Forgotten Victory

Door J.H.J. Andriessen,

Voorzitter Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog. 

 

Dit is een reeks analyses van boeken geschreven door bekende Angelsaksische historici die in de laatste jaren zijn verschenen en waarin  naar mijn mening de werkelijkheid over de Eerste Wereldoorlog, het ontstaan daarvan en de schuldvraagkwestie bewust of onbewust geweld wordt aangedaan.

Naast de stellingen van deze Angelsaksische historici wordt getracht aan de hand van duidelijke documentatie en primair bronnenmateriaal  aan te tonen dat met name hedendaagse vooral ook Britse historici nog steeds een visie onderhouden die op veel punten het gevolg is van generaties lange indoctrinatie waarbij kennis van de werkelijkheid ondergeschikt is gemaakt aan chauvinistische en nationalistische argumenten. Deze Angelsaksische visie is zo dominant en had- en heeft nog steeds zo’n grote invloed op met name ook  Nederlandse historici en binnen Nederlandse onderwijsinstellingen, dat het de vraag is of een realistischer visie wel ooit in dit land zal doordringen. 

De vijfde analyse betreft het boek van Gary Sheffield, Forgotten Victory.

 

Forgotten Victory

Auteur:     Gary Sheffield.

Uitgever:  Headline Book Publishing (2001)

Isbn:         0-7472-71577

 

Dr.Gary Sheffield is oorlogshistoricus aan de ‘Higher Command and Staff Course

bij het ‘Defence Studies Department, Joint Services Command and Staff College te Shrivenhand en docent (War studies group) aan het Kings College te Londen.

Hij is voorts adjunct Professor aan de Universiteit  van Southern Mississippi, USA.

Van 1985 tot 1999 was hij docent aan de Royal Military Academy te Sandhurst.

Als voormalig Secretaris generaal van de ‘British Commission for military History’ is hij voorts lid van de Army Records Society en ‘Douglas Haig Fellow’.

 

Voorbeschouwing:

Ook in dit boek volgt Sheffield de lijn van veel van zijn Angelsaksische  collegae namelijk het op onjuiste wijze weergeven van de geschiedenis van het ontstaan van de Eerste Wereldoorlog en de rol van Gr.Brittannie in die geschiedenis.

Hierbij gebruikt ook Sheffield onjuiste informatie en tendentieuze verslaggeving en verzuimt vaak betrouwbare bronvermelding te verstrekken.

 

Stelling Sheffield: p.23

Kaiser Wilhelm II was physically damaged at birth and may also have suffered brain damage. Certainly some of his contempories doubted his sanity; in 1891 Lord Salisbury, the British Prime Minister, in a fine piece of understatement wondered whether Wilhelm was ‘all there’. Wilhelm  never matured, loved dressing up in uniforms and may have been a repressed homosexual. His character had an unpleasant streak which revealed itself in his love of jokes that humiliated and caused pain to others. As we shall see, the Kaiser’s erratic behaviour was to have a destabilising effect upon European security”.

 

Commentaar:

Met deze stelling stelt Sheffield zich meteen al op één lijn met vele andere Angelsaksische historici die elkaar met deze ongefundeerde, onbewezen en veelal onjuiste argumenten napraten, daarbij ondersteund door de echo’s van jarenlang volgehouden Britse propaganda ter demonisering van de Keizer.

Het zijn o.a dit soort, over Wilhelm II geponeerde onwetenschappelijke, onjuiste en door ongeëvenaarde propaganda ondersteunde pseudoargumenten die een volstrekt verkeerd beeld geven van het leven en de politiek van de voormalige Duitse keizer. Met name het z.g destabiliserende effect dat hij zou hebben gehad op de situatie in Europa, wordt vaak als argument naar voren gebracht door Britse historici die daarmede trachten hun- en Engeland’s gelijk in de Eerste Wereldoorlog aan te tonen.

In mijn boek “Keizer Wilhelm II, Mythe en werkelijkheid” heb ik getracht veel van dit soort gebruikte argumenten te ontzenuwen en recent is ook het uitstekende werk van de (ja, u leest het goed) Britse historicus Christopher Clark, “Kaiser Wilhelm II” verschenen waarin deze historicus vele mythen over Wilhelm op overtuigende wijze naar het rijk der fabelen verwijst..

De fabel van een geestelijk gestoorde Duitse keizer die een destabiliserend invloed zou hebben gehad op de Europese veiligheid behoort zo langzamerhand nu wel tot het verleden al blijkt dit nog niet tot de Britse historicus te zijn doorgedrongen.

 

Was het niet de Amerikaanse president Roosevelt die nog in 1913 verklaarde dat:

“hij speciaal van Wilhelm II meer hulp had gekregen bij zijn poging een eind te maken aan de Japans-Russische oorlog dan van enig andere staatsman”. (New York Times 08-06-13) ,

 

en schreef niet de Britse minister Chamberlain:

“Ik had een lang gesprek met de keizer  hetgeen mijn eerdere gedachten over hem dat hij beschikte over een buitengewoon diepgaande kennis en inzicht in de Europese politiek bevestigde” ( German Diplomatic Documents.p.113)

 

terwijl veel andere invloedrijke personen uit de periode vóór 1914 heel wat positiever over de keizer dachten dan later door de Britse demoniseringspropaganda over Wilhelm gesuggereerd werd (Clark,Chr., Kaiser Wilhelm II, Andriessen.J.H.J., Keizer Wilhelm II, Mythe en werkelijkheid.)

Sheffields verhalen over de beweerde geestelijke afwijkingen van Wilhelm II, zijn veronderstelde homosexuele neigingen en absurde uniformgekte heeft hij duidelijk van zijn  Britse collega-historicus, Prof.John Röhl, die in zijn driedelige biografie over de Keizer bestaande uit meer dan 5000 pagina’s met ca 1500 pagina’s bronvermeldingen, er niet in geslaagd is ook maar op één pagina of zelfs maar een deel van een pagina iets positiefs over de keizer te vermelden maar er zijn levenswerk van heeft gemaakt hem  volledig te demoniseren.

 

Stelling Sheffield.(p.25)

Germany’s decision  to go to war was taken  by a small clique with disregard for the consequences  of such a awesome step; á constitutional monarchy with a collective Cabinet  responsible to Parliament and the public would not have acted in such isolation and ignorance and for this reason alone, would have decided differently.

 

Commentaar:

Er was weinig verschil! Ook in Engeland was het maar een hele kleine clique die de beslissing tot oorlog nam en die beslissing er daarna bij het Britse volk doordrukte en nog wel met valse argumenten.

Sheffield schrijft eerder zelf in zijn boek (p.23 e.v) over het democratische gehalte van het Britse Rijk:

“Substantial portions  of the population did not have the vote and political leaders were overwhelmingly drawn from a mall social elite”.

 

Het valt dus nogal tegen, die Britse democratie in deze periode.

Hij refereert vervolgens aan de historicus Avner Offner die van mening was dat :

“British and German societies differed in  detail , not in substance and the details were to minor to justify unlimited sacrifice”.

 

En daarmede wordt een juiste constatering gemaakt.

Het is dan ook een onjuiste stelling om te beweren dat de z.g democratie in Engeland en de z.g autocratie in Duitsland zo vreselijk veel verschilde en dat als gevolg van die beweerde verschillen Gr.Brittannië; “would not have acted in such isolation and ignorance and for this reason alone, would have decided differently” toen het op oorlog aankwam.

Het is ook absolute onzin vooral als men bedenkt hoe het in Gr.Brittannië mogelijk is geweest dat een minister van Buitenlandse Zaken, Edward Grey, zijn mede collegae in de regering en het gehele Parlement jarenlang in onwetendheid heeft weten te houden inzake belangrijke politieke en militaire afspraken met o.a  Frankrijk en Rusland en zijn land, wederom buiten medeweten van diezelfde collegae en dat zelfde parlement, de morele verplichting had opgelegd om die landen te steunen in een oorlog waarvan hij wist dat die zou komen en waarvan hij vond dat zo’n oorlog noodzakelijk was om zich te ontdoen van een grote concurrent op economisch gebied. (Lloyd George, D., War Memoirs, Vol.1,p.29-31)  en om de deelname aan de oorlog te rechtvaardigen gebruikte Grey ook nog misleidende het argument dat Engeland dit verplicht was vanwege het 1839 verdrag met België. In een van mijn  vorige analyses in deze serie toon ik dat aan en ga ik daar uitgebreid op in.

 

Ook Sheffield sluit zich weer aan bij zijn Angelsaksische collegae door de mobilisatie van Rusland als betrekkelijk onbelangrijk te schetsen maar de Duitse reactie daarop als beslissend.

 

Stelling Sheffield (p.32)

On 30 July the Czar ordered full mobilisation which was a propaganda gift to the Germans who mobilised on the following day and declared war on Russia on 1 August.

 

Commentaar: 

In mijn analyse met betrekking tot de Russische algemene mobilisatie zoals opgenomen in de voorgaande recensies ben ik genoegzaam ingegaan op de belangrijkheid van de Russische mobilisatie bij het uitroepen waarvan de oorlog niet meer voorkomen kon worden, m.a.w dat dit het gevolg was van de Russische mobilisatie.  Het heeft geen nut dit hier nogmaals te herhalen. Maar Sheffield voegt nog een element aan zijn beschuldiging toe. Hij noemt de Russische mobilisatie een ‘propagandagift’ die men in Duitsland aangreep om Rusland de oorlog te verklaren.

Dat is natuurlijk een onjuiste interpretatie van de feiten .Sheffield gaat dan gemakshalve voorbij aan de tussen \Wilhelm II en de Tsaar gewisselde nota’s waarbij Wilhelm aandrong tot matiging en zijn bemiddeling aanbood (28 Juli), het antwoord daarop van de Tsaar op 29 juli waarin de deze mededeelde dat de druk op hem om te mobiliseren groot was en dat hij vreesde niet lang tegen die druk bestand te zullen zijn en de reactie daarop die zelfde dag, van Wilhelm, waarin hij mededeelde dat een Russische algemene mobilisatie zijn bemiddelingspogingen zouden ondermijnen.

Dit telegram had tot gevolg dat de Tsaar zijn aanvankelijke goedkeuring aan het mobilisatiebevel tot groot ongenoegen van zijn minister van Buitenlandse Zaken Sazanov en de militaire top weer introk.

 

Wilhelm zond daarop nog een telegram aan de Tsaar waarin hij mededeelde dat:

“My ambassador has instructions to direct the attention of your Government to the dangers and serious consequences of a mobilization. I have told you the same in my last telegram. Austria Hungary has mobilized against Serbia and only a part of her Army. If Russia as seen to be the case, according to your advise and that of your Government, mobilizes against Austria Hungary, the part of the mediator, with which you have entrusted me in such friendly manner and which I have accepted upon your express desire, is threatened, if not made impossible. The entire weight of decision now rest upon your shoulders. You have to bear the responsibility for war or peace”.

 

De Tsaar antwoordde daarop:

“I Thank you from my heart for your quick reply. I am sending tonight Tatischeff with instructions, The military measures now taking form were decided upon 5 days ago and for the reason of defence against preparations of Austria. I hope with all my heart that these measures will not influence in any manner your position as mediator, which I appraise very highly. We need your strong pressure upon Austria so that an understanding can be arrived at with us”.(30-7-1914)

 

Met dit antwoord werd de keizer feitelijk ‘het bos’ ingestuurd en werd toegegeven dat dé facto reeds 5 dagen eerder tot algemene mobilisatie besloten was en voorts bleek hier uit dat de Tsaar niet meer bij machte was de situatie in eigen hand te houden. Enkele uren later werd openlijk de mobilisatie afgekondigd.

 

Nóg echter maakte Duitsland geen gebruik van de zogenaamde ‘propaganda gift’. Het beheerste zich nogmaals en zond eerst nog een ultimatum aan Rusland dat het zijn algemene mobilisatie diende in te trekken omdat anders de verantwoordelijkheid voor de gevolgen bij Rusland lagen. Op dit ultimatum werd door Rusland echter niet geantwoord.

Het was, zoals de Russische generaal Dobrorolski  schreef:

“Der Krieg war bereits beschlossene Sache und die ganze Flut von Telegrammen zwischen der Regierungen Ruslands und Deutschlands stellte nur ein mis en scéne eines historischen Dramas vor”. (Dobrorolski.G.S., Die Mobilmachung der Russisschen Armee 1914,p.21)

 

De stelling van Sheffield is dan ook pure fantasie en dient uitsluitend en alleen om zijn verhaal een realistisch tintje te geven.

 

Stelling Sheffield (p.37)

“Ultimately, it was the behaviour of Germany which drove  the two states ( France and England) closer together.The process began in 1905 when the kaiser made a typically ham-fisted intervention in the affairs of Morocco, an independent state in which the French had strong interests. Britain offered France limited diplomatic support”.

 

Commentaar:

Sheffield heeft het kennelijk zelf niet door maar de reden voor de handelswijze van de Duitse keizer geeft hij zelf al aan.”Morocco, (was) an independent state in which the French had strong interests.(om te kolonialiseren)  Britain offered France limited diplomatic support”.

 

Zoals ik reeds eerder in mijn andere analyses aangaf; Frankrijk had, nadat het Algerije al tot vazal had gemaakt, haar oog op Marokko laten vallen. Marokko, een onafhankelijke staat, over welks belangen door 14 staten een verdrag was getekend waarvan Duitsland een der mede ondertekenaars was. Frankrijk had, samen met Spanje plannen gemaakt over de verdeling van dat gebied en daarvoor diplomatieke steun aan Engeland gevraagd en gekregen in ruil voor Franse non-interventie in Egypte waar de Britten de vrije hand wilden.. Hierbij had men Duitsland bewust buiten de besprekingen gehouden waartegen dat land volkomen terecht en geheel volgens de toen geldende gewoonten protesteerde. Zo gaan Grote Mogendheden niet met elkaar om.

Zo lag de werkelijke situatie dus en het Duitse protest was, in de Angelsaksische visie, dan wel een reden om Duitsland de ‘zwarte piet’ toe te spelen en te suggeren dat dit ‘natuurlijk’ door Frankrijk en Engeland beschouwd moest worden als een ‘onvriendelijke’ daad maar dat was natuurlijk een slecht argument, een argument echter dat door Sheffield CS  als volkomen vanzelfsprekend naar voren wordt gebracht.

Er was echter geen sprake van een “typically ham-fisted intervention in the affairs of Morocco” door de keizer maar wel van een buitengewoon domme politiek van Frankrijk en Gr.Brittannië die volkomen onterecht Duitsland buiten hun geheime afspraken wilden houden en zonder probleem het verdrag van Madrid als een ‘vodje papier’ beschouwden, een handelswijze waarvan ze Duitsland in 1914 met graagte beschuldigden. Het enige waarvan men Duitsland dan nog kan beschuldigen is het feit dat ze zich niet voor dit Frans-Britse karretje wilde laten spannen en dat was in de ogen van de laatsten natuurlijk wel een doodzonde. 

 

Stelling Shefffield (p.38)

“In November 1912, Sir Edward Grey, the Foreign Secretary, and Paul Cambon, the French ambassador, carried out an exchange of notes which reaffirmed  that neither party was committted to supporting  the other militarily. The only definite commitment was for the two sides to consult with each other in time of crisis, to decide whether both Governments  should act together to prevent aggression and preserve peace, and if so, what measures they would be prepared to take in common.

This was a document sanctioned not just by Grey and other interventionists, but by the entire Liberal cabinet, which included some members with a heritage of anti-militarism and suspicion of Great Power politics”.

 

Commentaar:

Een prachtig staaltje van niet correcte en onvolledige verslaggeving.

Sheffield vertelt slechts een deel van het verhaal. Wat hij verzuimt te vertellen is waarom beide voornoemde heren tot hun wisseling van deze ‘notes’ zijn gekomen en dat haalt de door Sheffield gesuggereerde ‘volledige overeenstemming in het Liberale kabinet’ volledig onderuit.

 

Wat was het geval?

Grey had Engeland moreel verplicht in een oorlog tussen Frankrijk en Duitsland, Frankrijk militair bij te staan. Er werden al vanaf 1905 geheime militaire besprekingen tussen beide landen gevoerd en dit geschiedde geheel buiten medeweten van de meeste ministers in het kabinet en zonder medeweten van het Parlement.

Op 23 Augustus 1911 werd het militaire plan om tzt zes divisies naar Frankrijk te zenden ter ondersteuning van de Franse troepen door een deel van het ‘Imperial Defence Committee” goedgekeurd.  Bij deze beslissing had men bewust enkele leden van de commissie onder wie Morley, Loreburn, Harcourt en Burns, niet uitgenodigd en ook het Kabinet werd hier niet van op de hoogte gesteld.(Steiner,Z., Britain and the Origins of the First World War, p.74)

Loreburn, de Lord Chancellor kwam hier echter achter en ging daar uiteraard niet mee akkoord. Hij schreef een zeer scherpe nota aan Grey waarin hij zijn vermoeden uitsprak  over de geheime Frans-Britse militaire afspraken en een verklaring eiste. Grey echter negeerde dit verzoek volkomen waardoor Loreburn, nu nog sterker geprikkeld, de zaak zelf ging onderzoeken. (Field Marshal Sir Henry Wilson, His life and diaries. (1927, vol 1.p.107)

 

Hij ontdekte dat:

“everything had been arranged  for the landing of a force of 150.000 man on the French coast  to the minutest detail of the departure  and arrival  of the trains and the stations at which they should get refreshments. This had all been arranged by members of the Imperial  Defence Committee”.(Asquith to Haldane,geciteerd in  Williamsen,p.197)

 

Het is duidelijk dat de ministers in het Kabinet nu gealarmeerd waren en tijdens de volgende Kabinetszitting beschuldigde minister Morley, Grey er van een geheim verdrag te hebben gesloten met Frankrijk en dit voor Kabinet en Parlement te hebben verzwegen. Grey ontkende dit in alle toonaarden en bagatelliseerde de zwaarte van de afspraken. Hij zwoer dat Engeland geen enkele verplichting had aangegaan en de handen volkomen vrij had maar ditmaal hechtte men geen geloof aan zijn verhaal en verschillende ministers dreigden met ontslag en eisten een openbaar debat. (Morris, Radicalism against War, p.299)

 

Op 15 November vond een nieuwe Kabinetszitting plaats tijdens welke Grey wederom alles ontkende. Loreburn dreigde met ontslag als de waarheid nu niet boven water zou komen. Ook Harcourt en Morley sloten zich daar bij aan en men eiste nu een schriftelijke verklaring van de minister-president dat :

“communications (met Frankrijk) if related to concerted actions by land or sea, should not be entered into without previous approval of the Cabinet”. (Morris.A.J., Radicalism against War,p.299)

 

Het was toen dat Grey er niet meer onderuit kon en toen de Franse ambassadeur aandrong op een definitieve overeenkomst kon Grey niet verder gaan dan met het ondertekenen van een nota met de hier boven genoemde inhoud. Hiemede wilde hij zijn collegae geruststellen en bewijzen dat hij geen andere verplichtingen was aangegaan.  Overigens was het juist dat Grey nimmer een officieel verdrag met Frankrijk op dit gebied heeft getekend maar pas in 1912 moest hij toegeven dat er wel degelijk geheime militaire afspraken met Frankrijk waren.

 

Lloyd George schreef hier later over:

“when, in 1912, six years after they have entered into, Grey communicated these negotiations and arrangements to the Cabinet, the majority  of its members were aghast.. Hostility scarcely represents the strength of the sentiment which the revelation aroused. It was more akin to consternation”.(Lloyd George,D.,War Memoirs, Vol.1. p.50)

 

Duidelijk genoeg dus! Maar Sheffield maakt het nog erger want het citaat dat hij bezigt was niet kompleet. De brief die Grey op 22 November 1912 aan de Franse ambassadeur ging na de zin:

“decide whether both Governments  should act together to prevent aggression and preserve peace, and if so, what measures they would be prepared to take in common”

 

nog verder en eindigde aldus:

“. If these measures involve action, the plans of the general staffs, would at once be taken into consideration and the Governments should then decide  what effect should be given to them”.(Brits blauwboek,p.105, Trevelyan. Grey of Fallodon, p.140, Barnes, The Genesis of the War, p.469) 

 

En daarmede  had Grey zich wel degelijk officieel verbonden. Deze laatste zin had Grey ook niet aan zijn collegae doorgegeven en zelfs toen hij in Augustus 1914 zijn verklaring inzake de volgens hem steeds nauwgezet volgehouden neutralieits- principes voor het Lagerhuis aflegde,  en daartoe zijn in 1912 aan de Franse ambassadeur  geschreven brief als bewijs voorlas,  liet hij wederom dit laatste compromitterende deel weg daarmede suggererende dat Engeland  dus de handen nog steeds vrij had en geen enkele verplichting op zich had genomen.

 

In zijn memoires verdedigde Grey zich later zeggende dat hij de betreffende zinnen “vergeten” was te vemelden. Hij verwees daarbij naar het drie dagen later gepubliceerde Witboek waarin de betreffende brief wel volledig was opgenomen. Toen echter was de oorlogsbeslissing reeds gevallen en was er geen mens meer in zulke ‘details’ geïnteresseerd.(Grey of Fallodon, Twenty five years, Vol 2,p.16-17, Barnes, p.470)

 

Sheffield noemt deze laatste zin eveneens niet terwijl het duidelijk is dat hij dit zou moeten weten want de brief is inderdaad terug te vinden in het Britje witboek. Derhalve is zijn weergave van de feiten misleidend en dat siert hem niet.

 

Tenslotte nog wat over de berichtgeving van Sheffield met betrekking tot de slag aan de Somme die hij bestempelt als :

“The Somme was the muddy grave of the German Field Army”.

 

Sheffield is hier toch wel erg chauvinistisch want in werkelijkheid was de ‘Somme’ eerder ‘the muddy grave of the British Field Army” en de cijfers laten dat ook duidelijk zien.

Volgens de officiële Britse cijfers verloren de Britten op de eerste dag van de Somme ca 60.000 man tegen de Duitsers ca 8000 man. (doden, gewonden en vermisten)

Volgens die zelfde officiële cijfers kostte de Sommeslag de Britten 419654 man, de Fransen 204253 man , samen ca 624.000 man tegen de Duitsers ca 450.000 man.

Dat betekent dat generaal Haig’s  strategie van ‘attrition’ niet werkte en dat hij daarbij meer verliezen leed dan de vijand. Toch hield het Britse opperbevel vol dat de Somme een groot succes is geweest. Het was dan ook Lloyd George die bitter opmerkte dat : “When I look at the appalling casualty list, I sometimes wish it had not been necessary to win so many “great victories”.

 

Sheffield gaat dan verder met te stellen dat het dan misschien wel waar was dat de Britse verliezen groot waren, maar dat het uiteindelijk “the battle of attrition was  in which the British finally won”. en dat is wederom aantoonbaar  onjuist.

Feit is dat de Centralen veel succesvoller waren in het uitschakelen van de vijand dan de geallieerden. De Centralen schakelden ruim 35% meer vijanden uit dan ze zelf verloren. Ze namen ook 25-38% meer gevangenen dan ze zelf verloren en ‘permanently íncapacitated’  10,3 miljoen vijanden tegen aan eigen troepen 7,1 miljoen man. Deze cijfers geven aan dat Sheffields bewering dat de Britten de ‘war of attrition’ hebben gewonnen onjuist is De strategie van Haig was dan ook een absolute failure.( Zie statisieken uit; Ferguson,Niall.,The Pity of War, Strategy, tactics and the net Body count, p.290-330)

Het is gezien het voorgaande vrij duidelijk dat Sheffields boek “Forgotten Victory” beter een “ Forgotten Book” kan worden, tenminste indien men een juist beeld wil krijgen van het ontstaan van de Eerste Wereldoorlog en de Britse rol daarbij. Voorts moet men zijn chauvinistische bespiegelingen over de vele Britse “victories” met een flinke korrel zout nemen. Indien men daar rekening mee wil houden dan is ‘Forgotten Victorie’ best een aardig boek.

overzicht: