in de praktijk ook niet veel meer dan ontstellende bloedbaden van wist te maken..

De behoefte, ook van politieke zijde, om de militaire inspanningen tussen Engelsen en Fransen beter te coördineren, leidde begin 11917 voor wat betreft Haig, tot grote spanningen. Onder invloed van Lloyd George, kreeg Nivelle grote bevoegdheden , onder andere voor wat betreft tijd en plaats van offensieven, inzet van reserves en gebruik van voorraden.  Haig kwam daardoor bijna onder curatele te staan van Nivelle. Toch hing hij zijn pet niet aan de kapstok hetgeen niet onlogisch zou zijn geweest. In mei 1917 werd Nivelle vervangen door Petain en ‘no more was heard of Haig being put under French command (a) en had Haig weer het vertrouwen van Lloyd George voor zolang het duurde.

5: Haig als commandant

Om Haig als commandant te kunnen beoordelen is het noodzakelijk om te weten hoe werd aangekeken tegen het karakter van de oorlogvoering (philosofies of combat)  en de daaruit af te leiden wijze van commandovoering. (command systems cq Führungs prinzipien).

Over deze fenomenen dachten Engelsen en Duitsers geheel verschillend. Hun generaals waren met die denkwijzen doorkneed en handelden op grond daarvan.

De Duitsers gingen er van uit dat, hoe goed ook voorbereid en georganiseerd, het gevecht altijd chaotisch dreigt te verlopen. Het bijbehorende Führungs prinzip  is dan ook ‘Auftragstaktik gebaseerd op decentralisatie.

De Engelsen gingen uit van het principe dat de slag goed gestructureerd diende te verlopen. Alles was dan ook gericht op ‘maintain the structure’ ofwel. voorkom chaos. Op tactisch niveau  hoort daar ‘ restrictive control’ ook wel ‘Befehlstaktik’ genoemd bij,.gebaseerd op centralisatie  van de commandovoering. In de Eerste Wereldoorlog liep dit vaak spaak door het ontbreken van adequate verbindingsmiddelen. Voor het hogere operationele niveau hanteerden de Engelsen het ‘Umpire system’ een excessieve vorm van decentralisatie. Dit kwam vaak neer op het niet ingrijpen van boven af ongeacht wat er gebeurde. De goede verhoudingen mochten niet worden verstoord.  Men zou dit een vorm van verkeerd begrepen ‘Auftragstaktik’ kunnen noemen. Dit brak de Engelsen dan ook op, onder andere bij de derde slag om Ieper. (1917)

Als cavalerieofficier was Haig op zijn best  in de openingsfase van de Eerste Wereldoorlog.. Tegenover de overmachtige Duitse aanval/opmars door België en Noord Frankrijk voerde de BEF een vertragend gevecht. Haig was daarbij onvermoeibaar en onverstoorbaar. Onberispelijk van uiterlijk en veelal te paard, leidde en inspireerde hij zijn troepen, onder andere bij Mons en Le Cateau. Hij trad daarbij ook hard en meedogenloos op . Ondanks de zware omstandigheden (hitte, uitputting en zware verliezen) eiste hij stipte uitvoering van orders en sleepte betrokkenen zonodig voor de krijgsraad.

Eind 1914 werd de BEF georganiseerd in twee legers. Hakig kreeg het 1e Leger, Smith Dorien het 2e Leger. In het laatste werd de ‘outstanding’ Plumer commandant van het 5e Legerkorps.

Het Engelse offensief bij Loos in september 1915 liep uit op een drama (das Leichenfeld von Loos) voor Haig’s 1e Leger. Oorzaken waren onder andere het gebrek aan artillerie (vuurmonden en munitie)  en het veel te laat en uitgeput arriveren van de reservedivisies. Ook een weloverwogen doelstelling voor dit offensief was ver te zoeken.  Het enige motief was; ‘we kunnende Fransen er niet alleen voor laten staan’. Voor het debacle moet voornamelijk Haig’s commandant  French worden aangesproken.  Zoals reeds vermeld, liet Haig dat luid en duidelijk in Londen horen.(a)

Ook het Engelse offensief van 1 juli 1916 tot eind november 1916, de Somme, liep uit op een drama  en laat zich in kort bestek niet analyseren. Wel kunnen een aantal zaken worden genoemd die gezien de ervaringen met voorgaande offensieven, niet hadden mogen voorkomen. De terreinkeuze was Haig wederom  min of meer door de Fransen opgedrongen. Dat de weersomstandigheden bij de start allerbelabberdst waren kan Haig niet worden verweten. Maar dat de Engelse infanterie nog steeds ‘a la Russe in slow walk’, dat wil zeggen op linie in langzame pas voorwaarts ging, is onvergeeflijk. De Duitsers hadden bij Verdun al laten zien hoe het wel moest (Stosztruppttaktik). Ook nu weer was er een te groot vertrouwen in massale artillerie steun, een steun die eigenlijk vaak een contraproductieve had, onder andere op het terrein.

De overoptimistische inlichtingenofficier, Sir Joh Charteris, had Haig min of meer op het verkeerde been gezet door de vijand te onderschatten. Ook hij had het niet nodig gevonden gebruik te maken van rookschermen. Fataler was dat hij geen idee had van het herziene Duitse verdedigingsconcept dat gebaseerd was op uitbouw van de verdediging in de diepte.

Tot slot kan worden vermeld  dat reserves vaak niet, te laat- of op plaatsen werden ingezet waar een succes werd geboekt.  Dat laatste is een doodzonde waartegen al sinds de oudheid wordt gewaarschuwd. De persoonlijke invloed van Haig op dit alles is moeilijk in te schatten. Bij stafbesprekingen stond hij veelal mompelend voor de kaart en sprak hij slechts in vage bewoordingen. Zijn staf moest vaak maar raden wat bij bedoelde. Gesprekken met ondercommandanten of stafofficieren ging hij niet aan.

Het volgende grote Engelse offensief, de zogenaamde 3e slag bij Ieper/Passchendaele van 7 juni tot in november 1917 toont in grote trekken de zelfde fouten als die van het jaar `1916. Wederom onvoldoende aandacht voor de sterkte van de vijand, de diepte van de verdediging (verlengde Siegrfriedstelling/Hindenburglinie) en het Duitse verdedigingsconcept.  Ook nu weer optimisme leidend tot overmoed.

Het terrein was absoluut ongeschikt  om een dergelijk zwaar offensief te kunnen verdragen; het was al ‘for ages an unusable swamp’. Het kwetsbare afwateringssysteem werd door de langdurige (10 dagen)  artillerie voorbereidingsvuren volledig vernietigd. De hevige zomerregens deden de rest.  Een volledig onbegaanbaar landschap was het resultaat. De infanterie  verdronk vaak letterlijk in de modderpoelen. Een grondige tactische weer- en terreinstudie had wellicht veel ellende kunnen voorkomen.

Op het gebied van de commandovoering deed zich bij de voorbereiding van het offensief een schoolvoorbeeld van Umpiring voor met dramatische gevolgen.  In het zwaartepunt van de aanval zou het 5e Leger van generaal Gough optreden. Haig wees hem op het belang van het door de Duitsers bezette  Ghevelt-plateau op de rechterflank en liet doorschemeren dat die flank voor aanvang van het offensief zeker gesteld moest worden. Gough echter maakte een aanvalsplan waarbij werd aangenomen dat door het grote offensief  richting Passchendaele, dat plateau wel enpassant kon worden meegenomen.  Hoewel Haig het daar niet mee eens was en af en toe nog wel eens hints gaf , veranderde er niets.  Hier had Haig dus een duidelijke order moeten geven. De umpiretraditie zat echter te diep.

De bekende Engelse militaire denker en schrijver Liddle Hart oordeelde achteraf voor Ieper/Passchendaele; ‘The battle was lost before it began’.  

6: Nabeschouwing en conclusie

In het voorgaande is veel over Haig naar voren gekomen; matig intelligent, ambitieus, ijverig, typisch 19 Eeuwse cavalerieofficier , niet vernieuwend, stug en hard, volhoudend, niet welbespraakt, goed schriftelijk uitdrukkingsvermogen, moedig, onbewogen, een netwerker. Er kunnen nog wel meer, veelal negatieve kwalificaties over hem worden gevonden zoals; ‘hij heeft het charisma van een  karper (f), ‘he was so confident of his own judgement that he never listened to opinions of others’ (Field Marshall Wavell)  ‘moeilijk te doorgronden, kende geen medelijden, général de chateau’.  Dat laatste is onjuist. Hoewel hij op zijn niveau regelmatig in zijn, overigens naar verhouding bescheiden, commandopost behoorde te zijn, trok hij er veel op uit. Veelal ook te paard bezocht hij ondercommandanten en eenheden, soms ook in de loopgraven. Bang was hij zeker niet. Hoewel Lloyd George hem enkele malen heeft willen ontslaan, durfde die dat toch niet aan. Haig werd, ondanks alles, door het Engelse volk op handen gedragen, een plaatje van een man die bij alle tegenslagen onverstoorbaar voort ging . Daar staat, als aanvulling, tegenover een uitspraak van een Engelsman; ‘Haig is de Schot die kans heeft gezien de meeste Engelsen aller tijden om zeep te helpen’.(b)

Alvorens een willekeurige deskundige de vraag ; ‘was Haig de juiste man op de juiste plaats of (net) niet?’ te laten beantwoorden is het goed hem te laten nadenken over de vraag; ‘had je het zelf in die situatie anders, beter gedaan?’. En dat dan in samenhang met de vraag; ‘had je zelf de verantwoording  zo lang kunnen en willen dragen voor die ontstellende verliezen  en al dat menselijk lijden of had je je pet aan de kapstok gehangen?’. Als dat laatste in de politiek-militaire context van toen al had gekund. Haig heeft nooit overwogen,  anderen trouwens ook niet. Uitgangspunt was en bleef; volhouden tot de tegenstander omvalt of tot deze wilde praten op basis van reële uitgangspunten. En dat wilden de Duitsers niet. Tot ver in 1918 bliezen die hoog van de toren en dachten met hun grote krachtinspanning van dat jaar het pleit alsnog op het slagveld te kunnen beslechten.

Het Boekenweek geschenk 1963; ‘Europa in een boek’, van Prof. dr.J.Presser bevat een citaat uit  het werk ‘Soziologie des Krieges’  van Prof.mr.S.R.Steinmetz; ‘De Eerste Wereldoorlog onderscheidt zich van alle andere oorlogen op 23 punten’. Punt nr 20 luidt; ‘het ontbreken van werkelijk grote veldheren’. Dan is Haig dat dus ook niet zou men kunnen zeggen. Ware het niet dat op die stelling nogal wat af te dingen is. Zouden bijvoorbeeld de grote veldheren uit de Tweede Wereldoorlog  in de Eerste Wereldoorlog ook zo hebben geschitterd of zouden zij in die omstandigheden ook de kwalificatie ‘;butchers and burglers’ hebben gekregen?

Tot zover genoeg gerelativeerd. Men kan met de beste wil van de Wereld Haig niet de juiste man op de juiste plaats noemen. Ook was hij niet de meest geschikte. Er waren wellicht betere generaals beschikbaar voor de topfunctie  van CINC?BEF te bekleden zoals bijvoorbeeld generaal Plumer. Maar de vraag blijft natuurlijk of ze het echt beter zouden hebben gedaan. vernieuwender, sneller en met minder verliezen? Dat laatste is zeer twijfelachtig maar zeker weten zal men het nooit.

7: Literatuur

A: Warner.Ph., Field Marshall Earl Haig. (1991)

B:Sheffield.C.D.,  (ed) Leadership and Command. The Anglo-American Military

     Experience  since 1861. (1997)

C: Samuels.M., Command or Control?. Command, Training and Tactics in the British

     and German Armies 1888-1918 (1995)

D: Crefeld, M.van.,  Command in War. (1985)

E: Holt, T. and V., Battlefields of the First World  War (1993)

F: Hertog, H.den., Sir Douglas Haig, vóór en tegen, in; Opgediept Verleden (2000)

G: Mak, G., Europa (2004)

overzicht: