Die enge man met dat armpje! Ze creëerden een nachtmerrie en noemden hem Wilhelm ll

In het julinummer van Kleio, het tijdschrift van de Vereniging van docenten in Geschiedenis en Staatsinrichting in Nederland (VGN) verscheen een artikel van de hand van de voorziter van de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog, de heer J.H.J. Andriessen hetwelk wij hier integraal overnemen.

Auteur: J.H.J. Andriessen


Wilhelm II, de mythe de realiteit

Tijdens een toespraak in november 2004 op een bijeenkomst in Huis Doorn, de vroegere verblijfplaats van de laatste Duitse keizer Wilhelm ll, werd door de spreker terloops de figuur van de keizer genoemd. Hij refereerde daarbij aan hem als die ‘enge man met dat armpje’. Met deze uitspraak werd een lange traditie van negatieve berichtgeving over Wilhelm ll voorgezet die begon bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog en tot op de dag van vandaag nog steeds en welhaast automatisch door velen wordt gecontinueerd.

Wilhelm geestelijk onvolwaardig?

In de literatuur die het licht zag over Wilhelm na zijn abdicatie is het karakter en de psychische gezondheid van de keizer nog immer een belangrijk onderwerp van discussie. De keizer zou, althans volgens een aantal auteurs waaronder Röhl, Lutz, Kohut, Ludwig, Albertini, Palmer, Kleinschrod e.a, hebben geleden aan een scala van lichamelijke maar vooral ook psychische afwijkingen. Als oorzaak daarvan werd o.a zijn moeilijke geboorte genoemd waarbij hij niet alleen een verminkte arm, maar ook hersenletsel zou hebben opgelopen. Voorts zouden zijn liefdeloze moeder en zijn zeer Spartaanse opvoeding een belangrijke rol hebben gespeeld bij de verdere vervorming van zijn geest en karakter. De meeste auteurs zijn het er over eens dat Wilhelm in min of meerdere mate geestelijk gestoord moet zijn geweest. Daarbij buitelen zij soms over elkaar heen bij het benoemen van de psychische afwijkingen waaraan Wilhelm zou hebben geleden en sommigen gaan daarbij toch wel zeer ver. (om er maar een paar te noemen; hereditary psychic degeneration (Fiedlander), Ceasarian-madness-(Röhl), prophyria-(Kohut), repressed homosexuality-(Hull &Röhl) etc). Over de oorzaken van die gebreken wordt nog wel eens verschillend gedacht maar over het feit dat Wilhelm de facto een psychiatrisch patiënt was, is men het over het algemeen wel eens.

Een kleine bloemlezing uit de gepropageerde meningen moge dat illustreren.

De Britse auteur Alan Parker suggereerde in zijn boek ‘The Kaiser’ dat Wilhelm’s verminkte arm in wekelijkheid slechts een uitwendig teken was van een veel dieper gaande geestelijke onbekwaamheid.1)

 Wilhelm IILuigi Albertini, was er van overtuigd dat Wilhelm geestelijk niet in orde was. Hij schreef o.a; ‘En zo’n man was voor een groot deel verantwoordelijk voor het lot van de gehele wereld. Zij, die onder hem dienden, met von Bülow aan het hoofd, vroegen zich regelmatig af of ze hem niet onder curatele moesten stellen’. 2)

Röhl, geeft in zijn omvangrijke studie genaamd ‘Wilhelm II, der Aufbau der Persönliche Monarchie’ 3), vele voorbeelden om aan te tonen dat Wilhelm geestelijk onvolwaardig moet zijn geweest. Hij put daartoe ondermeer uit het dagboek van Generaal Waldersee die hij maar liefst negentien keer citeert. Deze, bij Wilhelm (terecht) in ongenade gevallen generaal, maakte zich jarenlang achtereen ‘bezorgd’ over de geestesgesteldheid van de keizer waarbij hij steeds opnieuw een acute aanval van krankzinnigheid voorspelde, zonder dat die zich overigens ooit manifesteerde.

Keizerlijke schuttingtaal

Thomas. A. Kohut gaat nog een stapje verder en ziet duidelijke verbanden tussen ‘s keizers verbale uitlatingen en zijn geestelijke en lichamelijke onvolkomenheid. 4)

Zo constateert hij dat de keizer, wanneer deze zich uitliet over problemen bij de marine, uitdrukkingen bezigde die nauw verband hielden met zijn fysieke handicap. Wilhelm zou de marine in 1896 een verschrompelde (zusammengeschrümpfende) organisatie genoemd hebben en in 1897 zou hij van mening zijn geweest dat het Duitse Rijk verlamd was als gevolg van het gebrek aan een grote vloot. In 1899 beschreef hij een vermeende actie van Engeland in Afrika om Duitsland en Frankrijk in zee te duwen met de woorden dat dit slechts een slight movement of the elbow zou vereisen en Kohut ziet daar weer een verband in met de invalide arm van de keizer.

betrapt de keizer voorts op het regelmatig gebruik van schuttingwoorden die zouden wijzen op zijn onbewuste angst voor castratie. Kohut refereert daarbij o.a. aan een gesprek dat Wilhelm eens voerde over de kans dat Duitse schepen: might be cut off door de mobilisatie van de Russische Zwarte Zeevloot, Voorts zou Wilhelm de Duitse ambassadeur in Londen in 1908 opdracht hebben gegeven om de Britse voorstellen tot vermindering van het Duitse vlootbouwprogramma te beantwoorden met kiss my ass en in een brief aan von Bülow van 29 oktober 1899 zou hij de kans dat de Duitse marine door de Britse vloot zou kunnen worden overvallen omschreven hebben als: being caught with ones pants down. Uit dat alles trekt Kohut de conclusie dat Wilhelm het gemis aan een machtige marine als een vorm van castratie, als een gemis van een vitaal lichaamsdeel onderging en hij legde een direct verband tussen dit soort door Wilhelm gebezigde uitdrukkingen, die allemaal te maken hadden met essentiële lichamelijke functies, met zijn wens om een machtige marine op te bouwen en de vernedering die hij zou hebben gevoeld toen hij merkte dat hij daartoe niet in staat bleek te zijn. 5)

Het is opvallend dat bovengenoemde observaties niet afkomstig zijn van een gelicenseerd psychiater maar van een historicus. Zoals zijn voorwoord ons leert, heeft hij naar hartelust gegrasduind in psychiatrische modellen, psychoanalytische perspectieven en hij ontpopt zich zelfs als een volleerd verloskundige als hij de geboorte van Wilhelm en de daarbij ontstane problemen beschrijft. Allemaal erg interessant en indrukwekkend maar zijn analyses wemelen van de veronderstellingen en hij faalt volkomen bij het leveren van ook maar het geringste stukje medisch bewijs of specifieke psychiatrische diagnose.

De kleren van de Keizer

Een ander onderwerp dat in dit verband de onverdeelde aandacht van een groot aantal auteurs geniet, zijn de uniformen van Wilhelm. Zij vormen een dankbaar onderwerp voor kritische en vooral spottende beschouwingen en worden veelal aangehaald als bewijs voor een van de vele afwijkingen waaraan de keizer zou lijden, nl. excessieve ijdelheid.

D.J. Goodspeed, een bekend en veelal goed gedocumenteerde historicus, kon de verleiding niet weerstaan zijn steentje aan de mythevorming bij te dragen toen hij de eindeloos herhaalde fabel over Wilhelm’s ijdelheid te berde bracht. Goodspeed schreef dat Wilhelm absoluut uniformgek was en meer dan 200 uniformen bezat en dat de keizer bij de première van de opera ‘De vliegende Hollander’, in de keizerlijke loge verscheen in het gala uniform van admiraal van de Duitse Kriegsmarine. Toen hij een bezoek bracht aan het heilige land, had men hem maar met moeite kunnen weerhouden een kruisvaarders outfit aan te trekken. 6)

Ook de auteur Gary Sheffield schreef nog in 2001 in zijn ‘The Origins of the First World War 7) dat Wilhelm bezeten was van uniformen. Weer een ander ging zo ver te beweren dat de keizer bij het eten van een plumpudding het uniform van een Britse veldmaarschalk aantrok.

Nu weet ik niet hoeveel uniformen Wilhelm precies had, het kunnen er 200 maar misschien ook wel 400 geweest zijn. Maar dat het er veel waren staat wel vast en zo vreemd was dat ook niet. Tijdens zijn bezoeken aan de troepen droeg Wilhelm vaak het uniform van het regiment dat hij ging inspecteren en zoals we weten bezat het Duitse leger tientallen regimenten. De keizer was ook erekolonel in veel buitenlandse legers en tijdens bezoeken aan die landen werd hij geacht het bijbehorende uniform te dragen. Of men daaruit nu de gevolgtrekking kan maken dat hij uniformgek was gaat dan toch wel ver. Men zou zich dan toch ook best kunnen afvragen of het waar was dat de Britse koning Edward Vll, bekend om zijn spreekwoordelijke ijdelheid, 8) ruim 1.100 paar schoenen had en de Russische tsaar zelfs tijdens het zwemmen zijn uniformpet bleef ophouden (tijdens het tennissen in elk geval wel).

In Duitsland was het dragen van een uniform in die tijd overigens een maatschappelijk gegeven en zo was het bijv. heel gewoon dat een leraar Gymnasium zijn uniform van reserve luitenant in de aula droeg, de stationchef z’n ambtelijke sabel omgordde en de Rijkskanselier zich in de Rijksdag in uniform kompleet met degen en Pickelhaube vertoonde. Wilhelm onderscheidde zich dus in niets van zijn landgenoten. Het behoorde gewoon tot de toenmalige mode.

Kortom de uniformenkwestie is een van die ‘historische’ gegevens die te pas en te onpas worden genoemd met de duidelijke bedoeling de man belachelijk te maken en hem als abnormale en ijdele dwaze pauw te etaleren. Het is merkwaardig dat zelfs historici van naam zich daartoe hebben geleend.

De amateur psyciaters

Als we alles wat voornoemde auteurs zo te berde hebben gebracht zouden moeten geloven, dan moet Wilhelm II een zeer merkwaardige en gestoorde figuur zijn geweest met afwijkingen die het gehele omvangrijke gebied der psychiatrie omvatten. Men dient zich dan wel te verbazen over het feit dat, om nog maar eens met Albertini te spreken; ‘zo’n man voor een groot deel verantwoordelijk is geweest voor het lot van de gehele wereld’ en zich bijna dertig jaar heeft kunnen handhaven.

Bij het analyseren van de bewijsvoering voor de beweerde zieke psyche van de keizer valt overigens op dat het merendeel van de genoemde auteurs op het terrein van de psychiatrie geen enkele deskundigheid bezitten maar in hun geschriften zonder enige schroom hun mening over ‘s keizers psyche etaleren. Voor zover die kennis wel aanwezig is, verzuimt men bovendien medische bewijsgronden of klinische evidentie aan te voeren. Tegelijkertijd moet geconstateerd worden dat ook de overige door historici naar voren gebrachte bewijsvoering over Wilhelms ‘afwijkingen’ over het algemeen flinterdun zijn en nergens echt door de feiten, bijv. een op de persoon uitgevoerde psychoanalyse of een officiële medische verklaring, wordt onderbouwd. De vraag is dan ook gerechtvaardigd of Wilhelm’s psyche nu echt wel zo vervormd was en of hij daardoor inderdaad, zoals zo vaak wordt beweerd, niet in staat zou zijn geweest om naar behoren als vorst en keizer te functioneren. In mijn optiek is voor deze stelling nimmer ook maar het geringste harde bewijs aangeleverd en kunnen we veel van de beweringen gevoeglijk als ‘pseudo wetenschappelijk gebabbel’ kwalificeren.

Recent schreef de Britse historicus C. Clark in zijn uitstekende studie over de Duitse keizer, dat de psychoanalyse van reeds overleden personen natuurlijk wel fascinerend is maar ook zeer speculatief. De problemen die naar voren komen bij het toepassen van de diagnostische categorieën worden er zeker niet minder op door de onduidelijke en elkaar veelal tegensprekende bronnen. Terecht merkte hij op dat de mening dat Wilhelm bij zijn geboorte hersenletsel zou hebben opgelopen slechts wordt gesteund door diagnostische veronderstellingen die elkaar op verschillende manieren tegenspreken en niet gedekt worden door medische bewijsstukken.

Inderdaad, geen van de artsen die Wilhelm in zijn jeugd behandelden hebben tekenen geconstateerd van psychiatrische defecten of zelfs maar hun twijfel daarover uitgesproken. 9)

Röhl beweert dan wel dat een stroom van medici voor de krankzinnigheid van Wilhelm zou hebben gewaarschuwd maar deze auteur lijkt er zijn levenswerk van te hebben gemaakt de keizer voor krankzinnig te verklaren en de stroom van medici die hij als bewijs daarvoor aanvoert blijkt in werkelijkheid te moeten worden teruggebracht tot 1 persoon, geen medicus zijnde, die zijn informatie dan ook nog eens van horen zeggen had. 10)

Clark maakte nog een andere interessante observatie. Hij stelde vast dat de diverse diagnoses over Wilhelm’s beweerde geestesafwijkingen steeds veranderden en wel erg vaak de op dat moment geldende trend in de psychiatrische wetenschap volgden.

En dat is inderdaad een opvallend gegeven. Zo luidde de diagnose in 1890 ‘nervous debility’. In 1914 heette het dat Wilhelm leed aan manisch depressieve psychoses’, in 1916 werd dat ‘periodic disturbedness’. Nog wat later veranderde de trend wederom en zou Wilhelm het slachtoffer zijn van ‘dynastic degeneration’ In de jaren rond 1920 kwam de term ‘Freudian paradigms’ in zwang. Rond 1970 werden zijn beweerde psychische stoornissen toegeschreven aan ‘repressed homoxsexuality’. In 1980 werden ‘neurologische afwijkingen’ als oorzaak genoemd en daarna dat hij leed aan ‘prophyria’, een genetische afwijking onder de naam van ‘de genen van George de Derde’.11)

Indien men deze bonte verzameling van controversiële diagnoses werkelijk zou moeten geloven, dan moet Wilhelm toch wel een uitermate apart psychiatrisch fenomeen zijn geweest. We moeten zeer grote vraagtekens zetten bij de wetenschappelijke waarde en betrouwbaarheid van deze enorme variëteit aan diagnoses.

Andere meningen

Bij het bestuderen van de analyses en meningen over de psyche en het karakter van de keizer is er overigens een duidelijke waterscheiding te constateren tussen die welke dateren uit de periode tijdens en na de oorlog en die van vóór 1914. Het verschil is opvallend en het is de moeite waard ook uit de periode vóór 1914 enkele meningen te laten horen.

Prof. John W.Burgess, (1844-1931) de vader van de Amerikaanse Politieke Wetenschappen schreef in oktober 1914 o.a: ‘De manier waarop men nu ineens in Engeland over de Duitse keizer schrijft is een herhaling van de wijze waarop de Britse pers in 1860-1864 Abraham Lincoln behandelde. Ze creëerden een nachtmerrie en gaven die de gedaante van president Lincoln. Het was destijds volstrekt zinloos om iets te zijner verdediging te berde te brengen. Ik ben door mijn functie vele malen in contact met de Duitse keizer gekomen maar ik herken niets in de karakteristieken welke hem momenteel door de Britse en Amerikaanse pers worden toebedacht’.12)

Admiraal Muller, hoofd van het Marinekabinet van de keizer vóór en tijdens de oorlog en duidelijk niet zijn vriend (hij hield een dagboek bij waarin hij op bijna elke pagina kritiek leverde op Wilhelm) schreef desondanks toch dat de keizer tijdens de dagelijkse sessies met zijn generaals en ministers hun voordrachten op uitstekende wijze beoordeelde. De vragen die hij hen stelde raakten steeds de kern van hun rapportage en gingen zeer diep. Hij zou zich daarbij steeds zeer duidelijk uitdrukken en zich niet met halve argumenten hebben laten afschepen. zijn kritiek zou doorgaans zeer terecht.zijn geweest. 13)

De Britse staatsman Chamberlain was van mening dat Wilhelm beschikte over een buitengewoon diepgaande kennis en inzicht in de Europese politiek. 14)

De Britse minister van Oorlog, Haldane (1856-1928) voerde in 1912 besprekingen over een vermindering van de marine wapenwedloop tussen Duitsland en Gr.Brittannie en toonde zich daarbij onder de indruk van Wilhelm’s kennis van zaken en praktische instelling, hetwelk de besprekingen zeer hadden vereenvoudigd. 15)

President Roosevelt verklaarde op 8 juni 1913 dat hij van Wilhelm ll meer hulp had gekregen bij zijn pogingen om een eind te maken aan de Rusisch-Japanse oorlog dan van enig ander staatsman. 16)

President Butler van de Columbia Universiteit schreef op die zelfde datum dat Wilhelm nu wel veel kritiek kreeg maar dat de geschiedenis zijn werkelijke betekenis voor de wereld wel recht zou doen. Hij gaf een aantal voorbeelden van de positieve invloed van de keizer op het wereldgebeuren en van zijn vredespogingen en schreef:’If the German Emperor had not been born to monarchy, he would have been chosen monarch or Chief Excecutive by popular vote of any modern people among his lot might have been cast’. 17)

De Amerikaanse minister van Justitie, Taft gaf als zijn mening te kennen dat de Duitse keizer gedurende de vijfentwintig jaar dat hij aan de macht was, de belangrijkste individuele kracht was geweest bij het handhaven van de wereldvrede”.18)

Wilhelm’s kanselier en latere vijand, von Bulow, kon niet anders dan toegeven dat Wilhelm in politieke zaken veelal een juister en beter inzicht had dan zijn politieke adviseurs. 19) Ook gaf hij toe dat de vaak naar bloed en kruitdamp ruikende publieke uitspraken van Wilhelm veelal slechts bedoeld waren de luisteraar te imponeren maar dat hij er in feite niets van meende. 20)

Wellicht de meest gezaghebbende van degenen die een positief oordeel over de keizer velden was de winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede, dr.Alfred.H.Fried. Hij wijdde in 1912 een boek, ‘The German Emperor and the Peace of the World’ aan de vredesactiviteiten van Wilhelm ll, waarin hij o.a wees op de keren dat Duitsland meewerkte aan het op vreedzame wijze oplossen van een aantal internationale geschillen en via Den Haag arbitrage vroeg of accepteerde. Allemaal bewijzen, aldus Fried van de vredeswil van de Duitse keizer die nu al ruim 25 jaar de vrede heeft weten te bewaren. Hij merkte voorts nog op dat het aan de invloed en het persoonlijk ingrijpen van Wilhelm te danken is geweest dat het Permanente Hof van Arbitrage, ondanks veel weerstand kon worden geïnstalleerd. Hierdoor werd de Eerste Haagse Conferentie van mislukking gered. 21)

Dit zijn geheel andere geluiden die in geen enkel opzicht stroken met de psychiatrische ziektebeelden welke de keizer door eerdergenoemde auteurs werden toegedacht. Een bestudering van de feiten toont voorts aan dat zijn daden en beslissingen in ‘t geheel niet correspondeerden met de geschetste ziektebeelden.

De redenen

Natuurlijk moeten we ons wel afvragen hoe het komt dat tot op de dag van vandaag het beeld dat men van de keizer heeft, zo negatief wordt afgeschilderd..

Ik wil daar twee hoofdredenen voor noemen.

De eerste en meest belangrijkste is de enorme negatieve propaganda die tijdens de oorlog over hem is uitgestort. De overwinnaar schrijft de geschiedenis en zij beschikten over een enorm propaganda apparaat dat er vier jaar lang geheel op was gericht om „het Duitse kwaad” te personifiëren en het was de keizer die de rol van de grote schuldige, de aartsschurk, kreeg toebedeeld. Vier jaar lang werd hij gedemoniseerd en als de grote Satan ten tonele gevoerd en ook na de oorlog werd die propaganda nog met een opvallende felheid doorgezet. (denk aan de ‘hang the kaiser’ politiek van de Britse premier Lloyd George) Het is dan ook niet onlogisch dat het effect hiervan nog lang- en zelfs nog tot in onze tijd heeft doorgewerkt.

Natuurlijk- en dat is de tweede reden- was de keizer zelf ook medeschuldig aan het slechte imago dat hij in de loop der jaren had opgebouwd. Zijn vaak zeer provocerende taal, zijn arrogantie, wispelturigheid en zijn soms ook zeer onverstandige uitingen gaven zeker voedsel aan de negatieve beoordeling van zijn karakter en persoon. Toch zouden we eerst de beschikking over een vergelijkende studie mbt de gedragingen en het functioneren van zijn collega-vorsten uit die tijd moeten hebben om te kunnen beoordelen of het gedrag van Wilhelm inderdaad zo afwijkend is geweest. Wilhelm was zeker geen gemakkelijk mens maar dat waren de meeste vorsten niet. Die dachten allen in die tijd, door God te zijn uitverkoren. Per slot van rekening was onze eigen koningin Wilhelmina, als we biograaf Faseur mogen geloven, ook niet een van de gemakkelijkste vorsten maar niemand zou haar toch een psychiatrisch geval durven en willen noemen. Mede gelet op het verschil tussen wat Wilhelm allemaal verklaarde en wat hij in werkelijkheid deed (ik hoop daar in een ander artikel op te kunnen ingaan) en ondanks zijn duidelijk ook aanwezige negatieve karaktertrekken, moet toch worden vastgesteld dat er geen betrouwbare aanwijzingen zijn die de beweringen als zou Wilhelm als gevolg van psychische mankementen niet geschikt zijn geweest om de functie van keizer van het Duitse Rijk uit te oefenen, ondersteunen.

Conclusie

Er is geen enkel medisch bewijs of specifieke psychiatrische diagnose dat Wilhelm, als gevolg van zijn moeizame geboorte, hersenletsel heeft opgelopen, in elk geval geen hersenletsel die invloed heeft gehad op zijn intellectuele of psychische functies. Zijn mismaakte en niet goed functionerende linkerarm is het gevolg geweest van een beschadiging aan de zenuwen en spieren tijdens de geboorte, een strikt technisch mankement derhalve. 22)

Wilhelm’s getoonde intellectuele capaciteiten, zowel in zijn jeugd als later, maken eveneens duidelijk dat er van hersenletsel met gevolgen voor zijn functioneren, geen sprake kan zijn geweest.

Wel is duidelijk geworden dat Wilhelm’s karakter sterk beïnvloed is geweest door zijn opvoeding (Hinzpeter). Ook heeft hij enkele malen aan ernstige depressies geleden. (o.a in 1908 en bij de dood van zijn vrouw in 1921) maar dat betekent niet dat hij daarom aan manisch depressieve psychose leed zoals door sommige auteurs is beweerd.

Wilhelm was zeker ijdel, soms hyperactief, niet altijd evenwichtig en hij kon soms ongelooflijk tactloos zijn, Dat maakte het werken met hem niet altijd even gemakkelijk. Maar dat alles rechtvaardigt zeker geen serieuze specifieke psychiatrische diagnose.

Ik kan dan ook niet anders dan tot de conclusie komen dat het eventueel niet functioneren van de keizer gedurende zijn regering (als dat al zo is geweest) beslist niet vanuit een beweerd geestelijk onvermogen verklaard kan worden. Zijn critici hebben bij hun negatieve oordeel dan ook zeker de vereiste objectiviteit uit het oog verloren.

Ik realiseer me ten volle dat het ijdele hoop zal zijn te verwachten de mythevorming over de voormalige Duitse keizer in slechts 3500 woorden te kunnen ontzenuwen. Daarvoor is veel meer nodig. Toch hoop ik mijn lezers tot nadenken te kunnen stemmen door het gebruik van een kleine variant op de woorden van de Amerikaanse professor John W Burgess; ‘de geallieerden creëerden een nachtmerrie en gaven die de gedaante van Wilhelm ll.’. Het is echter de vraag, of het ook vandaag de dag nog steeds zinloos moet worden geacht iets te zijner verdediging te berde te brengen.

J.H.J. Andriessen

Noten

  1. Parker,Alan., The Kaiser, p.3.
  2. Albertini,Luigi., The Origins of the World War, vol 1, p.160.
  3. Röhl, John.C.G., Wilhelm ll, der Aufbau der Personliche Monarchie,.
  4. Kohut,Thomas.A., Wilhelm ll and the Germans, p.250. e.v.
  5. Ibid, p.249.
  6. Goodspeed, D.J., The German Wars 1914-1945, p.34.
  7. Sheffield, Gary., The Origins of the First World War.
  8. Röhl, John.C.G., Wilhelm ll, der Aufbau…p.113.
  9. Clark, C., Kaiser Wilhelm ll, p.20,21.
  10. Röhl,John.C.., The Kaiser and his Court, p.20,21.
  11. Clark,C., Kaiser Wilhelm ll, p.21.
  12. New York Times Current History, Vol.1, p.507 e.v.
  13. Muller, Adm. Der Kaiser, p.29.
  14. Dugdale, The Growing Antogonism,.
  15. Andriessen, J.H.J., De andere waarheid, p.76,77. Kraft, Lord Haldanes zending naar Berlijn in 1912, p.230.
  16. New York Times, 8 juni 1913.
  17. Butler, N.M., New York Times, 8 june 1913.
  18. Taft, New York Times, 6 en 8 june 1913.
  19. Nintsjitsj, M., La crise Bosniaque 1908-1909, quote door Siccama,p.50, note 35.
  20. Bülow,von.,Memoires, Vol.1, p.348 & Clark.C.,p.86.
  21. Fried,Alfred.H., The German Emperor and the Peace of the World.
  22. Kiste,J.van de., Wilhelm ll, Germany’s last Emperor.

overzicht: