De eerste dag aan de Somme

Door Jeannick Vangansbeke

 

Auteur: Martin Middlebrook

Uitgeverij: Aspekt, Soesterberg ,2010, 403 blz.

 

De Somme, een politieke veldslag?

De Britse premier Herbert Asquith voelde in juni/juli 1916 zijn politieke einde naderen. De bloedige slag aan de Somme in die zomer had precies hetzelfde effect op hem als Verdun op de Franse opinie. Vlak voor de slag, in juni 1916, had de Britse regering er nog bij de Fransen op aangedrongen de Griekse neutraliteit te eerbiedigen en had de Duitse regering via Bern geprobeerd de Fransen te polsen.

Er waren na de slag te veel doden gevallen om nog een compromis te aanvaarden: 62000 op de eerste dag, waarvan 8000 gesneuvelden. Ter vergelijking: Wellington verloor in Waterloo 8500 man. Asquith besliste tot de oprichting van een Territorial Changes Committee dat een oplossing voor de politieke impasse moest zoeken. Dat dit selecte Britse clubje aan veroverde stukjes Duits Afrika dacht om een compromis in Europa aan te kunnen bieden kan niet echt verbazen. Het waren niet de Britten maar de Fransen die hierbij zouden bloeden. Zo realistisch was de Britse politiek wel. Na de Sommeslag wijzigde immers de rol van het Verenigd koninkrijk, van ondersteunend naar leidinggevend. In mei was de dienstplicht ingevoerd en het aantal Britse slachtoffers zou nu snel oplopen.

 

De tsaar wees elke toenadering van Berlijn af. Daarop wijzigden de Duitsers hun strategie van afzonderlijke vredesverdragen. Terwijl de Duitse regering in 1915 nog hoopte op een overeenkomst met Rusland, en Frankrijk en Duitsland elkaar uitputte, werd het duidelijk in 1916 dat de bal voortaan in het Britse kamp lag.

 

Asquith was als parlementair verbonden geweest met de Imperial Liberals van Rosebury, maar toch aanvaardbaar voor de radicale vleugel van de liberale partij. Als eerste minister had hij de imperialist Lord Crewe op het Colonial Office benoemd. Daarom was hij genoodzaakt Lloyd George die het voor de Boeren had opgenomen en daarom de kampioen van de radicalen was, steeds mee te promoveren. Als minister van financiën overtuigde die de radicalen de partij niet in twee te breken door hun verzet tegen de dure vlootbouw. Hij klaagde wel dat hij buiten de diplomatieke beslissingen werd gehouden. Misschien was zijn forse tussenkomst in de Agadircrisis in 1911 minder een statement geweest over de Britse buitenlandse politiek dan over zijn plaats in het kabinet? In elk geval vernam Lloyd George net als Churchill pas in 1911 iets over de leger-besprekingen met de Fransen. Beiden werden daarna warlike elements en Asquith raakte al in de Ierse crisis, net voor de oorlog, zijn gezag kwijt. Met de coalitieregering in 1915 was hij zelfs niet meer op de hoogte van alle strategische beslissingen, getuigde kabinetssecretaris Maurice Hankey. Toen zijn eigen zoon sneuvelde, verloor ook Asquith alle zin in verderzetting van de oorlog. In december trad hij af. Lloyd George volgde hem op. Januari 1917 begon goed voor één militair, beweert Middlebrook. Douglas Haig werd veldmaarschalk en de mislukking van de hernieuwde diplomatieke initiatieven gaf hem alle kansen om zich te bewijzen. Het zou opnieuw een jaar van politiek gemotiveerde offensieven worden met onnodig veel slachtoffers aan Britse zijde.

 

Middlebrook schreef een geschiedenis van soldaten, vooral Britse, de Franse rol in de slag komt minder uit de verf. Maar deze erg goed geschreven militaire geschiedenis heeft ook aandacht voor de politieke context van de slag. Uitzonderlijk is dit. Helaas, want de wisselwerking tussen leger en politiek is cruciaal om elk moment uit die vreselijke oorlog te begrijpen.

overzicht: