De invloed van de Russische algemene mobilisatie op het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog

Voordracht gehouden door de heer J.H.J. Andriessen, voorzitter van de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog tijdens de studiedag welke op 16 mei 2008 werd georganiseerd door de Stichting Studie Centrum en de Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen van de Erasmus Universiteit te Rotterdam.

 

De inval in België in augustus 1914 door Duitse troepen wordt veelal gezien als een agressieve daad, reeds jaren van te voren gepland en door de Duitsers noodzakelijk geacht wilde het land haar positie als wereldmacht kunnen handhaven. Anderen zien de inval in België als een logisch gevolg van de agressieve Duitse buitenlandse politiek die er steeds op uit zou zijn geweest het machtsevenwicht in Europa te verstoren en weer anderen wijzen in dat verband ook nog op het voortdurend aandringen door hoge Duitse militairen om een preventieve oorlog te starten zolang dat nog mogelijk was. Ik refereer dan aan de begrippen „Military interest en/of military necessity

De inval in België wordt toch meestal beschouwd als een daad van ‘military interest’ en zeker niet als een necessity. Er zijn echter ook historici die van mening zijn dat de inval in België wel degelijk een daad was van military necessity nadat Rusland op 30 juli 1914 over was gegaan tot de Algemene Mobilisatie. Hoe moeten we nu tegen dit vraagstuk van military interest of necessity aankijken?

Daartoe dienen we dan allereerst de geopolitieke verhoudingen van die tijd te bestuderen en met name het toenmalige alliantiestelsel:

Na de Frans-Pruisische oorlog van 1870-1871 had Bismarck er voor gezorgd dat Frankrijk geisoleerd werd zodat het geen bedreiging meer kon vormen voor het Duitse Rijk, door een alliantieverdrag te sluiten met Rusland en met Oostenrijk-Hongarije waardoor de tripple alliantie ontstond, een machtig militair blok waarbij zich later ook nog Italie aansloot.Maar de opvolger van Bismarck, Caprivi, had niet veel vertrouwen in het verdrag. Hij was bevreesd dat de geheime clausules in het verdrag waarin Bismarck o.a impliciet het recht van Rusland op de zeestraten had erkend, door dit land, gezien de verslechterende verhouding, kon worden gebruikt om Duitsland te chanteren en hij adviseerde keizer Wilhelm II dan ook het verdrag niet te verlengen maar zich meer te richten op toenadering tot Gr.Brittannië.

Wilhelm volgde dit advies op en zodra de Fransen vernamen dat het verdrag niet meer bestond zochten ze toenadering tot Rusland en het lukte hen in 1893 een geheime militaire alliantie met Rusland te sluiten en nog wat later ook een geheim niet aanvalsverdrag met Italie welk land derhalve vanaf dat moment een onbetrouwbare factor werd binnen de Triple alliantie.

Het gevolg was, een enorme verschuiving van de machtsbalans. Ineens is de kaart van Europa totaal veranderd.

Politiek gezien is het eigenlijk onbegrijpelijk dat Duitsland het verdrag met Rusland liet verlopen. Het niet verlengen daarvan betekende de facto het opheffen van het Franse isolement dat Bismarck zo uitermate belangrijk had gevonden. Frankrijk was ineens weer een grootmacht en telde weer mee in de vaart der volkeren maar erger nog, het was nu Duitsland dat zich geïsoleerd kon voelen, ingeklemd als het ineens lag tussen haar niet erg vriendelijk gestemde staten. Duitsland was een land geworden dat zich, om met een militaire term te spreken óp de binnenlijnen’bevond.

 

De Motieven

Wat waren nu de motieven van Frankrijk en van Rusland om een bondgenootschap met elkaar aan te gaan nadat het bondgenootschap tussen Duitsland en Rusland beeindigd was?

Voor Frankrijk was het van eminent belang om zich met bondgenoten te omringen om zich uit haar isolement te verlossen en het wilde Elzas Lotharingen weer terug. Maar het besefte dat dit zonder hulp van bondgenoten nooit zou gelukken, daarvoor was Duisland militair veel te sterk. Een militair bondgenootschap met het machtige Rusland zou die situatie natuurlijk drastisch veranderen.

Rusland wilde haar positie op de Balkan versterken maar kwam daarbij steeds Oostenrijk-Hongarije tegen dat de zelfde ambities had. Tegelijkertijd wilde Rusland een vrije doorvaart voor haar vloot vanuit de Zwarte Zee , door de Bosporus en Dardanellen naar de Middellandse Zee. Die doortocht was haar door het congres van Berlijn na de Krim oorlog verboden door de grootmachten en Frankrijk was één van die grootmachten.Een alliantie met Frankrijk zou met name dit laatste probleem automatisch kunnen oplossen en door het latere Frans-Italiaanse geheime ‘niet aanvalsverdrag’ zou tegelijktijd ook dat land geen probleem meer maken tegen een vrije doorvaart. Tussen twee haakjes, toen het Frankrijk uiteindelijk in 1904 ook nog gelukte om tot een entente te komen met Gr.Brittannie en dat land zich op haar beurt weer aansloot bij de Frans-Russische alliantie en ook nog een verdrag sloot met Japan werd de situatie voor de Russen politiek steeds gunstiger vooral nadat Japan, op advies van Gr.Brittannie op 8 juli 1912 de Russen beloofde om in geval van een oorlog met Duitsland, de Russische grenzen te zullen ontzien zodat Rusland zich dáár geen zorgen meer over hoefde te maken.

 

Gr. Brittannie

Dit land keek uit naar een bondgenoot op het vaste land omdat het zich grote zorgen ging maken over de economische ontwikkelingen van Duitsland. Dat exporteerde op een gegeven moment meer goederen naar voorheen zuiver Britse exportlanden dan Gr.Brittannie zelf. Ook militair ontwikkelde Duitsland zich tot een der sterkste militaire machten in Europa en Gr.Brittannie was van mening dat daardoor de ‘balance of power’ in Europa in haar nadeel ging verschuiven en dat wilde het ten koste van alles voorkomen. Aansluiting dus bij Frankrijk en Rusland zou hier een oplossing kunnen brengen want zo zei de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Edward Grey in 1906 tegen zijn ambassadeur Spring Rice:

„an entente between Russia, France and ourselves would be absolutely secure and ïf it is necessary to check Germany, it could be done”.

En zo ontstonden er nu 2 machtsblokken, de Tripple Alliantie en de Triple Entente waarvan de belangen echter steeds verder uit elkaar liepen.

 

De positie van Duitsland in 1914

In 1912, tijdens de Balkanoorlogen werd al duidelijk dat de ententelanden zich zelfverzekerd voelden en een eventuele interventie van Duitsland niet langer schuwden. In een analyse van de militaire situatie door de Franse generale staf van september 1912 aan president Poincaré werd vastgesteld dat; ik citeer:

„Indien Oostenrijk-Hongarije in de Balkanoorlog interveniëert en daarbij wordt gesteund door Duitsland, beide landen zich in feite overleveren aan de macht van de Triple entente omdat Oostenrijk voor zo’n interventie ruim zeven van haar zestien legerkorpsen in het veld zal moeten brengen waardoor haar strijdkrachten tegen Rusland in Gallicië fataal worden verzwakt, mede omdat de Duitse strijdmacht in Oost-Pruisen te gering is om Oostenrrijk-Hongarije de helpende hand te kunnen bieden. De Russen zullen derhalve in staat zijn een offensief in de richting van Berlijn te openen en als de Duitsers hun troepenmacht aan het Oostfront dan gaan versterken dan zal Frankrijk, samen met Gr.Brittannië een substantiële overmacht in Lotharingen verkrijgen. Indien Duitsland Oostenrijk-Hongarije dus zal helpen, dan zal de Entente de beste kansen op een overwinning hebben en de kaart van Europa opnieuw kunnen worden getekend. Einde citaat

Twee jaar later, in 1914, was de positie van Duitsland, nog verder verzwakt. Door de nauwe militaire samenwerking van de ententelanden en de enorm toegenomen militaire kracht van Rusland daarbij gesteund door Frankrijk en Gr.Brittannië, was gebeurd waarvoor Bismarck zo bevreesd was geweest. De isolatie van Duitsland was een feit en daarmede haar positie als grootmacht serieus in het geding.

 

Dat Duitslands tegenstanders dat ook zo zagen blijkt bijv. uit een brief vande Britse onderminister van Buitenlandse Zaken, Nicolson die schreef dat; ik citeer:

„Duitsland wel bevreesd moest zijn voor de mogelijkheid, ja zelfs de waarschijnlijkheid dat ze zich binnen niet al te lange tijd volledig geïsoleerd- en in een kritieke situatie zal bevinden”. einde citaat.

En generaal Wilson, chef Operations van de Britse generale staf, sprekende over de enorme groei van de Russische strijdkrachten, merkte op dat; ik citeer:

„het gemakkelijk is te begrijpen waarom Duitsland zo bevreesd voor de toekomst is en denkt dat er sprake is van een ‘nu of nooit’ situatie”. Einde citaat.

 

Ook de Britse ambassadeur in st.Petersburg zag een duidelijk verband tussen de Duitse vrees dat haar politieke invloed in Europa zou afnemen en de groei van de Russische miliaire macht. Op 18 maart 1914 schreef hij aan Nicolson dat; ik citeer:

„Duitsland, ondanks de verhoging van haar legerbegroting, binnen 3 jaar in een kritieke situatie terecht zal komen: Als ze hun legerbegroting nog verder verhogen dan zal Rusland daar bovenuit gaan en deze race kan Duitsland niet winnen; Kan Duitsland zich echter nog wel veroorloven te wachten tot Rusland de dominante macht in Europa is geworden of zal ze toeslaan zolang er voor haar nog een mogelijkheid tot overwinning is?”. einde citaat.

Reden genoeg dus voor de Duitsers zich serieus bezorgd te maken over de situatie waarin ze zich bevonden.

Het waren de ententelanden zelf die de positie van Duitsland als uitermate kritiek beschouwden en daarmede deelden ze dit inzicht met de Duitse Rijkskanselier Bethmann Hollweg.

Deze maakte zich al jaren zorgen over de groeiende militaire macht van Rusland. Hij werd daarin gesteund door de chef van de generale staf von Moltke die er van overtuigd was dat de uitbouw van het door Frankrijk gefinancierde Russische strategische spoorwegnet rond 1917 zodanig zou zijn gevorderd dat Duitsland daardoor vanuit militair oogpunt gezien totaal uitgemanoeuvreerd zou zijn en dat Rusland zich dan sterk genoeg kon voelen zich, zeker als het daarbij de hulp van Frankrijk zou krijgen, een aanval op Duitsland te kunnen permitteren.

Moltke drong dan ook al enige tijd aan op een preventieve oorlog om zo het gevaar nog te kunnen keren maar zowel keizer Wilhelm II als Bethmann Hollweg wilden daar niets van weten.

Was de situatie vanuit militair oogpunt dus al zorgelijk, daar kwam nog een zwaarwegend politiek element bij. Zelfs als de entente geen aanval op Duitsland overwoog, dan nog zou de komende militaire machtsverschuiving een grote politieke bedreiging voor het Duitse Rijk vormen.

Door de isolering en de als gevolg daarvan afnemende politieke invloed zou elke diplomatieke confrontatie met de andere grootmachten op een politieke nederlaag voor Duitsland uitlopen en de bestaande machtsbalans totaal verstoren. Duitsland zou daarmede haar politieke handelingsvrijheid verliezen en geheel afhankelijk worden van de luimen van de andere grootmachten. Duitslands positie als grootmacht en daarmede het voortbestaan van het Rijk, stond, naar Duitse overtuiging, op het spel.

 

Aldus was de situatie toen in juli 1914 Rusland als eerste land de algemene mobilisatie uitriep en we zullen nu nagaan wat de invloed van deze Russische stap is geweest op het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog . Daartoe is het noodzakelijk de betekenis van het uitroepen van de algemene mobilisatie door een grootmacht in die dagen te onderzoeken.

 

Ik neem u dan nu weer mee terug naar het Frans-Russische militaireVerdrag.

Artikel 1 van dit verdrag luidde:

Frankrijk en Rusland, gedreven door de wens de vrede te handhaven en slechts tot doel hebbende voorbereid te zijn op de eventualiteit van een niet door hen geprovoceerde aanval door de landen van de driebond gezamenlijk of van een van hen, zijn de volgende maatregelen overeen gekomen;

Dat klinkt natuurlijk niet agressief, vrede handhaven, niet geprovoceerde aanval etc.etc.

Het volgende artikel, artikel 2 gaat dan verder;

Indien de strijdkrachten van de driebond, Duitsland„Oostenrijk-Hongarije en Italië, of van een van hen, gaan mobiliseren, dan zullen Rusland en Frankrijk, op het eerste bericht daarvan, eveneens onmiddellijk en gelijktijdig hun hele strijdmacht mobiliseren en zo dicht mogelijk naar de grenzen transporteren

En artikel drie vervolgt dan:

De strijdmacht die tegen Duitsland zal worden ingezet zal aan Franse kant 1,3 miljoen man bedragen en aan Russische kant 700 a 800.000 man. Deze troepen zullen dan met de meest mogelijke spoed tot het offensief overgaan en de strijd aanbinden met Duitsland zodat dit land gelijktijdig op 2 fronten zal moeten vechten,

Wat in dit artikel direct opvalt is het feit dat hier expliciet gesproken wordt van „de strijd aanbinden met Duitsland” terwijl er eerder toch gesproken werd van mobilisatie van de Driebondlanden of van één van hen. Als er slechts „één”van hen mobiliseerde en als dat bijv Italië of Oostenrijk zou zijn, dan lijkt de vraag gerechtvaardigd; waarom dan toch ook de strijd aanbinden met Duitsland?

Maar e.e.a betekent ook dat, omdat het met name Oostenrijk was welk land dezelfde aspiraties op de Balkan had als Rusland, de mogelijkheid van een Russisch-Oostenrijks conflict steeds levensgroot aanwezig was en als zo’n conflict tot uitbarsting zou komen, een oorlog niet gemakkelijk gelocaliseerd zou kunnen blijven door het systeem van allianties dat zich in de loop de jaren had gevormd.

 

En dat nu maakte de twee hiervoren genoemde artikelen in het Frans-Russische verdrag zo gevaarlijk immers, een incident op de Balkan, bijv tussen Servië en Oostenrijk-Hongarije, zou , als Rusland zich er nee zou bemoeien, als gevolg van het systeem van allianties,de facto niet gelokaliseerd kunnen blijven.

In de Balkan lag de conflictstof dus hoog opgestapeld. Men behoefde alleen maar de lont aan te steken om een oorlog te doen ontstaan tussen Servie en Oostenrijk, twee landen die bijna bij voortduring in grote onmin met elkaar leefden. Als Rusland zich dan met dit ‘lokale conflict”zou willen gaan bemoeien, dan zou, door de afspraken in het Frans-Russische militaire verdrag de mogelijkheid een conflict uit te lokken waarbij dan ook Duitsland betrokken zouden raken, uitermate reëel.

De motieven voor het uitlokken van zo’n conflict heb ik u reeds uit de doeken gedaan, Elzas lotharingen aan Franse kant, invloed op de Balkan, een vrije doorvaart door de Bosporus en Dardanellen aan Rusische zijde en het zich ontdoen van een gevaarlijke concurrent voorGr.Brittannië.

 

Laten we nu de Frans-Russische militaire alliantie eens wat nauwkeuriger bekijken

Nadat dit geheime militaire verdrag tussen Frankrijk en Rusland was ondertekend (1894) werd er intensief verder gebouwd aan de wederzijdse militaire voorbereidingen. Jaarlijks kwamen de generale staven in juli of augustus beurtelings te Petersburg of Parijs in vergadering bijeen.

In de conventie van 1893 werd al gesproken over oorlog tegen Duitsland en dat alsdan de troepen met de meest mogelijke spoed tot het offensief dienden over te gaan en de strijd aanbinden met Duitsland zodat dit land gelijktijdig op 2 fronten zou moeten vechten,

Ik citeer nu uit een paar van die protocollen;.

In die van 31 augsutus 1911 lezen we o.a:

„De vernietiging van de Duitse legers moet onder alle omstandigheden het eerste en hoofdzakelijke doel van de verbonden legers zijn en blijven”.

In die van 13 juli 1912 staat o.a dat; ik citeer

„het plan der verbondenen bestaat er in om op het zelfde ogenblik en tegelijkertijd van beide zijden aan te vallen” en dat de gezamenlijke sterkte van de beide legers de eerder vastgestelde 1,3 miljoen man, belangrijk zal overschrijden. Tevens dat: ‘met het oog op de positie van Italië (bedoeld wordt het geheime Frans-Italiaanse nietaanvalsverdrag) Frankrijk slechts een minimum aan troepen aan de Alpengrens zal opstellen terwijl de hoofdmacht zich bij de Duitse grens zal concentreren en dat het Franse spoorwegnet wordt verbeterd zodat men de mobilisatietijd met 1 a 2 dagen kan bekorten en Frankrijk binnen een jaar, een kortere mobilisatietijd dan Duitsland gerealiseerd zal hebben.

De Russische generaal Zjilinski deelde mede dat Rusland in elk geval 800.000 man tegenover Duitsland zal concentreren en vastbesloten is het offensief tegen Duitsland op de 15e dag na mobilisatie te beginnen.

In het protocol van de vergadering in augustus 1913, een jaar voor het uitbreken van de oorlog, deelde generaal Joffre mede dat Frankrijk op haar noordoostgrens 200.000 man méér dan overeengekomen zou inzetten en dat de Franse troepen reeds op de 11e dag na mobilisatie het offensief zouden kunnen starten. Generaal Zjilinski stelde vast dat de Russische mobilisatie eind 1914 met 2 dagen tot 13 dagen zou zijn bekort en dat de aanvallende bewegingen onmiddellijk daarna konden worden aangevangen. Voorts werd afgesproken dat de locatie der Russische strijdkrachten in het gouvernement Warschau reeds in vredestijd zodanig zou zijn dat zij een directe bedreiging voor Duitsland zou vormen. En verder:

De Franse regering beloofde Rusland in dat zelfde jaar 1913 voorts jaarlijks staatsleningen van 400 a 500 miljoen franc alsmede staats gegarandeerde fondsen op de Parijs beurs ter beschikking te zullen stellen. Dit ter financiering van;

1) De onmiddellijke start met de aanleg van de strategische spoorwegen zoals overeengekomen met de Franse generale staf in eerdere besprekingen

2) Voor het aanwenden van een aanmerkelijke verhoging van de Russische vredessterkte met 360.000 man.

 

Natuurlijk kan men nog steeds stellen dat al deze maatregelen getroffen werden voor het geval een van beide landen of beiden tezamen, zouden worden aangevallen door Duitsland zoals ook in het verdrag expliciet wordt verwoord. Maar dat komt dan niet overeen met wat men destijds onder het begrip ‘algemene mobilisatie’ van een grootmacht verstond.

 

Het was tijdens de besprekingen voorafgaand aan het sluiten van de geheime militaire conventie dat de Russische generaal Obruchevin een nota aan zijn minister van Oorlog schreef:
mobilisatie kan niet langer gezien worden als een handeling om de vrede te bewaren maar moet integendeel beschouwd worden als de meest duidelijke oorlogsdaad. Mobilisatie is het begin van de feitelijke oorlogshandelingen en zodra tot mobilisatie is besloten zullen diplomatieke activiteiten uitgesloten moeten worden. De minister moet zich dan ook realiseren dat, gezien de huidige spanningsvelden in Europa, het onmogelijk zal zijn de oorlog op het continent nog gelokaliseerd te houden”.

 

Ook de Franse generaal Boisdeffre was daar zeer duidelijk in.

Hij vertelde de tsaar:
Mobiliseert men, dan dwingt men de vijand het zelfde te doen. Men kan de vijand niet toestaan ‘n miljoen man aan de grenzen te mobiliseren zonder dat zelf ook te doen op straffe van de onmogelijkheid zichzelf nog te kunnen verdedigen of het initiatief te nemen. Mobilisatie is dan ook het zelfde als een oorlogsverklaring.

 

Het feit, dat als een grootmacht overging tot de algemene mobilisatie, dit automatisch betekende dat het dan tot oorlog zou overgaan, werd in die tijd als een algemeen aanvaard feit erkend.

De Nederlandse generaal Snijders schreef daarover in zijn boek „De mobilisatiën der grote mogendheden”.ik citeer:

„De mobilisatie van een buurstaat waarmede een ernstige spanning bestaat dwingt tot het onmiddellijk nemen van diezelfde maatregel. Het gevaar aangevallen te worden terwijl de eigen strategische opmars nog niet is voltooid moet op straffe van een bijna zekere nederlaag worden ontgaan . Algemeen heeft het denkbeeld gegolden dat als de regering van een grote mogendheid de algemene mobilisatie afkondigt, dit oorlog betekent”. einde citaat.

 

Ook nu kan men nog tegenwerpen dat al deze verklaringen gezien moeten worden tegen het licht van een voorafgaande Duitse mobilisatie en/of een Duitse aanval op Frans en/of Russische grondgebied. Anders gesteld; De Russische mobilisatie behoefde toch nog geen oorlog te betekenen want de Russen konden rustig achter de grens wachten op wat komen ging. Dat nu is echter een onjuiste veronderstelling.

Deze tegenwerping wordt nl ontkracht door een bevel van de allerhoogste autoriteit in Rusland, de tsaar, die op 11 april 1912 een order liet uitgaan waarin we lezen:
„Het telegrafisch bevel tot uitvoering der mobilisatie in de Europese militaire districten wegens politieke verwikkelingen aan de westgrenzen moet tegelijk als bevel tot de opening der vijandelijkheden tegen Duitsland en Oostenrijk worden opgevat. „.

Met andere woorden; het besluit tot de Russische algemene mobilisatie was een definitief bevel om tot de aanval over te gaan en betekende dat men niet zou wachten tot Duitsland eerst zou aanvallen of als eerste tot actie zou overgaan.

 

Dit bevel werd weliswaar op 8 november van dat jaar weer ingerokken, niet omdat de strekking er van veranderde maar omdat, zoals in het protocol van de speciale militaire commissie werd gesteld:
„It will be advantageous to complete concentration without beginning hostilities, in order not to deprive the enemy irrevocably of the hope that war still be avoided. Our measures must be masked by clever diplomatic negotiations , in order to lull to sleep as much as possible , the enemy’s fears”.

 

Men vond het gwoon een betere tactiek om de vijand te doen denken dat er nog oplossingen mogelijk waren terwijl men zelf stilletjes verder ging zich gereed te maken voor de aanval.

 

Nogmaals; als Duitsland als eerste land zou hebben gemobiliseerd, dan zou het volstrekt duidelijk en ook logisch zijn geweest dat daarop de Frans-Russische reactie zou zijn geweest zoals die in het Frans-Russische verdrag was geregeld. Direct ook mobiliseren en zo snel mogelijk in het offensief gaan.

Indien echter Rusland of Frankrijk als eerste zou mobiliseren, dan gold de facto deze regel natuurlijk ook, maar dan voor Duitsland, nl direct ook mobiliseren en zo snel mogelijk tot de aanval overgaan. Immers, ook hier golden de woorden van de Franse generaal Boisdeffre toen die de tsaar mededeelde dat:
” Men kan de vijand niet toestaan 1 miljoen man aan de grenzen te mobiliseren zonder dat zelf ook te doen op straffe van de onmogelijkheid zichzelf nog te kunnen verdedigen of het initiatief te nemen. Mobilisatie is dan ook het zelfde als een oorlogsverklaring”.

 

Uitgaande dus van het destijds internationaal erkende adagio dat de algemene mobilisatie van een grootmacht het zelfde was en gelijk stond aan de meest definitieve oorlogsdaad en beschouwd moest worden als het begin van de feitelijke oorlogshandelingen, dan wordt het nu dus belangrijk vast te stellen wie een dergelijke stap, het uitoepen van de Algemene Mobilisatie in de volle wetenschap van de daaraan verbonden consequenties, (en een van die consequenties was, zoals generaal Obruchev schreef: dat het onmogelijk zou zijn de oorlog op het continent gelokaliseerd te houden, een wereldoorlog dus). Wie een dergelijke stap dus als eerste zou nemen, dus als eerste de algemene mobilisatie zou uitroepen, nam daarmede militair-technisch gezien, de verantwoordelijkheid op zich voor het uitbreken van de wereldoorlog.

 

De vraag luidt nu; Wie riep, met de volle wetenschap van de conseqeuenties, als eerste, de Algemene Mobilisatie uit?

Ik zeg hier ecpliciet Grootmacht en Algemene Mobilisatie want voor landen van de tweede rang, geen grootmacht zijnde, golden andere criteria en het uitroepen van de beperkte mobilisatie, dus een mobilisatie die slechts een deel van de strijdkrachten betrof en niet bedoeld was en militair-technisch gezien ook niet bedoeld kon zijn om een algemene oorlog te ontketenen, vielen ook niet onder het hiervoor genoemde begrip van mobilisatie is gelijk aan oorlog.

 

Vergelijken we dan nu de mobilisatietijden der grootmachten:

Rusland: Algemene mobilisatie; 30 juli 1914 te 1800 uur (reeds toe besloten op 25 juli en in het geheim begonnen)

Oostenrijk-Hongarije: Algemene mobilisatie: de volgende dag, 31 ju;i 1914 te 1230 uur

Frankrijk: Algemene mobilisatie: 1 Augustus 1914 te 1530 uur

Duitsland: Algemene mobilisatie: 1 Augustus 1914 te 1700 uur

 

We zien dus dat de Russische mobilisatie die van Oostenrijk-Hongarije met ruim 1 dag en die van Duitsland zelfs met 2 dagen vooraf ging en daarmede was Rusland het eerste land dat de algemene mobilisatie uitriep, nog vóór Oostenrijk en nog vóór Duitsland. Duitsland mobiliseerde twee dagen na de Russische algemene mobilisatie na eerst nog een ultimatum van 12 uur te hebben gesteld en óók nog na de Franse mobilisatie.

 

Zelfs de Fransen schrokken voor de wat zij beschouwden als een, onverstandige Russische daad waarover ze zich dan ook uitermate bezorgd toonden. Steeds immers had de gedachte gegolden dat het uitermate belangrijk zou zijn te zorgen niet als eerste te mobiliseren en zo het odium van de schuld aan de oorlog op zich te laden.

 

Die bezorgdheid bleek dan ook uit telegram nr 210 dat de Russissche ambassadeur in Parijs op 30 juli 1914 , de dag dus dat in Rusland de algemene mobilisatie bekend werd gemaakt, naar zijn minister van Buitenlandse Zaken Sazonov stuurde luidende:
„De Franse minister van Oorlog deelde onze militaire attaché mede dat we zouden kunnen verklaren dat we, om de vrede te dienen,bereid zijn onze mobilisatievoorbereidingen te vertragen”. Dit zou ons natuurlijk niet behoeven te weerhouden om de mobilisatie gewoon voort te zetten of zelfs te versnellen zolang we dit maar niet in de volledige openbaarheid doen en we ons onthouden van grote (zichtbare) troepenverplaatsingen= Iswolski”.

 

En generaal Obrorolski schreef over de Russische mobilisatie in zijn memoires:
„Der krieg war bereits beschlossene Sache und die ganze Flut von Telegrammen zwischen Regierungen Ruslands und Deutschlands stellte nur eine mis en scéne eines historischen Dramas dar”.

 

Het vervolg kennen we. Op het laatste moment probeerden keizer Wilhelm II en tsaar Nicolas het tij nog te keren.

Op 28 juli stuurde Wilhelm II een telegram aan de tsaar waarin hij mededeelde dat hij zijn uiterste best zou doen om z’n invloed op Oostenrijk-Hongarije aan te wenden om tot rechtstreekse bessprekingen te komen en dat hij hoopte dat de tsaar hem daarbij wilde helpen.

Op 29 juli antwoordde de tsaar verheugd te zijn over deze mededeling en verzocht de keizer alles te doen om Oostenrijk-Hongarije van een aanval op Servië te weerhouden. Hij deelde mede dat de druk van de militairen op hem zeer groot was en dat hij vreesde spoedig aan die druk te zullen moeten toegeven en dan maatregelen zou moeten nemen die tot oorlog zouden leiden.

Wilhelm antwoordde omgaand en deelde mede dat hij wel wilde bemiddelen maar dat dit alleen zin zou hebben als Rusland zijn militaire voorbereidingen zou staken.

Het was dit telegram dat de tsaar deed besluiten om zijn toestemming tot de Algemene mobilisatie te herroepen. Wilhelm leek hiermede dus succes te hebben. Als het hier bij gebleven was, had de ramp mogelijk nog kunnen worden voorkomen, maar Sazonov, de minister van Buitenlandse Zaken, wist de tsaar te overtuigen dat de Algemene mobilisatie niet langer kon worden uitgesteld en uiteindelijk gaf deze toch weer - en dit keer definitief, het bevel daartoe. De Algemene mobilisatie zou de volgende dag ,30 juli 1914. officieel worden.

 

Zodra nu in Duitsland bekend werd dat Rusland de Algemene mobilisatie had uitgeroepen en dus dé facto de oorlog verklaarde aan Duitsland en Oostenrijk-Hongarije stuurde het de Russen een ultimatum met een looptijd van 12 uur waarin het eiste dat de Russen hun mobilisatie zouden stopzetten omdat ze anders genoodzaakt zou zijn zelf ook te mobiliseren en dat dan een oorlog niet meer te voorkomen zou zijn. Tegelijkertijd werd in Duitsland de toestand van „dreigend oorlogsgevaar”uitgeroepen en toen de Russen het ultimatum onbeantwoord lieten en men ook nog vernam dat Frankrijk intussen, op 1 augustus te 1530 uur, eveneens de algemene mobilisatie had uitgeroepen, werd anderhalf uur daarna ook in Duitsland overgegaan tot de Algemene mobilisatie.

Duitsland bevond zich op de „binnenlijnen”, een siuatie die overeen komt met die van Israel in de vijfdaagse oorlog. Ook dat land werd omringd door vijanden die zich openlijk gereed maakten het aan te vallen en ook Israel besloot toen zelf de eerste beslissende klap uit te voeren.

 

Ik zei het reeds,het was niet alleen de militaire situatie die Duitsland nu tot actie noopte. Ook de politieke situatie was voor de Duitsers een zaak van leven of dood geworden Zoals eerder in deze lezing reeds gesteld; Het voortbestaan van Duitsland als grootmacht stond nu op het spel. De Russische algemene mobilisatie, een Russische de facto oorlogsverklaring dus, maakte echter dat nu voorrang moest worden gegeven aan de militaire oplossing van het ontstane probleem en daarmede was de teerling geworpen.

 

Omdat de Duitsers al jaren gevreesd hadden voor dit soort calamiteiten, een oorlog op 2 of meer fronten, hadden ze daarvoor wel een plan klaar liggen, het zg von Schlieffenplan dat voorzag in het uitdelen van de eerste klap.

Hierbij dacht men gebruik te maken van het verschil in mobilisatietijd tussen Frankrijk en Rusland. De Duitse inlichtingendienst rekende met een Russische mobilisatietijd van minimaal 6 weken en een Franse van 2 weken.

Wilde men een kans hebben om de oorlog te winnen, dan zou men eerst Frankrijk op de kniën moeten dwingen alvorens men zich tegen de Russische beer zou kunnen verdedigen. Maar Frankrijk zou dan wel binnen die 6 weken verslagen moeten worden. Snelheid was dus van eminent belang, men mocht geen dag verliezen en elke dag uitstel kon fataal worden.. In het von Schlieffenplan was echter voorzien dat een aanval op de Duits-Franse grens niet wenselijk zou zijn omdat die grens enorm door de Fransen was versterkt en een aanval daarop veel te veel tijd zou vergen.

Derhalve voorzag het plan in een inval in België, dit land snel door te trekken en op die wijze Frankrijk te kunnen aanpakken en te verslaan.

Of het moreel aanvaardbaar was om een neutraal land binnen te vallen, ook al was het uit zelfbehoud, en of het von Schlieffenplan uiteindelijk wel zo’n goede keus is geweest.valt buiten het kader van deze lezing. Maar vanuit militair-technisch opzicht gezien lijkt het er op dat men weinig andere keus had dan om tot actie over te gaan nu er ca 2 miljoen man aan haar grenzen stonden gereed en met de bedoeling om tot de aanval over te gaan.

 

We komen dan nu aan de in de aanhef genoemde invloed van de Russische Algemene mobilisatie op het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Let wel, ik zeg; invloed op het uitbreken van de oolog en ik zeg uitdrukkelijk niet dat dit gelijk staat aan het schuldig zijn aan de oorzaak van de oorlog. De schuldvraag is veel complexer en valt buiten het kader van deze lezing. Bezien we echter het zuiver militaire aspect dan moet geconstateerd worden dat de Russische algemene mobilisatie van beslissende invloed is geweest op het uitbreken van de oorlog. Als de Russen geen Algemene mobilisatie hadden uitgeroepen, een mobilisatie dehalve gericht tegen zowel Oostenrijk-Hongarije als tegen Duitsland, een mobilisatie ook waarvan iedereen wist en erkende dat het de meest beslissende oorlogsdaad was, een mobilisatie die in de eigen woorden van de betreffende Russische en Franse generaals een oorlogsverklaring aan Duitsland inhield, een mobilisatie die door het bevel van de tsaar gelijk stond met een bevel tot de onmiddellijke aanval, als die mobilisatie dus niet was uitgeroepen, dan was Duitsland op dat moment ook zeker niet tot de inval in België overgegaan en dan was de Eerste Wereldoorlog op dat moment ook niet uitgebroken. Dat die oorlog dan op een later moment toch was uitgebroken is weliswaar zeer waarschijnlijk maar doet in dit betoog niet terzake. Door de Russische algemene mobilisatie kon Duitsland zich niet meer veroorloven inactief te blijven. Voor haar gold het axioma dat voor een land op de ‘binnenlijnen’ een razendsnelle reactie, op gevaar af zelf te worden vernietigd, een absolute must was.

De Duitse aanval op België was dan ook een reactie op de Russische- tegen haar gerichte- algemene mobilisatie en u mag zelf bepalen of dat nu uit slechts military interest of uit Military necessity geschiedde. Maar hoe dan ook, de conclusie luidt dat de Russische algemene mobilisatie het begin van de Eerste Wereldoorlog heeft ingeluid en dat zonder die mobilisatie die oorlog op dat moment nog niet zou zijn uitgebroken.

overzicht: