Is geschiedschrijving een wetenschap?

(stelling ter discussie!)

Recent verscheen het volgende bericht in de Nederlandse Pers;Ín 1453 veroverde het Ottomaanse leger Constantinopel (nu Istanbul). Een Griek spreekt daarbij van de teloorgang van een grootse christelijke stad. Een Turk heeft het over een roemrijke verovering. Geschiedenis krijgt een nationalistische tint waarbij het onrecht van de ander de hoofdrol speelt.
Een groep docenten en wetenschappers wil daar verandering in brengen.

Een nieuwe manier waarop in Zuidoost Europa- van Turkije tot Kroatië- tegen het verleden wordt aangekeken om zo volkeren te verzoenen; dat is het doel van 60 docenten en wetenschappers uit dit gebied. Zij schrijven nieuwe geschiedenisboeken. ‘Geschiedenis speelt een belangrijke rol bij de vorming van de nationale identiteit’, stelt de Griekse Christiane Koulouri , professor geschiedenis en mede auteur. ‘Wij vrezen voor de toekomst van de Balkanstaten. Met goede geschiedschrijving en onderwijs kan wederzijds begrip gekweekt worden. De meeste studenten weten weinig over hun buurlanden, ondanks het gezamenlijke verleden en het feit dat er veel relatief”jonge’landen op de Balkan zijn’. Scholen maken gebruik van door de overheid gedicteerde geschiedenisboeken waarin de vele oorlogen die de regio door de eeuwen heen geteisterd hebben worden neergezet als „wij”tegen „hen”. Met de nadruk op door „hen”gepleegde misdaden. Als voorbeeld noemt men dat onder Slobodan Milosevic in 1993, tijdens de oorlog met Bosnië, de geschiedenisboeken werden aangepast. Het doel was aan te tonen dat de bevolkingsgroepen in Joegoslavië al sinds de 12e eeuw constant met elkaar in conflict waren, Dat oorlog gewoon was. Dat het normaal was dat Serviërs en Kroaten elkaar haatten. Nu worden de teksten door de regering wederom aangepast. Dit keer om de communisten zwart te maken” .

De ‘ groep van 60’ wil nu proberen daarin verandering te brengen en tot objectieve geschiedschrijving te komenEen zeer interessant project van deze 60 docenten en wetenschappers dat zeker onze sympathie verdient.. Dat brengt me echter tot de vraag;

STELLING

Is objectieve geschiedschrijving wel mogelijk?We dienen ons deze vraag in alle ernst te stellen. Bezien we de huidige geschiedschrijving over, laten we zeggen, de periode 1870-1920,-en dan meer speciaal de periode van de Eerste Wereldoorlog, dan dringt zich onvermijdelijk de gedachte op dat het weergeven van de geschiedenis over deze periode , door sommigen‘wetenschap’genoemd, toch vooral gebaseerd is op is de interpretatie van feiten en gebeurtenissen die hebben plaats gevonden en het is maar zeer de vraag of het begrip óbjectiviteit’ daarbij nog wel een plaats inneemt. De interpretatie van feiten en gebeurtenissen is nu eenmaal welhaast onvermijdelijk, subjectief en geschiedt vanuit de eigen optiek, vanuit de eigen ervaringen, door overleveringen en door reeds ingezette mythevorming veelal veroorzaakt door jarenlang volgehouden propaganda,

Mythevorming wordt mede veroorzaakt door de gevolgde methode van geschiedschrijving, door de bijna dwingende eis aan de historicus om zijn stellingen te voorzien van bronnenmateriaal. De historicus hanteert zijn bronnen als bewijs voor zijn stellingen en ook om aan te tonen dat die ook door anderen worden onderschreven. Bronvermelding is noodzakelijk teneinde geponeerde stellingen te onderbouwen met bewijsstukken, originele documenten enz.. In de praktijk echter komt het er meer en meer op neer dat bronvermelding zich beperkt tot het herhalen van eerder reeds door anderen verzamelde informatie, Dat zou op zichzelf natuurlijk geen probleem zijn ware het niet dat voortdurende controle van geciteerd bronnenmateriaal in veel gevallen achterwege blijft. Onjuiste stellingen en/of onjuiste weergave van de feiten gaan daardoor een eigen leven leiden.en geven onvermijdelijk aanleiding tot mythevorming.. Kritische benadering; ‘is het wel juist wat die ander beweert’, ontbreekt veelal.Een duidelijk voorbeeld van deze stelling is de geschiedschrijving over de Balkanlanden en hun conflicten. Men leze maar de Turkse geschiedschrijving tegenover de Servische weergave van de gebeurtenissen en zelfs de volstrekte leek kan constateren dat hier geen sprake kan zijn van een juiste weergave. Beide kanten gebruiken veelal het zelfde bronnenmateriaal maar interpreteren die geheel verschillend. Het feit dat ‘ínterpretatie’dit toelaat zou al een belangrijke waarschuwing moeten zijn.. Wil men overigens toch tot ‘n (betrekkelijk) juiste weergave komen en zou men daarbij de eigen ínterpretatie’ zo veel mogelijk uitschakelen, dan nog zal men te maken krijgen met de interpretatie van het beschrevene door de geïnteresseerde lezer zelf. . Ook deze wordt immers weer beïnvloed door eigen inzichten, overleveringen, mythevorming en/of propaganda!.

In z’n algemeenheid moet geconstateerd worden dat de geschiedschrijving over bijvoorbeeld de Eerste Wereldoorlog en alles wat daaraan vooraf ging, vaak mank gaat aan een zo realistisch en objectief mogelijke weergave van de feiten. De historicus Timothey Carton schreef in een interview met NRC Handelsblad (28-6-1997) dat;

de betekenis van feiten een zaak is van dispuut en interpretatie en dat juist die interpretatie continue verandert en dat objectiviteit in de geschiedschrijving de facto een onbereikbaar ideaal is”. Dat moge juist zijn, maar daaruit zou men de conclusie kunnen trekken dat geschiedschrijving geen wetenschap kan zijn en dat in feite elke historicus een „draai” aan de geschiedenis kan geven en dat dan vaak ook doet! Natuurlijk is het wel dat wetenschappelijke methoden gebruikt kunnen worden om de feiten zoveel mogelijk ‘boven tafel’ te halen maar dat maakt geschiedschrijving zelf, nog geen wetenschap. De juistheid van de stelling van Carton maakt dat de historicus een grote verantwoording op zich neemt bij het schrijven van geschiedenis.

„De overwinnaar schrijft de geschiedenis”is een alom erkende en geaccepteerde kreet die impliciet inhoudt dat dit soort geschiedschrijving dan ook niet geheel aux serieus genomen kan worden. In deze context moet geconstateerd worden dat met name.Britse historici de geschiedschrijving over de periode van de Eerste Wereldoorlog domineren en - uiteraard onder invloed van een hele generatie op het slagveld vermalen en verminkte jonge Britse soldaten- (elke Brit heeft wel een slachtoffer in zijn familie) de gebeurtenissen van toen vaak vanuit puur Britse optiek interpreteren. Ze doen dat veelal op een wijze die overdondert en geen tegenspraak duldt. Jarenlang volgehouden stellingen zijn tot ‘gemeengoed’ verheven en als werkelijkheid en waarheid aanvaard door generaties Britse historici. Eerlijkheidshalve moeten we stellen dat het de historici echter ook wel erg gemakkelijk gemaakt wordt. . Immers; het zijn niet alleen deze historici die de vrije loop aan hun interpretatie van de feiten geven, ook hun lezers hebben hun eigen voorkeuren en interpretaties.. De mythevorming heeft in de weergave van de geschiedenis een vaste plaats veroverd en is daarmede niet meer uit te roeien.

De historicus Christopher Clark stelde in dit verband in zijn boek „Wilhelm ll” vast dat:

„there is a perplexing tendency in the literature on this period- and in popular presentday awareness- to see things from the Westminster point of view, to accept implicitly the notion that British (colonia)l expansion and British perceptions of British rights constituted a ‘natural order’in the light of which German objections appeared to be wanton provocations’.

Clark’s observatie sluit naadloos aan bij mijn waarneming dat de Britse geschiedschrijving veelal gebaseerd is op een zeer eenzijdige visie die ook nog eens sterk beïnvloed wordt door bewust in stand gehouden mythevorming. Kortom, de Britse geschiedschrijving wordt sterk beïnvloed door een chauvinistische interpretatie van de feiten, Doordat de Engelse taal zo toegankelijk is voor iedereen, werd en wordt de Britse zienswijze gemakkelijk verspreid en vaak ook naadloos overgenomen door Amerikaanse en Europese historici. Daarbij is er m.i sprake van te weinig kritische controle op wat ons wordt voorgehouden en werd en wordt er te weinig aandacht geschonken aan de argumenten van bijvoorbeeld de ‘verliezers’, de Duitsers, de Oostenrijkers en de Turken om er maar enkelen te noemen. Hun stem werd niet gehoord of als onwaar en onjuist afgedaan. Die afwijzing werd mede mogelijk door de eigen ervaringen met de Duitse nazi-overheersing van delen van Europa in de Tweede Wereldoorlog. Gevolg, praktisch alleen de Angelsaksische visie over de Eerste Wereldoorlog werd en wordt als de juiste gepropageerd en ook geaccepteerd hetgeen mogelijk werd door.de graagte waarmede de historisch geïnteresseerde lezer veelal een bepaalde interpretatie aanvaard, Die lezer wordt, zoals gezegd, op zijn/haar beurt weer beïnvloed door onder meer de langdurig volgehouden nationalistische propaganda en vooral ook door de voortdurende herhaling van eenmaal ingenomen standpunten en visies in de stroom van literatuur over deze periode.Het project van de 60 Griekse-Turkse -Servische en Kroatische geschiedenisdocenten verdient alle sympathie en alle steun maar, gezien de nog steeds zeer heftige tegenstellingen in die regio, lijkt het slagen van deze poging te komen tot ‘nieuwe geschiedenis’welhaast ten dode gedoemd. Wie de geschiedenis van de Balkan kent, weet dat de volkeren daar elkaar inderdaad al eeuwenlang hebben bestreden en de haat tegen elkaar daar in de genen zit . Herschrijving van de geschiedenis zal daar geen verandering in brengen en zal bij de betrokkenen zelfs op weerstand stuiten. De ervaring leert dat eeuwenlang gevormde meningen zich maar zeer moeilijk laten veranderen en mythen eigenlijk niet zijn te bestrijden! Toch zou e.e.a aanleiding moeten zijn om ook in ‘eigen huis’ tot een herbezinning te komen met betrekking tot het accepteren van gevestigde ‘’historische waarheden” en in alle ernst de stelling van Carton dat;

de betekenis van feiten een zaak is van dispuut en interpretatie en dat juist die interpretatie continue verandert en dat objectiviteit in de geschiedschrijving de facto een onbereikbaar ideaal is’.

nog eens onder de loep te nemen of , misschien beter, die stelling niet zonder meer als axioma te accepteren. Het streven naar het vinden van de juiste betekenis van de feiten, het zo wetenschappelijk mogelijk op juistheid onderzoeken van die feiten en het veel kritischer benaderen van ons ten dienste staand bronnenmateriaal, zou m.i steeds voorop moeten staan bij ons onderzoek en bij het schrijven van de geschiedenis.van de Eerste Wereldoorlog.

Natuurlijk is bovenstaande mening discutabel en voor kritiek vatbaar. Derhalve nodig ik u uit uw reactie en kritiek kenbaar te maken, schriftelijk of per email. Aan ‘Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog, p/a Molenbuurt 15 1921 CS Akersloot’ of per email.

overzicht: