Elke dag sterven – Luuk Koelman (recensie)

Inktzwarte graphic novel die indruk maakt

Door: T.P. Sas*

1 oktober 1917: ‘Zes dagen regent het nu al. Hemelwater maakt alles tot een dikke zompige brei. Het doordrenkt de aarde, verdrinkt de linies……Bomkraters vullen zich. Regen wordt modder. Een vormeloze bruine drab. Zo dik dat het net grond is….. Grond die af en toe wiegt’. 2 oktober 1917: ‘Ik zie een compleet regiment rustig voorwaarts lopen….Langzaam verdwijnen ze in de rook. Het geschreeuw en de kreten komen hier maar vaag door…

Daarna is het stil. We wachten uren en uren, maar hebben ze nooit meer teruggezien’. Zo begint de graphic novel van schrijver Luuk Koelman (1964), die de afgelopen jaren vooral naam maakte als columnist voor Metro. Hij koestert echter ook al jaren een meer dan gemiddelde belangstelling voor de Eerste Wereldoorlog. In 2010 besloot hij een graphic novel te schrijven met als uitgangspunt de persoonlijke herinneringen van hen die vochten en leden in de Eerste Wereldoorlog. In 2014 verscheen Elke dag sterven, dat in eigen beheer als boek en als e-boek werd uitgegeven.

In het verhaal staan de belevenissen van een enkele soldaat centraal in de periode oktober-november 1917, rond de 3e slag om Ieper. Deze slag begon in de zomer van 1917 en was in oktober uitgelopen op een zinloze slag om het bezit van dorpje Passchendale. Het werd, onder hevige regenbuien, een tragisch geploeter door de stinkende modder. Uiteindelijk veroverden de Canadezen op 6 november de puinhopen van Passchendale. Na zes maanden strijd was de frontlijn in geallieerd voordeel 8 kilometer opgeschoven, het aantal slachtoffers aan Duitse en geallieerde zijde samen bedroeg ruim 500.000 man.

Koelman besteedt in zijn werk geen aandacht aan de historische achtergronden van de slag of de gehanteerde militaire tactiek. Hij neemt ons overtuigend mee naar het slagveld en doet ons ervaren hoe een soldaat zich in deze waanzin staande moet houden. Inktzwarte bladzijdes vormen de achtergrond voor de gedachten van de soldaat, terwijl de regen dagen aaneen op het papier neervalt, de sector in een modderwoestenij veranderend. Met zijn tekeningen zet een Koelman een goed getroffen, beklemmende sfeer neer, duister, nat en luguber. De zinnen die er aan toegevoegd zijn, komen als dreunend kanongebulder bij je binnen, soms als mitrailleurvuur waar geen ontkomen aan lijkt te zijn: ‘De avond kleurt het slagveld rood. Gesneuvelden bemesten de akkers. Het geurende lijk van een in een lange jas gehulde infanterist steekt nog half uit boven een warboel van aarde, wijzend met een arm…..De Dood kan zo niet wijzen, dacht ik altijd…..Maar De Dood kan alles’.

Bajonetaanvallen volgen, kameraden sterven, het niemandsland vol slachtoffers, nachtelijke patrouilles, de generaal die de troepen moed komt in spreken, tot het beklemmende verhaal tot een climax komt. Koelman weet door zijn tekeningen en tekst te boeien. De waanzin en zinloosheid spat van het papier af.

* T.P. (Tom) Sas (1980) werkt als docent geschiedenis op het Ds. Piersoncollege en daarnaast als zelfstandig onderzoeker met als specialisme Nederland en de Eerste Wereldoorlog.

overzicht: