The First World War

Door J.H.J. Andriessen

Voorzitter Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog.

 

Dit is een reeks analyses van boeken geschreven door bekende Angelsaksische historici die in de laatste jaren zijn verschenen en waarin  naar mijn mening de werkelijkheid over de Eerste Wereldoorlog, het ontstaan daarvan en de schuldvraagkwestie bewust of onbewust geweld wordt aangedaan.

Naast de stellingen van deze Angelsaksische historici wordt getracht aan de hand van duidelijke documentatie en primair bronnenmateriaal  aan te tonen dat met name hedendaagse vooral ook Britse historici nog steeds een visie onderhouden die op veel punten het gevolg is van generaties lange indoctrinatie waarbij kennis van de werkelijkheid ondergeschikt is gemaakt aan chauvinistische en nationalistische argumenten. Deze Angelsaksische visie is zo dominant en had- en heeft nog steeds zo’n grote invloed op met name ook  Nederlandse historici en binnen Nederlandse onderwijsinstellingen, dat het de vraag is of een realistischer visie wel ooit in dit land zal doordringen.

 

De tweede analyse betreft het boek van Prof.Keegan, The First World War.

 

De Eerste Wereldoorlog

(Nederlandse vertaling)

Auteur: Jon Keegan

Isbn 902541600 4, 518 pagina’s

Oorspronkelijke titel: The First World War

Uitgever Ned.vertaling: Balans Olympus.

 

Over de auteur:

John Keegan, defensiespecialist van de Daily Telegraph schreef vele boeken over militaire geschiedenis zoals The Face of Battle, Six Armies in Normanië, The Battle for History, Battle at Sea, A History of Warfare, Second World War en Warpaths.

Keegan was vele jaren  Senior Lecturer in militaire geschiedenis aan de ‘Royal Military Acedemy Sandhurst’ en professor in militaire geschiedenis aan de universiteit van Vassar. Hij is ‘Fellow of the Royal Society of literature en Officer British Empire in de Gulf War honours list.

 

Voorbeschouwing;

John Keegan heeft op militair historisch gebied een naam in Gr.Brittannië en ver daarbuiten.

Het was met meer dan gewone interesse dat ik dit boek ter hand nam en de verwachtingen waren groot.

Het was dan ook met ongeloof en grote teleurstelling toen ik na het lezen de balans opmaakte.

 

Natuurlijk had ik wel verwacht dat ook deze auteur zich niet aan Angelsaksische invloeden heeft kunnen onttrekken maar dat hij ons op zoveel onjuistheden, ja zelfs onzin zou tracteren had ik in de verste verte niet verwacht.

Ook hier zal ik eerst enkele van zijn stellingen citeren en die daarna dan voorzien van commentaar,

 

Na zijn vaststelling dat het von Schlieffenplan letterlijk knoeiwerk was zonder dat nader te motiveren, vervolgt Keegan dan met:

Stelling Keegan:

“In 1890 verwierp de jonge Duitse keizer, Wilhelm II, onberaden Bismarck’s veiligheidsverdrag met Rusland”(p.41)

 

Commentaar:

Het niet verlengen van Bismarck’s ‘veiligheidsverdrag’ was helemaal geen onberaden stap van Wilhelm II.

In werkelijkheid had hij de Russische ambassadeur in Berlijn reeds beloofd het verdrag weer te zullen ondertekenen. Het was echter zijn nieuwe Rijkskanselier, Capivri, die het verdrag niet zag zitten en een geheel andere buitenlandse poliek voorstond. Allereerst strookte het verdrag niet met het Duits-Oostenrijk-Hongaarse alliantieverdrag. Hij was  voorts bevreesd dat Rusland de in het herverzekeringsverdrag opgenomen geheime clausules (waarin Bismarck beloofd had neutraal te zullen blijven als Rusland de Bosporus en Dardanellen zou innemen of als Rusland door Oostenrijk-Hongarije zou worden aangevallen) zou laten uitlekken als haar dat zo zou uitkomen. Dit zou Duitsland dan in een onmogelijke en uiterst precaire situatie brengen immers met name de toegang tot de Dardanellen en de Bosporus was tijdens het Congres van Berlijn geregeld en ook Duitsland had dat ondertekend en de overige Grootmachten zouden dit zeker als verdragsbreuk beschouwen. Ook de verhouding met bondgenoot Oostenrijk-Hongarije zou zeer ernstig geschaad worden en dé facto kon Duitsland zich dat helemaal niet permitteren.

Holstein, de man achter de schermen op het ministerie van Buitenlandse Zaken schreef;

 

“Wenn wir die Meerengenklausel jetzt verlängern so muten wir den Russen zu, eine Tatsache geheim zu halten die, wenn vertraulich den Englándern mitgeteilt, den Keil des Mistrauens zwischen England und Deutschland schieben würde” (Grosse Politik, VII, nr `1374)

 

en hij waarschuwde voorts dat ook de verhouding met Italië maar vooral die met Oostenrijk-Hongarije ernstig gevaar zou lopen als Rusland ook maar iets van het verdrag zou laten uitlekken. Ook de minister van Buitenlandse Zaken, Marshal en de Duitse ambassadeur in Wenen gaven als hun mening te kennen dat het verdrag niet voor verlenging in aanmerking mocht komen.

Bismarck had die gevaren natuurlijk destijds ook wel gezien maar hij moet gedacht hebben; ‘komt tijd, komt raad’. Zijn opvolger, Caprivi, achtte het ‘jongleren met vijf ballen’ een minder geslaagde politiek en vond dat de tijd nu gekomen was om dergelijke gevaarlijke geheime verdragen niet te verlengen.

Op 22 maart 1890, vond overleg plaats op het ministerie waarbij de minister van Buitenlandse Zaken, Marshal, zijn positie verbond aan het niet verlengen van het verdrag. Ook de ambassadeur in Rusland, die toevallig in Berlijn was, verklaarde zich tegen verlenging.

Op 23 mei adviseerde Caprivi de Keizer dan ook dringend het verdrag met Rusland niet te verlengen.

Wilhelm bevond zich nu in een lastig parket, Hij had immers de Russische ambassadeur al verteld dat het verdag verlengd zou worden. Hij zou nu t.o.v de Russen zijn gezicht verliezen maar besloot ondanks dat, toch het advies van zijn Rijkskanselier niet in de wind te slaan en voegde deze toe:

 

“Als ook Schweinitz (zijn ambassadeur in Rusland) dit adviseert, dan kunnen we het verdrag, hoe zeer het me ook spijt, inderdaad niet verlengen. Ik wens, meer dan ooit, een fatsoenlijke buitenlandse politiek te voeren”. (Holstein Papers, Vol 1,p.131)

 

Conclusie: Het is een typisch Angelsaksisch gedachtenpatroon waarin, in dit geval,Wilhelm II er van wordt beschuldigd ondoordacht en op eigen houtje het meest belangrijke verdrag met Rusland niet te hebben verlengd waardoor Frankrijk de kans schoon zag om Rusland van Duitsland los te weken en uiteindelijk in staat was een alliantieverdrag met Rusland te sluiten.

Hoewel dat inderdaad het uiteindelijk gevolg van de niet-verlenging is geweest kan men dit de Keizer niet verwijten. In tegenstelling tot wat altijd wordt beweerd, laat dit voorbeeld duidelijk zien dat Wilhelm II uiteindelijk steeds gehoor heeft gegeven aan wat zijn Rijkskanselier hem adviseerde, zelfs toen hem dat gezichtverlies opleverde zoals hier het geval was en zelfs ondanks het feit dat hij het zelf niet helemaal eens was met deze beslissing. Hij bleef daarmede binnen zijn constitutionele verplichtingen en volgde zijn kanselier in diens advies terzake. Van een onberaden stap van de onervaren jonge keizer was hier dan ook geen sprake.

 

Stelling Keegan;

“Als ongebonden grootmacht, door geen verdrag aan iemand gebonden, hield Gr.Brittannië zijn bedoelingen voor iedereen, ook voor de Fransen, verborgen. Nu verlangden de Fransen dat het wederzijds begrip in daden werd omgezet. Moest Gr.Brittannië zonder voorbehoud steun betuigen aan Frankrijk en zo ja, op welk punt en wanneer? De Britten wisten  het zelf niet”.

 

Commentaar:

Dit nu is echt onzin. De Britten, in dit geval vertegenwoordigd door Sir Edward Grey, wisten preciers wat ze wilden.

Het is natuurlijk juist dat het grootste deel van de Britse regering inderdaad nog niet precies wist wat te doen maar de minister van Buitenlandse Zaken, Grey, wist precies wat er zou moeten gebeuren en dat was, deelnemen aan de oorlog aan de zijde van Frankrijk. Niet alleen had hij de geheime militaire besprekingen met Frankrijk vanaf 1905 en de gezamelijke militaire oefeningen, (de laatste van Maart 1914, nog buiten medeweten van de regering gehouden )  steeds goedgekeurd, maar ook al zijn voorbereidingen waren gericht geweest op dit ene punt om als de tijd rijp was, Duitsland als Grootmacht uit te schakelen en zich van een commerciële concurrent te ontdoen.

Het is juist dat de Fransen zich onzeker voelden over Britse hulp en op een duidelijke stellingname aandrongen maar Grey kon zich pas definitief binden zodra Duitland België zou zijn binnengevallen. Hij wist dat hij alleen dán het volk voor een oorlog mee zou kunnen krijgen en paste dus wel op op zich openlijk te binden. Maar intussen erkende de minister-president Asquith in zijn memoires:

“France undoubtly felt  that she could calculate upon our vetoing any attack by sea upon her coasts and that’s what actually happened. At a critical phase in August  1914, we let the French Government know that (without in any way committing ourselves to go to war on the side of france) we should not allow the German fleet to attack her northern ports”. (Asquith.H.H., The Genesis of the War (1923) p.83)

 

Conclusie:

Niemand vroeg zich kennelijk af hoe je, door te beloven de Duitsers niet toe te zullen staan Frankrijk aan te vallen, dat zonder in een oorlog betrokken te raken, zou kunnen doen! Grey cs had zich zo aan Franrkijk verplicht dat het onmogelijk zou zijn geweest om buiten de oorlog te blijven en alle voorbereidingen waren daar dan ook op gericht. De vloot was gereed, de in te nemen positie van een Brits expeditieleger aan de linkerflank van de Franse strijdkrachten, ja zelfs de ontschepingsplaatsen, dat leger zelf, het spoorvervoer van de Britse troepen naar hun oorlogsbestemming in Frankrijk en België, dat alles was was vooraf reeds geregeld en het wachten was nog slechts op het moment dat Duitsland België aan zou vallen. 

 

Een ander, door Angelsaksische historici steeds weer herhaald punt is de bewering dat Gr.Brittannië in 1914 door het verdrag van 1831 verplicht zou zijn geweest om België gewapend terzijde te staan toen haar neutraliteit door de Duitse inval geschonden werd. Ook Keegan maakt zich hier schuldig aan terwijl het met een beetje studie toch duidelijk wordt dat zo’n verplichting helemaal niet bestond.

 

Voor Grey waren de dagen voorafgaand aan de Duitse aanval op België van welhaast ondraaglijke spanning. Zou de aanval op tijd komen zodat de in Engeland nog bestaande anti-oorlogsstemming plaats kon maken voor een unanieme beslissing om de kant van Frankrijk te kiezen zodat hij zijn beloften aan dit land kon inlossen? In zijn biografie lezen we:

“In the last days of July and the first 3 days of August, Grey’s object was to keep the Cabinet and the Party together, not for party reasons but because, if the Liberals split, the country would be devided and the result would be irreparable disaster. This inspired the anxious care with which he nursed opinion in the Cabinet, avoiding proposals which would have forced on a class with Lloyd George and the neutralists till the tide of events abroad (the German attack) should sweep away all doubts and Britons had no choice but to say; We are all with you now”. (Trevelyan, Grey of Fallodon, p.253)

 

Op 3 augustus was het dan zover. Grey hield zijn befaamde rede in het Britse Lagerhuis inzake de Britse oorlogsverklaring aan Duitsland.

Engeland, zo stelde hij, was volgens het verdrag van 1839 verplicht om België te hulp te snellen en het zou niet toestaan dat dit kleine dappere land door Duitsland van de kaart zou worden geveegd. Hij gebruikte zijn gehele verbale overtuigingskracht  om de Duitse inval als enige werkelijke reden voor de Britse oorlogsverklaring aan te tonen.

Henderson schreef later:

“It was a masterly speech, one of the most masterly ever delivered. Sir Edward actually succeeded in making black seem white to the majority of the House, said what he did not mean en meant what he did not say., built up a structure on no foundation, knocked away the props himself and let it hang dangling in the air. A masterly speech, the last and greatest achievement of Sir Edwards persuasive eloquence. His evident deep emotion, his undoubted earnesness and sincertity, his certainty that he was right won him the victory”. (Henderson.E.F., Tdhe Verdict of History, p.198)

 

En de Daily News schreef die dag:

 

“It was that speech and his personality, that carried the nation into the War at once and with practical unanimity”. (Gardner.A.G., Saturday review of literature 31.10.1925)

 

Grey gebruikte dus als reden om aan de oorlog te gaan deelnemen, het argument dat Engeland verplicht was om België met de wapens in de hand te verdedigen en hij deed dit kennelijk zo overtuigend dat niemand de moeite nam om eens na te gaan of die veplichting ook inderdaad aanwezig was. Had men dat wel gedaan dan was Grey hoogstwaarschiujnlijk door de mand gevallen en hadden er veel meer ministers geweigerd ‘aan boord’ te blijven dan de drie die het niet met hem eens waren. De oorlog zou dan mogelijk een geheel ander aanzien hebben gehad.

In werkelijkheid echter bestond er helemaal geen verdragsverplichting om België ter hulp te snellen noch om militair in te grijpen.

De bewering van Grey dat dit wel het geval was moest het Britse volk de morele basis en rechtvaardiging geven om zich in de oorlog te storten. Maar van een verplichting was geen sprake. De ondertekenaars van het verdrag hadden België de verplichting opgelegd voor eeuwig neutraal te blijven en dat bracht uiteraard voor de ondertekenaars met zich mee om zelf, samen of individueel, die neutraliteit ook niet te schenden maar er was geen artikel opgenomen dat de ondertekenaars verplichtte om die schending, door wie dan ook, gewapenderhand te helpen voorkomen.  Lord Loreburn, de vroegere Lord Chancellor schreef dan ook dat: 

het voor de historische juistheid belangrijk was te vermelden dat Engeland niet verplicht was in te grijpen, noch op grond van het verdrag van 1839 noch op grond van enig ander verdrag en dat Engeland, samen met Oostenrijk, Pruisen, Rusland en Nederland, slechts een overeenkomst had gesloten om België voor eeuwig als een neutrale staat  te zullen beschouwen. Engeland had zichzelf, net als andere staten, verplicht die neutraliteit niet te zullen schenden maar niet om die te verdedigen. (Morel.E.D., Truth and the War, p.21, Banes.H.E., The genesis of the World War.p.549 e.v)

 

Toen in 1870 bij het begin van de Frans-Pruisische oorlog Engeland bevreesd raakte dat een der belligerenten de Belgische neutraliteit zou schenden sloot ze snel met beide landen een apart verdrag waarin werd vastgelegd dat indien een van hen toch België zou binnenvallen, Engeland zich onmiddellijk aan de zijde van de ander zou opstellen. Het was een duidelijke waarschuwing dat Engeland de schending van Belgisch grondgebied niet zou dulden.

 

In 1914 echter was dit niet het geval en was er geen sprake van welke verdragsbepaling dan ook die Engeland verplichtte in te grijpen anders dan de morele verplichting die Grey was aangegaan met Frankrijk om dat land te steunen als ze in oorlog met Duitsland zou komen, een oorlog waarop hij rekende en die hij politiek al jaren had voorzien.

 

De stelling van Keegan dat de neutraliteitschending van België dus de andere ondertekenaars van het verdrag van 1839 de verplichting op zou leggen om gewapenderhand in te grijpen is derhalve een onjuiste stelling en is duidelijk weerlegd. Het zijn voornamelijk Britse historici die deze drogreden steeds weer aanvoeren om de Britse participatie aan de oorlog te verdedigen. Opvallend is ook nog dat Franse historici dit argument niet gebruiken en geheel andere redenen aanvoeren. Helaas is de Britse geschiedschrijving over de Eerste Wereldoorlog zo dominant dat Grey’s bewering inmiddels een eigen leven is gaan leiden en door vele andere historici één-op-één is/wordt overgenomen.  Een wat serieuzere bestudering van dit punt zou hen tot ander inzicht hebben kunnen brengen.

 

Stelling Keegan:

Sprekend over het tijdstip van mobilisatie schrijft hij:

“De Fransen hadden gehoopt dat de afkondiging van de mobilisatie kon worden uitgesteld tot na de Duitse, om zelfs de schijn van provocatie te vermijden. Die schijn werd in feite niet gewekt, al ging de Franse  order vooraf  aan de Duitse, het tijdsverschil was maar een uur”.

 

Commentaar:

Keegan vroeg zich kennelijk niet af waarom, als de Fransen de schijn van provocatie niet hadden willen wekken, ze hun mobilisatie dan niet dat ene uur nog hadden uitgesteld maar zijn opmerking geeft ook weer een duidelijk gebrek aan kennis weer tenzij hij ook deze stelling gebruikt om zijn misleidende verhaal te staven.

In de periode vóór 1914 was het onder de naties een bekend axioma dat de grootmacht die het eerst zou mobiliseren, degene was die ook de oorlog ontketende. Mobilisatie was niet zo maar een gebeurtenis, het werd in die tijd beschouwd als een definitieve oorlogsverklaring.
Deze gedachtengang werd nog eens onderschreven door de uitspraak van de Franse generaal Boisdeffre nadat de Russische Tsaar het geheime militaire verdrag met Franktijk had ondertekend. Boisdeffre stelde toen dat:

“Mobilisatie is het zelfde als een oorlogsverklaring. Mobiliseert men dan dwingt men de vijand het zelfde te doen. Men kan de vijand niet toestaan 1 miljoen man aan de grenzen te laten mobiliseren zonder dat zelf ook te doen op straffe van de onmogelijkheid zichzelf nog te kunnen verdedigen of het initiatief te nemen. (Doc.Dipl.Francais 1871-1900, vol.9, nr 461, p.672-682)

 

en de Russische generaal Obruchev was nog duidelijker toen hij zijn minister in een memorandum toevoegde:

“Succes op het slagveld is afhankelijk van wie het snelst de grootste hoeveelheid manschappen op het slagveld kan brengen. Degene die het eerst de vijand aanvalt maakt de grootste kans op de overwinning. Derhalve kan mobilisatie niet langer gezien worden als een handeling om de vrede te bewaren maar moet ze integendeel worden beschouwd als de meest duidelijke oorlogsdaad. De term mobilisatie moet gezien worden als het begin van de oorlogshandelingen zelf en heeft als gevolg dat zodra tot mobilisatie is besloten, diplomatieke acties uitgesloten worden omdat dit tot vertraging kan leiden hetgeen men zich niet meer kan permitteren.

De minister moet zich dan ook realiseren dat gezien de huidige spanningsvelden in Europa het practisch onmogelijk is een oorlog op het continent nog gelokaliseerd te houden. Zodra een oorlog op het punt van uitbreken staat is er onder politici altijd een tendens waar te nemen om zo’n conflict te lokaliseren en de gevolgen te limiteren maar in de huidige situatie moet Rusland lokalisatie van de oorlog met de uiterste scepsis beoordelen omdat dit de vijand ten voordeel kan zijn” (memorandum gen.Obruchev en brief Min.van oorlog P.S.Vannovski aan minister van BtZ Giers 7/19-05-1892).

 

Mobilisatie betekende dus oorlog en degene die het eerst tot Algemene mobilisatie besloot, besloot tegelijkertijd tot de meest definitieve en beslissende oorlogsdaad. Het ene uur dat Fankrijk eerder dan Duitsland mobiliseerde en volgens Keegan dus geen betekenis zou hebben gehad, was integendeel voor Duitsland de druppel die de ‘’ emmer liet overlopen,  en helemaal niet zo onschuldig als Keegan vergoeielijkend tracht aan te tonen want inmiddels had Rusland al twee dagen eerder het zelfde besluit genomen en men kon van Duitsland moeilijk verwachten zijn lot gelaten af te wachten. Mobilisatie betekende de meest definitieve oorlogsdaad, betekende een oorlogsverklaring en zo vatte Duitsland dat dan ook op. Pas nadat ook in Frankrijk de algemene mobilisatie was uitgeroepen mobiliseerde nu ook Duitsland, dus na frankrijk en na Rusland!

 

De Nederlandse opperbevelhebber, de generaal Snijders  schreef over dit onderwerp in zijn boek “De mobilisatie bij de Grote Mogendheden in 1914”:

“De mobilisatie bij een buurstaat waarmede een ernstige spanning bestaat dwingt tot het onmiddellijk nemen van de zelfde maatregel. Het gevaar te worden aangevallen terwijl de eigen strategische opmars nog niet is voltooid moet op straffe van een bijna zekere nederlaag worden ontgaan. Algemeen heeft het denkbeeld gegolden dat  als de regering van een grote mogendheid de mobilisatie afkondigt, dit ‘oorlog’betekent”.

 

Natuurlijk wist Keegan dat ook wel maar het past niet in het door Angelsaksische historici opgetrokken bouwwerk waarin een edel ja nobel Brits Rijk met de wapens in de hand ingreep teneinde een klein onschuldig land als België te redden omdat het zijn verdragsverplichtingen wilde nakomen. En in dat bouwwerk past nog minder de feitelijke constatering dat het Rusland was dat als eerste tot oorlog besloot en dat Frankrijk het daarin een dag later volgde en een zelfde oorlogsbesluit nam. De ‘edele’ motieven van Gr.Brittannié om mee te gaan doen waren dus toch niet zo heel edel. Daar komt nog bij dat het vanzowel rusland als van Frankrijk steeds de bedoeling is geweest te wachten met een hun mobilisatie tot Duitsland als eerste zou mobiliseren. Dan pas zou de casus belli ontstaan. Het was Rusland dat echter niet kon wachten en als eerste de algemene mobilisatie uitriep en daarmede de definitieve stap tot oorlog nam.

Duitsland stond nu tegenover zijn twee grootste vijanden die beiden de algemene mobilisatie hadden uitgeroepen en zoals we nu weten (en Duitsland wist dat) betekende de algemene mobilisatie van een grootmacht hetzelfde als een oorlogsverklaring.

 

Keegan suggereert overigens in zijn boek dat de oorlog eigenlijk voor Engeland, Frankrijk en Rusland als een soort verrassing kwam. Zo stelt hij op pagina 76 dat bijv Frankrijk helemaal geen maatregelen had genomen en elders stelt hij dat men in Engeland niet wist wat te doen etc.

Zo naïef kan Keegan toch niet zijn en het lijkt er dan ook meer op dat hij  zijn proza maar in elkaar heeft geflanst om zijn zoveelste ‘proeve van militaire geschiedkunde’ te etaleren. Het kan toch niet zo zijn dat deze professor in Militaire geschiedenis geen kennis draagt van het geheime militaire verdrag van 1894 waarin beide landen al duidelijke afspraken maakten mbt een oorlog tegen Duitsland? Hij  moet dan toch ook weten dat in de notulen van de militaire Frans-Russische stafvergadering van 1913 in artikel 3 te lezen stond dat:

“van wat we weten over de Duitse mobilisatie- en concentratieplannen kan geconcludeerd worden dat de eerste grote veldslagen zullen plaatsvinden in Lorraine-Luxemburg en Belgié vanaf de 15e dag na mobilisatie. Op dat moment zal de sterkte van het Franse leger groter zijn dan de 1.300.000 man waarin werd voorzien volgens artikel 3 van de Conventie. De concentratie van de geallieerde trdoepen  aan de frans-Duitse grenzen zal gereed zijn op de tiende dag  na mobilisatie en de offensieve acties van deze troepen zal op de ochtend van de 11e dag starten”. (minutes of meeting.Congressional Rcords, Dec.18 1923 page 358 to 362 inclusive)

 

waaruit toch zonneklaar blijkt dat Frankrijk reeds toen er op rekende dat bij het uitbreken van de oorlog ze reeds binnen 11 dagen na mobilisatie in de aanval zou kunnen gaan!  Hoe kan Keegan nu zeggen dat Frankrijk geen maatregelen had gendomen? Daar waren ze nu juist al van 1894 mee bezig!

 

Hij zal toch ook wel op de hoogte zijn geweest van de geheime militaire besprekingen tussen Engeland en Fankrijk en de militaire stafoefeningen van die beide landen te Amiens in maart 1914? En hij moet toch eveneens kennis hebben van het Britse blokkadeplan tegen Duitsland van 1907 en de Britse vlootafspraken met Frankrijk, de gemaakte afspraken tijdens de Brits-Russische besprekingen te Reval en het feit dat men in Frankrijk en Rusland (en dus ook in Engeland) volledig op de hooge was van het Duitse von Schlieffenplan waaruit volgt dat men ook wist dat de Duitse aanval door België zou komen? Hij gaat ook luchtig voorbij aan het feit dat Frankrijk overging tot het verlengen van de dienstplicht tot drie jaar daarmede zijn strijdkrachten aanzienlijk vergrotende en dat deed ze toch ook niet voor niets?  enz.enz,  Kortom, het is onzin te doen alsof Frankrijk, Rusland en Engeland eigenlijk overvallen werden door de Duitse aanval op België. Daar waren ze allang van op de hoogte en de oorlog kwam voor hen, en eigenlijk ook voor niemand, zeker niet onverwacht.

 

Keegan moet toch ook weten, (als ik het al weet dan moet hij. nb professor in de Mititaire geschiedenis, het toch zeker weten?!) dat de Frans–Russische conventie van 1894 helemaal niet vredelievend was en er op uit was om, als de tijd dáár was korte metten met het Duitse Rijk te maken,  Hij , mag ik aannemen, kent toch ook de preamble van voornoemde notulen waarin klip en klaar te lezen staat dat:

“the two chiefs of staf declare, by common accord, that the words ‘defensive war’must nog be interpreted in the sense of a war which would be conducted defensively. They affirm on the contrary, the absolute necessity for the Russian and French armies to adopt a vigorous offensive, and as far as possible a simultaneous one, in conformity with the article 3 of the convention, whose terms provide that ‘the forces of the two contracting powers shall come into full action with all speed”. (C.R, 358)

 

en wat denkt Keegan van artikel 1 van de Conventie waarin wordt vastgelegd dat”:

“The two chiefs of staf, confirming the viewpoint of preceding conferences, are entirely in accord on the point that the defeat of the German armies remain, whatever the circumstances may be, the first and principal object of the allied armies”. (C.R. 358)

 

Zoals we weten sloot Engeland zich eerder al aan bij de alliantie tussen Frankrijk en Rusland en het is absoluut onwaarschijnlijk dat ze niet op de hooge zou zijn geweest van wat die twee landen reeds jaren eerder hadden bekokstoofd.

 

De Eerste Wereldoorlog was niet het gevolg van een verraderlijke aanval van Duitsland om de wereldmacht te veroveren maar een jarenlang voorbereid gebeuren waarbij niet alleen Duitsland, maar ook Rusland, Frankrijk, Engeland en Oostenrijk-Hongarije ieder hun eigen rol hebben gespeeld en waarbij de Britse rol zeker niet zo eerbaar en onbaatzuchtig is geweest als figuren als professor Keegan ons na al die jaren nog steeds willen doen geloven!

Bij het lezen van Keegan’s boek “De Eerste Wereldoorlog” waarin het wemelt van dit soort onzinnige stellingen, kon ik, afgezien van de slechte Nederlandse vertaling, een gevoel van ergernis, ja verontwaardiging niet onderdrukken. Het is ronduit een slecht, misleidend en daarom inferieur stuk proza dat de naam van de Angelsakische geschiedschrijving zeker eer aan doet en dat is dan ook geen compliment!.

overzicht: