Het epos van Gallipoli

Boekrecensie

Uitgeverij: Aspekt Soesterberg

ISBN        : 9059117581

Auteurs   : Dr. M. Kraaijestein en Dr. P. Schulten

 

Eind 1914 was het westelijk front in België en Frankrijk tot stilstand gekomen. In het geallieerde kamp werd driftig gezocht naar alternatieven om elders een doorbraak te forceren.

Begin 1915 werd door de Britse regering besloten een poging te wagen Constantinopel via de Dardanellen aan te vallen. Het Ottomaanse Rijk had inmiddels de zijde van Duitsland gekozen . Een Brits-Frans vlooteskader probeerde op 18 maart 1915 de forten langs de oevers van de Dardanellen tot zwijgen te brengen, maar dat liep op een fiasco uit. Op 25 april landden vervolgens vier divisies op vijf plaatsen op het schiereiland Gallipoli. Ook op land bleek de Turkse tegenstand echter te sterk. In december 1915 en januari 1916 moesten de geallieerde troepen geëvacueerd worden. Aan geallieerde zijde streden naast de Fransen onder Britse vlag o.m Britten, Australiërs, Nieuw –Zeelanders en Ieren mee en de Turken kregen steun van de Duitsers.

 

Martin Kraaijestein en Paul Schulten zijn bij het schrijven van dit boek niet over een nacht ijs gegaan. Zij hebben zeer uitgebreide research gedaan en daardoor een groot deel van de mythevorming die zich over deze periode in de loop der jaren heeft gevormd, op uiterst overtuigende wijze ontrafeld. Het boek is daarom zo interessant omdat het afrekent met de eeuwige Angelsaksische vaak uiterst gekleurde geschiedschrijving en het geallieerde falen zowel politiek als militair, onbarmhartig blootlegt.

Niet alleen faalde het oppercommando en sloegen de bevelvoerende generaals een modderfiguur, ook politiek was de rol van met name de initiatiefnemers Churchill en Kitchener zeer omstreden waarbij met name Churchill zich na het grote debacle in zijn memoires ten koste van anderen heeft trachten vrij te pleiten.Ook de bevelvoerende generaals bedienden zich van hun memoires om zichzelf vrij te pleiten en de zwarte piet naar hun collegae door te schuiven. Voorts bleek dat de rol van met name de Australische en Nieuw-Zeelandse soldaten niet altijd zo heldhaftig is geweest als men wel steeds tracht te suggereren. Gebleken is dat de zogenaamde “ridderlijkheid” en het respect voor de tegenpartij helemaal niet zo manifest aanwezig was en dat men zich vaak schuldig maakte aan het afmaken van gewonde tegenstanders. Overigens gold dit voor beide partijen en van een ridderlijke strijd was dan ook geen sprake.

In het kort komt het er op neer dat het enige succesvolle van de hele strijd op Gallipoli  aan de kant van de geallieerden, de evacuatie is geweest en zoals zo vaak in de Britse geschiedschrijving tracht men die evacuatie dan ook als een glorieuze en victorieuze actie ten tonele te brengen. Ook aan de strijd zelf tracht men vaak nog een positieve strekking te geven; Britse officieren zouden hebben getoond hoe eervol te sterven voor het vaderland en „de beste kwaliteiten van het Britse ras zouden naar voren zijn gekomen” en tenslotte zou de actie Turkse troepen hebben gebonden die daardoor elders niet konden worden ingezet.

 

Kraaijestein en Schulten hebben een zeer interessant boek van grote historische waarde geschreven over alle aan de strijd op Gallipoli deelnemende landen en de wijze waarop zij hun eigen rol later hebben beschreven. Zij hebben daarmede een stuk geschiedenis rechtgezet waarover zo’n 90 jaar lang steeds meer mythen het licht zagen. Het is te hopen dat dit spraakmakende boek ook voor andere historici aanleiding moge zijn om de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog toch eens wat kritischer te gaan beoordelen zodat er meer objectiviteit komt als tegenwicht tegen de tot nu toe overwegend Angelsaksische gekleurde geschiedschrijving over de Eerste Wereldoorlog en de beweerde rol van de geallieerde landen daarin.

 

J.H.J. Andriessen

overzicht: